Beschouwing 6

Mysteriën van de ziel, week 6

Vernieuwen door de zes emanaties

 

6 universum

BESCHOUWING GEBASEERD OP SPIRITUELE TEKST 6

Als je de gnostieke spirituele weg bewandelt, wordt er niet van je verwacht dat je zo wordt als Ashtavakra, als Hermes, als Abram of als Patanjali. Dan wordt er van je verwacht dat je met glans jezelf bent, met de glans van de ziel wel te verstaan. Het heeft op de spirituele weg geen zin om anderen te imiteren of hun gedrag te kopiëren. Het boekje ‘De stem van de stilte’ formuleert dat als: ‘De leraar kan slechts de weg wijzen. Het pad is één voor allen, de middelen om het doel te bereiken moeten per pelgrim verschillen’ (III:2).

Je bent uniek en je bent geboren om in dit aardse leven je uniciteit gestalte te geven, eerst in je persoonlijkheidsziel en als je er rijp voor bent daarna ook in achtereenvolgens de ziel en de geestziel. Dat proces van individuele vernieuwing door herschepping wordt in het lied van de parel aangeduid als het ophalen van de glanzende parel uit Egypte.

Jouw uniciteit vloeit ten eerste voort uit de unieke geestvonk van de microkosmos die je bewoont. Ten tweede word je bepaald door de ervaringen die vorige bewoners van de microkosmos hebben opgedaan, en die worden aangeduid als karma. Ten derde is er de invloed van je genen die je van je ouders hebt geërfd, en die wel wordt aangeduid met het Engelse woord nature. En ten vierde is er de invloed van je persoonlijke historie, van dat waarmee je in je leven in de meest brede zin van het woord gevoed bent: nurture.

Het karma van een mens wordt nogal eens gezien als een doos van Pandora waaruit allerlei vormen van onheil over die persoon worden uitgestort. Dat is een verwrongen opvatting want je karma is in werkelijkheid een onmetelijke schat van prettige en minder prettige ervaringen die tezamen tot werkelijk inzicht kunnen leiden.

Zoals een glanzende parel ontstaat in een weekdier als gevolg van irritatie en pijn door zandkorrels, zo kunnen tegenslagen en teleurstellingen in dit leven en vorige levens er aan bijdragen dat de glans van de ziel zich gaat manifesteren. Je kunt het puin uit je verleden laten transformeren tot je unieke parel van morgen!

Bij dit vernieuwingsproces wordt het onedele dus omgezet in het edele. Het gaat hier om spirituele alchemie die een geconcentreerde aandacht en energie vereist. Daarom is het belangrijk dat de leerling van de ziel leert om zich niet meer te identificeren met vormen, en dus ook niet met zijn verleden en zijn huidige toestand van zijn. Vanuit gewaarzijn bestuurt hij zijn denken. Hij erkent de jakhals en de giraf in zichzelf zonder zich met hen te vereenzelvigen, zodat er voldoende energie en gerichtheid beschikbaar komt om het spirituele pad te gaan.

De benaming ‘het spirituele pad’ is natuurlijk een metafoor en heeft dus zo zijn beperkingen. Het is niet zo dat anderen een pad hebben aangelegd en dat je daar alleen maar overheen hoeft te gaan. Degenen die ons voorgingen op de gnostieke spirituele reis creëerden in hun persoonlijke levenssituaties de omstandigheden waardoor zij innerlijk konden vernieuwen. En daarbij hadden ze ervaringen die ze deelden binnen de spirituele traditie waartoe zij behoorden.

Zo zal ook jij voor jezelf op basis van wat je wordt onderwezen vanuit spirituele tradities een pad moeten banen om weer in verbinding te komen met het verloren koninkrijk. En dat pad verdwijnt achter je terwijl je verder gaat. Dat betekent dat je niet meer terug kunt en ook dat anderen jouw pad niet kunnen gaan, want jouw weg past alleen bij jouw uniciteit en jouw omstandigheden. Dit houdt in dat er geen algemeen recept of stappenplan bestaat van dingen die je achtereenvolgens moet doen om te kunnen terugkeren naar de goddelijke oorsprong. De auteur van het boekje ‘De stem van de stilte’ formuleert dat als: ‘U kunt het pad niet bewandelen vóór u dat pad zelf geworden bent (1:58)’.

Volg dus niet de voetsporen van de wijzen uit het verleden, maar zoek wat zij zochten. Toch heeft het spirituele herscheppingsproces waaraan jij je kunt onderwerpen een universele structuur. En die structuur tref je aan in bijvoorbeeld het scheppingsverhaal in de bijbel.

Is dat niet erg achterhaald? Hebben natuurwetenschappers niet overduidelijk aangetoond dat het bijbelse verhaal over de schepping van de hemel, de aarde, de planten, de dieren en de mens onmogelijk waar kan zijn? De evolutie waarin steeds complexere levensvormen ontstaan is toch geen onzin? Is de scheppingsmythe niet alleen maar een verzinsel om de primitieve mens in het verre verleden duidelijk te maken dat alles uit God komt?

Het scheppingsverhaal uit Genesis 1 is een heilige tekst die niet zomaar met het gewone verstand te begrijpen is. Hier is sprake van gesluierde taal en mysterietaal. Het bijbelboek Genesis, dat letterlijk wording betekent, is het begin van de thora. Dat zijn de eerste vijf boeken in de joodse bijbel die worden toegeschreven aan Mozes. Volgens de kabbalah zijn de verhalen uit de thora niet alleen historisch maar vooral ook symbolisch. Een beroemde uitspraak uit de zohar luidt dan ook: ‘De verhalen die in de thora worden verteld zijn alleen maar uiterlijke gewaden, en wee de mens die dat uiterlijke gewaad voor de thora zelf houdt.‘

Achter de verhalen van de thora gaat volgens de kabbalah een diepere werkelijkheid schuil die je niet zomaar uit de letterlijke interpretatie kunt afleiden. Als we vanuit kabbalistische kennis en innerlijk begrip naar het scheppingsverhaal kijken, is het duidelijk dat dit verhaal geen betrekking heeft op de zintuiglijke wereld, en dat het buiten de tijd staat.

In feite is het scheppingsverhaal vergelijkbaar met het lied van de parel. We kunnen er dezelfde zevenvoudige structuur in herkennen (vergelijk de afbeeldingen 4 en 6). Het scheppingsverhaal is van toepassing op de macrokosmos, en eveneens op de mens – de microkosmos – overeenkomstig de hermetische wet: zo boven, zo beneden, zo in het groot, zo ook in het klein. De scheppingsmythe van Genesis 1 gaat over het ontstaan van de microkosmos, de geestziel, de ziel en de persoonlijkheidsziel. Het lied van de parel heeft alleen betrekking op het ontstaan van de persoonlijkheidsziel, dat in het scheppingsverhaal op de vierde dag plaatsvindt.

de zes scheppingsdagen van de Elohim

De zes scheppingsdagen die worden genoemd zijn geen perioden van 24 uur, en ook geen andere aanduidingen voor een bepaalde hoeveelheid tijd. Het zijn zelfs geen fasen die elkaar opvolgen. De scheppingsdagen zijn emanaties. Een emanatie is een uitstraling, uitvloeiing of uitstorting waarbij de eigen wezenheid of eigenheid van de bron opgaat in het resultaat van zijn uitvloeiing. Alle emanaties zijn er tegelijkertijd.

In de kabbalah en ook in andere esoterische tradities wordt het vaak zo voorgesteld dat het Ene, het Onnoembare zich steeds machtiger, grootser en glorievoller manifesteert door via emanatie steeds meer onderscheidingen of differentiaties in het leven te roepen. De Bron van alles splitst zich in emanaties, die zich op hun beurt splitsen in emanaties, die zich op hun beurt splitsen in emanaties, die zich op hun beurt splitsen in emanaties tot in het oneindige!

De vier ervaringswerelden uit de kabbalah zijn al genoemd in de vierde beschouwing. Deze brengen we nu nogmaals onder de aandacht omdat zij kunnen leiden tot een dieper begrip van het scheppingsverhaal, en dus ook van de herschepping van de mens. Van boven naar beneden gaat het dan om achtereenvolgens de volgende vier gemanifesteerde ervaringswerelden en correspondenties:

  1. Atziluth, de geestelijke wereld van emanatie, schepping van de microkosmos
  2. Briah, de mentale wereld van de abstracte oertypen, schepping van de geestziel
  3. Yetzirah, de astrale wereld van de concrete oertypen, schepping van de ziel
  4. Assiah: de wereld van handeling, schepping van de persoonlijkheidsziel

Aan de hand van dit overzicht kunnen we komen tot een dieper begrip van het scheppingsverhaal over menswording, dat niet alleen in het verleden plaatsvond, maar zich nog steeds voltrekt en zich tot in het oneindige zal blijven voltrekken omdat het een universele structuur van emanaties betreft die geen betrekking heeft op ruimte en tijd. Als de schepping zich niet meer van moment tot moment zou voltrekken, zou alles plotsklaps verdwijnen. Als het gaat om schepping is er dus geen begin en ook geen einde.

Dat is voor ons verstand moeilijk te begrijpen en daarom is de eerste zin van Genesis heel vaak verkeerd vertaald en begrepen. In de nieuwe bijbelvertaling uit 2004, die we hier gebruiken, staat bijvoorbeeld:  ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water’.

Er is hier geen sprake van een begin, maar van emanaties die zich niet manifesteren (de hemel) en emanaties die zich wel manifesteren (de aarde). In de Nederlandse tekst staat God, maar in de Hebreeuwse tekst staat de meervoudsvorm Elohim, waarmee zeven scheppende geesten of engelen worden aangeduid.  De aarde – het geheel van de gemanifesteerde emanaties dus – was nog woest en doods omdat er nog geen differentiatie was.

Die situatie is vergelijkbaar met een ruw stuk marmer waar een vaardige beeldhouwer in principe alle vormen in kan brengen door (onder)scheidingen aan te brengen en materiaal te verwijderen, in overeenstemming met de uitspraak van de beroemde kunstenaar Michelangelo Buonarrotti (1475-1564): ‘Schoonheid ontstaat door de zuivering van overtolligheden’. Scheppen is dus beperken.

Over de oervloed, dat is de kosmische oersubstantie of materia magica die niet behoort tot de wereld van ruimte en tijd, zweeft Gods geest.  ‘God zei: “Er moet licht komen,” en er was licht. God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.’

Hier ontstaat de gemanifesteerde geestelijke wereld (Atziluth) als gevolg van het scheppende woord. Wanneer het gaat over menswording emaneert op deze ‘eerste dag’ de menselijke microkosmos met in het centrum de stralend lichtende geestvonk.

‘God zei: “Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.” En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.’

Nu wordt er in de kosmische oersubstantie, de oervloed dus, een volgende onderscheiding aangebracht zodat twee watermassa’s door een gewelf worden gescheiden. De hemel die hier ontstaat is een andere hemel dan die in de eerste zin van Genesis wordt genoemd. Daar betreft het een ongemanifesteerde hemel en hier gaat het om een gewelf dat zich kenbaar maakt: de wereld van de abstracte oertypen (Briah), het domein van de geestziel.

‘God zei: “Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.” En zo gebeurde het. Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. En God zag dat het goed was.

God zei: “Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.” En zo gebeurde het. De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.’

Op deze derde dag realiseert het scheppende woord verdere differentiatie: het water onder de hemel wordt gesplitst in zee en aarde. Zo komen de wereld van de concrete oertypen (Yetzirah, het samengestroomde water, zee, het domein van de ziel) en de wereld van handeling (Assiah, het droge, aarde, het domein van de persoonlijkheidsziel) tot aanzijn. Dit alles nog steeds buiten ruimte en tijd.

In het licht van menswording ontstaan nu dus de structuren van de ziel en de persoonlijkheidsziel. Alles wat uniek voor jou is, komt nu tot manifestatie in de vorm van de persoonlijkheidsziel die als een zaadvormende plant of boom vruchten kan voortbrengen en zich kan voortplanten. Dat is mogelijk omdat de persoonlijkheid door de adem van de ziel tot op zekere hoogte wordt vernieuwd.

Op een geven moment stagneert die ontwikkeling. De afdaling of involutie heeft plaatsgevonden. Dan wordt het tijd voor het opstijgen, de spirituele evolutie van de mens, die geschonken wordt door de emanatie van de vierde dag.

‘God zei: “Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.”

En zo gebeurde het. God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat et goed was. Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag.’

Het grote licht is hier de geestvonk die sluimerde, maar nu opvlamt en de persoonlijkheidsziel wekt en ontvankelijk maakt voor de wereld van de ziel. Het kleine licht en de sterren zijn de poorten tussen de wereld van de concrete oertypen en de wereld van handeling, waarin alles zich beweegt tussen polariteiten. Soms kun je die verbinding met het hogere ervaren, dan is het in symbolische zin dag. Wanneer je dat niet ervaart is het in symbolische zin nacht: het licht is er wel, maar je kunt het niet waarnemen.

Als gevolg van de invloeden vanuit de wereld van de concrete oertypen op de wereld van handeling, kan het herscheppingsproces van de mens beginnen, een proces van vernieuwing dat symbolisch wordt weergegeven in de loop van de seizoenen: van herfst via winter en lente naar de zomer. Tijdens de vijfde dag groeit de ziel als gevolg van levende uitwisselingen tussen de wereld van de concrete oertypen en de wereld van handeling.

‘God zei: “Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.” En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. God zegende ze met de woorden: “Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.” Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag.’

Nu vindt er dankzij de vijfde emanatie werkelijke ziele-ontwikkeling plaats. Aanvankelijk is dat niet zichtbaar: de ontwikkelingen voltrekken zich in het water, onzichtbaar onder het wateroppervlak. Het wemelt van levende wezens en grote zeemonsters in de ziel, maar op aarde is daar nog niets van te merken.

Zo kun je vele jaren lang ploeteren op een spirituele weg zonder resultaten te ervaren. In de dimensie van de persoonlijkheidsziel is er dan misschien nog weinig te ervaren van vernieuwing, maar in de dimensie van de ziel is al wel heel veel voorbereid. Je neemt het grote licht dan misschien niet waar, maar het is er wel degelijk.

Ziele-ontwikkeling wordt in de dimensie van de persoonlijkheidsziel opgemerkt wanneer er binnen de mens een levende uitwisseling is tussen de wereld van de oertypen en de wereld van handeling. In het scheppingsverhaal wordt die levende uitwisseling in de vijfde dag voorgesteld door vogels – dat zijn diepere gedachten, gevoelens en wilswerkingen – die heen en weer vliegen tussen hemel en aarde.

De zesde emanatie of de zesde dag heeft betrekking op de ontwikkeling van de geestziel, die verband houdt met de ervaringswereld van de abstracte oertypen en die invloed gaat uitoefenen op de ziel en de persoonlijkheidsziel. Dan komen het vee, de kruipende dieren en de wilde dieren tot aanzijn.

‘God zei:  “De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.” En zo gebeurde het. God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was. God zei: “Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.”

De resultaten van de spirituele weg worden duidelijk zichtbaar op aarde, in de wereld van handeling, omdat de persoonlijkheidsziel nu niet alleen verbonden is met de ziel, maar via de ziel ook met de geestziel. Het vee symboliseert deugden als: trouw, dienstbaarheid, hulpvaardigheid en opofferingsgezindheid. In die zin is ook de eerder genoemde symbolische giraf in jezelf tot het vee te rekenen. De symbolische jakhals in jezelf behoort duidelijk tot de wilde dieren.

De wilde dieren in jezelf verdwijnen niet zomaar op het spirituele pad. Het gaat erom dat je erin slaagt om over hen te heersen, dat je – net als Daniël in de leeuwenkuil – door een gerichtheid op het goddelijke voorkomt dat zij schade aanrichten, dat je ze tam maakt zodat je geïndividualiseerde persoonlijkheidsziel, ziel en geestziel een dynamische eenheid vormen. Als dat is gerealiseerd ben je door de zes emanaties tot een unieke persoon herschapen naar het beeld en de gelijkenis van de Elohim, en kun je meewerken aan de vreugdevolle uitvoering van het goddelijke scheppingsplan (zie afbeelding 6).

‘God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Hij zegende hen en zei tegen hen: “Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.”

Ook zei God: “Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.”

En zo gebeurde het. God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.’

4 gedachten over “Beschouwing 6

  1. Marianne

    Heel fijn om deze mooie leerzame teksten te ontvangen en te lezen op zo’n prachtige zondagochtend!

    Dank hiervoor en hartelijke groet,

    Marianne

    Reageren
  2. Miomi Pront

    Dank je wel voor alle verduidelijking ..op dit levenspad..En ook de bemoediging om te weten dat hoewel ik voel in een stuk duisternis te wandelen…het innerlijke licht ontstoken blijft en gevoed..met nieuwe olie .. en zal branden tot..het volle Licht weer aanwezig mag zijn..

    Reageren
    1. André de Boer Bericht auteur

      Dat vind ik leuk om te vernemen Alida, want ik heb zelf de indruk dat dit de moeilijkste beschouwing is van dit 9-delige online programma ‘Mysterien van de ziel’.

      Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *