Ontmaskering van het grote spel en de imitatie – verhandelingen van Jan van Rijckenborgh in Demasqué uit 1956

Steeds meer mensen in de hele wereld ontdekken dat er wereldwijd een gigantisch toneelstuk wordt gespeeld dat tientallen jaren verborgen was voor een overgrote meerderheid, maar dat nu door objectieve waarnemers en onderzoekers niet meer kan worden ontkend en geleidelijk steeds meer wordt ontmaskerd. Jan van Rijckenborgh, één van de oprichters van het Gouden Rozenkruis, waarschuwde zijn leerlingen al voor dit grote spel bij de overgang naar het Aquarius Tijdperk in twee verhandelingen die hij 1956 publiceerde onder de titels ‘De schaduw der komende dingen’ en ‘Armageddon’. De beide teksten werden later uitgegeven in één boekje met de naam Demasqué, dat niet meer in druk verkrijgbaar is. Na de onderstaande inleiding volgen dertien tekstgedeelten uit Demasqué die het overdenken meer dan waard zijn. De tekstfragmenten zijn ontleend aan de derde herziene druk van Demasqué uit 1981.

TER INLEIDING

Gedrongen door de diepe ernst van de tijden en in het verlangen de mensheid naar beste mogelijkheid van dienst te zijn, zenden wij hierbij een reeks verhandelingen de wereld in die de sluiers van de schijn terzijde schuiven, waarachter ons begoochelingsvolle bestaan de realiteit van de dingen zich steeds aan onze waarneming pleegt te onttrekken. Zij willen een ernstige waarschuwing en een helpende richtingwijzing zijn voor allen die, de tekenen aanschouwend, zich in zelfinkeer en innerlijke verdieping op hun verantwoordelijkheid jegens God en de in lijden verzonken mensheid te bezinnen. 

Er is in deze publicatie hier en daar sprake van het nieuw gnostieke rijk dat door de jonge gnostieke broederschap als een onaantastbare burcht van licht en leven, tot hulp en troost in deze wereld van duisternis en dood is gesticht. Hoewel beide de realiteit van waaruit wij spreken en getuigen en zij ons in staat stellen onze boodschap van de levende waarheid tot allen te doen uitgaan, ligt het niet in onze bedoeling de zin dáárvan hier te verklaren. De belangstellende lezer wordt hiervoor verwezen naar de uiteenzettingen die zeer uitvoerig in de literatuur van de geestesschool van het Gouden Rozenkruis te vinden zijn. 

Het volle accent van de motieven, die ons tot deze publicatie hebben bewogen, ligt echter in de noodzaak in deze dramatische tijd een dringende waarschuwende stem te doen klinken, in verband met de komende onafwendbaarheden waartoe de blinde levensgang van de mensheid heeft geleid en, daarmee nauw verbonden, spectaculaire gebeurtenissen, die zeer aanstaande zijn en die voor de gehele mensheid een accuut gevaar van de eerste orde betekenen. Dat zeer, zeer velen door dit nog tijdige signaal voor de fatale greep van de komende grote begoocheling gespaard mogen blijven en alsnog tijdig de ene bevrijdingsweg zullen betreden. 

1.

Alles in het gehele dialectische al drijft tot individualisering waarbij, om tot het doel te geraken, ieder individu onderworpen wordt aan wetten van tijdruimtelijke aard: wetten van vereenzaming, smart, strijd om het bestaan, dood. Deze wetten, die uitingen zijn van de levensgeest van de natuur, moeten leiden tot een grote vloek, tot een naamloos wee, waarin de grote massa zich schikt naar alle theorieën en praktijken van de natuurlijke zelfhandhaving, terwijl slechts een klein deel van de mensen wanhopig zoekt naar integratie, naar eenwording met God, naar orde, rust, evenwicht, harmonie in het grote huis van de natuur. Natuurlijk zonder succes, omdat men zulk een integratie niet bevestigen kán in een natuurveld dat daartoe niet geëigend is. Zij zal daarom, wat men ook proberen zal, steeds tenietgaan, omdat zij geen integratie ís, doch ten hoogste een stolling, een vertraagde uitwerking, van natuurlijke levensprocessen.

Werkelijke integratie is een totale, existentiële verdwijning uit dit gehele natuurveld, door binding te maken met een ándere levensgeest en door de wording van een ándere existentie, welke zich aanpast bij die andere levensgeest. Dit is het doel van alle gnosis! De gnosis vangt alle integratie-zoekenden die daarvoor geschikt zijn op en stuwt hen tot het grote gnostieke wedergeboorteproces. En wij, die deze gang willen gaan, hebben daarom, om te beginnen, principieel reeds onmiddellijk afscheid genomen van het grote huis van deze wereld, om daadwerkelijk alle wegen te gaan van omzetting en vernieuwing; van het dagelijks minder worden naar de oude natuur en het dagelijks wassen naar de nieuwe natuur, geheel in overeenstemming met de johanneïsche en christocentrische wetten.

Het natuurveld, het natuurwezen waaruit wij geboren zijn, kan dit wedergeboorteproces evenwel niet toelaten. Het zal zich daartegen verzetten en trachten ons te behouden om vele redenen van zelfinstandhouding. Daarom zal dit natuurveld, wanneer wij het willen verlaten, door middel van zijn schepselen en scheppingen strijd tegen ons voeren, zodra blijkt dat het ons door middel van zijn elektromagnetische stralingskrachten niet langer zal kunnen vasthouden.

2.

Er zijn momenten en periodes in de gang van de kosmische natuur waarin de grote verlossende wedergeboorteprocedure zeer vlot en gemakkelijk kan worden voltrokken. Het zijn periodes direct volgend op die waarin het dialectische natuurveld gereinigd is van zijn boosheid, die uiteraard – daar dit veld een gevallen mensheid huisvest – daarin steeds weer tot ontwikkeling komt en zich samenpakt. Deze reiniging vindt plaats om de in het natuurveld opgesloten microkosmoi telkens opnieuw een open deur te schenken naar de bevrijding. Bijgevolg zullen alle natuureonen, hun krachten en horigen zich tegen zulk een reiniging verzetten. Immers, deze zal het einde van het totale natuurrijk van de gevallenheid steeds meer naderbij brengen. Dit verzet nu vindt plaats door imitatie. 

Imitatie is nabootsing. Men kan nabootsing zien als een intens bedrog, doch in wezen is het een logische reactie. Als u de bevrijdende en integrerende aard van het christocentrische leven theoretisch bevroedt, terwijl u zelf niets dan smart en droefheid ervaart, is het heel begrijpelijk dat u tot christocentrische nabootsing komt, als een soort nieuwe receptuur: ’Helpt het ene middel niet, laat ons dan een ander proberen om deze wereld van de dood veilig te stellen.’ Het hele natuurreligieuze leven van onze dagen is niet anders dan zulk een nabootsing; een zeer begrijpelijke, doch uiterst naïeve nabootsing: een nabootsing van de Imitatio Christi.

Doch, hoe begrijpelijk en vergeeflijk ook, het is niettemin het grootst denkbare verraad dat men bedrijven kan. Want het nabootsen is bij lange na niet het navolgen! Alleen de navolging Christi leidt tot het bevrijdende integrerende leven. De nabootsing waarmee wij nu reeds alom worden geconfronteerd, weliswaar nog slechts in de inleidende fase van haar manifestatie, is ten hoogste goedbedoelde schijn. Geen schijn tot hulp bij het nastreven van de werkelijkheid, doch een schijn – en dat is het funeste – om de werkelijkheid te imiteren, om de schijn te doen doorgaan voor de werkelijkheid!

3.

Laten wij u nu het gehele draaiboek mogen verklaren van een scène, een gigantisch toneelspel, waarvoor men bezig is alle maatregelen te treffen voor de opvoering ervan. Een spel dat weldra zal aanvangen, met vooropgezette oogmerken door middel van de schijn de werkelijkheid te imiteren. De algemene toestand van wereld en mensheid geeft aanleiding tot deze grote maskerade van de schijn. Wij weten allen uit ervaring van de grote ontreddering van de huidige wereldsituatie; het algemene zoeken naar oplossingen; van de dreigingen die er alom zijn. Wij dragen ook kennis van een steeds toenemende zenuwspanning bij miljoenen en van de dit alles veroorzakende kracht van de met het uur toenemende Aquariusstralen, de stralingen van ontstoffelijking, de stalingen die een kosmische revolte noodzakelijk maken. Zo kan men met zekerheid zeggen dat de voorwaarden voor het welslagen van een nabootsing van de navolging Christi nimmer zo gunstig geweest zijn als juist nu. 

De zekerheid op succes kan men dus eveneens aanwezig achten, te meer daar ettelijke honderden miljoenen mensen door natuurreligieuze groeperingen grondig zijn voorbereid op spectaculaire gebeurtenissen op religieus gebied. Nagenoeg de gehele mensheid is van huis uit natuurreligieus geschoold en heeft de beeldenreeks van de natuurreligieuze voorstellingen en ideeën in het bloed zitten. Wanneer men dus op intelligente en groots opgezette wijze een wereldomvattend spel ensceneert dat bij de beeldenreeks aanknoopt, is men verzekerd van een grandioos succes.

Heeft men de middelen, zo kan men vragen om zulk een spel te belevendigenen in stand te houden? Inderdaad, men heeft ze momenteel in de vondsten en toepassingen van de moderne natuurwetenschap, die men uitermate goed verbinden kan met bepaalde magische praktijken. Zijn er ook gegevens, met behulp waarvan men de fasen van het spel voor een ieder dermate aannemelijk zal kunnen maken dat, zoals Mattheüs 24 zegt, de mogelijkheid bestaat dat zelfs de uitverkorenen zullen worden verleid? In antwoord op deze laatste vraag moeten wij u zeggen dat alle gegevens voor de opzet en het welslagen aanwezig zijn in de heilige taal van diverse aard, mits naar de letterlijke tekst begrepen, een begripswijze waaraan nog slechts een handvol mensen is ontstegen. 

4.

Laat ons nu de grondtrekken van de grote imitatie schetsen. Men zal niets meer of minder dan de grote wederkomst van de Heer opvoeren, zoals opgetekend is in de diverse apocalyptische profetieën. Men zal deze opvoering doen plaatsvinden met kracht en met ontzagwekkende verschijnselen van natuurwetenschappelijke aard. De gehele wereld zal erdoor omvat worden en geen plekje van deze aarde zal onberoerd worden gelaten. Men zal het vóór zich zien en ieder zal het ervaren: ‘De Heer gaat komen in de wolken van de hemel, met al zijn heilige engelen.’

Ingegrepen zal worden in het staatsbestel van alle landen en een wereldregering zal worden ingesteld. De hele wereld zal galmen van het ‘vrede op aarde’. Op enkele kleine, weliswaar fundamentele details na zal het zo volkomen echt worden, dat ongetwijfeld vrijwel de gehele mensheid door de werkelijkheid van de schijn zal worden getroffen en in overeenstemming daarmee zal reageren. De details van de uitzonderingen zullen bijvoorbeeld zijn dat de wolf heus niet met het lam op voet van vrede zal gaan verkeren, dat de schorpioen en de adder zullen blijven steken en bijten. En de reebok zal zich niet neervlijen bij het roofdier, tenzij beide door injecties daartoe zouden worden gedwongen. Maar de gehele mensheid zal zich in de bedehuizen bijeenvoegen tot dank- en bidstonden. Het wordt één feestvierende menigte, met veel palmtakgewuif, doch levende, als tevoren, uit de vleespotten van Egypte, gevuld met de voortbrengselen van de slachthuizen; een menigte, door uitvindingen en hun toepassingen veel langer leven dan normaal kan worden geacht.  

Inmiddels zal de ware Ecclesia-op-aarde, die het spel van stonde aan doorziet en weigert eraan mee te doen, worden gemaltraiteerd en vervolgd. En de massa zal juichen bij haar schijnwerkelijke ondergang. Laat ons met zo groot mogelijke snelheid voortgaan op de weg die wij bezig zijn te gaan, het lichtende pad van de gnosis, opdat wij veilig in het nieuwe gnostieke rijk geborgen zullen zijn als de grote storm gaat worden. Aldus zullen wij een rots in de branding vormen, terwille van de vele duizenden die straks in ontgoocheling onze hulp nodig zullen hebben. 

5. 

De huidige situatie van de mensheid is ernstiger dan wij ons kunnen indenken. Tussen de dringende behoefte van de dialectische hiërarchie aan lichtkrachten van de mensheid en de stervensnood van haar definitieve einde ligt een tijd, die gekenmerkt zal worden door geweldige gebeurtenissen, door hevige schokken. Het ‘propagandaministerie’ heeft nog de kracht en het vermogen om zijn programmapunten uit te voeren. Houd goed in het oog dat het grote doel van het gehele programma van het grote spel is de dialectische mensheid te forceren tot de juiste, voor de dialectische hiërarchie benodigde lichtkrachtproductie. De mensheid moet voor dit doel lichtether en weerspiegelende ether vrijmaken. 

Deze beide ethers zouden in grote mate vrijkomen indien de geheel mensheid op zou gaan in massale religieuze en idealistische vervoering en alle gedachten en filosofische concepties daarop zouden worden afgestemd. Daarom zal ook dát deel van de mensheid dat wetenschappelijk getraind en zeer intellectueel gericht is, dienen te worden meegesleept, evenals de exclusieve groep van de mensheid, die wijsgerig gericht kan worden genoemd. Daarom wordt de poging ondernomen alle groepen van de mensheid in de ban van het grote spel te betrekken, opdat er geen groep zal zijn die het zou kunnen tegenwerken. Aldus zullen opzet en uitvoering in hoge mate redelijk aandoen en zelfs voor het strengste onderzoek bevredigend zijn. Van hoog tot laag, van links tot rechts zal men algemeen in het grote spel gaan geloven. 

Daarom zal men tenslotte dan ook algemeen zo furieus zijn jegens de groep van de groepsverbondenen die, als énige uitzondering, niet in het grote spel zal geloven. Ja, die er zelfs nadrukkelijk tegen zal waarschuwen en de mensheid een andere weg wil wijzen, tegen alle verschijnselen en nartuurwetenschappelijke feiten in. Er is geen gevaar en er zal er geen zijn, waartegen de toebreide dienaren en belijders van de gnosis zich niet volstrekt en afdoende zouden kunnen beschermen. Daarom dienen wij allen onze tijd op de juiste wijze en in het levende heden te gebruiken, teneinde ons zo op te trekken in het lichaam van tansmutatie, in het lichaam van de trooster, de Parakleet, opdat wij een onneembare burcht zullen vormen voor allen die tot ons vluchten wanneer de dagen van de grote ontgoocheling zullen komen. 

6. 

Stralingswetten regelen in het gehele dialectische universum  de levensvoorwaarden van alle entiteiten en de grote inademings- en uitademingsprocessen van sterren en planeten, van planetaire en zodiakale stelsels. Men zou kunnen spreken van een gigantisch uurwerk, dat de gang van de dingen in de tijdruimtelijke orde aanwijst en waaraan niets en niemand kan ontkomen. Zo komt een groep van gnostiek gerichten niet  niet op een willekeurig moment in de wereldhistorie naar voren. Zij die de stralingswetten hebben bestudeerd en haar werkingen kennen kunnen als het ware met de vinger op het interkosmische uurwerk wijzen op gebeurtenissen die onvermijdelijk komen. Dit is dan geen voorspellerij, geen waarzeggerij, doch een weten, berustend op kennis van de albeheersende wet, een nuchter en zakelijk rekening houden met de natuurwetmatige gang van de dingen. Dus geen geheimzinnig fluisterende stemmen, geen spiritistische controlegeesten of iets dergelijks, geen mysterieuze poespas, doch slechts wat kennis van de stralingswetten die de alopenbaring beheersen.

Toen de profeten spraken van God, het komende ingrijpen of de komende straffen, doelden zij op de besproken krachten van de natuur, die onweerstaanbaar werkzaam zijn. Zij wisten dat wanneer men spanningen ophoopt, de explosie op de bestemde tijd komen moet. Men kan het explosiemoment vele malen van te voren vaststellen. Nu kan men vragen: Heeft het zin om te profeteren? Als de loop van de dingen in de gehele alopenbaring toch onafwijsbaar is, waarom zou men elkaar dan van te voren behoeven te waarschuwen? Voor de mens als massa, voor de mens als kuddedier, heeft dit inderdaad geen zin. Doch wel voor de zoekende mens, als hij door de gnosis is gegrepen, het pad van bevrijding zou kunnen vinden. 

Voor de zoeker is het wel degelijk van belang dat een waarschuwing hem of haar op de juiste tijd en op de juiste plaats bereikt. Als u nog in het zoekende stadium verkeert en hunkerend naar de bevrijdingsweg tast, zonder deze duidelijk voor u te zien; als allerlei twijfelmoedigheden u bestormen en u bijgevolg in besluiteloosheid blijft staan, dan is in die toestand toch wel degelijk een waarschuwing op zijn plaas: ‘Neem uw plaats in op het pad en voeg u naar de drang van de Logos’. Men kan aan het noodlot van de dialectiek ontkomen door de weg van de ware menswording te gaan. Daarom is het ook een zaak van liefde voor God en de mensen om, als de waarschuwing komt en begrepen wordt, erop uit te gaan en haar te verspreiden. 

7.

De wederkomst Christi wordt in de Bijbel beschreven, doch helaas interpreteren lang niet allen deze wederkomst op dezelfde wijze. Wat daarover in de Bijbel wordt gezegd, verstaan sommigen in volstrekt letterlijke zin, anderen slechts symbolisch. Er is echter verhoudingsgewijs slechts een zeer kleine groep groep die de werkelijke zin vermag te schouwen. De werkelijke zin van de heilige taal van alle tijden heeft verschillende aspecten. U weet misschien wat het pad van de gnosis inhoudt. Het is de weg van ware mensheidsbevrijding. Het is dus geen occulte weg en evenmin een mystieke weg. Wij zoeken en wensen geen contact mét en geen leven in het land aan gene zijde. 

Wij trachtten allereerst een werkelijk levende zielestaat te verkrijgen, wij trachten te komen tot de geboorte van een nieuwe ziel. Als deze ziel er is, wordt, met haar kern als basis, een zielelichaam gebouwd, een persoonlijkheid van de ziel, in de Bijbel ook wel aangeduid als het soma psychikon of het gouden bruiloftskleed. De zielemens die een dergelijk bruiloftskleed, een dergelijke persoonlijkheid van de ziel, weet te bouwen, verkrijgt de binding met het oorspronkelijke leven, met de ware mensheid, met de Godheid van den beginne, met de ware geest. Zulk een mens gaat een weg van eeuwigheid tot eeuwigheid, een weg die met gene zijde, met de spiegelsfeer, niets van doen heeft; en op een gegeven moment ook niet meer met de spiegelsfeer van de stofsfeer van de wereld van de dialectiek. Daarom kan hij op een gegeven moment de gehele oude persoonlijkheid afleggen om in het gouden bruiloftskleed, in de persoonlijkheid van de ziel, verder te gaan. 

Vóór de volstrektheid van dit zielelichaam echter een feit is, heeft de groeiende zielemens reeds lang de Grote Zielemens ontmoet, van wie de Bijbel gewaagt, de zielevorst, een van de prototypen van de mensheid: de Christus. Als de ontwaakte zielemens voor het eerst de zielemensheid lijfelijk aanschouwt, is voor hem de Christus van de schriften wedergekomen. Zie het nu goed voor u. De gnosis declareert zich steeds aan de dialectische mensheid om de gevallen mens de weg naar de zielemensheid te wijzen. U bent geboren om die weg te vinden, te verstaan en te bewandelen. Het doel van uw gehele leven gaat daarin op. Zonder deze weg heeft het menselijk bestaan geen enkele zin. 

8.

In de dialectische noodorde, ons huidige bestaansveld, bevinden wij ons om te leren de roep van God te verstaan en er positief op te antwoorden. Wat is de roep van God, en over wat God van de mensheid wil. De roep van God is niet de stem die tot u klinkt via de geestesschool, of via een kerkelijk lichaam. Nee, de roep van God is een stralingsvolheid, een lichtbemoeienis. Maar als wij níet tot u zouden spreken, zou deze stralingsbemoeienis, dit licht, met betrekking tot u toch een feit zijn. 

Wij zijn hier in deze noodorde geboren om de roep van God te verstaan en er positief op te antwoorden; met andere woorden: om het pad van bevrijding van de ziel te bewandelen. Doen wij dat niet, gaan wij de weg van ieder dialectisch verschijnsel, dan worden wij vermalen in de ramp van de beëindiging. Wij krijgen dus in iedere bestaansperiode de gelegenheid positief op de roep van God te beantwoorden. Doen wij dat niet, dan wordt de microkosmos ontledigd. Óf de hele menshied wordt geliquideerd, óf een deel van de mensheid. Ook ons aardeveld wordt gereorganiseerd, om het gereed te maken voor een nieuwe mogelijkheid tot verlossing. 

De stralingswetten werken wel voor en met ons allen doch, populair gezegd: zij kennen geen pardon. Er valt ten aanzien van hun werkingen niet te transigeren. Wij hebben de keuze tussen positief reageren of niet. Reageren wij niet, wel, dan is de liefde van God daar om aan onze microkosmos steeds weer opnieuw een andere gelegenheid te schenken, opdat eens een persoonlijkheid in de microkosmos zal verschijnen, die positief reageert. Zólang zal de roep van God in deze natuurorde klinken. 

9.

Er zijn diverse soorten kosmische nachten, en dienovereenkomstig dus ook diverse soorten dagen van openbaring. Men kan ze onderscheiden in kleine en in grote dagen van openbaring: kleine ontwikkelingen, die alleen te maken hebben met de aarde; en grotere, die bijvoorbeeld ontwikkelingen en veranderingen brengen in het gehele zonnestelsel. Nog grotere hebben betrekking op het zodiakale stelsel en nog omvangrijkere op het gehele melkwegstelsel enzovoort. U hebt misschien wel eens horen spreken van een sterrenjaar, een esoterisch sterrenjaar, dat ongeveer 25.200 jaar duurt. Elk sterrenjaar is te onderscheiden in twaalf delen; elk twaalfde deel duurt dus ongeveer 2100 jaar, die weer onderverdeeld worden in drie tijdvakken van 700 jaar, waarbij in elke een belangrijke wijziging in het leven van de mensheid naar voren treedt. Elk van deze periodes van 2100 jaar eindigt in een grote verandering, en soms in een ondergangsbewogenheid. 

Zulk een ondergangsbewogenheid omvat het maatschappelijke bestel in al zijn aanzichten, de gehele mensheid en ook de aarde, of grote delen van de aarde. Continenten kunnen verdwijnen, nieuwe continenten komen naar voren, en zo voltrekken zich periodiek diverse veranderingen. Het zal u in dit verband wellicht bekend zijn dat in de Stille Oceaan een continent bezig is te verrijzen. 

Het begin van de christelijke jaartelling correspondeert ongeveer met de aanvang van zo’n periode van 2100 jaar. Het is dus duidelijk dat wij in onze eeuw de tijd van het einde reeds zijn binnengetreden. Daarom beginnen zich in het resterende deel van deze periode diverse ondergangssituaties af te tekenen. 

10.

In alle tijden waren er heilige verhalen en in alle tijden, zolang de dialectische wereld nog zal bestaan, zullen zij er voor alle rassen en voor alle volkeren zijn. Verhalen dus die een analyse zijn van verleden en toekomst, op basis van de stralingswetenschappen. En al deze verhalen van alle rassen, van alle volkeren en van alle tijden zullen altijd aan elkaar gelijk zijn.

Men kan de centrale figuur ervan Jezus Christus noemen, of Krishna, of Boeddha, of wie van de andere groten ook. Maar in wezen gaat het steeds om dezelfde analyse van de universele stralingswetenschap. Men kan de waarheid daaromtrent hullen in allerlei gestalten, maar zij zal altijd tevoorschijn treden. Al deze verhalen van alle rassen en van alle volken en van alle tijden zullen fundamenteel steeds volkomen aan elkaar gelijk zijn, omdat zij aan de mensheid worden geschonken door bevrijde entiteiten, die belast zijn met het helpen van de overige, nog niet bevrijde mensheid. Deze entiteiten kennen natuurlijk de universele stralingswetenschap. Daaruit puttend beginnen zij bij de aanvang van een nieuwe periode de nog niet verloste mensen toe te spreken: over hoe het gaan zal en hoe het gaan moet, en hoe men moet reageren om óók verlost te worden en een zielemens te zijn.

Wie de inlichtingen en de raadgevingen van de groten vergeet, kan telkens opnieuw teruggrijpen naar het verhaal, naar de in het verhaal verborgen stralingsanalyses. Daarom is de Bijbel voor ons zulk een grote schat. Daarom hebben wij onze Bijbel ontvangen. En u weet het, de rozenkruisers zeggen over de Bijbel (in de Confessio Fraternitatis R.C.): ‘Zalig die hem bezit, zalig die hem leest, zalig die hem begrijpt, maar het meest zalig is hij die hem begrijpt en gehoorzaamt!’  

11.

Het is zeker niet onze bedoeling angst op te wekken. Wij spreken van deze dingen als rozenkruisers, als gnostiek-gerichte mensen, en richten ons tot allen die in de vallende nachtstonde het licht zoeken dat nimmer óndergaat. Als u, lezer, tot deze zoekers behoort, gedraag u dan tegenover dit alles zeer objectief. Kies geen partij in de komende strijd. Wij komen wellicht uit verschillende landen. Wij kennen allen onze nationale bewogenheden Doch wij herhalen: kies in de strijd van Armageddon geen partij.

Dat wil niet zeggen dat u uw land niet zou mogen liefhebben, de streek waarin u mag wonen en werken liefhebben, is iets heel anders dan het door ons aangeduide nationalisme. Daarom: kies geen partij! Laat u niet meeslepen, ga niet in een roes ten onder, maar houd, in diep begrip voor de onmetelijke tragiek van de noodlotsvoltrekking waarin wij staan, alle mensen, de gehele mensheid, met uw liefde omvangen.

Indien dit appel tot u spreekt en innerlijk in u beantwoording vindt, besluit dan, in dit voor ons allen zo uitermate belangrijke uur, de nimmer aflatende universele roep tot vervulling van uw enige ware levensbestemming alsnog met diepe ernst te beantwoorden en het pad van bevrijding ijverig te betreden. Indien u dit doet, indien u serieus tracht een gnosticus te worden, kan u niets gebeuren. Dan gelden voor u de woorden van de psalmist (in Psalm 23): ‘Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij.’

12.

Als u positief verlangt te reageren op de roep van God, móet u de beschikking hebben over een zielelichaam. Of u braaf kunt praten over God en of u een enorme kennis bezit van de gewijde literatuur, zal u niet baten; dit alles heeft geen zin indien u niet tegelijkertijd een zielelichaam zult bezitten. Als u onrein en dus naakt blijft, dat wil zeggen zonder het zielelichaam, zal alle religieuze gekwaak u niet helpen. 

Het gaat erom uw microkosmos voor het natuurlijke geweld van de interkosmische stralingskrachten veilig te stellen. Dat kan alleen door het bezit van de levende zielestaat. Voor wie een onsterfelijke ziel bezit, in de gnostieke betekenis van het woord, werkt het natuurlijke ingrijpen in Armageddon niet bestraffend, maar bevrijdend: de kracht en de werkingen van de radiaties tillen de betrokkene dan uit de gebonden gangen van de natuur in de wereld van de levende zielestaat. 

Zo beleven wij andermaal een reprise van de dagen van Noach. De Noachieten waren, zoals u zich zult herinneren, bezig hun ark te bouwen naar de aanwijzingen van God; dat wil zeggen: zij bouwden een jonge gnostieke broederschap, geheel gericht op de wereld van de levende zielestaat, de waarachtige menselijke bestemming. De anderen vroegen de Noachieten: ‘Wat zijn jullie toch bezig te doen?’, haalden hun schouders over hen op en lachten hen uit. Maar toen de dagen van het einde kwamen, geschiedde wat natuurwetmatig geschieden moest. Wij hopen zeer dat u thans diep doordrongen bent van de buitengewone betekenis van de tijd die wij zijn binnengegaan.

13.

Temidden van de brand van de volkeren is de jonge gnosis geroepen de oogst van de velden te halen. Hoewel voor de mensheid in het algemeen, voor de mens als massa, de grote rampspoed nadert, nader voor de gnosis een heerlijke tijd, een tijd van oogst. Daarom klinkt onze roep, de roep van alle gnostieke broederschappen die ons op het pad van dienst zijn voorgegaan:

Maak u gereed, u allen die in het vallende nachtelijke duister in oprechtheid begeert de bevrijdende uitkomst voor de lijdende mensheid te ontwaren. Maak u gereed om, op die weg zelf voorgaande, uw mede-mens-in-nood de helpende hand te kunnen reiken. Maak u allen, zo mogelijk nog in het heden, bereid en ten spoedigste gereed, om u te voegen in de rijen van hen die uitgaan om het klassieke oogstwerk van de volmaakten, van de perfecten, van de naar de levende zielenstaat wedergeborenen, in de wereld van nu te volbrengen.

Honderden jaren geleden, toen de broederschap van de katharen, in onverbrekelijke eenheid met de broederschap van het Gouden Rozenkruis en die van de de Heilige Graal, deze heerlijke arbeid verrichtte, waren er grote aantallen parfaits die als oogstlieden optraden. Men spreekt van drieduizend in Europa. Thans zullen er vele duizenden nodig zijn om het werk, dat van ons verwacht wordt, tot een goed einde te kunnen brengen. Wij richten ons daarom tot allen die de tekenen doorschouwen en de roep innerlijk verstaan, om hen tot dit heerlijke werk van redding uit te nodigen. Moge de komende jaren u volijverig in Gods grote wijngaard werkzaam vinden. Maak u binnen de kortst mogelijke tijd tot deze heilige arbeid geschikt.

Bron: Demasqué door J. van Rijckenborgh

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *