De betrokkenheid van Johfra en Diana Vandenberg bij de overdracht van de kathaarse gnosis via Antonin Gadal

BESTEL PLAATSEN WAAR DE GEEST WAAIT

BELUISTER HET RADIO-INTERVIEW MET MIRJAM DUIVENVOORDEN EN PETER HUIJS

De rol die kunstschilders Johfra en Diana Vandenberg (op de bovenstaande foto zittend links) hebben gespeeld bij de overdracht van de kathaarse gnosis aan de Internationale School van het Gouden Rozenkruis is te lezen in de recent uitgekomen biografie over Antoine Gadal met de titel Plaatsen waar de geest waait – De Sabartez als spiegel van de mensheid. Hieronder volgen gedeelten uit dit boek met op het omslag het schilderij ‘Gezicht op het Ariègedal vanuit Klein Lombrives’ uit 1957 van Diana Vandenberg. De foto’s zijn afkomstig uit het boek. 

BESTEL PLAATSEN WAAR DE GEEST WAAIT

p. 238 – 239

In het voorjaar van 1955 begint Gadal met financiële steun vanuit ‘Holland’ onderhandelingen om eens tuk grond te kopen voor de bouw van een conferentieoord in Ussat. Bij het geprojecteerde conferentiecentrum dat kon worden geopend op 11 oktober 1958 verrees een apart gebouw van bescheiden omvang, om dienst te doen als museum, en als centrum van de Spéleo-Club du Haut Sabarthez. Hier zou een grote hoeveelheid artefacten en vondsten die zij tijdens hun speleologische onderzoekingen in de grotten vonden, en al hadden gevonden, tentoongesteld kunnen worden en kon Gadal kantoor houden.

In diezelfde periode vragen Jan Leene (burgerlijke naam van J. van Rijckenborgh) en Hennie Stok-Huizer (burgerlijke naam van Catharose de Petri) aan de kunstschilders Diana en Johfra (Frans) Vandenberg of zij vanuit Nederland monsieur Antoine Gadal zouden kunnen ondersteunen bij zijn werk, en deze namen enthousiast die taak op zich. Beiden zijn leerling van de School van het Rozenkruis, ze kennen de streek al van eerdere reizen en ze spreken goed Frans. Diana vervult een periode de rol van privésecreataris voor Gadal, vertaalt een groot aantal toespraken en geschriften en fungeert als tolk.

p. 241 – 243

In 1957 werkt Gadal aan een beschrijving van alle grotten van de heilige berg en legt dat neer in een document ‘De kerken van Ussat’, waarbij hij terzijde wordt gestaan door Diana en Frans. Diana schrijfdt daarover aan J. Leene en H. Stok-Huizer in een brief van 2 november 1956: ‘Met behulp van de foto’s en aanwijzingen van monsieur Gadal kan Frans binnenshuis aan de grote kaart beginnen (zie hierboven); als we eenmaal met klimmen beginnen gaat het gauw. Hopelijk werkt het weer mee, want momenteel is het akelig koud en mistig …’

Inderdaad wijst Gadal hen op de bijzonderheid van elk paadje, beschrijft elke grote steen en samen werken ze de speciale kenmerken van iedere grot tot in detail uit. Het betreffende document is tegelijk een inventarisatie: het bevat belangrijke aanwijzingen hoe men het beste sommige delen zou kunnen verzorgen of versterken. Met name Diana helpt hem met het ordenen van het archief. Frans maakt gedetailleerde kaarten en tekeningen van de grotten en Diana en hij zullen met hem ook de realisatie en inrichting van het museum en studiecentrum ondernemen.

p. 247

Glas-in-loodraam van de Rozenhof, met daarin het kruis van Bouan, in 1955 gestileerd vormgegeven door Johfra . Santpoort-Zuid, Nederland

p. 248

Diana Vandenberg. Weergave van het Kruis van de Grootmeester, geconstrueerd naar de rotstekening in de ‘grot van de Grootmeester’

p. 273

‘Wat kan een oude man, op een dag vol sneeuw, kou en somberheid, opgesloten in zijn kleine hermitage en beroofd van zijn graafwerk, zijn grotten en zijn onderzoekingen nog doen’, vraagt Gadal zich af in de winter van 1958. Wel, misschien was hij het vergeten, maar het afgelopen jaar had hij zich nog eenmaal aangegord om een museum te stichten!

In de zomer van 1957 zijn Johfra en Diana Vandenberg opnieuw in Ussat, nu om monsieur Gadal behulpzaam te zijn bij de inrichting van het museum. Ze zijn er eerdere jaren al vaker geweest, toen ze hem hielpen bij het in kaart brengen van de grotten van Ussat-Ornolac. De inhoud van de grote zakken vol artefacten en bijeengebrachte vondsten drijft hen aanvankelijk bijna tot wanhoop. In die dagen is de jonge Michel Cire hen tot grote hulp; hij heeft alle vindplaatsen en bijzonderheden die Gadal hem wees vastgelegd.

De kunstenaars uit Holland schrijven, tekenen, vertalen, determineren en rubriceren, op voortdurende aanwijzing van de éminence grise die de geschiedenis van de Sabarthez door en door kent, en brengen het resultaat onder in zeven vitrines – zes langwerpige die om één grote vierkante vitrine in het midden geschaard staan. Iedere vitrine vertegenwoordigt een ontwikkelingstijperk. Zo ontstaat er een vanzelfsprekende ordening.

Stap voor stap komt het museum gereed voor zijn officiële opening waarover Johfra opmerkt dat dit ‘op donderdag 15 augustus om 3 uur en om 7 uur in intieme kring werd gewijd’; meer dan een jaar voor de opening van het conferentiecentrum Centre d’Études Galaad, dat op 11 oktober 1958 zou worden geopend.

In 1969 werd het ‘Musée Gadal’ met haar volledige inventaris notarieel overgedragen aan de gemeente Tarascon. Twee jaar later, op 18 september 1971, bracht de gemeente de verzameling onder in de Salle Gadal, boven de Porte d’Espagne, om de hoek van de Place Garrigou. Alles wat Gadal in zijn lange leven aan archeologische en historische artefacten aan het licht had gebracht, wordt in zijn oorspronkelijke samenhang en aangevuld met vondsten van Michel Cire bewaard op nog geen tweehonderd meter van de plek waar hij was geboren.

p. 276

In 1958 onderneemt Antoine Gadal, inmiddels 81 jaar, nog één keer een reis door Noord-Europa, en het zijn weer Johfra en Diana die hem vergezellen: ‘Hij is dol op ons en vindt het heerlijk om met ons te reizen’, schrijft Johfra op zondag 8 juni in zijn dagboek. ‘We wachten in Ussat, totdat papa Gadal, onze patriarch en bewaarder van de heilige plaatsen, orde op zaken heeft gesteld. Dan nemen we de auto mee naar Holland. […] Hij kan met Diana honderduit praten, want zij spreekt vloeiend Frans. En verder rijden we heel rustig, wat voor een montagnard van 81 wel prettig is.

Wij logeren dan met hem op de Rozenhof in Santpoort tot de conferentie op Renova, waarbij wij hem ook vergezellen. Dan gaan we terug naar Santpoort, totdat we hem naar de conferentie in het Christian-Rosenkreutz-Heim in Calw, in het Zwarte Woud, brengen. Intussen kan hij dan de inwijding van de nieuwe tempel van het jeugdconferentieoord Noverosa te Doornspijk meemaken. Van Calw gaan we dan naar het Zwitserse hoofdkwartier in Zürich. Van Zürich brengen we de oude man weer terug naar zijn blauwe huisje in Ussat. Het is een hele Europatrip die drie weken in beslag gaat nemen.

Bron: ‘Plaatsen waar de geest waait – de Sabarthez als spiegel van de mensheid’ door Peter Huijs en Mirjam Duivenvoorden

BESTEL PLAATSEN WAAR DE GEEST WAAIT

BELUISTER HET RADIO-INTERVIEW MET MIRJAM DUIVENVOORDEN EN PETER HUIJS

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *