Spirituele tekst 3

Spirituele Pinksteren 3: De transfiguratie op de berg
Spirituele tekst voor dinsdagavond voor Pinksteren

 

Na zes dagen, toen het feest van de tabernakel dichterbij kwam, nam Jezus de twaalf mee en bracht hen naar een hoge berg. Terwijl hij bad veranderde zijn aangezicht en waar zij bij waren onderging hij een verandering. Zijn gezicht straalde als de zon en zijn gewaad was wit als het licht.

Toen verschenen Mozes en Elias die met hem over de wet spraken en over zijn verscheiden dat te Jeruzalem plaats zou hebben. Mozes zei: ‘Deze is het over wie ik voorzegde: een profeet evenals ik voortkomend uit uw broeders zal de eeuwige u zenden, en wat de eeuwige tegen hem zegt, zal hij tegen u zeggen. Hem zult u aanhoren en wie niet gehoorzamen zullen hun eigen ondergang teweegbrengen.

Toen zei Petrus tegen Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn; als u wilt, richten wij hier drie tabernakels op, een voor u, een voor Mozes en een voor Elias.’ Terwijl hij nog sprak overschaduwde een lichtende wolk hen en twaalf stralen als van de zon kwamen van achter de wolk tevoorschijn. Vanuit de wolk kwam een stem die sprak: ‘Dit is mijn geliefde zoon in wie ik mijn welbehagen heb; luister naar hem.’

Toen de discipelen dit hoorden verbaasden zij zich enorm en lieten zij zich ontsteld plat op de grond vallen. Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: ‘Staat op, vreest niet.’ Toen zij hun ogen opsloegen, zagen zij niemand anders dan Jezus en de zes emanaties die rondom hem waren.

Jezus zei tegen hen: ‘Ziet, ik geef u een nieuwe wet die niet nieuw is maar oud. Zoals Mozes in het vlees aan Israël de tien geboden gaf, zo geef ik u in de geest de twaalf geboden voor het koninkrijk van Israël. Want wie zijn het Israël van God? Van iedere natie en stam zij, die in gerechtigheid werken, liefde en barmhartigheid betonen en mijn geboden onderhouden; dat is het ware Israël van God.’

Terwijl hij opstond, sprak Jezus: ‘Hoort, Israël, Jova, uw God is een; veel zijn mijn zieners en mijn profeten. In mij leven, bewegen en bestaan zij. Neemt het leven van geen enkel schepsel of kwelt het niet, noch voor uw genoegen noch uit winstbejag. Steelt geen bezittingen van anderen en verwerft geen landerijen en rijkdommen dan welke u nodig hebt of gebruikt.

Eet geen vlees of drink bloed van enig geslacht schepsel, noch iets wat schadelijk is voor uw gezondheid of uw zintuigen. Sluit geen onzuivere huwelijken, waar geen liefde en gezondheid bestaan.

Bezoedelt uzelf noch enig ander schepsel dat door de heilige zuiver is geschapen. Legt tegen niemand een onwaar getuigenis af en liegt niemand met opzet voor om hem te benadelen. Doet niet aan anderen wat u niet wilt dat anderen u aandoen.

Aanbidt en eert de heilige naam van de ene eeuwige, de hemelse vader-moeder uit wie alle dingen voortgekomen zijn. Eert uw voorouders op aarde die voor u gezorgd hebben en ook alle leraren van de gerechtigheid. Beschermt de zwakken en onderdrukten en alle schepsels die onrecht ondergaan en hebt hen lief.

Verdient door met uw handen te werken die dingen die goed en betamelijk zijn; aldus zult u de vruchten van de aarde eten, opdat u lang zult leven. Reinigt uzelf dagelijks en rust op de zevende dag uit van het werk. Heiligt de sabbat en feestdagen van uw God. Behandelt anderen zoals u wilt dat anderen u behandelen.’

Toen de discipelen deze woorden hoorden, sloegen zij zich op de borst en zeiden: ‘Vergeef ons, o God, waar wij hebben gezondigd, en moge uw wijsheid, liefde en waarheid onze harten aanleiding geven liefde te uiten en deze heilige wet te volgen.’

Jezus zei tegen hen: ‘Mijn juk is gelijkmatig en mijn last is licht, en wanneer u ze dragen wilt zal het u gemakkelijk vallen. Legt hun die het koninkrijk binnenkomen geen andere last op dan slechts deze noodzakelijke dingen. Dit is de nieuwe wet voor het Israël van God en de (oude) wet is erin opgenomen, want het is de wet van liefde en deze is niet nieuw maar oud.

Zorgt ervoor dat u aan deze wet niets toevoegt, noch ervan afneemt. Voorwaar, ik zeg u, zij die deze wet geloven en gehoorzamen zullen gered worden, en zij die weten en deze niet gehoorzamen zullen verloren gaan.

Maar zoals allen in Adam sterven, zullen allen in Christus levend gemaakt worden. De ongehoorzamen echter zullen door veel vuren gezuiverd worden en zij die in het kwade volharden zullen voor eeuwig ten onder gaan.’

Toen zij van de berg afdaalden gaf Jezus hun de opdracht: ‘Vertelt niemand over wat u gezien hebt, tot de mensenzoon weer uit de doden opgestaan zal zijn.’

Zijn discipelen vroegen aan hem: ‘Waarom zeggen de schriftgeleerden dan dat Elias eerder komen moet?’

Jezus antwoordde: ‘Inderdaad zal Elias eerder komen en alle dingen in de oude toestand terugbrengen. Maar ik zeg u, dat Elias al gekomen is en zij herkenden hem niet, en hebben met hem gedaan wat zij wilden. Zo zal ook de mensenzoon door hen lijden.’ Toen begrepen de discipelen dat hij het over Johannes de Doper had.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *