Citaten uit Het boek van Mirdad bij het online-programma Mysteriën van Mirdad

Mirdad 1

1. In vrede leven met het universum 

Het «ik» is een bron, vanwaar alle dingen uitstromen en waarnaar ze alle terugkeren. Zoals de bron is, zo is de stroom. Want «ik» is het scheppende Woord. De schepper brengt alleen zichzelf voort, niets meer, niets minder.

Mirdad 2

 

2. Het volmaakte evenwicht bereiken 

Het «Ik» van God is Gods eeuwige, enige Woord. Als God «Ik» zegt, wordt niets ongezegd gelaten. De mens is een god in windsels. Als de mens «ik» zegt, klieft hij het Woord in tweeën. Inzicht is de Heilige Geest, die het Woord belevendigt en het met het bewustzijn verbindt. Dát is ’s mensen bestemming: om de gespletenheid in het «ik» toe te binden.

Mirdad 3

3. Oppassen voor omheiningen

Zoek eerst de kennis van het Woord, opdat je jouw eigen woord mag kennen.  Want jouw woord en dat van God zijn één, behalve dat het jouwe nog gesluierd is. Gods Woord sluit alles in zich. Onscheidbaar is de mens van God.

Mirdad 4

4. Niemand oordelen

Heeft de mens zich niet uit onwetendheid in tweeën gespleten en aldus de dood over zich geroepen en over alles waaruit zijn verdeelde wereld bestaat? Als je alles zou weten, zou je niemand oordelen.Gods een-zijn is Gods enige, eeuwigdurende wet van het zijn; een andere naam ervoor is Liefde. Dit te weten en zich aan die wet te houden, is te wonen in: het leven.

Mirdad 5

5. Leven om te leren liefhebben

God is geheel liefde, omdat Hij zichzelf liefheeft. Zoals een machtige rivier, die zich uitstort in de zee, steeds weer door de zee wordt aangevuld, zo moet ook jij jezelf in liefde ontledigen, opdat je steeds van liefde vervuld kunt zijn. Liefde is de wet van God. Wij leven, opdat wij zullen leren lief te hebben. Wij hebben lief, opdat wij zullen leren te leven.

Mirdad 6

6. Binnengaan in de scheppende stilte

De stilte waarin ik je wilde binnenleiden, is dat oneindige uitspansel waarin het niet-zijnde overgaat in het zijnde en het zijnde in het niet-zijnde. Het is die ontzagwekkende ruimte, waarin ieder geluid geboren wordt en verstilt, waarin iedere vorm gestalte krijgt en vergaat en waarin ieder zelf wordt ingeschreven en uitgeschreven: waarin niets is dan het.

 

Mirdad7

7. Groeien door voortdurend te vergaan

Het wiel van de tijd wentelt, maar zijn as is in rust. God is de as van het wiel. Hij is tijdloos, ruimteloos en in rust. In de as is alles vrede, op de velg is alles in hevige beroering. Stap daarom, zeg ik, van de velg van de tijd over naar haar as, en bespaar jezelf de onpasselijkheid van de beweging. Laat de tijd rondom jou wentelen, maar wentel zelf niet met de tijd.

Mirdad 8

8. Alle geluk en ongeluk aanvaarden

De tijd is het universele geheugen, er zijn in ruimte en tijd geen toevalligheden. Alle dingen geschieden naar de beschikkingen van de Alwil, die ieder mens en ieder ding datgene terug geeft wat zij gewild hadden, niet meer en niet minder en ongeacht of zij het bewust hebben gewild of niet. Alles heeft een wil. Jouw wil verbergt zich in iedere ademtocht, in ieder woord en in iedere wens, gedachte en daad. Als je eenmaal de verborgen wegen van je eigen wil begrijpt, begrijp je de Alwil. Aanvaard dan alles wat over je komt, in dankbaarheid.

Mirdad9

9. Het grote heimwee erkennen

Het grote heimwee is als een nevel, die het oog berooft van de zichtbare werkelijkheid en zich tot de enige werkelijkheid maakt. Een slaapwandelaar is de mens met het grote heimwee, in een wereld die schijnbaar zo helder wakker is. Hij wordt getrokken door een droom, die zij die rondom hem zijn niet zien en niet voelen. Het grote heimwee heeft hem een vreemdeling in de wereld doen worden, hij is zonder tehuis. Want het oog van zijn hart is op de andere oever gericht. Het geloof zal hem hoog uittillen boven die stilstaande, benauwde wereld. Inzicht zal zijn schreden leiden tot de onuitsprekelijke vrijheid van de bergtop — het ware, grenzeloze, allesomvattende.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *