De pelgrimstocht van Dante, inspiratie-avond in Amsterdam op dinsdag 16 april 2019

INSPIRATIE-AVOND IN AMSTERDAM

  • Titel: De pelgrimstocht van Dante – het lied van de ziel
  • Datum: dinsdag 16 april 2019
  • Tijd: 20.00 – 21.30 uur (inloop vanaf 19.30 uur)
  • Spreker: Frans Versteeg
  • Locatie: Het huis met de hoofden, Ambassade van de vrije geest
  • Adres: Keizersgracht 123, Amsterdam
  • Toegang: gratis / vrijwillige bijdrage
  • Aanbevolen boek: De grote levensspiraal – Dantes spirituele boodschap door Martin Zirchner

Over de Divina Commedia zijn al talloze boeken geschreven. Vaak gaat het dan over de literaire of de symbolische betekenis van het verhaal. Martin Zirchner beschrijft de klassieker van Dante als een spirituele zoektocht. De zoektocht van Dante komt zo op een heel andere manier tot ons als in andere uitgaven. Hier is de zoektocht direct, spiritueel, gericht op ons binnenste, en het laat ons zien wat de Louteringsberg echt betekent. 

BESTEL DE GROTE LEVENSSPIRAAL VAN MARTIN ZIRCHNER

Dantes bijdrage tot de wereldliteratuur is als een onuitputtelijke bron die ons inzicht in de mysteriën van leven en bestaan steeds meer verdiept en verrijkt. In zijn Divina Commedia worden tijdgebonden en historische gebeurtenissen vermengd met tijdloze, eeuwige waarheden. Door dat laatste aspect heeft zich in de loop der eeuwen een ruime en gevarieerde Dante-kennis kunnen ontwikkelen. Wie de Divina Commedia onderzoekt, kan een grote verrijking ervaren die zijn hele innerlijk aangrijpt en verandert. Dantes dichtwerk heeft gedurende de afgelopen zes eeuwen veel grote kunstenaars geïnspireerd tot opmerkelijke illustraties.

EEN GEDEELTE UIT DE GROTE LEVENSSPIRAAL VAN MARTIN ZIRCHNER

Faust en de goddelijke komedie als spirituele bronnen 

Twee geweldige getuigenissen heeft de Europese mens als erfgoed ontvangen, twee getuigenissen die zijn diepste bestemming aangaan: de Faust en de Divina Commedia. Deze dichtwerken vertonen een diepgaande overeenkomst. Ze handelen beide over de mens in zijn streven, zijn val, zijn ronddolen, zijn zoeken en tenslotte zijn loutering. En dat terwijl er tussen de totstandkoming van beide werken niet minder dan een half millennium ligt. Bij het ontstaan van de Divina Commedia rond 1300 in het Italië van de opkomende burgerij, waren de drie grote stromingen van Reformatie, Renaissance en Verlichting nog niet op gang gekomen. Maar in Goethes Faust, dat rond 1800 ontstond, is hun invloed – samen met die van Dantes oeuvre – onmiskenbaar. 

Ondanks deze verschillen bespeurt men in beide werken een identiek tijdloos streven. Overigens moet vermeld worden dat Goethe in 1826 een vrij grote verhandeling over de Divina Commedia en Dantes intentie heeft geschreven. 

Goethe en Dante kozen verschillende wegen om tot hetzelfde doel te komen. Goethe laat ons lijfelijk opgaan in de figuur van Faust om in diens dadenstorm een mensenleven méé te doorleven. Tot deze tenslotte door innerlijk streven tot rust komt en zich aan het eind van zijn leven laat doorlouteren. Alles is en blijft bij Goethe gesitueerd in het hier en nu van de levenswerkelijkheid. De ervaringsweg naar een hoger bewustzijn – de inwijding – begint bij hem van onder af door het leven zelf.

Dante koos echter een heel andere sleutel om ons innerlijk te bereiken. Hij plaatst het gebeuren achter een sluier, een gordijn – ons gewone, verduisterde bewustzijn. Door dit gordijn voor ons weg te halen laat hij ons vanaf een afstand – door een rijkdom aan beelden – deelhebben aan zijn visie. Op zijn pelgrimsreis door de verschillende sferen in het generzijdse ontmoet hij vele van zijn tijdgenoten die door eigen schuld aan bepaalde omstandigheden gebonden blijven. Zelf laat hij zich samen met zijn gids Vergilius het bestaande verband tussen oorzaak en gevolg verklaren. Dat maakt hem tot een boodschapper die een innerlijke wetmatigheid beschrijft die voor iedere mens geldt. Zo wil hij duidelijk maken wat het betekent, wanneer men in het leven steeds geestelijke wetten overtreedt. De gevolgen daarvan worden plastisch uitgebeeld in het Inferno, dat onze aandacht het eerst zal opeisen. Inferno betekent een bewuste ‘nederdaling ter Helle’ die op de aangegeven inwijdingsweg niet kan worden overgeslagen. Alleen zo zal men – met Dante – de kracht hebben om de Louteringsberg te bestijgen. Op basis van een hogere wetmatigheid zal men zich daar procesmatig kunnen bevrijden. Richel voor richel zal men hebben te gaan tot de poort van het Paradiso wordt bereikt. 

Met zijn Divina Commedia legt Dante het eeuwige plan bloot, zoals dat voor ieder mens is weggelegd. Goethe daarentegen laat zien hoe dat plan in de mens zelf gestalte moet aannemen door handeling. 

Beide dichtwerken gaan ervan uit dat het bewustzijn van de mens sinds de zondeval een verandering heeft ondergaan. Daardoor is het verstand eenzijdig ontwikkeld en kan het de werkelijkheid van het menselijke leven niet meer ten volle bevatten. Als een doffe spiegel moet het bewustzijn uiterst moeizaam worden geslepen door ervaring en onderricht, om uiteindelijk het betreden van het Louteringspad mogelijk te maken. Een tot dan toe ongekende wilsomwending is daarvoor – volgens Dante – nodig. Iets dat niet zonder schokken en vele, vele smartelijke ervaringen zal gaan, wil de begoocheling wijken voor de ontluikende waarheid. Voor Faust is het hele leven één onafgebroken Purgatorio op allerlei niveaus. Faust gaat de weg van de wilsmagie die door het leven in de juiste banen moet worden geleid. Pas dan zal er evenwicht ontstaan in de ziel en zal het absolute inzicht oplichten. In de Divina Commedia heeft dat inzicht reeds vanaf het begin de leiding over Dante. 

Komedie en tragedie in de Oudheid 

Het is bekend dat de theaterstukken in de Oudheid in de eerste plaats religieuze inwijdingsspelen waren. Doel ervan was de toeschouwer diep in de ziel te raken en te zuiveren. Of een stuk als tragedie of als komedie kon worden bestempeld, hing af van het goede (komedie) of het tragische (tragedie) verloop van de handeling. Heden ten dage heeft in de theaterwereld de term komedie (blijspel) een heel andere betekenis gekregen. In aansluiting op de antieke zienswijze gaf Dante zijn dichtwerk de naam ‘Divina Commedia’ omdat het eindigt in het Paradiso en als zodanig als een blijspel te beschouwen is. 

Vooruitblik op het verloop van de Divina Commedia 

Om in het Paradiso aan te komen moet Dante eerst ongedeerd door het Inferno zien te komen en gelouterd worden in het Purgatorio. Als plaatsvervanger voor de hele slapende mensheid moet hij daar bewust achter de sluiers van het bestaan leren zien, met alle consequenties van dien. Lang voordat hij eindelijk de eeuwige hemelsferen zal mogen betreden, moet hij de verschrikkingen van de Hades leren kennen, het trechtervormig Hellerijk. 

Waar gij zult horen de wanhopige kreten, zult zien de geesten van vroeger in hun lijden, zodat ieder roept om een tweede dood.
[INF. 1, 115-117]

Op de Louteringsberg wordt hij vervolgens voorbereid met de woorden: 

En daarna zult ge hen zien die tevreden zijn in het vuur, omdat zij hopen te komen, wanneer het ook zij, tot de schare der zaligen. [INF. 1,118 -120]

Met dat doel moet de mens zich innerlijk geheel op de sferen-harmonie afstemmen. Tot dit punt kan zijn gids Vergilius hem begeleiden. Dan zal een andere leiding zich moeten aandienen om Dante door het Paradiso verder te voeren: Beatrice. 

Dan, wanneer gij zult wensen tot die op te stijgen, dan zal er een ziel zijn, daartoe waardiger dan ik; haar zal ik u laten als ik vertrek.
[INF. 1, 121-123]

Vergilius geeft aan dat hij zelf niet in staat is om in alle op – zichten aan de hoogste wet te voldoen: 

Want die Imperator, die daarboven regeert, wil niet, daar ik opstandig was tegen zijn wet, dat door mij zijn stad wordt betreden.
[INF. 1, 124-126] 

Vervolgens spreekt hij over diens almacht. De wet geldt en werkt overal. Maar de sferenharmonie is niet overal aanwezig! 

Overal regeert hij, en hier is zijn koninkrijk, hier is zijn stad en zijn hoge troon;
o zalig de mens die hij daartoe uitverkiest! [INF.1,127-129] 

Met deze paar versregels wordt de aanstaande pelgrim het gehele verheven programma voor ogen gesteld. Wanneer hij op zijn afgelopen leven terugkijkt, bespeurt hij de invloed van de opdracht, de almacht van de hogere sferen, de vreugde maar ook zijn eigen onvermogen. 

Bron: De grote levensspiraal door Martin Zirchner

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *