Er is geen ledige ruimte – vatbaar worden voor nieuwe impulsen in tijden van omwending – J. van Rijckenborgh

BESTEL ER IS GEEN LEDIGE RUIMTE VAN € 7,00 VOOR € 3,00

EN/OF ANDERE IN PRIJS VERLAAGDE BOEKEN

EN ONTVANG GRATIS EEN NIEUWE ROEP BIJ UW BESTELLING

In zijn boekje ‘Er is geen ledige ruimte’ stelt J. van Rijckenborgh dat wij leven in een periode die bekend staat als ‘het laatste der dagen’ wordt genoemd. Daarmee wordt bedoeld dat de heersende periode overgaat in een ander tijdperk, waarin andere levensvoorwaarden, andere krachten en geheel andere situaties zullen optreden. In zulke tijden van omwending, zo schrijft de auteur in ‘Er is geen ledige ruimte’, zien talloze mensen hun droomkastelen in elkaar storten. Zij worden ontgoocheld, aan een bepaalde waan ontrukt en aldus kan de mogelijkheid bestaan dat zij vanwege hun ervaringen een zekere vatbaarheid voor nieuwe impulsen verkrijgen. Hieronder volgen acht tekstgedeelten uit ‘Er is geen ledige ruimte’, een titel die ontleend is aan het geschrift waarmee de klassieke rozenkruisers in 1614 zichzelf bekend maakten: de Fama Fraternitatis R.C. (De Roep van de Broederschap van het Rozenkruis).

1.

Wij hebben allen het hoogste belang bij alles wat zich op en in de aarde, in de huishouding van de natuur, en in het zonnestelsel afspeelt en tot ontwikkeling komt, omdat wij daarmee ten nauwste verbonden zijn. Een verstoring van de kosmos (onze aarde) veroorzaakt een verstoring in de makro-kosmos (het zonnestelsel), doch ook een verstoring in de microkosmos (ons lichaam met zijn voertuigen). Onze levensproblemen zijn altijd te verklaren uit magnetische processen, ontwikkelingen en conflicten. 

Onze ‘moeder-aarde’ als kosmos is een kind van de zon, doch de mens is dit eveneens als micro-kosmos. De bewoners van alle planeten van ons zonnestelsel zijn onze broeders en zusters en wat de gnosis wordt genoemd is niets anders dan de waarheid en de werkelijkheid met betrekking tot alles wat in het gehele zonnestelsel als hoogste goddelijke idee is bedoeld en vastgelegd. 

Een waarlijk gnostiek mens is geen bewoner meer van de aarde, doch van de zon. Hiermee wordt bedoeld het zonnestelsel als eenheid, als één lichaam van de heilige aarde, de magnetische één-wording met God en zijn plan als microkosmos. Het gnostieke magnetische proces voert tot deze grootse volheerlijke bestemming! 

2.

De vraag kan worden gesteld: wat doen ruimte-vaartuigen en bemanningen in ons levensveld? Alleen maar kijken? Alleen maar onderzoeken? Ons angst inboezemen door hun aanwezigheid? Bedreigen zij ons met enorme aanvallen? In antwoord op deze vragen kan men zeggen: zij behoeven niet te kijken, want zij weten beter dan wij wat er bij ons gaande is. Zij behoeven derhalve evenmin te onderzoeken, want uit het verleden weten zij wat zij te verwachten hebben als de aardse mensheid weer bezig is tot haar top van beschaving door te dringen. Zij kunnen de mens als massa evenmin angst inboezemen, want de mens als massa bukt voor haar autoriteiten en volgt die onvoorwaardelijk. De autoriteiten ontkennen de verschijnselen en pers en radio volgen hen in de regel daarbij. 

Neen, de voortdurende aanwezigheid van ruimtevaartuigen in onze atmosfeer, die evenwel lang niet alle van andere planeten afkomstig zijn, heeft een geheel andere verklaring. Zij zijn namelijk bij voortduring bezig het aardse magnetische veld te herstellen van de schokken en teisteringen door de mensheid teweeggebracht. 

Er zijn voortdurend groepen ruimtevaartuigen doende – uitgaande van de magnetische polen van de aarde, waar zij voortdurend landen – de vibratie van de instralende en uitstralende stromen te herstellen en te ordenen, te reinigen, te regelen; de geschokte magnetische velden ‘gelijk te richten’, te voeden, om de interkosmische huishouding zo goed en zo kwaad het gaat in stand te houden. 

3.

Uw mikrokosmos is een wereld in het klein en uw persoonlijkheid beheerst en beïnvloedt die microkosmos in zeer veel opzichten. Men kan zeggen: u bent de mensheid van uw microkosmos. Wanneer u nu het pad gaat, met al de serieusiteit die u kunt opbrengen, geschiedt er iets in uw microkosmische stelsel dat sterke gelijkenis vertoont met de arbeid die de vliegende schotels en de ruimtevaart-schepen met hun bemanningen verrichten ten eigen bate en tot uitstel van executie voor de mensheid. 

Wanneer uw microkosmische stelsel wordt overgoten met de elektromagnetische straling van de gnosis, wordt namelijk alle onheiligheid daarin, alle disharmonie uitgebannen. Het gehele microkosmische magnetische veld van uw persoonlijkheid en van uw aurische wezen wordt gereinigd. Meestal bent u zich daarvan niet bewust. Want alleen reeds het feit dat het gnostieke vuur de roos des harten aanraakt, brengt in uw magnetische veld een partiële reiniging teweeg. 

Doch niemand van ons mag denken dat deze reiniging volstrekt is. Zij betreft alleen maar een uitbanning. Er ontwikkelt zich, precies zoals bij onze kosmos, een concentratie van tweevoudige aard, bekend als: de wachters op de drempel. […] Zodra u uw eenpuntige gerichtheid op de gnosis loslaat en vervalt in oude levensgewoonten, hoe dan ook, in de een of andere onheilige zin, maakt u onmiddellijk binding met uw beide wachters en als een bliksemflits schieten zij als vuurvlammen op u aan, met alle gevolgen van dien. 

4.

De groep van de uitgezonderden in de gnosis stemt zich af op andere normen. Zij laat de wereld de wereld, zij geeft aan de keizer wat van de keizer is. De tekenen van de tijden zijn voor haar een aansporing tot verdubbeling van haar inspanning. Zij gaat op gnostiek-magische wijze ernst maken met de nieuwe levenshouding: groepseenheid – strijdloosheid – eenpuntige gerichtheid – harmonie in de wisseling der activiteiten en nieuwe dienstbaarheid. 

Door groepseenheid worden de zwakken van de uitgezonderden sterk en wordt het levende lichaam steeds vitaler. ‘Door strijdloosheid neutraliseren wij alle aanvallen van Authades en de kracht van de leeuwekop. Door strijdloosheid en als groep doen wij voor wereld en mensheid in een jaar meer dan de goedheidsworstelingen van de massa gedurende een eeuwigheid. Door strijdloosheid, zelfisolatie en negatie ontnemen wij aan het kwaad zijn voedingsbodem. 

De zelfisolatie bereiken wij door eenpuntige gerichtheid op de gnosis, haar doel en haar heil.  Wij versterken de band met de gnosis door harmonie in de wisseling van onze activiteiten. Zo worden wij van dag tot dag en van uur tot uur overgoten met de gnostieke volheid, met het water des levens. Daaruit levend en daarin existerend ontvangen wij kracht, nieuwe kracht, onaardse kracht, om uit de levenszee vele zoekenden en hunkerenden op te vissen en hen in het levende lichaam van de groep van de uitgezonderden alsnog in veiligheid te stellen in nieuwe dienstbaarheid. 

5.

U kent deze gedachtengang van de bevrijding. Wij zijn nu begonnen met het betreden van de nieuwe werkelijkheid. Daarom wordt een dialectisch mens bij de wending van de tijd steeds meer geplaatst voor twee werkelijkheden: de werkelijkheid van de dialectiek én de werkelijkheid van de vernieuwing, de werkelijkheid van het bevrijdende leven. 

Nu moet hij kiezen tussen deze beide werkelijkheden. U zult zich afvragen: kennen wij dan reeds de werkelijkheid van het vernieuwende gnostieke leven? Wij kunnen u echter geen werkelijkheid laten zien wanneer u er niet volkomen in staat. U kent uw werkelijkheid omdat u erin staat, omdat u er deel van uitmaakt. En wat u van deze, uw werkelijkheid, denkt en ervaart behoeven wij niet te bespreken. 

Als kandidaat op het pad bent u tot de grens gekomen van het bevrijdende leven. Het verbonden zijn met de geestesschool vormt een grenspost. Hoe de u bekende werkelijkheid zal worden en nu reeds is, wij weten het ten volle. De angst voor dit alles en het knagende zoeken hebben ons nu tot de grens van de nieuwe werkelijkheid gebracht. Het is mogelijk dat u reeds zo lang aan die grens gestaan heeft en de schemering uit de verte ondergaan, dat u de nieuwe werkelijkheid meer dan vermoeden kunt. Het voorrecht van het aan de grens vertoeven in de juiste gerichtheid is het geloof. Het geloof is een kracht, een groot vermogen. Het is een kracht met betrekking tot de dingen die men nog niet ziet, die men nog niet bezit.

6.

De klassieke Rozenkruisers noemden de geloofskracht, deze basis tot bevrijdend leven Ex Deo Nascimur: door de geest van God ontstoken worden. De School van het Rozenkruis staat áán de grens en u komt tót de grens. Er ontwikkelt zich een wisselwerking tussen de geestesschool en de mens die zich tot haar gewend heeft. Het licht van de geestesschool, een licht niet van deze wereld, grijpt hem aan via de roos in het bloed. 

Dan ontstaat er een gistingsproces, een bloedsproces, om de geloofskracht in hem op te bouwen. Hij dient de zee van zijn dialectische bloedsgerichtheden te klieven, er dient scheiding gemaakt te worden. Naarmate de leerling die zich met de geestesschool verbonden heeft, daartoe bereid is en de pijn van weerstanden daarvan verdragen wil, wordt in en door nieuwe geloofsbloedskracht een pad gehouwen dat over de grens voert. Eerst wanneer u daarin treedt kan de rozenkruisgang aanbreken. Een rozenkruisgang die door het klassieke Rozenkruis werd aangeduid als In Jesu Morimur: in Jezus de Heer sterven, in hem ondergaan, naar de gehele natuur- en ikstaat. Het is het proces van de ziele-wedergeboorte. 

Daarom klinkt tegelijkertijd met het In Jesu Morimur het Per Spiritum Sanctum Reviviscimus: door de Heilige Geest herleven. Wie de rozenkruisgang van de natuurondergang gaat, wordt tegelijkertijd door de Heilige Geest van de vier nieuwe ethers, van de vier heilige spijzen, wedergeboren naar zielestaat en levensstaat. 

7.

Het is ons allen bekend dat wij, en de ontwikkeling van het tijdruimtelijke wereldgebeuren, in een periode leven die ‘het laatste der dagen’ wordt genoemd. Met deze aanduiding bedoelt de universele leer tot uitdrukking te brengen dat een heersende periode zich wenden gaat in een geheel andere periode, waarin andere levensvoorwaarden, andere krachten en geheel andere situaties zullen optreden. In zulk een omwending van de tijden zien talloze mensen hun droomkastelen in elkaar storten. Zij worden ontgoocheld, aan een bepaalde waan ontrukt en aldus kan de mogelijkheid bestaan dat zij vanwege hun ervaringen een zekere vatbaarheid voor nieuwe impulsen verkrijgen. 

De omwendingen van de mensheidsperiodes gaan altijd gepaard met nieuwe elektromagnetische stralingen. Ieder van ons kan verstaan dat de gehele mensheid in zulke tijden uitermate sensitief, nerveus en prikkelbaar wordt, in staat tot de wonderlijkste gedragingen. Men kan na enig nadenken dan ook volkomen begrijpen dat de gnosis in haar heilsbemoeienis met de mensheid, juist in dergelijke tijden, haar activiteiten zeer krachtig zal doen gevoelen. Immers, een uit het lood geslagen dialectisch mens zal eerder bereid en in staat zijn naar de stem van de gnosis te luisteren dan een mens die nog geheel ongestoord opgaat in zijn natuurstreven. 

Daarom wordt er in de Bijbel gezegd: ‘Het zal zijn in het laatste der dagen, zegt God, dat ik zal uitstorten van mijn geest op alle vlees. De jongelingen zullen gezichten zien en de ouden zullen dromen dromen en de dienstknechten en dienstmaagden zullen profeteren.’ Daarmee gepaard gaat een krachtig streven van de mysteriën om alles wat voordien verborgen was bekend te maken, in de hoop dat velen het verborgene zullen zien, herkennen en beluisteren. Want wie ziet en herkent en hoort, kan ook reageren. 

8.

De bemoeienis van de geestesschool en haar verhoogde activiteit in deze mensheidsperiode, moet u zien als een intense poging om de geest, die over alle vlees wordt uitgestort, ingang te doen vinden en een waarlijk fundamentele zintuiglijke verandering macht over de mens te doen verkrijgen. Het offer dat daartoe door de dienaren van de gnosis wordt gebracht, zal voor het grootste deel negatief van uitwerking zijn. Tegenstand en haat, vervolging en verguizing op alle mogelijke en onmogelijke wijzen zullen eruit voortvloeien. Allen die het licht dienen, weten dit van tevoren. Zij accepteren deze doorn in het vlees evenwel van ganser harte, wanneer voor het overige het offer van het licht wordt aangenomen, door hen die waarlijk het licht zoeken. 

Zij die het offer van het licht op positieve wijze kunnen en gaan aanvaarden, zullen door een duidelijk kenbaar levensgedrag, door een nieuwe levenshouding, hun staat-van-zijn bewijzen. […] De grote afbraak van de gehele natuurstaat wordt ter hand genomen, louter en alleen door het feit dat een mens iets gaat verstaan en iets gaat zien van de geest, die over de mensheid wordt uitgestort. Kortom, de gehele zintuiglijke staat van de mens wordt totaal omgekeerd, met onberekenbare gevolgen. 

U zult ongetwijfeld dikwijls hebben horen spreken over ‘bekering’. Welnu, waarachtige bekering is, vóór alles, een zintuiglijke verandering. Als de moderne geestesschool erin slagen zou niets anders bij u te bewerkstelligen dan iets van zulk een bekering, dan zou haar arbeid jegens u geslaagd kunnen heten. Want de zintuiglijke verandering, hier bedoeld, correspondeert met een dienovereenkomstige verandering in het aurische wezen van uw microkosmos. Zij opent de graftempel waarin de zeer oude gekerkerd ligt. 

INHOUDSOPGAVE VAN ‘ER IS GEEN LEDIGE RUIMTE’

Woord vooraf 

  1. Magnetische stromingen 
  2. De aarde en de hemel-aarde
  3. Vliegende schotels
  4. Lilith en Lulu
  5. De rozenkruisgang
  6. Ontstoffelijking
  7. De zeer oude en de legende van Hoël Dhat, fragment zwaard
  8. Het linkerpad en het rechterpad
  9. Het occulte proces en het transfiguristische proces
  10. De enige oplossing

Bron: ‘Er is geen ledige ruimte’ door J. van Rijckenborgh, gebaseerd op toespraken uit 1958

BESTEL ER IS GEEN LEDIGE RUIMTE VAN € 7,00 VOOR € 3,00

EN/OF ANDERE IN PRIJS VERLAAGDE BOEKEN

EN ONTVANG GRATIS EEN NIEUWE ROEP BIJ UW BESTELLING

BESTEL ER IS GEEN LEDIGE RUIMTE VAN € 7,00 VOOR € 3,00

EN/OF ANDERE IN PRIJS VERLAAGDE BOEKEN

EN ONTVANG GRATIS EEN NIEUWE ROEP BIJ UW BESTELLING

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *