Bouwen aan de tempel van de menselijke gelukzaligheid – Karl von Eckartshausen, Mysteriën der ware religie

BESTEL MYSTERIËN DER WARE RELIGIE

Het ware doel van de werkers die aan de ware tempel der menselijke gelukzaligheid bouwen is drievoudig, namelijk: de mensen fysiek, moreel en geestelijk-redelijk gelukkig te maken.

Het is dus noodzakelijk dat de wijsheidsschool – die de mensen in deze grootste conceptie onderricht geeft – hun de middelen leert kennen om dit grote drievoudige doel te bereiken. De kennis hiervan is het mysterie van alle hiërogliefen of heilige tekenen, die alleen ten doel hebben ons verstand tot het het kennen van dit hoogste medium te brengen. De leer van de ware wijsheidschool is dus de leer om de fysieke, morele en geestelijke wereld te verbinden, opdat er door deze verbinding algemene gelukzaligheid kan ontstaan, eerst bij enkelen, vervolgens bij meerderen en tenslotte bij allen. 

Deze algemene gelukzaligheid moet een werkelijke en geen ingebeelde, hersenschimmige gelukzaligheid zijn. Zij dient dus voort te komen uit de totale vernietiging van alle oorzaken die de mens fysiek, moreel en geestelijk ongelukkig maken. Fysiek ongelukkig wordt men door armoede, ziekte en dood. Moreel ongelukkig wordt hij door hartstochten, zonde en misdaad, geestelijk ongelukkig door dwaling, vooroordelen en waan. 

De middelen die tot de algemene gelukzaligheid leiden dienen dus in staat te zijn armoede, ziekte en dood uit de fysieke wereld te verbannen, hartstochten, zonde en misdaad uit de morele wereld, en dwaling, vooroordelen en waan uit de verstandswereld. In één woord: zij moeten bestaan uit een geneesmiddel tegen alle fysieke, morele en geestelijke tekortkomingen.

De grondwet van alle wijsheidsscholen was dus te allen tijde dat alle menselijke krachten moesten streven naar:

  1. het herkennen van het doel van ons bestaan en van de dingen die ons omringen;
  2. het herkennen van het middel dat ons helpt het doel van ons bestaan te bereiken;
  3. het getrouwelijk toepassen van de herkende middelen teneinde het hoogste doel te bereiken. 

Wijsheid houdt dus in:

  1. juiste kennis van doel en middel,
  2. getrouwe toepassing van middelen voor het hoogste doel.

De mens is een denkend wezen, tot rede in staat. Hij is echter ook een zintuiglijk wezen. Door zijn lichamelijk en zintuiglijk wezen grenst hij aan het dier; door zijn verstandelijk en geestelijk wezen aan hogere krachten. Omdat de mens dus een samengesteld wezen is, in staat tot rede en tot zintuiglijkheid, moet zijn existentie noodzakelijkerwijs ook tweevoudige doeleinden hebben, te weten fysiek zintuiglijke en geestelijk redelijke.

De doeleinden van de zintuiglijk reine natuur zijn het behoud en de trapsgewijze vervolmaking van zijn fysieke natuur. De doeleinden van zijn geestelijke natuur zijn het behoud en de trapsgewijze vervolmaking van de fysieke natuur ons tot de hoogst mogelijke gelukzaligheid van de zintuiglijke wezens zal leiden, en dat de hoogst mogelijke vervolmaking van de geestelijke en redelijke natuur ons zal leiden tot de hoogste gelukzaligheid van met geest en rede begiftigde wezens. 

De kennis van dit grote doel der mensheid, namelijk de vervolmaking van haar fysieke en geestelijke natuur, vormde altijd de kennis van de ware wijsheidsschool en haar praktische arbeid beoogde het echte middel te hervinden, waarmee dit grote doel van God en natuur bereikt zou worden en de mensheid tot haar hoogste volmaaktheid en voleindiging zou worden gevoerd. 

Bron: Mysteriën der ware religie, Karl von Eckartshausen

LEES MEER OVER DE GETOONDE BOEKEN VAN KARL VON ECKARTSHAUSEN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *