Verhaal over de herkomst van de graal, vrij naverteld aan de hand van oude mythen en legenden

Toen God de Heer de wereld schiep, vormde hij uit de vurige ethersubstantie van de kosmos de zuivere geesten, zijn helpers en boodschappers: de engelen. Temidden van deze namen zeven eerstgeschapenen een bijzondere plaats in, want zij belichaamden de oerbeelden en oerkrachten van de hele schepping. Deze zeven mochten te allen tijde het onverhulde aanzicht van hun schepper aanschouwen, want zij stonden van de aanvang af in het licht van zijn heerlijkheid.

Tot leider nu van deze zeven  was Samaël benoemd, die ook Satanaël of Lucifer – dat is ‘lichtdrager’, wordt genoemd. Hem had de Heer als zijn speciale geliefde engel uitverkoren. Op de dag dat hij geschapen werd straalde zijn lichtgestalte in de schijn van veelkleurige juwelen. Een schitterende kroon tooide zijn hoofd. In deze kroon was op de plaats boven het voorhoofd de kostbare edelsteen ingelegd, die leek op een uit licht gevormde smaragd. En alles wat door de lichtstalen uit deze steen werd getroffen, glansde helder en in goddelijk licht.

Voor de zeven eerstgeschapenen, voor hun leider Samaël en voor alle engelen ontvouwde de Heer nu het grote plan van de aardse schepping en hij verkondigde de geesten van zijn rijk, dat de mens een bijzondere plaats temidden van alle schepselen zou krijgen. De mens zou naar het beeld en de gelijkenis van de schepper gevormd worden en de engelen moesten hem dienen.

Maar dit goddelijke plan deed de machtigste van alle engelen, de lichtbrenger Lucifer, in toon ontsteken. Hij, de stralende, meende dat God hem hiermee ten voordele van de mensen groot onrecht had aangedaan.

Vanaf dat moment begon Satanaël aan de wijsheid van God te twijfelen er ontbrandde haat in hem tegen het gehele mensengeslacht. Vervuld van afgunst besloot hij, de Heer niet meer te gehoorzamen, en in zijn trots begon hij ook de andere engelenscharen tot ongehoorzaamheid tegen de Heer op te zetten. En een derde deel van de engelen volgde hem.

De Heer wist wel van de echter wel van de gedachten en listen van de engel die eens zijn meest geliefde was geweest en hij besloot, de trotse met zijn hele aanhang uit de hemel te verjagen. En uit de scharen van de engelen die hem trouw gebleven waren riep hij Michaël en beval hem, met de kracht van het goddelijk vuur, met het vlammende zwaard, Satanaël – die voortaan alleen nog Satan zou heten – te verblinden en hem tezamen met de opstandige schare uit de hemel te jagen. En zo geschiedde.

En terwijl Satan met zijn scharen half over de kop de duisternis tegemoet tuimelde, sloeg Michaël hem met het vlammenzwaard de stralende steen, de onvolprezen smaragden juweel uit zijn kroon.

Uit deze steen vormde Michaël, die na Gods richtspreuk over Satan en zijn schare tot opperste engel was benoemd, een wonderlijke, kelkachtige schaal. Dit prachtige voorwerp werd tot heilige schaal, die ertoe was voorbestemd de zonnehostie in zich op te nemen. Toen de schaal klaar was bracht Michaël haar naar de aarde die inmiddels voltooid was; aldaar werd zij vanaf oertijden in speciale heiligdommen bewaard. Van heiligdom tot heiligdom werd zij in de loop van de tijden door de ingewijden verder gereikt en tenslotte kwam zij naar Tyrus, de stad van de bouwmeester Hiram. En vandaar leidde haar weg naar het koninkrijk van Saba, waar de koningin van de sterrenwijsheid heerste. Ook daar werd de schaal een bepaalde tijd behoed. Met de koningin van Saba reisde zij vervolgens mee naar Jeruzalem, en zo kwam zij in het paleis en de tempel van de wijze Salomo.

Juist op die plaats werd in de tijd die volgde de komst van de mensenzoon voorbereid. Het ‘keerpunt van de tijden’ dat oude geschriften hadden voorzegd, naderde. De zoon van God werd met behulp van de aartsengel Michaël, via het lichaam van de jonkvrouw Maria op aarde geboren.

Jezus werd door de doop tot Christus, zijn woord en zijn kracht verbreidden zich door hem en zijn discipelen onder de mensen. En toen de tijd gekomen was dat Christus en zijn volgelingen aan het laatste avondmaal zaten, toen bevond zich ook de schaal, die Michaël van de steen uit Lucifers kroon had gevormd, onder hen. En daar ging de bestemming van de heilige kelk in vervulling, want de kracht die Christus in zijn leerlingen liet indalen, vulde ook de schaal en was voortaan voelbaar voor ieder die haar op de juiste wijze naderde.

Uit het huis van het avondmaal kwam de kelk vervolgens bij Pilatus, die hem bewaarde. En toen na het mysterie van Golgotha Jozef van Arimathea, die ook een geheime leerling van Jezus was, naar Pilatus ging en hem toestemming vroeg, Jezus’ lichaam van het kruis te mogen nemen, toen gaf Pilatus hem de kostbare kelk, waardoor zijn bestemming vervuld werd.

Jozef van Arimathea behoedde de kelk trouw, en toen hij van het oosten naar het westen reisde, kwam de schaal als graalskelk naar de berg van het heil, Montsalvat. Daar werd de schaal als het kostbaarste, kracht schenkende testament van de zoon van God behoed.

De lichtbrengende heerlijkheid van Lucifer werd zo door Michaëls zwaard en kracht tot heilige schaal, die Christus met zijn offerkracht vulde. De sporen van deze graalstroom echter doortrekken als een onderaardse ader onze geschiedenis tot op de huidige dag.

Bron: Michaël – verhalen en legenden, Martin Sandkühler

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *