Categorie archief: Tao en de Daodejing

Hij die goed (inTao) gaat, laat geen sporen achter, strofe 27 van de Daodejing en een commentaar

Daodejing.027

Hij, die goed (in Tao) gaat, laat geen sporen achter.
Hij, die goed spreekt, geeft geen reden tot blaam.
Hij, die goed telt, gebruikt geen bamboe-tabletjes.
Hij, die goed sluit, gebruikt geen houten bouten, en toch kan men niet openen (wat hij sluit).
Hij, die goed bindt, gebruikt geen koorden, en toch Lees verder

De Wijze omvat het Ene (Tao), strofe 22 van de Daodejing en een commentaar

Daodejing.022

Het onvolmaakte zal volmaakt worden.
Het gebogene zal recht worden.
Het holle zal vol worden.
Het versletene zal nieuw worden.
Met weinig wordt Het verkregen, met véél dwaalt men er van af.

Daarom: de Wijze omvat het Ene (Tao) en maakt zich (zo) het voorbeeld van de wereld.
Hij wenst zichzelf niet Lees verder

Zie uzelf in uw oorspronkelijke eenvoud, strofe 19 van de Daodejing en een commentaar

Daodejing.019

Doe de Wijsheid vàn u, en weg met het Weten,
dan zal het volk honderdmaal meer gelukkig zijn.

Doe de Filantropie vàn u, en weg met Gerechtigheid,
en het volk zal (vanzelf) terugkeren tot liefde voor de ouders en voor de kinderen.

Doe de Knapheid vàn u, en weg met Gewinzucht,
en er zullen geen dieven en rovers meer wezen

Doet afstand van Lees verder