Moreel kompas van Klaas van Egmond voor Europese Renaissance gebaseerd op de hermetische traditie

Het model dat Klaas van Egmond gebruikt in zijn nieuwste boek Homo universalis – moreel kompas voor een nieuwe Europese renaissance is gebaseerd op de tekening van de Vitruvius-mens van de geniale alleskunner Leonardo da Vinci. Vitruvius leefde rond het begin van de jaartelling en vond dat de architectuur uiteindelijk een hogere positie innam dan de kunsten en de wetenschappen, omdat die beide in zich verenigde. In de renaissance werd die opvatting versterkt door invloeden van de kabbalah, waardoor er veel betekenis werd toegekend aan getalsmatige verhoudingen en getalsymboliek. Zo baseerde Vitruvius het ontwerp van tempels op de symmetrie en de getalsmatige wetmatigheden van de kosmos en van het menselijke lichaam. De opvattingen van Vitruvius hebben grote invloed gehad op aanhangers van het neoplatonisme als John Dee en Robert Fudd.   

In zijn boek ‘The History of the two worlds’ beschrijft Fludd het idee uit het neoplatonisme dat de mens als microkosmos een afspiegeling is van de macrokosmos. Dat houdt in dat de krachten en wetmatigheden die in de (bezielde) kosmos werkzaam zijn, dat ook in de mens zijn volgens het principe ‘zo boven, zo beneden’, zoals dat is geformuleerd in de Tabula Smaragdina van Hermes Trismegistus. In aansluiting op Vitruvius onderscheidde Fludd twee soorten kunst: ‘ronde kunst’ en vierkante kunst. Ronde kunst heeft betrekking op de geest en wordt ook wel aangeduid als overbruggingskunst. Vierkante kunst heeft daarentegen betrekking op zintuiglijk waarneembare objecten (materie). 

In het Renaissance-ideaal van de homo universalis wordt in min of meer gelijke mate waarde toegekend aan zowel zijn geestelijke aspecten (boven) als aan zijn materiële aspecten (beneden) en aan zowel zijn individualiteit (rechts), als aan het collectief (links). Door aan alle vier de kwadranten een min of meer gelijke waarde toe te kennen, en door zich de kwaliteiten daarvan eigen te maken, komt de mens het dichtsts bij zijn wezenlijke aard en zijn diepste kern. De kracht van het midden maakt de verbinding mogelijk tussen de visies en ontstijgt zo aan de tegenstelling tussen de identiteiten en die tussen objectief en subjectief. 

In de architectuur van de renaissance komen de geometische vormen van de cirkel en het vierkant nadrukkelijk tot uiting. Niet alleen in kathedralen en kerken, maar ook in theaters. Het is merkwaardig dat in Londen vlak na elkaar, in 1599 en in 1600, twee theaters werden gebouwd waar de toneelstukken van Shakespeare werden opgevoerd. Het Globetheater op de zuidelijke theems-oever was een rond gebouw en het Fortunetheater, meer noordelijk in Londen nabij Cripplegate was vierkant. Het is veelzeggend dat de omtrek van de cirkelvormige globe gelijk was aan de omtrek van het vierkante Fortunetheater. Dat verwijst naar de Renaissance-opvatting dat het geestelijke en het materiële met elkaar in evenwicht moeten zijn. Om dat tot uitdrukking te brengen zouden de cirkel en het vierkant dezelfde omtrek moeten hebben. Dit voor de Renaissance wezenlijke principe werd aangeduid als ‘squaring the circle’, de kwadratuur van de cirkel’. 

In de renaissance werd het dominerende waardenpatroon verlegd van de universele (vooral kerkelijk dogmatische waarden) naar de waardering van het algemene mensbeeld als geheel. Daarmee werd afscheid genomen van de dogmatisch en intolerant geworden universele claims op ‘de waarheid’, zoals die gedurende de Middeleeuwen door de kerk werden opgelegd. De beweging naar het centrum, de middelpuntzoekende beweging) resulteert dan in het inzicht dat ‘de universele waarheid’ niet bestaat of niet kenbaar is, wat weer resulteert in meer tolerantie.

Een metafoor van middelpuntzoekend leiderschap is de legende van koning Arthur. De twaalf ridders van de Ronde Tafel verbeelden de (twaalf) waardepatronen die samen de cirkel van het algemene mensbeeld vormen. De koning vormt het midden van deze twaalf en vertegenwoordigt het bewustzijn van de goep. In het oorspronkelijke Parzival-verhaal van Wolfram von Eschenbach uit het begin van de dertiende eeuw gaat het om de zoektocht van de mens (Parzival) naar het midden het mensbeeld en de mens waar de graal gerealiseerd kan worden. 

Het centrale thema van de verzoening van de tegenstellingen komt tijdens de renaissance opnieuw tot uitdrukking in het gedachtegoed van het Rozenkruis, met name in de drie manifesten van de klassieke rozenkruisers. 

De verzoening van fundamentele tegenstellingen zoals die door de rand van de cirkel worden weergegeven wordt concreet verbeeld in de laatste scene van het toneelstuk The Tempest (de Storm), dat vaak wordt gezien als de samenvatting van Shakespeares complete werk. Daarin trekt de tovenaar Prospero een cirkel op de grond, en nodigt als spelers, dat wil zeggen de eenzijdige ‘identiteiten’ van de cirkelrand, uit om in de cirkel te stappen door zich te verzoenen met hun tegendeel.

Shakespeare, in dit geval een pseudoniem van Francis Bacon, heeft die Prospero gemodelleerd naar John Dee, het prototype van de homo universalis. De naam ProsperO betekent ‘het laten gedijen of bloeien van de cirkel O’.  De figuur van James Bond is ontleend aan John Dee, maar is in feite een karikatuur is vanwege zijn eenzijdige gerichtheid op het kwadrant rechtsonder: materialistisch en individueel. 

Mozart en zijn librettoschrijver Schikaneder, beiden vrijmetselaar, volgen in hun latere Zauberflöte vrij sterk de verhaallijn van Shakespeares The Tempest. Het lagere ego, voorgesteld door de jonge en dus onervaren prins Tamino, moet de prinses bereiken die zich in het midden bevindt en het hoge menselijke bewustzijn voorstelt. De thematiek schijnt te zijn ontleend aan het derde manifest van de rozenkruisers dat hoogstwaarschijnlijk is geschreven door Johann Valentin Andrea en gepubliceerd is in 1616: De alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis.  

Het grote probleem in de praktijk is dat de middelpuntvliedende krachten steeds weer te groot blijken te zijn en dan leiden tot problemen, ja soms zelfs tot catastrofes. De afbeelding toont bij het moreel kompas van de vrouwelijke homo universalis een aantal catastrofes die in de geschiedenis van Europa in de afgelopen 800 jaar hebben plaatsgevonden: de inquisitie (onder andere tegen de katharen), de dertigjarige oorlog, de napoleontische oorlogen, het stalinisme en de wereldoorlogen, de ecologische crisis en de financiële crisis. 

Momenteel zijn we in een storm terecht gekomen waarin verschillende, zeer ongunstige ontwikkelingen gelijktijdig bij elkaar komen. Het sterk materialistische consumptiepatroon heeft een ecologische crisis veroorzaakt met onder andere nu de reeds onmiskenbaar plaatsvindende klimaatverandering. Gedreven door overbevolking, oorlog, armoede en honger komen grote migratiestromen naar het rijke westen op gang. 

De oorzaak van deze en vele anfdere  problemen ligt voor een belangrijk deel in de fragmentatie van het maatschappelijk waardenpatroon. Nieuwe sociale klassen groeien qua waardepatronen uit elkaar, worden eenzijdig en verworden tot hun eigen karikatuur. Daardoor valt het algemene mensbeeld uit elkaar en kan het ‘midden’ geen stand houden. De situatie wordt verergerd doordat er geen moreel kader meer is dat voldoende wordt gedeeld. 

Het hernieuwde moreel kompas van Klaas van Egmond is daarom afgeleid van het Renaissance-ideaal van de homo universalis als samenvatting van de Europese filosofie, cultuur en geschiedenis en als de letterlijke en figuurlijke weergave van de menselijke maat. Het kompas geeft aan hoe we de storm kunnen overleven en terecht kunnen komen in veiliger vaarwater. Daarvoor dienen we het onbespreekbare bespreekbaar te maken. 

De koers van het morele kompas varen houdt in dat eenzijdig individualisme en materialisme worden ontmoedigd. Efficiëntie en rationaliteit moeten van hun huidige obsessieve naar normale proporties worden teruggebracht. Het gaat dan om het in evenwicht brengen van het private en het publieke, het eigene en het andere, verstand en gevoel, economie en ecologie , financiële en reële economie, het masculiene en het feminiene, materiële welvaart en duurzaamheid. Er zou weer ruimte moeten komen voor andere menselijke kwaliteiten zoals kunst en cultuur en meer aandacht voor de menselijke maat in onderwijs en gezondheidszorg.

De toenmalige EU-voorzitter Jacques Delors zei al in 1990 ‘dat Europa niet alleen kan bestaan bij de wet of op basis van economische kennis. Als we er niet in slagen om Europa hart en ziel te geven, een spirituele dimensie en werkelijke betekenis, verspillen we onze tijd. We hebben in de afgelopen neoliberale decennia inderdaad veel tijd verspeld en het is begrijpelijk dat de verontrusting snel toeneemt. 

Eind januari 2019 hebben dertig vooraanstaande Europeanen zich in een manifest gekeerd ‘tegen de aangekondigde catastrofe: het in diskrediet brengen van de erfenis van Erasmus, Dante, Goethe en Comenius, en de verachting van intelligentie en cultuur’. Achter de huidige crisis van het Europese bewustzijn zien zij het op losse schroeven zetten van van de liberale democratie en haar waarden. Het stemt overeen met de dringende oproep van Delors om Europa weer hart en ziel te geven. Uit de Europese geschiedenis, filosofie en cultuur sinds de renaissance hebben we kunnen opmaken dat het hart en de ziel ergens in het midden van het algemene mensbeeld en in het midden van de mens moet liggen. Het is de menselijke maat van de homo univeralis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *