7 Groeien door voortdurend te vergaan

Mysteriën van Mirdad week 7

Een gedeelte uit Het boek van Mirdad, hoofdstuk 18

 

Mirdad7

De tijd is een wiel dat door de zintuigen geschapen werd en door de zintuigen in de leegten van de ruimte tot rotatie werd gebracht.
U neemt de verbijsterende verandering van de jaargetijden waar en u gelooft daardoor dat alles in de greep van de verandering ligt. Maar u erkent tevens dat de kracht die de jaargetijden afsluit en ze weer openvouwt, eeuwig en onveranderlijk één en dezelfde is.

U neemt de groei van de dingen waar en hun verval, en u verklaart mistroostig dat verval het einde is van al wat groeit. Maar u erkent dat de kracht die groei en verval bepaalt, zelf niet groeit of vervalt.
U neemt waar hoe snel de wind is in vergelijking met de zachte bries, en u zegt dat de wind verreweg de snelste is. Maar desondanks erkent u dat de beweegkracht van de wind en die van de bries één en dezelfde is, en dat zij noch voortraast met de wind, noch drentelt met het briesje.

Hoe lichtgelovig bent u. Hoe gemakkelijk laat u zich in alles door uw zintuigen misleiden. Waar is uw voorstellingsvermogen? Juist daarmee kunt u zien dat alle veranderingen die u verbijsteren slechts kunstgrepen zijn.
Hoe kan de wind sneller zijn dan de bries? Geeft niet de bries geboorte aan de wind? Draagt niet de wind de bries met zich mee?

U, die rondgaat op de aarde, wat meet u de afstanden die u aflegt met passen en mijlen? Wordt u, of u nu drentelt of snelt, niet voort gedragen door de snelheid van de aarde in de ruimten en gebieden waardoorheen de aarde op haar beurt zelf gedragen wordt? Is dus uw gang niet gelijk aan die van de aarde? Wordt de aarde op haar beurt niet voort gedragen door andere lichamen, en is haar snelheid niet gelijk aan de hunne?

Ja, het langzame is de moeder van het snelle. Het snelle is de voerman van het langzame. Het snelle en het langzame zijn onscheidbaar op elk punt van ruimte en tijd.

Hoe kunt u zeggen dat groei groei is en verval verval, en dat de één de vijand is van de ander?
Komt alles wat ontstaat niet altijd voort uit wat vergaan is? Is alles wat vergaat niet steeds de uitkomst van wat groeit?
Groeit uzelf niet door bij voortduring te vergaan? Vergaat u niet door bij voortduring te groeien?
Vormen de doden niet de voedingsbodem voor de levenden en zijn de levenden niet de voorraadschuren van de doden?

Als groei het kind is van verval en verval het kind van groei, als het leven de moeder is van de dood en de dood de moeder van het leven, dan zijn zij waarlijk één op ieder punt van ruimte en tijd. En dan is uw vreugde om te leven en te groeien even dom als uw smart om de dood en het verval.

Hoe kunt u zeggen dat alleen de herfst het jaargetijde van de druiven zou zijn?
Ik zeg dat de druif ook in de winter rijp wordt, als ze slechts een dommelend sap is dat onmerkbaar in de wijnstok vibreert en daar haar dromen droomt. En evenzo in de lente, als ze in tere trossen van nietige smaragdgroene parels te voorschijn treedt. En ook in de zomer, als de trossen groter en groter worden en de vruchten zwellen en hun wangen gekleurd worden door het goud van de zon.
Als ieder jaargetijde de overige drie in zich draagt, dan zijn alle jaargetijden één op elk punt van ruimte en tijd.

Ja, de tijd is de grootste goochelaar en de mensen zijn de grootste slachtoffers.
Evenals de eekhoorn in het ronddraaiende rad, wordt de mens die het wiel van de tijd in beweging heeft gebracht, zo door de beweging geboeid en meegesleept, dat hij niet meer kan geloven dat hijzelf de beweegkracht is en ook geen «tijd kan vinden» om het gejaag van de tijd tot staan te brengen.

Het wiel van de tijd wentelt in de leegten van de ruimte. Op de velg van dit wiel zijn alle dingen waarneembaar voor de zintuigen, die niet in staat zijn iets waar te nemen, behalve dan in ruimte en tijd. Zo verschijnt en verdwijnt alles in de gestage wielwenteling.

Wat voor de één op een zeker punt van ruimte en tijd verdwijnt, verschijnt voor een ander op een ander punt. Wat aan de één boven toeschijnt, is voor de ander beneden. Wat dag is voor de één, is nacht voor de ander, al naar het «wanneer» en «waar» van de toeschouwer.

Eén is het pad van leven en dood op de velg van het wiel van de tijd. Want een cirkelbeweging kan nimmer een einde vinden, noch ooit zichzelf uitputten. En iedere beweging in de wereld is een cirkelvormige beweging.

Zal de mens zich dan nimmer bevrijden van de vicieuze cirkel van de tijd?
De mens zál zich bevrijden, omdat hij erfgenaam is van de heilige vrijheid Gods.
Het wiel van de tijd wentelt, maar zijn as is immer in rust. God is de as van het wiel van de tijd. Hoewel alles rondom Hem wentelt in tijd en in ruimte, is Hij altijd tijdloos, ruimte-loos en in rust. Ofschoon alles uitgaat van zijn Woord, is zijn Woord tijdloos en ruimte-loos als Hij.

In de as is alles vrede. Op de velg is alles in hevige beroering. Waar zou u liever willen zijn? Ik zeg u: stap van de velg van de tijd over naar haar as, en bespaar uzelf de onpasselijkheid van de beweging. Laat de tijd rondom u wentelen, maar wentel zelf niet met de tijd.

Het boek van mirdad van Mikhail Naimy 267BESTEL HET BOEK VAN MIRDAD