Essay 1

    Symbolen van de ziel, week 1

De ziel als midden, hoofdstuk 10 van Mysteriën en symbolen van de ziel

 

De mens is een biochemisch robotje dat zeer kort leeft op een planeetje van een middelgrote ster aan de rand van de melkweg in een uithoek van het oneindige heelal dat zo’n veertien miljard jaar geleden is ontstaan en weer eens zal verdwijnen. Dit is zeer summier samengevat ongeveer het mens- en wereldbeeld waarin de meeste natuurwetenschappers zich prima kunnen vinden. En die visie heeft een grote aanhang onder de wereldbevolking. Begrijpelijk, want de conclusies van talloze wetenschappelijke onderzoeken kunnen we niet zomaar verwerpen. De enorme vooruitgang die in de afgelopen eeuwen is geboekt door natuurwetenschappen en technische wetenschappen hebben de mensheid zeer grote verworvenheden opgeleverd waar we bijzonder dankbaar voor kunnen zijn.

Toch ervaren velen weerstand ten aanzien van het materialistische mens- en wereldbeeld dat de natuurwetenschappen ons voor houden. Ook dat is begrijpelijk, want volgens spirituele tradities ligt in ieder mens het innerlijke weten besloten dat het leven betekenis heeft, dat er verborgen redenen zijn waarom wij als denkende, voelende en handelende wezens leven op moeder aarde.

Zingeving

Zingeving valt per definitie niet onder de natuurwetenschappen. Als het gaat over zin geven aan het leven kunnen we in aanraking komen met dat wat we de wetenschap van de ziel kunnen noemen, want zoeken naar zin is inherent aan mens zijn, het is een eigenschap van de menselijke ziel. Gelukkig maar, want als we ons leven geen zin geven ervaren we weinig of geen bezieling en ligt depressie op de loer, met de daarmee samenhangende mineurstemming en de daaruit voortvloeiende gevolgen. Door ons leven zin te geven kunnen we onze roeping als mens langzaam maar zeker ontdekken en volgen.

Als we onze zingeving uitsluitend beperken tot ‘een prettig leven leiden’ en ‘het goed hebben’ valt onze ziel in slaap en zijn we alleen nog maar gericht op de materiële wereld en haar astrale
tegenstander, die ons nooit geheel kunnen vervullen. Er blijft een onbevredigd verlangen dat ons voortdrijft naar meer, mooier, beter enzovoort. Iedere keer als we na intensief streven ontvangen wat we wensen blijkt weer: het bezit van de zaak is het einde van het vermaak.

De wetenschap van de natuur in de breedste zin van het woord beperkt zich per definitie tot alles wat met de zintuigen of met verlengstukken daarvan kan worden waargenomen. Volgens de wetenschap van de ziel is de zintuiglijk waarneembare wereld slechts één van de vele dimensies die de mens kan ervaren, en is deze beslist niet de belangrijkste. In de zintuiglijke wereld is alles namelijk voortdurend onderhevig aan opbouw en afbraak, niets is blijvend. De natuurwetenschappen beperken zich tot het leren kennen van steeds veranderende objecten, en zullen daarom nooit tot de essentie van de dingen kunnen doordringen. De wetenschap van de ziel gaat over de levende ervaring van de essentie van inhouden van het bewustzijn.

Het is onjuist te menen dat zintuiglijke waarnemingen de enige vorm van betrouwbare kennis zijn. Wie op een verantwoorde wijze natuurwetenschappelijk onderzoek wil doen, moet eerst een jarenlange training ondergaan. Zo dient iemand die dimensies van het menselijke bewustzijn wil ervaren die uitstijgen boven ruimte en tijd daar ook in te oefenen. En dan blijkt dat innerlijke ervaringen terug te brengen zijn tot universele structuren, vergelijkbaar met formules die natuurwetten beschrijven.

De zon en de aarde

Als we ons mens- en wereldbeeld uitsluitend baseren op wat we zintuiglijk waarnemen, kunnen we ons behoorlijk vergissen. Duizenden jaren dacht de mens dat de zon om de aarde draait omdat dit overeenstemt met de waarneming. De Poolse priester en astronoom Nicolaas Copernicus (1473-1543) bestudeerde ‘s avonds en ‘s nachts de sterrenhemel vanaf een hooggelegen terras bij zijn woning in een vestingmuur bij de kathedraal in het Poolse stadje Frauenberg met zijn blote oog, dus zonder telescoop. Aan de hand van zijn waarnemingen vanaf dat observatorium bewees hij dat de zon niet om de aarde draait, maar dat de aarde om de zon draait.

Copernicus schreef zijn ontdekkingen in een boek, maar wachtte jarenlang met het uitgeven omdat hij wist dat de mensen hem zouden uitlachen om zijn nieuwe ideeën, hem zouden zeggen dat hij niet goed bij zijn verstand was en hem mogelijk zouden vervolgen vanwege zijn ketterse opvatting. Pas 150 jaar na zijn dood erkenden autoriteiten dat Copernicus gelijk had, dat de geocentrische benadering, waarbij de aarde als het middelpunt wordt beschouwd, plaats moest maken voor de heliocentrische benadering, waarin de zon het middelpunt vormt.

In de wetenschap van de ziel is de aarde een symbool voor de persoonlijkheid van de mens en de zon is een symbool voor de ziel. Als je een spirituele weg wilt gaan, dien je niet je persoonlijkheid met haar vele ikken centraal te stellen, de aarde, maar de ziel, gesymboliseerd door de zon. Dan komt er onherroepelijk een omkering in je leven, een overgang van een geocentrisch naar een heliocentrisch uitgangspunt. Daardoor ga je het leven heel anders ervaren en verander je fundamenteel. De geestelijke zon gaat dan heel geleidelijk steeds meer in je en door je stralen.

Als je jezelf identificeert met je stoffelijke lichaam ben je inderdaad een biochemisch robotje in de periferie van het heelal. Als je jezelf daarentegen ervaart als puur bewustzijn waarin allerlei bewustzijnsinhouden komen en gaan, ben je het middelpunt van het universum. Voor het zielebewustzijn is het centrum van het heelal precies de plaats waar je je nu bevindt. Dat is geen geografisch centrum, maar een symbolisch centrum buiten ruimte en tijd, een middelpunt dat overal is.

De wereld van de ziel

Volgens meerdere spirituele tradities is de zintuiglijk waarneembare wereld één van de vele afschaduwingen van een veel grotere, diepere, hogere, stralender en meer werkelijke wereld: de wereld van de ziel. Vanuit die visie kunnen we alles wat zich in onze buitenwereld of in ons bewustzijn manifesteert zien als symbolische weergaven van het domein van de ziel. In het gunstigste geval gaat het om concrete manifestaties die voortvloeien uit het domein dat de Griekse filosoof Plato (427 v. Chr. – 347 v. Chr.) de ideeënwereld noemt en de filosoof Henry Corbin (1903-1978) de imaginale wereld of mundus imaginalis. Het is de goddelijke astrale wereld van de concrete oertypen waarmee we ons kunnen verbinden via bijvoorbeeld mythische verhalen, heilige teksten, universele symbolen en natuurlijk het leven op aarde zelf.

In de wereld waarin we leven kunnen we schoonheid, liefde en vreugde ervaren, maar wanneer we ons richten op het wereldnieuws of af gaan op onze eigen ervaringen, weten we direct dat er ook enorm veel leed, ellende en verschrikkingen zijn. Volgens de wetenschap van de ziel vloeit al die narigheid voort uit de vervuilde astrale sfeer waar de mens wezenseen mee is omdat hij eruit is geboren, erin is opgegroeid en erin ademt.

In de Griekse mythologie wordt de verontreinigde astrale sfeer aangeduid als de onderwereld, de hades. Het christendom kent het begrip hel, dat gedetailleerd is uitgewerkt in bijvoorbeeld het epos ‘De goddelijke komedie’ van Dante Alighieri (1265-1321) en in de schilderijen van Jeroen Bosch (1450-1516). Bij de woorden hel en hemel denken we al gauw aan gebieden, maar misschien is het nauwkeuriger om ze te relateren aan een staat van bewustzijn, van zeer laag, duister en grimmig tot zeer hoog, licht en vreugdevol.

Zowel Dante als Jeroen Bosch tonen ons in hun meesterwerken dat de mens verlost kan worden van het kwaad, dat hij een innerlijke reis kan ondernemen naar het verloren paradijs. En dat is ook de vreugdevolle boodschap die in alle wereldreligies wordt uitgedragen. Zo schrijft de Chinese wijze Lao Zi over leven vanuit Tao. Boeddha spreekt over het ingaan in het nirwana – dat is een zijnstoestand waarvan we ons geen enkele voorstelling kunnen maken – en Jezus spoort zijn volgelingen aan om in te gaan in het koninkrijk van de hemelen, het verloren vaderhuis.

Hoe kon die vervuilde astrale sfeer waarin wij als mensheid gevangen liggen ontstaan? In de bijbel kunnen we lezen over de val van de opstandige engelen (Openbaring 12) en de zondeval van de mens (Genesis 3). Dat zijn natuurlijk mythische verhalen die geliefde thema’s zijn in de schilderkunst, maar dat neemt niet weg dat de diepe waarheden van die mythen heel intens kunnen worden ervaren. De protestantse Duitse schoenmaker Jakob Boehme (1575-1624) heeft er naar aanleiding van persoonlijke mystieke ervaringen veel over geschreven op een visionaire wijze.

Visionaire schoenmaker

In het jaar 1600 had Jakob Boehme een overweldigende mystieke ervaring terwijl hij keek naar enkele tinnen vaten op een stellage. Hij schouwde innerlijk hoe de hemel, de aarde en de mens zijn ontstaan, hoe het kwaad in het universum kwam en hoe het kan worden opgeheven. Later in zijn leven werd hij op vergelijkbare wijze nog enkele keren gegrepen door het geestelijke licht. De visionaire schoenmaker uit Goerlitz vond het uiterst moeilijk om zijn ervaringen en inzichten in woorden weer te geven, maar toch heeft hij een omvangrijk en indrukwekkend oeuvre nagelaten waardoor vele grote denkers zich hebben laten inspireren: maar liefst dertig boeken en meer dan honderd zendbrieven.

Boehme ondervond in zijn leven veel weerstanden, onder andere omdat men zijn leringen als ketters beschouwde. Zelf zag hij die weerstanden als noodzakelijk voor versterking van de
innerlijke mens. In één van zijn werken schrijft hij: ‘De zon is dikwijls voor mij verduisterd, maar ze is altijd weer voor me doorgebroken. Hoe vaker ze onderging des te lichter en laaiender ging ze weer op’.

Als we de ziel zien als een midden, kunnen we niet heen om het symbool zon. De fysieke zon, dat is de kolossale kernfusiecentrale op een afstand van ongeveer 150 miljoen kilometer van de aarde, is een manifestatie van het oertype zon, de geestelijke zon. Uit die oerbron vloeien leven, warmte en licht – aanzichten die binnen het christendom worden aangeduid als de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Het middelpunt is overal

In de astrologie en de astronomie wordt de zon heel treffend weergegeven in het symbool van een cirkel met daarin een middelpunt. Het is een tweedimensionale statische weergave van een meerdimensionaal dynamisch geheel. Vanuit een middelpunt straalt licht in alle richtingen. Het zonnelicht wordt geschonken en de mens mag het ontvangen. Als je leest of hoort dat in oude culturen de zon werd aanbeden en vereerd, dan breng je dat misschien in verband met primitiviteit en afgoderij. Die aspecten heeft het natuurlijk ook gehad, maar veelal lag er wel een diep innerlijk weten aan ten grondslag. Zo is bijvoorbeeld de hymne aan de zon van farao Echnaton te herkennen als een heel zuiver gebed, als een heilige tekst die weliswaar gaat over de fysieke zon, maar waarmee men zich wel kan afstemmen op de geestelijke zon.

De zon is ongeveer 109 keer zo groot in diameter als de aarde en heeft een 300.000 maal zo grote massa. Wanneer je jezelf laat leiden door de stem van de ziel, geef je je over aan de geestelijke zon, een krachtbron die veel groter en machtiger is dan jezelf, en die beter weet wat goed is voor jou en voor het grote geheel dan je zelf ooit kunt bedenken.

De geestelijke zon kun je je voorstellen als een bol waarvan het middelpunt overal en de omtrek nergens is, dus moeilijk te bevatten met je gewone verstand. De geestelijke zon is overal. Ook in jezelf, en deze heeft een brandpunt dat ook ruimtelijk aan te duiden is: je hart, het middelpunt van het menselijke stelsel dat jij nu bewoont, de microkosmos die een afspiegeling is van de macrokosmos.

Het mystieke hart

Het hart is een mysterie. Het klopt ongeveer honderdduizend keer per dag. Dat komt neer op veertig miljoen hartkloppingen per jaar en bijna drie miljard hartkloppingen in een mensenleven van zeventig jaar. Als mens kunnen we ons hart ononderbroken horen. Bij andere organen is dat niet het geval. Het hart heeft zijn eigen ritme dat we niet alleen bij de pols, maar in ons hele lichaam kunnen voelen. Andere organen voelen we alleen maar als er iets niet in orde is in de vorm van lichamelijk ongemak of ziekte. In het menselijke embryo is het hart al gevormd rond de vijfentwintigste dag na de conceptie. Dan begint dat hart al te kloppen.

Het hart is de krachtigste spier van het menselijk lichaam. In tegenstelling tot alle andere spieren veroudert het spierweefsel niet. In een onophoudelijk ritme van spanning en ontspanning doordrenkt het hart de mens een leven lang met energie. Dat ritme verandert als gevolg van bijvoorbeeld angst of andere emoties, fysieke inspanning, meditatie en slaap. Alle cellen in het menselijk lichaam, dat zijn er ongeveer 75 biljoen, baden als het ware in de energie van het hart.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het menselijke hart de sterkste elektrische en magnetische velden in het lichaam opwekt. Het brein wekt ook elektrische en magnetische velden op, maar die zijn veel zwakker dan die van het hart. Het elektrische veld van het hart is ongeveer 100.000 maal sterker dan dat van het brein. En het magnetische veld van het hartcentrum is circa 5.000 maal sterker dan dat van de hersenen. Het menselijke hart veroorzaakt een krachtig veld.

De natuurkunde leert dat wanneer we de elektrische en magnetische velden rondom moleculen veranderen, er atomaire veranderingen optreden die andere processen mogelijk maken. De sleutel tot fundamentele vernieuwing van de mens en van de wereld is gelegen in een nieuwe werkzaamheid van het menselijke hart. Die vernieuwing vindt zijn oorsprong in het opvlammen van de geestvonk nabij het hart, bij de top van de rechter hartkamer om precies te zijn. Zoals de naam al zegt is het een geestelijk beginsel.

Hartchirurgen kunnen dit mystieke hart of heilige hart tijdens operaties niet waarnemen met het blote oog of met microscopen, maar sommige mensen in wie de ziel ontwaakt is, kunnen het ervaren. Het wordt aangeduid met allerlei termen die alleen maar symbolisch kunnen zijn zoals: goddelijke vonk, oeratoom, parel, graankorrel, roos, lelie en juweel in de lotus.

Reiniging

Wanneer een mens ontvankelijk is geworden voor het geestelijk licht, dat overal aanwezig is, kan de geestvonk opvlammen en een reinigingsproces in gang zetten, een zuivering van het hartheiligdom die we symbolisch kunnen herkennen in de mythe van het vijfde werk van Hercules of Herakles. Deze Griekse held krijgt de ogenschijnlijk onmogelijke opdracht om de dikke lagen mest van duizenden runderen uit de stallen van koning Augias in één dag te verwijderen. Toch lukt hem dat. Hoe? Door het stromende water van twee nabijgelegen rivieren eerst door de stallen te leiden en het daarna weer terug te voeren naar de vroegere beddingen. Alle mest wordt dan in een mum van tijd door het stromende water weggespoeld, en zo volbrengt Hercules dit gigantische werk in slechts één dag.

Als een mens het levende water of geestelijke energieën in zijn leven toelaat, wordt zijn hartheiligdom gereinigd en komt hij geleidelijk innerlijk vrij van hartstochten zoals die bijvoorbeeld zijn samengevat in de zeven hoofdzonden: hoogmoed, hebzucht, wellust, afgunst, onmatigheid, woede en luiheid. De basis voor verdere vernieuwing is dan gelegd.

In één van zijn geschriften vergelijkt Jakob Boehme de innerlijke geestelijke transformatie met het binnenstebuiten keren van de mens. In de oorspronkelijke mens bevindt het aardse of stoffelijke aspect zich in de lichtmens Adam. Doordat hij eet van de boom van kennis van goed en kwaad, moet hij het paradijs verlaten en wordt hij als het ware binnenstebuiten gekeerd: het aardse wordt de buitenkant en licht wordt daarin gekerkerd.

Nu gaat het erom dat de mens op basis van de ontwaakte geestvonk in het midden van de microkosmos gaat meewerken aan een proces waarin hij opnieuw in symbolische zin binnenstebuiten wordt gekeerd, waardoor het licht wordt bevrijd en de oorspronkelijke lichtmens weer in volle glorie kan gaan stralen.

 

Hymne aan de zon

Hoe lieflijk verschijnt gij, o levende zon,
in de lichtberg des hemels,
gij die aan het begin van alle dingen staat.
Gij straalt uit de lichtberg in het oosten
en vult de landen der aarde
met uw schoonheid.
Uw stralen omvatten alle landen,
strekken zich uit tot
de grenzen van uw ganse schepping.
Ver weg zijt gij,
en toch is uw straling op aarde aanwezig;
wij aanschouwen u, toch kan niemand
de weg zien waarop gij gaat.
Als gij neerdaalt in de lichtberg in het westen,
ligt de wereld in duisternis, als dood.
De mensen heffen hun armen in aanbidding
wanneer gij verschijnt.
Uw stralen voeden al wat geplant is,
gij schijnt, en voor u leeft en groeit het.
De wereld ligt in uw hand gebed
zoals gij ze hebt geschapen.
In uw schijnsel leven de mensen;
wanneer gij te ruste gaat, sterven zij.
Het leven is in de tijd en de tijd is in u,
in u leven wij en zijn wij.

Echnaton

 

BESTEL ‘MYSTERIËN EN SYMBOLEN VAN DE ZIEL

2 gedachten over “Essay 1

  1. Jes Jespers

    Het perspectief van waaruit je kijkt is bepalend voor wat je waarneemt. Het perspectief van waaruit ik waarneem is deels afwijkend en resulteert dan ook in enkele afwijkende interpretaties en inzichten. In mijn heliocentrisch beeld is de schepping eveneens een uitdrukking van de goddelijkheid.

    Als we ons een mens voorstellen als enkele concentrische cirkels, dan bevind de goddelijkheid zich in het centrum. De cirkel daaromheen stelt de kosmische natuur voor, de cirkel daaromheen de geest en de buitenste cirkel het menselijke lichaam. Van binnen naar buiten worden de schillen steeds dichter en grover. Alleen het fijnere kan in de grovere schillen doordringen, zo kan de natuur wel doordringen in de geest en ons lichaam, maar kan de grovere geest niet doordringen in de natuur van een mens. Zo kunnen onze fysieke genen wel zichtbaar maken of we fysiek een jongen of meisje zijn, maar zal je natuur de geest en het lichaam uiteindelijk wel duidelijk maken wat je echt bent.

    De menselijke geest met zijn denken en voelen heeft als focus het lichaam en wat daaraan gebeurt. Voor de zon in ons is de geest die zijn ware identiteit niet kent als een wolkendek dat belemmert dat zijn licht door ons heen kan stralen. De geest is de Augiasstal die we moeten opruimen en van zijn identificaties ontdoen, de geest is slechts de bekleding van onze ziel, kleding die verborgen houdt wie we echt zijn. Onderzoek van de geest met behulp van de inzichten die we in ontvankelijkheid vanuit de ziel krijgen aangereikt doet ons inzien dat ons diepste wezen waarnemen in heldere tegenwoordigheid is, ZIJN in aandacht dus.

    De geest produceert continu gedachten en in beperkt bewustzijn volgen we de ene gedachte en waarneming na de andere en zijn we geneigd ons te identificeren met de inhoud van het denken. Geest is beweging en toekijken op die beweging remt hem af en doet de beweging uiteindelijk stilvallen. Alles wat je in aandacht doet doe je zonder het mechanische denken van de geest. Zonder waar te blijven nemen waar je je aandacht aan schenkt zal je je de controle over je waarneming doen verliezen, en zal deze korter of langer gevangen kunnen raken. Je bent dan geboeid door b.v. een film of door een gedachte, verlangen of angst waar je dan maar weer eens van los moet zien te komen.

    De geest met zijn denken en voelen is in feite de boom van kennis van goed en kwaad waarvan Jacob Boehme zegt: Doordat hij eet van de boom van kennis van goed en kwaad, moet hij het paradijs verlaten en wordt hij als het ware binnenstebuiten gekeerd: het aardse wordt de buitenkant en licht wordt daarin gekerkerd. Christus houdt ons voor `Zalig zijn de armen van geest want zij zullen het Koninkrijk der hemelen beërven´. Meister Eckhart schrijft: `God lijkt nog het meest op de Stilte in ons´, en ook: `Een bewust mens is hij die in stilte verblijft´. Arm van geest worden is dus de boodschap!

    Reageren
  2. Katja de Vries- Steenhof

    Wat een ondersteunende lezing.Zo lang het Licht niet meer kunnen waarnemen,en nu steeds vaker de duisternis verdrijven door het stralende Licht. Dank voor deze prachtige lezing.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *