De relatie tussen goud en de zon – gedeelte uit het laatste hoofdstuk uit een boek van Willem Beekman

BESTEL ODE AAN DE ZON

DE LEZING VAN WILLEM BEEKMAN OP ZONDAGMIDDAG 27 NOVEMBER 2022 IN HAARLEM GAAT HELAAS NIET DOOR OMDAT DE SPREKER ZIEK IS 

In veel culturen en tijdperken zagen mensen het goud als het metaal van de zon. Willem Beekman gaat dieper in op de relatie tussen het goud en de zon in het laatste hoofdstuk van zijn nieuwste boek met de titel Ode aan de zon. Hieronder volgt het begin van hoofdstuk 16 met de titel ‘Goud’.

Goud was het edelste van alle (edel)metalen en er werd een bovenaardse kracht aan toegeschreven. Een mooi voorbeeld daarvan was het ritueel rondom het plukken van de maretak door de Keltische priesters die wij kennen als de druïden. Zij sneden met een gouden snoeimes de juiste maretak uit een eik, een heilige boom in de Keltische cultuur. We kennen dit ook uit de verhalen van Astrix en Obelix, waar de druïde Paoramix deze handeling verricht.

Ook werden de maretakken met een gouden pijlpunt uit de boom geschoten en opgevangen op een wit laken. Deze plant, die uit de hemel afkomstig zou zijn en gold als een geneesmiddel tegen veel kwalen, mocht nooit in direct contact komen met de aarde. Vandaar het witte laken, met de kleur van reinheid en onschuld. Alleen het goud werd goed genoeg geacht om het contact met de maretak te maken, want goud gold als het zuiverste op aarde, geschenk van de zon en het meest van alle metalen verwant aan de buitenaardse omgeving. Aldus de Kelten.

De relatie tussen goud en de zon is niet verwonderlijk gezien de kleur van het metaal. Het is een warm-gele kleur, die rustgevend aandoet. Ook de zon kan deze kleur vertonen tijdens zonsondergangen of zonsopkomsten bij heldere hemel. Dan is het geel wat meer verzadigd en donkerder van tint en niet zo bleek of witgeel als bij een hoge stand aan de hemel. De kleurovergangen van de zon liggen tussen witgeel en diep purperrood bij lager stand aan de hemel en een vochtige of stoffige atmosfeer.

Precies deze kleurovergangen tref je ook aan bij het goud zelf, afhankelijk van de metalen die voor legeringen worden gebruikt. Zo kan een lichte tint worden bereikt bij een legering met zilver en een donkere kleur bij legeringen met koper. Zelfs de kleur purper kan door goud worden veroorzaakt als het metaal in een zeer fijne toestand (het zogenaamde colloïdaal goud) in water zweeft. Deze purperkleur is veel toegepast in kerkramen door goud in het glas op te nemen, bijvoorbeeld de Franse kathedralen. De kathedraalbouwers bewaakten de recepten als een groot geheim en tot op de dag van vandaag is het niet bekend hoe de prachtige kleuren van de ramen precies zijn gemaakt.

Goud kan ook een groene tint aannemen, bijvoorbeeld als het wordt gesmolten. Dan schitteren er vele schakeringen van groen op het oppervlak van de hete vloeistof  die een temperatuur heeft van meer dan 1100 graden Celsius. Diezelfde groene kleur, negen naar blauw, zie je ook als je bladgoud tegen het licht houdt. Door het flinterdunne laagje metaal schijnt het licht naar binnen als door het bladerdek van een boomkroon in de zomerzon. Ook de zon kan deze groene kleur aannemen op grote hoogten in de atmosfeer, zoals dat soms waarneembaar is in het hooggebergte . Als de lucht ijl en zuiver is, kan het licht groenig overkomen op eenzelfde manier als de viridiaangroene tinten van de lucht tijdens zonsopkomsten en zonsondergangen bij zeer helder weer. Dan gaat het purper of zalmroze van de hemel vlak boven de horizon via dit tere groen over in de blauwe hemel erboven.

Er is zelfs zoiets bekend als de groene flits van de zon, een verschijnsel dat zeldzaam is en boven zee kan worden waargenomen vlak na zonsondergang. Als de laatste stralen van de zon verdwijnen in de golven, kan er plotseling en zeer kortstondig een groene zuil van licht verticaal oprijzen uit het water vanaf de plaats waar de zon is ondergegaan, vandaar de naam ‘flits’.

Al deze kleurverschijnselen maken het aannemelijk dat de relatie tussen zon en goud alleen al om deze redenen in vroeger tijden is gelegd. Het was toen immers niet mogelijk om de fysieke samenstelling van de zon vast te stellen. Dan zou er grote twijfel zijn ontstaan, omdat de zon maar zeer weinig fysiek goud bevat. Omdat de zon zo heet is, komt goud er niet als vaste stof in  voor, maar als onderdeel van het plasma, de ziedend hete massa die wij op aarde niet kennen. Wonderlijk dat het metaal dat in de zon zo zeldzaam is, op aarde wordt gezien als vertegenwoordiger van de zon!

De vraag hoe goud dan in de aarde is terechtgekomen is in de vorige eeuw in de astronomie beantwoord. Een ster als onze eigen zon is niet in staat om zelf goud te maken. Daarvoor zijn nog extremere temperaturen en omstandigheden nodig dan die in het binnenste van de zon bestaan. Onze zon kan geen zwaardere stof maken dan ijzer, dus bijvoorbeeld lood en goud (dat zwaarder is dan lood!) ontstaan pas bij het ontploffen van een grote ster, een supernova. In de laatste fase van deze ontploffing zijn de omstandigheden zo extreem dat de zware elementen gevormd kunnen worden. de weggeslingerde gasresten bevatten deze zwaarste elementen en als die gassen zich weer samentrekken om een nieuwe ster te vormen, zoals dat bij onze zon het geval geweest is, komt ook goud erin terecht. Alle planeten zijn uit deze oerwolk van gas (sterrenstof zou Shakespeare zeggen) ontstaan en hebben daarbij hun aandeel van het goud gekregen.

BESTEL ODE AAN DE ZON

LEES OVER DE BOVENSTAANDE BOEKEN VAN WILLEM BEEKMAN

DE LEZING VAN WILLEM BEEKMAN OP ZONDAGMIDDAG 27 NOVEMBER 2022 IN HAARLEM GAAT HELAAS NIET DOOR OMDAT DE SPREKER ZIEK IS