Reis door het mooie Westen, bijdrage van auteur Corina Zuiderduin: ‘Mysteriën van Egypte’

 

LEES MEER OVER HET MOOIE WESTEN

BESTEL HET MOOIE WESTEN VAN CORINA ZUIDERDUIN

Waar ga je naar toe? Wat kom je tegen na de dood? En waarom leef je op aarde? Dit zijn vragen die mensen bezighouden. Ook duizenden jaren geleden, in het land aan de Nijl, verdiepten mensen zich in deze onderwerpen. Op het Egypte-symposion van Stichting Rozenkruis werd een videopresentatie ‘Reis door het mooie westen’ vertoond waarin Corina Zuiderduin, uitleg gaf. Die presentatie is verwerkt tot een tekst met meerdere illustraties die is opgenomen in het symposionboek Egyptische mysteriën – tempels, mens en magie, waarvan het eerste gedeelte hieronder is weergegeven.  De video’s bovenaan en onderaan dit bericht zijn gemaakt tijdens de lezing van Corina in Pentagram boekwinkel in Haarlem in 2019.

Egyptische priesters kenden de geheimen van leven en dood. Zij wisten waar je verbleef in de periode tussen twee levens. Volgens de oude Egyptenaren bestaat er geen dood. Er bestaat alleen maar leven, leven met een vorm – een lichaam – en leven zonder lichaam. De verschillende bewustzijnstoestanden waar je na de dood doorheen gaat legden zij vast in sprekende schilderingen op muren, in dodenboeken en in beelden van steen. In mijn interpretatie, gebaseerd op het boek Het Mooie Westen, mythen en symbolen in Egypte gaan we deze stadia fase voor fase bekijken.

LEES MEER OVER HET MOOIE WESTEN

BESTEL HET MOOIE WESTEN VAN CORINA ZUIDERDUIN

In het oude Egypte had de zon een symbolische functie. Elke dag verschijnt hij in het oosten om onder te gaan in het westen. Vanuit de aarde gezien lijkt hij een reis te maken van de zichtbare gebieden overdag naar de onzichtbare gebieden ’s nachts. In het oude Egypte speelde deze cyclische beweging een belangrijke rol. Het oosten werd geassocieerd met geboorte. Het westen werd de benaming voor het land achter de horizon, voor het gebied waar je na de dood doorheen reist en dat je niet meer kunt zien. De hogere sfeer van dat gebied werd het Mooie Westen genoemd. 

De Egyptenaren geven aan dat sterven een proces is. Je trekt je langzaam terug naar een diepere sfeer. Als je na verloop van tijd weer geboren wordt kom je langzaam weer terug op aarde, in een lichaam. Hetzelfde gebeurt tijdens de slaap. In Egypte waren dood en slaap precies aan elkaar gelijk, net als bij de Grieken. 

In Het Egyptische dodenboek worden de fases waar je doorheen gaat in kleurige voorstellingen weergegeven. De eerste fase van de dood wordt weergegeven door de weegschaalscène. Deze gaan we nu in detail bekijken. We nemen daarvoor het dodenboek van Ani als uitgangspunt, omdat dit een van de mooiste en meest complete en best bewaard dodenboeken is. 

Fase 1: De eerste terugblik

Het dodenboek opent met een loflied aan de zonnegod. Hiermee wordt het begin van het stervensproces aangegeven. Vervolgens zien we als eerste de scène van de balans (afbeelding 1). We zien Ani met zijn vrouw Toetoe voor een grote weegschaal staan. Ani is nog een keer afgebeeld in zijn Ba-vorm, zijn ziel, als een vogel met het hoofd van Ani. De scène verbeeldt een belangrijk moment. Ani’s hart wordt gewogen ten opzichte van de veer van Ma’at. Zijn hart moet precies in balans zijn met deze veer. Ma’at is de kosmische wet van harmonie, waarheid en rechtvaardigheid. Dit is niet een door mensen gemaakte wet, maar deze is verankerd in de natuur. De natuur is volgens de Egyptenaren zo opgebouwd dat alle wezens met elkaar samenwerken en elkaar ondersteunen. 

Het hart op de weegschaal is niet een echt hart, maar het heeft de vorm van een vaas of een pot. Dit geeft aan dat het om de inhoud gaat. Het is de innerlijke mens die wordt gewogen. Ani kijkt terug op zijn leven en gaat in zichzelf al zijn handelingen en gedachten na. Hij kijkt of ze in balans waren met deze kosmische harmonie. Hij kijkt of ze ethisch waren, of ze in overeenstemming waren met zijn hoogste innerlijke besef van rechtvaardigheid en waarheid. 

We zien bij de weegschaal nog meer figuren staan. Eén van de figuren is Thoth. Hij is de figuur met het hoofd van een ibis. Thoth is de god van wijsheid. De Egyptenaren houden van personificaties. Om te zien welk begrip een godheid vertegenwoordigt moet je in Egypte het woordje ‘god’ of ‘godin’ weglaten. Bij de god van de wijsheid (Thoth) laat je de woorden ‘de god van de’ weg. Dan blijft het woord ‘wijsheid’ over. Thoth vertegenwoordigt ‘wijsheid’. Waar zit wijsheid? Dat zit natuurlijk in jezelf. Thoth stelt een hoger deel in jezelf voor. Je kunt dingen tijdens je leven zijn vergeten, maar een hoger deel in jezelf weet altijd hoe het in elkaar zit. Dat deel registreert alles. Thoth is ook het deel in jezelf waar je je op kan richten om wijsheid en inzicht te verkrijgen. 

Bovenop de weegschaal zit een baviaan. Deze baviaan is ook een verbeelding van Thoth, van wijsheid. Dit hele afwegingsproces staat in het teken van wijsheid. Wanneer je de balans opmaakt levert dit altijd inzichten op. Deze worden door Thoth nauwkeurig op zijn schrijfpalet genoteerd. 

Thoth wordt bijgestaan door Anoebis. Hij heeft het hoofd van een hond of een jakhals. Als andere goden een deel in jezelf voorstellen dan doet Anoebis dat ook. Anoebis controleert het schietlood van de weegschaal. Anoebis heeft in het dodenboek verschillende functies. Hij is onder andere degene die haarscherp aanvoelt of je de hogere werelden kan binnengaan. Hij bespeurt of je helemaal zuiver en mooi geworden bent. Eén van de dingen waar Anoebis in mijn interpretatie voor staat is de intuïtie. Je voelt feilloos aan wat wel in balans met Ma’at is en wat niet. 

De goden boven de weegschaal kun je ook als deelaspecten van jezelf zien. Achteraan zit bijvoorbeeld Sia. Sia betekent ‘inzicht’. Ani kijkt vanuit een hoger perspectief naar zijn eigen leven met inzicht en wijsheid. Vooraan zitten Atoem en de zonnegod. Atoem vertegenwoordigt een diep deel in jezelf, evenals de zonnegod. 

Bij de weegschaal staat ook nog een apart monstertje: Ammoet. Hij heeft het hoofd van een krokodil, het bovenlichaam van een luipaard of hyena en het achterlijf van een nijlpaard. Van dit beestje wordt altijd gedacht dat hij de dode op zou slokken. Hij wordt gezien als een eng monstertje, maar eigenlijk is hij dat niet. Hij heeft namelijk een godenhaardracht en er is nog iets opmerkelijks. Ook één van de bedden van Toetanchamon heeft de vorm van dit vreemde dier. 

Op dit bed staat zelfs geschreven dat Toetanchamon geliefd is door Ammoet. Er zit daarom veel meer achter dan tot nu toe is herkend. Het is erg leuk om te zien dat de Egyptenaren visuele beeldspraak toepasten. Het woord ammoet kun je ontleden met am – ‘slikken’ en moet – ‘dode’. Ammoet betekent dan ‘het slikken van de dode’. Maar er is nog een interpretatie. Het woordje am betekent namelijk ook ‘weten’. En moet ‘dode’. Dan wordt de betekenis van Ammoet: ‘het weten van de dode’. Je kunt Ammoet zien als het geweten. 

Want wat doet Ammoet? Hij wacht op het hart wanneer het niet in balans is met Ma’at. Eigenlijk verbeeldt het dit: als Ani iets heeft gedaan dat niet helemaal zuiver, rechtvaardig en eerlijk was, dan gaat hij dit op dat moment duidelijk zien. De hele weegschaalscene beeldt een leerproces uit. Ammoet slokt het op, en neemt het als ‘weten’ met zich mee naar een volgende geboorte. 

Er zit nog meer beeldspraak in verstopt. Het ‘slikken van het hart’ is ook een Egyptische uitdrukking. Deze heeft twee betekenissen. Eén betekenis van ‘het slikken van het hart’ is ‘het bewustzijn verliezen’. Dat betekent niet dat je je bewustzijn kwijtraakt of dat je niet meer zou bestaan. Dat kan volgens de Egyptenaren helemaal niet. Het diepste innerlijke deel, dat deel dat je echt bent, is er altijd al geweest en zal er altijd zijn. Het betekent wel dat er iets in je ontwikkeling is dat nog niet zo mooi is als Osiris. Dát stukje van jezelf heb je nog niet helemaal ontwikkeld. Dat gedeelte is nog niet ‘bewust’, ‘wakker’. Je hebt dan nog niet helemaal het bewustzijn van Osiris bereikt. 

Het ‘slikken van het hart’ heeft nog een tweede betekenis. Het betekent ook ‘spijt hebben’. Teksten in het dodenboek geven aan dat je het zelf bent die alles bekijkt en beoordeelt. Op dit moment trek je conclusies. Je leert ervan en besluit: dat ga ik de volgende keer anders doen. 

Ammoet is eigenlijk je hulp. Je geweten groeit. Elk leven doe je inzichten op en die neem je met je mee. Je geweten kan aangeven wat je niet moet doen. Als je een fout al eens eerder hebt gemaakt, ligt dat besef ergens opgeslagen. Je weet het. Op het moment dat je in een vergelijkbare situatie op het punt staat een fout nog eens te maken, geeft je geweten aan: ‘niet doen’. Maar je geweten geeft nooit aan wat je wel moet doen. In het dodenboek zegt Ani: ‘Ik heb geen tweede fout gemaakt.’ Ik heb niet voor de tweede keer iets fout gedaan. Fouten maakt iedereen. Dat is volgens de Egyptenaren helemaal niet erg. Het is een leerproces, maar als je eigenlijk al weet hoe het moet, dan is het wijzer om naar je geweten te luisteren. Je moet het anders nog een keer leren en nog eens de gevolgen ervaren die dat met zich meebrengt.

Ammoet representeert alle opgedane inzichten en levenslessen van alle eerdere levens. Ammoet geeft daarmee ook aan dat je jezelf beoordeelt naar je eigen hoogste ethische besef. Je beoordeelt jezelf niet op iets dat je nog niet wist of niet hebt gezien. 

Er zijn nog meer figuren in deze scène te zien. Vlakbij de weegschaal staat Sjai. Sjai is een verbeelding van het lot. Het woord sjai betekent ‘bestemming’, ‘lot’. Boven Sjai zie je een vreemd figuurtje; een vierkante steen uitlopend in een vrouwenhoofd. Dit is Meschenet. Meschenet is de personificatie van de geboortesteen. Zij verbeeldt ook het lot. Egyptische vrouwen baarden hun kinderen tussen twee stenen; de geboortestenen. Meschenet vertegenwoordigt de plek waar je voor het eerst contact maakt met de aarde. Zij representeert de plaats waar je op aarde terechtkomt en daarmee je levensomstandigheden. 

Schuin onder Meschenet staan nog twee figuren. Zij staan naast elkaar. De ene figuur overlapt de andere. Eén figuur verbeeldt opnieuw Meschenet, maar nu in menselijke gedaante. De andere figuur is Renenoetet. Renenoetet is ook een godin van het lot. Zij is daarnaast ook de godin van de oogst. Je kunt je afvragen: wat doet de godin van de graanoogst daar nu? En waarom heeft deze godin zulke uiteenlopende functies? Verderop, als we bij het hemelgebied zijn, wordt dit duidelijk.

Ani kijkt terug op zijn leven en ziet de verbanden tussen zijn gedachten en zijn handelingen en de gevolgen – zijn lot – die zij teweegbrachten. Hij ziet hoe uit de ene gedachte een handeling volgde en hoe uit de ene handeling de volgende handeling voortkwam. Hij ziet en herkent de reeks gevolgen die ze veroorzaakten. Omdat hij nu alles vanuit een hoger perspectief bekijkt, kan hij zijn leven beter overzien en ziet de logische verbanden. Hij begrijpt waarom hem bepaalde dingen zijn overkomen in zijn leven. Hij weet ook dat al zijn handelingen weer nieuwe gevolgen zullen krijgen in zijn volgende leven. Ze bepalen zijn lot en de plaats waar hij geboren zal worden. 

BESTEL SYMPOSIONBOEK MYSTERIËN VAN EGYPTE, € 12,50

In Mysteriën van Egypte en in Het Mooie Westen bespreekt Corina ook de overige 9 fasen:

  • Fase 2: vertrekt naar het dodenrijk
  • Fase 3: de tweede terugblik
  • Fase 4: het loslaten van de tijdelijke aspecten
  • Fase 5, 6 en 7: de hemel, een rustfase van vrede en geluk
  • Fase 8: opbouwen van de tijdelijke en fysieke delen
  • Fase 9: geboorte op aarde
  • Fase 10: leven op aarde

Bron: Mysteriën van Egypte – tempels, mens en magie

LEES MEER OVER HET MOOIE WESTEN

BESTEL HET MOOIE WESTEN VAN CORINA ZUIDERDUIN

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *