Spirituele tekst 4

Spirituele Pasen 4: Nieuwe innerlijke kracht betonen
Spirituele tekst voor woensdagavond voor Pasen

 

‘s Avonds kwam de meester het huis binnen waar de twaalf en hun leerlingen met elkaar waren; Petrus, Jakobus, Thomas, Johannes, Simon en Mattheüs, Andreas, Nathanaël, Jakob, Thaddeüs, Juda en Filippus en hun gezellen (ook Judas Iskariot, was er, die door de mensen tot de twaalf gerekend werd totdat hij zich zou doen kennen).

Zij droegen allemaal zuiver witte linnen gewaden want linnen is het symbool van de rechtschapenheid van de heiligen. Elk droeg ook de kleur van zijn stam. De meester echter was gekleed in zijn zuiver witte overkleed, vlekkeloos en zonder naad.  Er ontstond verschil van mening over de vraag wie als de voornaamste gerekend moest worden. Hij zei tegen hen: ‘Hij die u allen dient is de voornaamste onder u.’

Jezus zei: ‘Ik verlang ernaar voor mijn lijden deze paasmaaltijd met u te gebruiken en om het herdenken van deze offerande als dienst en redding voor iedereen in te stellen. Want zie, het uur komt dat de mensenzoon overgeleverd zal worden in de handen van zondaren.’

Een van de twaalf zei: ‘Heer, ben ik het?’

Hij antwoordde: ‘Hij aan wie ik het ingedoopte brood zal geven, is het.’

Iskariot zei tegen hem: ‘Meester, zie het ongerezen brood, de verdunde wijn en de olie en de kruiden, maar waar is het lam dat Mozes voorschreef?’ (Want Judas had het lam gekocht, maar Jezus had verboden het te doden.)

En Johannes sprak in geestvervoering: ‘Ziet het lam van God, de goede herder, die zijn leven voor de schapen geeft.’

Judas werd onrustig door deze woorden want hij wist dat hij hem zou verraden. Opnieuw zei Judas echter: ‘Meester, staat er niet in de wet dat er voor het paasfeest een lam binnen de poorten geslacht moet worden?’

Jezus antwoordde: ‘Als ik aan het kruis gehangen zal zijn, dan zal inderdaad het lam geslacht zijn. Maar wee hem door wie het aan de handen van de slachters overgeleverd wordt. Het zou beter voor hem geweest zijn dat hij nooit was geboren.  Voorwaar, ik zeg u, ik ben in de wereld gekomen om alle bloedoffers en het eten van het vlees van dieren die door de mensen geslacht zijn af te schaffen.

geen bloed vergieten.034

In het begin gaf God iedereen de vruchten van de bomen, de zaden en de kruiden tot voedsel. Die mensen echter die zichzelf meer liefhadden dan God of hun medeschepsels, werden ontaard en veroorzaakten ziekten in hun lichamen terwijl zij de aarde met lust en geweld vervulden.  Niet door het vergieten van onschuldig bloed maar door het leiden van een rechtschapen leven zult u de goddelijke vrede vinden.

U noemt mij de Christus van God en dat is juist, want ik ben de weg, de waarheid en het leven. Wandelt op de weg en u zult God vinden. Zoekt de waarheid en de waarheid zal u vrij maken. Leeft in het leven en u zult de dood niet zien. Alle dingen leven in God en de goddelijke geest vervult alles.

Houdt u aan de geboden. Hebt God lief met geheel uw hart en hebt uw naaste lief als uzelf. Hierop berusten de wet en de profeten. En de strekking van de wet is dit: doet anderen niet aan wat u niet wilt dat anderen u aan zouden doen. Doet anderen aan wat u wilt dat zij u zouden aandoen. Gezegend zijn zij die zich aan deze wet houden, want God is in alle schepsels geopenbaard. Alle schepsels leven in God en God is in hen verborgen.’

Hierna doopte Jezus het stuk brood in de wijn en gaf het aan Judas Iskariot: ‘Wat u doen wilt, doe het snel.’

Nadat hij het brood had aangenomen, verdween hij onmiddellijk in de nacht. ooen Judas Iskariot was weggegaan, zei Jezus: ‘Nu wordt de mensenzoon onder zijn twaalven verheerlijkt en God wordt in hem verheerlijkt. Voorwaar, ik zeg u, zij die u ontvangen, ontvangen mij, en zij die mij ontvangen, ontvangen de vader-moeder die mij gezonden heeft. Voor u die mij volgt in de wedergeboorte van de uitverkorenen zal ik een koninkrijk toewijzen, zoals dit aan mij toegewezen is. U die trouw geweest bent aan de waarheid zult op twaalf tronen zitten en de twaalf stammen van Israël oordelen.’

Toen zei een van hen: ‘Heer, zult u het koninkrijk van Israël weer oprichten?’

Jezus antwoordde: ‘Mijn koninkrijk is niet van deze wereld; ook is wat Israël genoemd wordt, niet het hele Israël. Het goddelijke Israël bestaat uit diegenen uit ieder land die zichzelf niet besmeuren door wreedheid, die gerechtigheid betrachten, barmhartigheid liefhebben, eerbied hebben voor alle werken van God en hulp verlenen aan allen die zwak zijn en verdrukt worden.’

Toen de paasmaaltijd ten einde was werden de lichten ontstoken, want het was avond. Jezus stond op van tafel, legde zijn opperkleed af en sloeg een doek om. Daarop vulde hij een kom met water en waste de voeten van elk van de viermaal twaalf. Toen droogde hij ze af met de doek die hij had omgedaan.

Een van hen zei: ‘Heer, mijn voeten zult u niet wassen.’

Jezus zei daarop: ‘Als ik u niet was, bent u geen deel van mij.’ Hij antwoordde: ‘Heer, was niet slechts mijn voeten maar ook mijn hoofd en mijn handen.’

Toen zei hij tegen hem: ‘Zij die uit het bad komen hoeven alleen nog hun voeten te wassen en dan zijn zij helemaal schoon.’

Nadat hij zijn zuiver witte naadloze overkleed had aangetrokken ging hij aan tafel zitten en zei tegen hen: ‘Begrijpt u wat ik nu voor u gedaan heb? U noemt mij heer en meester en zoals nu uw heer en meester uw voeten gewassen heeft, hoort u ook elkaars voeten te wassen. Ik heb u immers dit voorbeeld gegeven opdat u zoals ik het bij u heb gedaan, u dit ook voor elkaar zult doen.

Ik geef u een nieuw gebod: dat u elkaar en alle schepsels van God zult liefhebben. Liefde is de vervulling van de wet. Liefde komt uit God voort, en God is liefde. Wie niet liefheeft, kent God niet.

Nu bent u gezuiverd door het woord dat ik tegen u gesproken heb. Hierdoor zullen allen weten dat u mijn discipelen bent, als u elkaar liefhebt en barmhartigheid en liefde betoont aan alle schepsels van God, vooral aan hen die zwak en verdrukt zijn en onrechtvaardig behandeld worden.

Want de aarde kent veel duistere oorden van wreedheid, pijn en leed door de zelfzucht en onwetendheid van de mens. Ik zeg u: hebt uw vijanden lief; zegent hen die u vervloeken en geeft hun licht in hun duisternis, en laat de geest van de liefde in uw harten wonen en voor allemaal overvloedig zijn. Weer zeg ik u: hebt elkaar lief en de gehele goddelijke schepping.’

Toen hij gereed was, zeiden zij: ‘Gezegend zij God.’ Luid klonk toen zijn stem, waarop zij dichterbij kwamen en uitriepen: ‘Zoals het hert verlangt naar het water, verlangt mijn ziel naar u, o God.’

Daarna bracht een van hen hem een wierookvat met gloeiende kolen en hij wierp er wierook op. Het was dezelfde wierook die zijn moeder hem op de dag van zijn openbaring gegeven had en de zoete geur vervulde het vertrek.

Jezus zette de schaal voor zich neer en achter de schaal de kelk, sloeg zijn ogen ten hemel en dankte voor de goedheid van God in alle dingen en voor allen. Daarna nam hij het ongegiste brood in zijn handen en zegende het; ook zegende hij de met water vermengde wijn.

Hij hief de aanroep aan van de zevenvoudige heilige naam, riep de driemaal heilige vader-moeder in de hemel aan om de heilige geest te zenden. Ook vroeg hij het brood te veranderen in zijn lichaam, het lichaam van de Christus, de vrucht van de wijnstok in zijn bloed, het bloed van de Christus, voor de vergeving van de zonden en het eeuwige leven voor allen die het evangelie gehoorzamen.

Toen hief hij de offerande op en zei: ‘De zoon, die ook de dochter van de mensen is, wordt van de aarde opgenomen en ik zal alle mensen tot mij laten komen; dan zal aan de mensheid bekend worden dat ik door God gezonden ben.’

Toen dit alles volbracht was sprak Jezus deze woorden, terwijl hij naar de hemel keek: ‘Abba-Amma, het uur is gekomen. Verheerlijk uw zoon, opdat uw zoon in u verheerlijkt worde. Ja, u hebt mij verheerlijkt; u hebt mijn hart vervuld met vuur; u hebt lampen geplaatst aan mijn rechter- en aan mijn linkerhand, zodat geen gedeelte van mijn lichaam zonder licht zou zijn. Uw liefde straalt aan mijn rechterhand en uw wijsheid aan mijn linkerhand. Uw liefde, wijsheid en kracht tonen zich in mij.

Ik heb u verheerlijkt op de aarde en ik heb het werk beëindigd dat u mij hebt opgedragen. Heilige ene, bescherm door uw naam de twaalf en hun leerlingen, die u mij gegeven hebt, opdat zij een mogen zijn zoals wij een zijn.

Toen ik met hen samen was in de wereld heb ik hen in uw naam beschermd en geen van hen is verloren gegaan. Hij immers die ons verliet, hoorde niet bij ons; toch bid ik voor hem, dat hij tot inkeer mag komen. Vader-moeder, vergeef hem, want hij weet niet wat hij doet.

En nu kom ik bij u, en dit zeg ik in de wereld opdat zij mijn vreugde in zich mogen vervullen. Ik geef hun uw woord en de wereld haat hen omdat zij niet van de wereld zijn, zoals ik niet van de wereld ben. Ik bid niet dat u hen uit de wereld neemt maar dat u hen beschermt voor het kwaad, terwijl zij nog in de wereld zijn. Heilig hen door uw waarheid. Uw woord is waarheid.

Zoals u mij in de wereld gezonden hebt, zend ik hen ook in de wereld en voor hen heilig ik mijzelf, opdat zij ook geheiligd mogen worden door de waarheid. Ook bid ik niet alleen maar voor hen, maar voor allen die aan hun aantal toegevoegd zullen worden.

Ook voor de tweeënzeventig die ik uitzond en voor allen die door uw woord in de waarheid zullen geloven, opdat ook zij een mogen zijn zoals u, allerheiligste, in mij bent en ik in u. Dat zij ook een mogen zijn in u, opdat de wereld zal weten dat u mij gezonden hebt.

Heilige vader-moeder, ik wil ook dat zij die u mij gegeven hebt, ja, allen die leven, met mij zullen zijn waar ik ben, opdat zij deel mogen hebben aan de glorie die u mij gegeven hebt, want u hebt mij in allen lief en allen in mij, van voordat de fundamenten voor de wereld gelegd werden.

De wereld kent uw gerechtigheid niet, maar ik ken u en zij weten dat u mij gezonden hebt.  Ik heb hun uw naam verkondigd opdat de liefde waarmee u mij liefgehad hebt, in hen zal zijn en dat de liefde van hen overvloedig uit zal gaan naar al uw schepsels, ja, naar iedereen.’

Toen hij deze woorden beëindigd had, baden zij met hem, luid, zoals hij hun geleerd had: ‘Onze vader-moeder! U, die boven en in ons bent. Geheiligd zij uw heilige naam, in tweevoudige drie-eenheid. Uw koninkrijk kome tot allen in wijsheid, liefde en gerechtigheid. Uw heilige wil geschiede te allen tijde in de hemel en op aarde. Geef ons dagelijks uw heilig brood en de vrucht van de levende wijnstok.

Zoals wij trachten anderen te vervolmaken, vervolmaak ons in uw Christus. Stort uw goedheid over ons uit, opdat wij deze aan anderen mogen betonen. Verlos ons van het boze in het uur van de beproeving. Want van u is het koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid, vanaf het begin, nu en in de eeuwen der eeuwen. Amen.’

Toen nam de meester het heilige brood en brak het; hij mengde het druivensap met water en na beide gezegend te hebben en een stukje brood in de kelk te hebben gedaan, zegende hij de heilige eenheid.

Toen gaf hij het brood, dat hij geheiligd had, aan zijn discipelen en zei: ‘Eet, want dit is mijn lichaam, ja, het lichaam van Christus, dat gegeven wordt voor de redding van lichaam en ziel.’

Op dezelfde wijze gaf hij hun de wijn, die hij gezegend had, en sprak tot hen: ‘Drinkt, want dit is mijn bloed, ja het bloed van Christus, dat voor u en voor velen vergoten wordt, tot redding van ziel en lichaam.’

Toen zij allen daaraan hadden deelgenomen sprak hij tot hen: ‘Steeds als u in mijn naam samenkomt, brengt deze offerande als een herinnering aan mij. Het is het brood van het eeuwige leven en de wijn van de eeuwige redding, eet en drinkt hiervan met een zuiver hart en u zult de essentie en het leven van God ontvangen, die deel van mij zijn.’

Nadat zij een lofzang gezongen hadden stond Jezus op. Omringd door zijn apostelen en terwijl zij zich rondom hem, die hun middelpunt was, als in een heilige dans hadden opgesteld, betoonden zij hem hun vreugde. Daarop ging hij naar de Olijfberg en zijn discipelen volgden hem.

Judas Iskariot nu was naar het huis van Kajafas gegaan en zei: ‘Zie, hij heeft binnen de poorten het paasfeest gevierd met matse in plaats van met het lam. Ik kocht inderdaad een lam maar hij verbood dat het zou worden geslacht. Waarachtig, de man van wie ik het gekocht heb kan het getuigen.’

Kajafas scheurde zijn kleren en zei: ‘Waarlijk, dit is geen paasfeest volgens de wet van Mozes. Hij heeft een daad begaan waarop de doodstraf staat, want het is een zware overtreding tegen de wet. Waarvoor hebben wij nog meer getuigen nodig?

Ja, juist nu hebben twee rovers ingebroken in de tempel en het boek van de wet gestolen. Dit betekent het einde van zijn onderricht. Laten wij dit zeggen aan het volk dat hem volgt, want zij zullen ontzag hebben voor het gezag van de wet.’

Toen Judas naar buiten kwam vroeg iemand aan hem: ‘Denkt u dat ze hem ter dood zullen brengen?’

Judas antwoordde: ‘Nee, want hij zal een of ander wonder doen om zich uit hun handen te bevrijden, net zoals toen zij in de synagoge te Kapernaüm tegen hem opstonden en hem naar de rand van de berg brachten om hem met het hoofd voorover naar beneden te werpen. Is hij toen niet veilig uit hun midden ontkomen? Zeker zal hij nu ook aan hen ontsnappen en zich openlijk bekendmaken en het koninkrijk waarover hij sprak, oprichten.’

Bron: De hoofdstukken 75 en 76 van Het evangelie van de heilige twaalven

CLICK FOR THE ENGLISH TRANSLATION

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *