25 december: datum van het geboortefeest van de Perzische god Mithras, in vierde eeuw overgenomen door christenen

Zarathoestra zou volgens overleveringen om zijn leer zijn vermoord, andere bronnen melden dat hij vluchtte naar de hem welgezinde koning Vishtaspa. Na Zarathoestra’s dood worden in het zoroastrisme elementen van het oude Iraanse volksgeloof opgenomen en vindt bovendien vermenging plaats met het zervanisme, een oudere Iraanse religie.

Zo krijgt de inheemse god Mithras, een van de helpers van Ahura Mazda, vanaf ongeveer 400 v. Chr. een overheersende plaats als krijgsgod en beschermer van het koningshuis. Hij groeit uit tot heer over de gebieden van de hemel tot onderwereld en een middelaar tussen gidsen en mensen. In weer een latere fase wordt hij vereenzelvigd met de zonnegod.

In de eerste eeuw voor Christus begint een steeds snellere verspreiding van de Mithrasdienst in het Romeinse rijk. Aanvankelijk is er wat tegenstand van de autoriteiten, maar die verdwijnt en aan het einde van de derde eeuw na Christus wordt Mithras zelfs de officiële beschermer van het Romeinse Rijk. Met de plotselinge dood van Julianus Apostata (‘de afvallige’, vierde eeuw) begint ook het verval van de Mithras-dienst.

De eredienst van Mithras vindt aanvankelijk plaats in spelonken en natuurlijke grotten, later in tempels die als het ware een nabootsing van onderaardse grotten zijn. Aan weerszijden van de ruimte zijn er banken, Soms zijn er zeven treden naar het altaar dat opgesierd word met een beeld van de godheid. In tempels vinden ook offerrituelen (van kleinvee) plaats.

De wanden zijn veelal opgesierd met taferelen uit de Mithras-mythe. De godheid zou geboren zijn uit een rots, aanbeden door herders. Van de zonnegod ontvangt hij een raaf als boodschapper. De zonnegod zet hem ook aan om het gevecht met de (hemel)stier aan te gaan.

Mithras vecht met tegenzin met de stier en doodt hem. Uit zijn kop rijzen vruchtbare gewassen en dieren op. Voorts strijdt Mithras tegen boze machten die de aarde teisteren door droogte en vuur. Na een gastmaal met de zonnegod wordt Mithras tenslotte in diens wagen naar de goden gevoerd. Toch zal hij, volgens de mythe nog een keer naar de aarde afdalen. Hij zal een stier slachten en daarmee de overledenen opwekken, alvorens een gericht te ouden over slechten en goeden.

Ingewijden in de mysteriën van Mithras kennen een hoogstaande ethiek. Ze noemen elkaar, evenals de vroege christenen, broeders (en zusters). Maar er zijn nog andere treffende overeenkomsten met het concurrerende christendom. De Mithras-dienst is een verlossingsreligie, kent een middelaar, belijdt de wederkomst van een verlosser, gelooft in de opstanding van de doden en in een laatste gericht over goeden en kwaden.

Ook kent de mithrasreligie een vergeving van zonden door de doop, een heilige maaltijd, de zondagsviering en een geboortefeest op 25 december. Deze datum zou in de vierde eeuw tot een christelijke feestdag (Kerstmis) zijn gemaakt.

In (nagespeelde) mysteriën zijn er zeven inwijdingsgraden: Corax (of: kraai); Nymphus – bruidegom; Miles – soldaat, Leo – leeuw, Perses – Pers, Heliodromus -zonnebode en Pater – vader. Voor iedere opname gelden onthoudingen en rituele reinigingen. Tevens zijn er vuur- en waterproeven en is er een afdaling van de geblinddoekte naakte myste.

De kerkvader Origenes schrijft over een ladder met zeven poorten met daarbovenop een achtste poort . De ziel gaat door de hemelsferen van de zeven planeten die ook aangeduid worden met metalen: de eerste poort staat voor het trage lood, symbool van de langzaam voortschrijdende Chronos (Saturnus) , de tweede voor tin en Aphrodite (Venus), de derde voor brons en Zeus (Jupiter), de vierde voor ijzer en Hermes (Mercurius), de vijfde voor allooi (gemend metaal) en Ares (Mars), de zesde voor zilver en de Maan (godin), en de zevende voor goud en de Zon(negod).

Zo ontdoet de myste zich van de invloeden van de planeten, zoals we dat ook tegenkomen in het Corpus Hermeticum.

De Griekse filosoof Porfyrius schrijft dat de spelonk (de grot of de nabootsing daarvan) twee toegangen kent: de Kreeft-ingang waar de zielen afdalen, en de Steenbok-uitgang waarlangs ze omhoog stijgen.

Volgens Porphirius waren de oorspronkelijke Mithras-magiërs in drie kasten verdeeld: De eerste en meest geschoolde van de drie onthouden zich van het eten en doden van iets dat een ziel heeft; de tweede … eten vlees maar doden geen tamme schepselen; de derde eten weliswaar huisdieren, maar gebruiken daarvoor niet alle dieren, zoals het gewone volk dat doet.

Kerkvader Tertullianus schrijft in zijn christelijke ijver met enige weerzin: Ook doopt hij (de duivel in de persoon van Mithra) bepaalde mensen, natuurlijk zijn eigen gelovigen en getrouwen (ingewijden); hij belooft vergeving van zonden ten gevolge van het doopbad …en brengt een teken op het voorhoofd aan. Daarna vindt er een plechtigheid plaats met brood en vindt er een voorstelling van de opstanding plaats.

Justinus Marty meldt dat er na de wijding een heilige maaltijd gehouden werd met brood en wijn. De neoplatonist Porphirius laat ruimte voor de inwijding van vrouwen. Vermaseren denkt dat dit een misvatting is en dat de mysteriën alleen open stonden voor mannen.

In de vele mithraea, verspreid over het hele Romeinse Rijk, zijn beelden teruggevonden van de grenzeloze tijd (Chronos). Staande op een wereldbol in mensengestalte met vleugels en leeuwenkop omwikkeld (zeven windsels) door een slang, houdt hij een staf in de ene hand en een sleutel van de hemelpoort in de andere hand.

Soms, zoals in Ostia (nu in het Vaticaans museum), bevinden zich naast hem syncretistische afbeeldingen van de staf van Hermes, de haan van Asclepius en de pijnappel van Attis. Aion gaat, volgens de Engelse classicus Mead, goden en mensen te boven:

Het is dat Ene, Steeds-Levende, de heer van Licht en Leven …Hij die leven geeft aan Zichzelf en die bron en einddoel is van alle levens.

Bron: Westerse esoterie en oosterse wijsheid van Jacob Slavenburg en John van Schaik.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *