Slotvoordracht door Petra Augrandjean op het symposion ‘Vuur van verandering’ op het conferentiecentrum Renova

Renova, een centraal punt van de School van het Rozenkruis, is een vuurplaats. Renova betekent vernieuwing. Dus het vuur dat hier ontstoken wordt is een vuur van vernieuwing. Op plaatsen waar mensen rond een geestelijk vuur bijeenzijn, ontstaan herkenning, vreugde, inspiratie en sprankeling. En onze ontmoeting rondom dit vuur heeft ons dit vandaag doen ervaren. Het vuur verbindt ons met elkaar, omdat het verschillen wegbrandt. En dat maakt het mogelijk dat we de verbinding voelen met een groter geheel, met iets dat groter is dan wij.

In het licht en de warmte van het vuur kan een mens die bijzondere momenten beleven, ervaren waarin hij niet alleen denkt, of gelooft, dat hij in diepste wezen een eeuwigheidsziel is, maar dat hij het WEET. Innerlijk WEET. Hij ervaart iets van de grote samenhang tussen mens, kosmos en God. Dit WETEN is waarnemen in de geest, weten van binnenuit.

Laten wij Hermes het woord geven, Hermes de afgezant van de goden:

“Er is veel, en van allerlei zijden, over het al en over God gesproken, 
maar de meningen spreken elkaar tegen, 
zodat ik de waarheid daarin niet heb onderkend. 
Wilt U, Heer, mij hierover uitleg geven? 
Want alleen aan wat U mij zult openbaren zal ik geloof schenken.”
“Luister dan, mijn zoon, hoe God en het al zich verhouden: 
God, de eeuwigheid, de wereld, de tijd en de wording.
God maakt de eeuwigheid, de eeuwigheid maakt de wereld, 
de wereld maakt de tijd, en de tijd maakt de wording. […]
Het goede, het schone, de gelukzaligheid en de wijsheid 
vormen als het ware het wezen van God; 
het wezen van de eeuwigheid is onveranderlijkheid; 
het wezen van de wereld is orde; 
het wezen van de tijd is verandering; 
en het wezen van de wording is leven en dood.
God is de oorsprong van alle dingen, 
hun wezen is de eeuwigheid 
en de wereld is hun materie.”

In dit citaat verwoordt Hermes duidelijk dat uit God, of de Geest, de Eeuwigheid voortkomt – en dat het Eeuwig op zijn beurt de wereld schept. Niet de wereld in de zin van enkel onze aarde, maar van de totale schepping. De wereld draagt de tijd – en de tijd haar generaties, haar schepselen. Zo is het of alles wat bestaat door de Geest, dat is: Vuur, bij elkaar wordt gehouden, als de kralen van een ketting door de draad.

Wij mensen staan als sterfelijke wezens in de ‘tijd en de wording’, met al hun bewogenheden, in de grote wereld rondom en in ons eigen persoonlijke leven. Maar door ons wezen loopt toch altijd die draad van de Geest, van de Eeuwigheid.Het begin van die draad ligt in ons hart.

En Hermes legt de grote verbanden uit: Het wezen van de Eeuwige, zo zegt hij, is onveranderlijkheid. Net als het vuur, het enige element dat aan zichzelf gelijk blijft. Het wezen van de wereld is orde, een ordening die aan die onveranderlijkheid beantwoordt en die tegelijkertijd de krachtlijnenstructuur vormt waardoor de verbinding tussen de mens en het zuiver geestelijke kan worden hersteld. Het wezen van de tijd is verandering, in de zin van beweging, ontwikkeling. Het wezen van de wording – van alles wat tot aanzijn komt – is leven én dood. Maar ín dat leven kan alles gebeuren wat nodig is om tot bewustwording te komen van het ene Leven dat alles doordringt.

De Geest, als schepper van alle dingen, zo zegt Hermes verder, heeft als lichaam het snelste van alle elementen: het vuur. De Geest gebruikt het vuur als werktuig voor zijn scheppingsarbeid. We zouden kunnen zeggen dat in alles, dus ook in ons, het vuur van de geest is ontstoken.

Al bij de eerste aanzet van schepping is dat vuur het eerste wat in ons is. Zo kunnen wij de mens, onszelf dus, ook als een brandpunt zien, een ontmoetingspunt voor het geestelijke vuur. Wij worden als vonken aangetrokken door het oorspronkelijke scheppingsvuur. Het is het vuur dat verbindt. Maar het is ook het vuur dat verlicht! Meer licht betekent meer zien, vérder kijken, helderheid, waardoor wij ons leven leren begrijpen, doorgronden. Het leven is dan ook een grote oefenschool, een machtige kans om te leren hoe het eeuwige zich openbaart in de tijd, en hoe wij de draad terug kunnen rollen tot de Bron die God is.

Tijd is dan voor ons ook niet meer alleen de grote verbreker, die we soms zo duidelijk om ons heen zien en ervaren, maar een grote vriend.Door tijd is er beweging, ervaring en vooruitgang. In de tijd kunnen alle noodzakelijke processen van wording én bewustwording zich voltrekken.De tijd is voor de Geest de grote mogelijkheid om aan te grijpen, te ‘doorkruisen’  wat vernieuwd moet worden, in de wereld én in ons.  Vandaar dat wij vandaag spreken van een Vuur, of het Vuur van verandering. Want die verandering is een vuurproces waarbij de vurige Geest van de Eeuwige inbreekt in de tijd – niet om de tijd uit te wissen, maar om hem van duurzame betekenis te voorzien. Hoe gebeurt dat in een mens?

Van het oorspronkelijke Geestvuur gaan zonder ophouden licht en warmte uit – nodig om voortgang en ontwikkeling mogelijk te maken. Levenskracht, warmte, ontwikkeling, geestelijke vooruitgang – zo zie je het Vuur terug in de schepping. Ziedaar de krachtstroom die het Al vervult, die niemand buiten sluit, die ieder bepaalt bij de voortgang die hij maakt. Ook in hen, die zeggen zonder God te kunnen, worden toch die vuur- eigenschappen openbaar, wanneer zij in hun leven groeien in liefde, wijsheid en kracht. 

Het zit ‘m niet in een woord, maar in Waarheid. Een persoonlijke waarheid of visie, ach, ze gaan voorbij, zijn vaak zo futiel. Wáár is, wat echt is, en door het Vuur beproefd. Is het hart sterk, eerlijk? Is het open? Werkt de mens aan zichzelf? Is er een verlangende zielewerkzaamheid? Dan is het Vuur er, dan is er Geest, en dan is de Ene alomtegenwoordig.

Kijk, we zouden kunnen zeggen, dat in ons binnenste twee lijnen naast elkaar lopen. Er is de lijn van de persoonlijkheid, het stoffelijke aanzicht, waarlangs ons leven zich voltrekt, als in tijdlijnen, levenslijnen, familielijnen, geografische lijnen. En er is de lijn van de ziel, het geestelijke aspect. Waar de twee lijnen los van elkaar staan, verbroken zijn, daar is ontreddering. Waar deze twee lijnen elkaar ontmoeten, is er herkenning, een weten dat die twee kunnen samengaan in het leven. Waar deze twee elkaar bewust ontmoeten, worden ze tot een dubbele draad die het meest goddelijke met het meest menselijke verbindt – het universele met het alledaagse.

Dat is een ontzaglijk beeld en we hebben dus nog een hele weg te gaan. Maar hoe gebrekkig onze geestelijke ogen nog zijn, we kunnen ons toch in de schoonheid die zij waarnemen verheugen. En terwijl we verheugd zijn en tot inzicht komen – en daarnaar proberen te leven – houden we de mogelijkheden voor beweging en voortgang in de wereld open, en dragen we bij aan de zo gewenste bewustzijnsontwikkeling. Is dat geen duizelingwekkende gedachte: dat alles, ja werkelijk alles wat zich als inzicht en bewustzijn in de één vrijmaakt en daar verschijnt, tegelijkertijd voor alles en allen is? 

Wij verlaten zo meteen Renova, en op een subtiele wijze is alles anders dan toen wij vanmorgen hier naar toe kwamen. Vuur bracht ons bij elkaar. Het licht van het vuur bracht nieuwe inzichten. De warmte van het vuur wakkerde het in-eigen vuur aan. In de kracht van het vuur lichtte het grote verband op. Wij kunnen zo inzien wat ons verbindt – met elkaar en met het Ene dat achter alle wording drijft. En ligt hierin niet het begin van werkelijke, duurzame verandering?

Spreken wij dan aan het einde van dit Symposion de wens uit dat wij allen – geïnspireerd door het vuur van vernieuwing – één vonk van dat vuur met ons mee dragen naar al die plaatsen waar het Leven ons brengt.

Bron: Symposion Vuur van verandering op 2 november 2019 in Bilthoven 

1 thought on “Slotvoordracht door Petra Augrandjean op het symposion ‘Vuur van verandering’ op het conferentiecentrum Renova

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *