Zeven symposia over grote wijsheidstromingen: gnosis, hindoeïsme, boeddhisme, taoïsme, kabbalah, soefisme en universele spiritualiteit

1. Gnosis in de oudheid, licht op Nag Hammadi – De dans van het Al

Het symposion ‘Gnosis in de oudheid. Licht op Nag Hammadi nu’ is het eerste symposion in een reekssymposia die in een cyclus van zeven jaar ‘de grote wijsheidsstromingen, hun bronnen en hun actuele betekenis in het licht van een veranderende kosmos centraal zullen stellen. Tijdens deze bijzondere dag zijn professor Roelof van den Broek en kunsthistoricus Peter Huijs diep ingegaan op de essentie en de deels mythische uitdrukkingsvormen van de christelijk-hermetische gnosis.

Professor Van den Broek maakte met wat leek kinderlijk gemak, maar stoelend op een indrukwekkende kennis van de antieke en vroeg-christelijke gnostische teksten, duidelijk dat deze teksten geschreven zijn om de spiritualiteit van de lezer te voeden of om hem in zijn religieuze overtuiging te sterken. Ze moeten dus op een spirituele manier gelezen worden, maar om hun religieuze boodschap zo goed als ons nog mogelijk is te verstaan, moeten we wel weten wat ze in de taal van hun tijd bedoelden te zeggen.

Zowel de historische als de literair-kritische lezing waarvan hij voorbeelden geeft in zijn boek, dat tijdens dit symposion het licht zag, zijn dus nodig om überhaupt tot een spirituele lezing te kunnen komen. Peter Huijs ging in op ‘De dans van Jezus en zijn leerlingen’, een tekst uit de Handelingen van Johannes, die hij voorstelde als een metafoor voor de ontwikkeling van de spiritueel zoekende mens.

De mensen die deel hadden aan deze ceremonie ondergingen de lofzang en de dans als een lyrische beleving van de mens als kleine wereld. Zij lieten zich meevoeren in de nieuwe impuls van de Verlosser, die deze microkosmos geheel herschept naar het patroon, neergelegd in ‘De dans van het al’. Symposionreeks 24

2. Brahma, Vishnu en Shiva – De herschepping van de mens

‘Er was noch zijn noch niet-zijn in die stond, Er was geen luchtruim en geen hemel boven. Wat roerde zich? En waar? Onder wiens opzicht? Bestond er water en het afgrondelijk diep? Er was geen dood en geen onsterfelijkheid. Er was geen wisseling van dag en nacht. Slechts ademde ademloos daar door zichzelf het ene, en daarbuiten was niets anders.’ Rig Veda

De bundel ‘Brahma-Vishnoe–Shiva. De herschepping van de mens’ bevat de inhoud van het tweede van de zeven Renova-symposia, waarin ‘de grote wijsheidsstromingen’ centraal staan. De teksten richten zich op de wijsheid van India, op de bakermat van het oeroude Vedische weten van geest, ziel en lichaam, of van atman, boeddhi en manas.

India is in alles doordrenkt van het lied van de schepper, of dit nu als Brahma, Vishnoe, Shiva of als Boeddha wordt benaderd en weergegeven. De ‘De Bhagavad Gita’ – het lied des heren – is een van mooiste uitdrukkingen ervan, zoals de voordracht van prof. dr. Joanna Sachse aantoont. In dit gedeelte van de Mahabharata onderzoeken Arjoena, mens van deze wereld, en Krishna, de onsterfelijke, in een zeer diepzinnige samenspraak de ware uitgangspunten van het bestaan. Symposionreeks 26

3. Alle verandering komt tot rust in Boeddha, de geest van het universum

‘Uit onwetendheid ontstaat onderscheiding,
uit onderscheiding bewustzijn (ik-bewustzijn),
uit bewustzijn naam-en-vorm,
uit naam-en-vorm de zes verbindingen (vereenzelviging),
uit de zes verbindingen aanraking,
uit aanraking aandoeningen (gehechtheid),
uit aandoening dorst (begeerte),
uit dorst hechten,
uit hechten worden,
uit worden geboorte,
uit geboorte ouderdom en dood, smart, klagen, leed, bekommernis en vertwijfeling.

Hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik beloof ze alle te bevrijden.
Hoe peilloos de oorzaak van lijden ook is, ik beloof die steeds weer opnieuw geheel en al op te heffen.’ (Boeddha)

Op zaterdag 2 juni 2012 werd op het conferentieoord Renova te Bilthoven het derde symposion in een reeks van zeven gehouden over de bronnen van de grote wijsheidsstromingen en hun actuele betekenis in de sterk veranderende samenleving. In deze bundel vindt de lezer de teksten die daarbij uitgesproken werden.
I Boeddha, geest van het universum
II Dharma, Dharma, de bevrijdende leer van de wijsheid voorbij alle wijsheid
III Sangha, De drie juwelen van het Pad
Symposionreeks 28

4. De wijsheid van het grondeloze Tao – leven wat niet gezegd kan worden

Het taoïsme is niet alleen voor ons westerlingen wonderlijk, vreemd en intrigerend. Het onttrekt zich in feite aan ieders begripsvermogen. En toch… velen worden juist getroffen door die totaal andere benadering, die men vroeger afdeed als Oosters, maar waarvan nu wel duidelijk is dat die ieder godsbeeld in duigen doet vallen.

Op Tao staat geen maat, het is mateloos.
Op Tao staat geen grens, het is grenzeloos.
Op Tao past geen woord, het is woordeloos.

Het is niet in geld of goed uit te drukken: Tao is waardeloos – en daarom geeft het alles zijn eigen waarde. Lao Zi houdt ons voor: Als wij het Tao van de oudheid, waaruit alles ontsprong, doorgronden, kunnen we over het bestaan van het heden regeren. Wie het begin kent van het
oorspronkelijke, heeft de draad van Tao in handen.

Op het symposion De wijsheid van het grondeloze Tao was dat het cruciale punt, waarop de sprekers en meer dan 400 deelnemers in hun zoektocht naar Het in gezamenlijkheid uitkwamen. De voordrachten van die dag vindt de lezer in deze bundel bijeengebracht.

Het vierde symposion over de grote wijsheidsstromingen, georganiseerd door Stichting Rozenkruis in samenwerking met het Lectorium Rosicrucianum, ging in op de wijsheid van Lao Zi, de Tao Teh Jing, de Nei Ye en de Chinese alchemie. Dianne Sommers, Dan K.J. Vercammen, Elly Nooyen en Frans Baggen gaven uitdrukking aan wat hen in deze onvolprezen geschriften uit het Oosten fascineert en hoe deze de mens tot praktisch handelen aanzetten. Symposionreeks 30

5. Kabbalah – wegwijzer tussen aarde en hemel

Kabbalah is een universele handreiking tot ‘bewustzijn’ en bevrijding uit de beperking, volgens de joodse traditie. Ieder kan, onafhankelijk van zijn of haar geloof, deze wijsheid bestuderen, dieper begrip verkrijgen voor het eigen bestaan en kan zo, gaandeweg, de samenhang van God, kosmos en mens verder doorgronden. Wie zich aangetrokken voelt tot de kabbalah, ontdekt een mystieke samenhang van een heel eigen signatuur, met talrijke goed bewaakte ‘poorten’ – sefirot – die niet eenvoudig zijn te ontsluiten.

Ervaren begeleiders die de weg duiden zijn bij dat proces onontbeerlijk. Zij geven een meer dan duizendjarige traditie door en helpen de tien sefirot te openen om zo, voor mens en schepping, de verbinding tussen aarde en hemel te herstellen en het gevallen rijk, de microkosmos, weer op te richten.

Volgens de wijsheid van de joodse mysterieleer en de kabbalah is de ziel onbegrensd, maar één niveau van de ziel zit tijdelijk opgesloten in een lichaam. De ziel is Licht van God, eeuwig van hem uitgaand. Zoals een vuurtorenlicht over het strand strijkt, schijnt de eeuwige ziel ‘tijdelijk’ in of op een lichaam. En alle ervaringen die zij daarin doormaakt hebben verdieping, loutering en groter spiritueel bewustzijn ten doel. In de klassieke kabbalah worden we onderwezen over vier werelden.

De eerste wereld is de emanatie, waarin het al van God uitgaat, Atziloet;de tweede is de wereld van de schepping, van het denken, waar de ideeën zich bevinden, Briah; de derde wereld is de wereld van vorming, van de emoties ook, Yetzirah; en de vierde wereld is de wereld van de handeling: Assiah.

En er is een eeuwige voortgang te onderkennen: Licht gaat uit van God, vanuit de eerste wereld, geheel abstract, puur als zuivere intuïtie. De tweede wereld is die van de ideeën, de schepping. De derde wereld is de wereld van formatie. De vierde wereld is de wereld van de actualisatie, de stoffelijke wereld. Hierin werken we mee aan het vervolmaken van het geheel. Al deze werelden kunnen zich in de mens weerspiegelen, reden waarom ook deze mysterieleer spreekt van een microkosmos.

Er is een wisselwerking tussen de wereld van Assiah en de andere werelden. Bij al zijn goede handelingen steunen de krachten en wezens uit de hogere werelden ons, ‘bewonen onze ziel’, bij alle verkeerde handelingen zullen negatieve krachten zich hechten aan de ziel. In beide gevallen beïnvloeden deze daden de andere drie werelden. Kabbalah is een universele handreiking. Men kan, onafhankelijk van zijn of haar geloof, deze wijsheid bestuderen en zo begrip krijgen voor het eigen bestaan en de samenhang van God, kosmos en mens leren doorgronden. Symposionreeks 32

6. Soefi-meesters van de Liefde – Perzische bevrijdingslyriek voor het hart

Het symposion boek ‘Soefi-meesters van de Liefde – Rumi en Hafez, Perzische bevrijdingslyriek voor het hart’ is verschenen. Het is een prachtig boekje geworden waarin de teksten van het voorjaarssymposion 2015 met verve de stelling verdedigen dat Perzische poëzie zo’n kracht heeft, omdat het in essentie draait om de liefde. En dan vooral de liefde als symbool voor de relatie tussen de mens en het goddelijke.

Wat is er toch zo bijzonder aan de subtiele Perzische lyriek? Is het doordat die de zoektocht van de ziel naar haar geliefde beschrijft, dat het ons als moderne mensen nog steeds raakt? Een innerlijk aantrekken dat wij herkennen? In een periode dat ónze voorouders elkaar nog met rieken en dorsvlegels te lijf gingen, kende het vroegere Perzië een cultuur waarvan de muziek, de poëzie, een lucide denken en een intieme wijsheid zich verspreidden in een werelddeel dat liep van China in het oosten tot het Europese Albanië in het westen.

Het is bijzonder dat de uitdrukkingsvorm van die wijsheid tegelijk persoonlijk en onpersoonlijk is. Persoonlijk omdat ze het innigste levensgevoel uitdrukt van iemand die ‘bedwelmd, dronken’ is van vervoering, die oververzadigd is van de wijn van de geestelijke liefde en die bovendien van deze dronk alleen maar meer dorst krijgt. Persoonlijk ook, omdat die mens toch zijn persoonlijke talent inzet om dit onuitsprekelijke gebeuren onder woorden te brengen.

Zij is ónpersoonlijk in zoverre zij ervaringen omschrijft die iedere waarachtig strevende mens in zich zelf kan ondergaan. Ervaringen waar zijn hart naar uitgaat, en die hij steeds opnieuw wil ondergaan – omdat het de sterfelijke mens nu eenmaal niet gegeven is, onafgebroken en alleen maar in de nabijheid van de Ene te verkeren.

Tijdens dit symposion weerklonken veel voorbeelden van de soefi-lyriek in woord, beeld en muziek: verhalen en muziek over Layla en Madjnoen, over Rumi, Shamsoeddin van Tabriz, Mirabai, maar ook over Krishna en Jezus. De beelden van de vol heimwee zingende rietfluit uit de eerste regels van Rumi’s Masnavi, de tortelduif die treurt om haar verloren maatje, de mot die om de kaarsvlam cirkelt, de sneeuw die in de woestijn smelt om als damp terug te keren naar de wolken, of de nachtegaal die smacht naar de roos, waarop zij verliefd is – het zijn de metaforen van het Nabije Oosten voor de ziel in ballingschap, die hunkert naar haar eigen dimensie.

Tijdgebrek was de oorzaak dat de afsluitende voordracht over Mahmoed Shabistari’s Rozentuin van de Mysteriën niet in zijn geheel kon worden uitgesproken. Deze is in de bundel volledig opgenomen. Symposionreeks 34

7. Het hart dat weet, over de Universele gnosis – de religie van het denken in de 21ste eeuw

‘In de grond van de ziel woont een kracht die tijd noch vlees beroert; zij ontspringt aan de geest, verblijft in de geest en is geheel en al geestelijk. In deze kracht groeit en bloeit allerwegen God. Daar is een zo heerlijke vrijheid en vreugde, dat het niet in woorden uit de drukken is.’ (Meister Eckhart)

Onze eenentwintigste eeuw en de mensheid die deze eeuw bevolkt, is rijper dan ooit tevoren voor een boodschap van hoop, liefde en zelfverwerkelijking. Het zevende symposion van de serie ‘Wijsheidsstromingen’ – (Universele Gnosis), hier gepubliceerd onder de titel ‘Het hart dat weet’, draagt deze universele boodschap opnieuw luid uit, in de hoop dat zij in vele harten en hoofden zal resoneren en op die manier tot nieuwe inzichten en daden zal leiden.

Gnosis betekent eenvoudigweg ‘weten’, maar dan van binnen, innerlijk. Waarlijk denkende, wetende harten vormen de transformator, die universele Gnosis – dat is: weten, verantwoording nemen en liefde – uitdraagt tot een mensheid die zich vol verbijstering afvraagt wat er met de wereld aan de hand is. Bijdragen van: André van der Braak, Timothy Freke, Hannie te Grotenhuis, Peter Huijs, Amr Smit en Jaap Sijmons. Symposionreeks 39

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *