Twee aanhoudende leugenaars – volledige tekst van de tweede brief van Marsilio Ficino in ‘Brieven deel II’

BESTEL GEEF VRIJELIJK WAT VRIJELIJK ONTVANGEN IS – BRIEVEN DEEL II

Het doel van de brieven van Marsilio Ficino (1433-1499) is steeds de liefde voor de waarheid in de mens te doen ontsteken en de menselijke geest te openen voor het zoeken naar de waarheid. hieronder volgen de tekst van de tweede brief met de titel ‘De bedrieglijkheid van menselijke voorspoed’ in Geef vrijelijk wat vrijelijk ontvangen is – Brieven deel II, Marsilio Ficino en de inhoudsopgave. 

Marsilio Ficino aan Bembo, ambassadeur van Venetië en meest illustere ridder.

Ik heb zojuist mijn pen ter hand genomen, mijn beste Bembo, omdat het mijn keus, of beter gezegd mijn lot is u datgene te schrijven wat het eerst in mij opkomt. En het toeval wil dat het volgende dilemma zich het eerst aandient: dat ik een vriend, die het meest waarachtige is van allen, moet groeten en hem tevens een werkelijk goede gezondheid wil toewensen. Want ik beschouw de basis van een werkelijk goede gezondheid nooit als iets wat verwacht kan worden vanuit hetgeen leugenachtig en bedrieglijk is. 

Bijvoorbeeld, allerbeste Bernardo, als wij één van onze bedienden meer dan tienmaal hebben betrapt op een duidelijke leugen, en nochtans bereid zijn hem keer op keer te geloven, tonen wij dan niet door onze onbezonnenheid dit bedrog waard te zijn? Want iedere keer dat wij hem op zijn woord vertrouwen, komen we steeds bedrogen uit en dat houdt een fors risico voor ons in.

Sinds de vroegste tijden zijn er twee zeer belangrijke en aanhoudende leugenaars geweest: namelijk de duivel, de eerste tegenstander van de waarheid, en aan de andere kant menselijke voorspoed, die in feite bedrieglijk geluk is en een obstakel vormt tot waarachtig geluk. Nu kunnen we zeker niet op eenvoudige wijze de leugens van de duivel weerleggen, maar bij vele gelegenheden is duidelijk aangetoond hoe bedrieglijk wereldlijke voorspoed voor de mensheid steeds is geweest, vanaf het begin der tijden tot nu toe. Filosofen oordelen dat die bedrieglijke momenten ontelbaar zijn.

Deze voorspoed misleidt overal ontelbare mensen met zijn geveinsde glimlach, verwoestende charmes, vergiftige verlokkingen en valse beloften. Men kan terecht zeggen dat de leugens van dit soort voorspoed nu nog talrijker lijken te zijn dan het oneindige aantal momenten uit het verleden. Waarachtig, het is niet de leugenaar maar de leugen zelf die het eerst verschijnt; en wanneer die leugen wordt blootgelegd moet deze bij haar naam worden genoemd. Of moeten wij dan het bedrog, zoals ik het wel moet noemen, klakkeloos aannemen, zoals we dat steeds hebben gedaan?

Als gevolg van ons geloof in een volkomen illusoir geluk zijn we er werkelijk ellendig aan toe. En ik herhaal dat dit illusoire geluk thans, oneindig veel meer dan oneindig, deerniswekkende mensen misleidt. Wie is er zo blind dat hij uiteindelijk niet heel duidelijk moet inzien dat dit ongelukkige geluk van de mensen eigenlijk heel onbetrouwbaar is? Hoewel het zich als heel betrouwbaar aan ons toont? Inderdaad, iets is geen geluk zolang het niet het hoogste punt heeft bereikt. Maar wanneer het op zijn hoogtepunt is en dus geluk wordt genoemd, valt het plotseling snel terug in zijn tegengestelde. Zodat wat eerst geluk werd genoemd nu het begin van ongeluk blijkt te zijn. Wat aanvankelijk honing leek, blijkt nu gal te zijn.

Men zou zich kunnen afvragen of dit door de natuur zo beschikt is of dat dit het noodlot is. Filosofen noemen vier redenen van dit fenomeen: goddelijke, hemelse en menselijke. In de eerste plaats heeft de goddelijke voorzienigheid beschikt dat wereldlijke voorspoed heel snel voorbijgaat, om niet de kracht te hebben ons van goddelijke genade af te houden. Werkelijke voorspoed kan niet worden vasthouden, zelfs niet voor een enkel ogenblik. Bovendien heeft diezelfde goddelijke voorzienigheid het zo geregeld dat wij door herhaaldelijke ziekte steeds gedwongen worden ons de hemelse geneesheer te herinneren, en ook dat wij niet zijn neergezet in de geborgenheid van een geboorteland, maar dat wij als het ware verbannen zijn in ballingschap leven.

Voorts is het door de onontkoombare wet van de hemellichamen door de goddelijke voorzienigheid zodanig bepaald, dat de planeten in hun eeuwigdurende en afgebroken loop door het firmament steeds weer terugkeren, zodra zij hun hoogste of verse punt hebben bereikt. Bovendien glijden zij zeer snel van de sextiel- of driehoek-aspecten, die als gunstig worden beschouwd, naar vierkant- of oppositie-aspecten, die als schadelijk worden opgevat. 

Nogmaals, de vier elementen zijn zodanig in een natuurlijke orde in de hemelen gerangschikt – of beter gezegd: zij worden ook zelf voortdurend meegevoerd in de eeuwigdurende stroom der sferen – dat als, óf hitte, óf koude, óf droogte óf vochtigheid reiken aan de uiterste grenzen van hun eigen natuur, hun eindige natuur hun niet toestaat nog verder te gaan, toch ook laat hun staat van voortdurende beweging hen daar ook maar een moment blijven.

Dus wanneer hoedanigheden van deze aard hun uiterste grenzen blijken te hebben bereikt, worden zij onmiddellijk gedwongen terug te keren. Onze vier lichaamssappen en hun combinaties ondergaan evenzo deze snelle verandering. Daarom wordt het hoogtepunt van lichamelijke gezondheid, zoals ook Hippocrates meende, als zeer misleidend beschouwd. In de natuur volgt, uiteraard, een neerwaartse beweging vrijwel steeds op een opwaartse beweging. Wat snel is opgebloed verwelkt even snel.

Tenslotte, de te sterke adem van ijdele voorspoed blaast de wispelturige zielen van de mensen op, waardoor ze gezwollen en ziek worden. Alsof zij door een ziekte aangetast en krankzinnig zijn, vergeten zij dan zichzelf en, hun eigen bestemming hoger schattend dan die als mens, denken zij dat alles is geoorloofd en dat er van boven geen enkel gevaar dreigt. Dit overkwam, naar algemeen wordt aangenomen, koning Alexander.

Tengevolge van dit innerlijke gebrek aan zelfbeheersing leven zij mateloos verder, volkomen hun eigen staat negerend, aanmatigend, onrechtvaardig en onbeschaamd jegens anderen. Maar alle anderen komen hierdoor in beroering en raken vervuld van afgunst en haat jegens hen. Dan beramen zij valse plannen en bereiden zich voor hen te bevechten. Aldus wordt onze voorspoed heel gemakkelijk tenietgedaan door vele oorzaken, die iedereen moeiteloos kan begrijpen. En zoals een in de lucht geworpen steen onmiddellijk valt zodra zijn hoogste punt is bereikt, evenzo dwingt voorspoed, nadat deze iemand op het hoogste punt heeft gebracht, hem de berg uit eigen beweging af te dalen, of anders van de berg te worden geduwd. Inderdaad, hoe zwaarwichtiger de mens, hoe ernstiger zijn val en hoe hoger een mens gestegen is, hoe dieper zijn val.

Heel vaak, na zachte briefjes en milde westenwinden, beukt plotseling een venijnige storm, die gierend vanuit het noorden komt, tegen het zeil en zweept de golven tot op aan de sterren. Koning Philippus van Macedonië, die op dezelfde dag waarop hij triomfeerde bij de Olympische Spelen een militaire overwinning behaalde, en de geboorte van Alexander, zijn eerstgeborene, verwelkomde, vreesde niet geheel ten onrechte en ongunstige wind bij deze overvloedige voorspoed. Daarom riep hij uit: ‘O Beschermende Geest, moge u zoveel goeds met zo weinig mogelijk tegenslag in evenwicht willen brengen.’ Kort daarna werd hij door een pijl aan één oog blind.

Zo zouden ook wij, als wij verstandig zijn en niet wensen te lijden, bevreesd moeten zijn. Of liever gezegd: om aan dit soort angst of vrees te ontsnappen moeten wij geen geloof hechten aan de leugen, en evenmin hopen op een bepaald resultaat. Evenmin moeten we najagen wat snel vervliegt, noch waarde hechten aan zaken die in feite schadelijk zijn en ons benadelen. Laten wij, die uit gemakzucht en gewoonte zo lang in de leugen hebben geloofd, voor één keer tenminste in de waarheid geloven. Laat ons dan, zeg ik, geloven in de goddelijke waarheid. Die waarheid liegt nooit, noch bedriegt zij en bovendien waarschuwt zij ons elke dag op alle manieren nooit vertrouwen te stellen in vals geluk, en nimmer dat blinde ding als gids in ons leven te volgen.

Laat ons dus, met alle kracht die ons is geschonken en die door het oneindig goede instand wordt gehouden, ook datzelfde oneindig goede volgen. Niet alleen omdat het nimmer vervliegt en het universum geheel gevuld is met de onmetelijke kracht ervan, maar omdat het zich ook haast om een ieder tegemoet te treden die zich aan dat goede overgeeft. Zo is de onmetelijke edelmoedigheid van zijn natuur. Het goede is als een gids voor wie het volgen. Het heeft alle dingen gemaakt, en trekt daarom door een natuurlijke impuls ook altijd alle dingen aan. Daardoor kan alles en iedereen het goede volgen. Door deze eigen natuurlijke aantrekkingskracht is dat goede onweerstaanbaar. De roepstem van het goede is wijs en is nimmer tevergeefs. Zo leidt het goede door zijn eigen kracht en wijsheid allen die onderweg zijn en brengt een ieder die volhardt naar zijn uiteindelijke doel.

Het begin, de reiziger, de gids en het doel zijn één en hetzelfde.

INHOUDSOPGAVE

Dankwoord
Woord vooraf bij de brieven
Toelichting bij de vertaling van de brieven
Noten bij woord vooraf
De brieven

    1. Inleiding. Een aansporing tot oorlog tegen de barbaren
    2. De bedrieglijkheid van menselijke voorspoed
    3. Proza behoort te worden verfraaid met het ritme en de maat van poëzie
    4.  Wie alles en allen liefheeft in wat zelf nooit verloren gaat, verliest nooit een geliefd iemand
    5.  Lasteraars moeten worden veracht
    6.  Lasteraars moeten worden veracht
    7. Blijdschap over de benoeming van een magistraat
    8. Er is geen zoetere melodie dan de zoetste vriend
    9. Waarheid heeft geen ander verweer nodig dan zijn eigen kracht
    10. Venus beheerst Mars, en Jupiter Saturnus
    11. Gelukkig de mens die tevreden is met wat hem toekomt
    12. De deugd van een rechtschapen burger
    13. De echte lof van lofspraak
    14. Niets op aarde is van meer waarde dan een mens
    15. Over de luister van een aards banket, over de pracht van een hemels banket en over de gelukzaligheid van een boven-hemels banket
    16. Een wijs mens wijst niemand als nutteloos af
    17. Voor verdorven geesten zijn alle dingen tegenstrijdig
    18. De Gratiën en Muzen zijn van God en moeten weer tot God gericht worden
    19. Iemand, die de waarheid niet liefheeft kan zichzelf niet werkelijk liefhebben. Evenmin kan iemand zich waarlijk verheugen in goede dingen, wanneer hij door gehechtheid eraan het goede zelf waaruit al het goede voortkomt, miskent
    20. Niemand is gelukkig, tenzij hij waarlijk verblijd is. Wie zich verblijdt in de waarheid is werkelijk verblijd
    21. Zo moeilijk en riskant als het genot van tijdelijke vormen is, zo gemakkelijk en gelukzalig is de liefde voor het eeuwige
    22. God maakt alles goed
    23. Het duivelse komt niet van de sterren maar van een gebrek in de materie of door gebrek aan begrip
    24. Alle lof komt toe aan God die het begin en einde van alles is
    25.  Niemand stijgt op tot God totdat God zelf in zekere mate in hem is afgedaald
    26. De massa leeft van onzin
    27. Ware vriendschap wordt door ware religie gevormd
    28. Niet de schil, maar de pit geeft voeding
    29. Wie afhankelijk is van de toekomst en van uiterlijke zaken, is beklagenswaardig
    30. Wie van alles wil, bereikt niets
    31. Hoe afgunst kan worden bestraft, ingetoomd of uitgeroeid
    32. Heb achting voor alle mensen, kies en bemin er e¤ e¤ n, en vertrouw alleen op God
    33. Goede daden op het verkeerde moment zijn in mijn ogen slechte daden
    34. Marsilio uit zich ironisch ten opzichte van de tegenstanders van filosofi
    35. Wat van iemand zelf is, behoort naar hem zelf te worden toegestuurd
    36. Men moet goed doen aan een vriend, zelfs als hij dat niet wenst
    37. Er zijn drie stappen in de platonische beschouwing
    38. Wanneer het fundament zelf wankelt, stort alles wat erop gebouwd is in
    39. Waar liefde gloeit, straalt God, en ontspringt genade
    40. Al het goede van de wereld is slecht voor de mens die een verdorven leven leidt in die wereld
    41. Geef vrijelijk wat vrijelijk is ontvangen
    42. Over de voldoening, het eind, de vorm, de proviand, voorschriften, kruiden en invloed van het feestmaal
    43. Hoe bevallig is het aangezicht van een vriend, hoe noodzakelijk is de in vrijheid gekozen liefde
    44. De mens is de mens een wolf, geen mens
    45. God geeft niemand alles
    46. Het principe van leren en spreken
    47. De wens naar wraak is niets anders dan de acceptatie van een ander onrecht
    48. Wie veel probeert, begeeft zich op een dwaalspoor
    49. Men kan kunst niet tevredenstellen als men zelf door kunst steeds tevreden wordt gesteld
    50. Alleen liefde kan het leven beschermen, maar om bemind te worden moet men liefhebben
    51. Geld weggooien is zeker een ernstige zaak, maar een mens afwijzen is nog erger
    52. Wie goedgelovig is, verdient weinig geloof
    53. Over plichten
    54. Men vervalt nimmer tot de hel wanneer men, gegrondvest op het hogere, het laagste onderzoekt met zuiverheid en erbarmen
    55. Op het gemakkelijke levenspad van ondeugd volgen moeilijkheden op het moeilijke levenspad in deugdzaamheid volgt gemak
    56.  Zoals in de fysieke wereld schoonheid liefde oproept, zo schept liefde in de geest schoonheid
    57. Vrome werken behoren bij de vrome
    58. Vrome werken behoren bij de vromen
    59. Als we maar helder zagen hoe onzuiver en hoe opgewonden de onoprechte ziel is, dan zouden we niet zondigen
    60. Niets is schaamtelozer dan een mens in wiens huis, alle dingen mooier zijn dan de ziel
    61. Voor slechte mensen is voorspoed slecht maar voor goede mensen is tegenspoed goed
    62. De ziel is niet bevredigd door sterfelijke dingen, want zij verlangt immer naar het onsterfelijk
    63. Niet het kaf maar de korrel geeft voeding
    64. Wat goed is, is feitelijk nog beter als het overvloedig is
    65. Dingen kunnen niet verenigd worden in wat zelf veranderlijk en verschillend is
    66. Cupido is overtuigender door stil te zijn, dan Mercurius door te spreken en Phoebus door te zingen

Noten bij de brieven
Correspondenten van Ficino

BESTEL GEEF VRIJELIJK WAT VRIJELIJK ONTVANGEN IS – BRIEVEN DEEL II

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *