Spirituele tekst 1

Spirituele Pinksteren 1: De liefde van Jezus voor alle schepselen
Spirituele tekst voor de zondagavond voor Pinksteren

 

Toen Jezus hoorde dat de farizeeën klaagden omdat hij meer discipelen doopte dan Johannes, verliet hij Judea en ging weer naar Galilea. Jezus kwam bij een boom waar hij verscheidene dagen bleef. Maria Magdalena en andere vrouwen deelden daar hun voedsel met hem en dagelijks onderwees hij allen die bij hem kwamen.

De vogels verzamelden zich rond hem en begroetten hem met hun gezang. Ook andere schepsels gingen aan zijn voeten zitten; hij voerde hen en zij aten uit zijn hand. Toen hij vertrok, zegende hij de vrouwen die hem liefde betoond hadden.

Ook zegende hij de vijgenboom en zei: ‘Je hebt mij beschutting en schaduw gegeven tegen de brandende hitte en bovendien heb je mij voedsel gegeven. Gezegend ben je, groei en draag veel vruchten, en mogen allen die bij je komen rust, schaduw en voedsel vinden en mogen de vogels uit de lucht zich in je takken verblijden.’

En zie, de boom groeide en bloeide buitengewoon, en uit zijn takken groeiden wortels naar de aarde en scheuten groeiden omhoog en hij nam geweldig in omvang toe. Er was geen tweede boom die in omvang en schoonheid en in overvloed en voortreffelijkheid van de vruchten aan hem gelijk was.

Toen Jezus een dorp binnenkwam, zag hij een jong katje waarvoor niemand zorgde en het had honger en schreeuwde tegen hem, en hij pakte het op en stopte het in zijn overkleed en het lag aan zijn borst. In het dorp gaf hij haar voer en drinken en het at en dronk en toonde hem zijn dankbaarheid. Hij gaf het aan een van zijn discipelen, Lorenza, die weduwe was en zij zorgde voor het dier.

Er waren mensen die zeiden: ‘Deze man zorgt voor alle schepsels; zijn het zijn broeders en zusters, dat hij zo van ze houdt?’ En hij zei tegen hen: ‘Voorwaar, dit zijn uw medeschepsels in de grote goddelijke huishouding; ja, zij zijn uw broeders en zusters die de levensadem van de eeuwige delen.

Wie voor een van de minste van hen zorgt en deze naar behoefte te eten en te drinken geeft, doet dat voor mij, en wie willens en wetens duldt dat een van deze schepsels gebrek lijdt en ze niet beschermt wanneer ze slecht behandeld worden, zal het kwaad ondergaan alsof hij het mij aangedaan heeft, want zoals u in dit leven gehandeld hebt, zal u gedaan worden in het komende leven.’

Tekst: Hoofdstuk 34 van Het evangelie van de heilige twaalven

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *