11. Op weg naar de heilige graal – heb uw vijanden lief – boek van Antonin Gadal

 

BESTEL OP WEG NAAR DE HEILIGE GRAAL

Heb uw vijanden lief; doe wel degenen die u haten; bid voor hen die u vervolgen.

Jezus (Mattheüs 5:43)

Na het ochtendgebed denkt Mattheüs na. De woorden van zijn meesters komen geleidelijk in zijn gedachten terug en brengen hem er ongemerkt toe zijn inzicht te verdiepen.

‘De dierlijke mens, die zich heeft ondergedompeld in de objectiviteit, kan zich daarvan slechts bevrijden door aan zijn animale staat te ontstijgen. Als hij door de elementen heengaat, staat hij aan deze af wat hun behoort, al wat tot het lagere behoort, en wordt hij meer en meer doordrongen van het goddelijke.

Uit het symbolische water, het reinigende water, dat alle mogelijkheden van formatie en transformatie in zich besloten houdt, rijst hij op tot de eigenlijke menselijke staat, tot de staat van het volle Menszijn; de kennis van de wet die dit reinigende water beheerst, schenkt het bezit van de gave der voorzegging en der profetie.’

De grijsaard wekt hem uit zijn overpeinzingen, door hem op de schouder te tikken. Mattheüs, knielend, ontvangt de zegen van de goede grijsaard, die verheugd is zijn volijverige leerling te mogen leiden; daarna begeven beiden zich naar de kapel van de Heremiet.

De zon staat midden boven het dal; door de grote, hoge rotsspleet boven de uitgang dringen de stralen in de kapel, die daardoor goed verlicht is.

Als Mattheüs de verplichte nauwe, lage doorgang, die men slechts kruipend kan passeren, doorgegaan is, wordt hij met grote innerlijke blijdschap vervuld door het schouwspel dat zich aan zijn ogen vertoont.

Rondom de tafel die, zoals steeds, met een smetteloos linnen kleed bedekt is, en waarop zich het heilige Boek bevindt, liggen Parfaits in een kring geknield te bidden. De dienstleider wacht, eveneens geknield, op de komst van de Meester en de zoon, om de gebruikelijke ceremonie van de dienst te beginnen. Achter de tafel is de Fount Santa, die mi-resj of half-cirkelvormig op het oosten is gericht, reeds toebereid.

Alleen de gang van het labyrint is verlicht ter wille van de Broeders die met de bediening van het water belast zijn.

Bij het verschijnen van de grijsaard staan alle aanwezigen op en spreekt de dienstleider, met uitgestrekte armen, de aanroep uit:

‘Paulus kwam in Phrygië aan. De Galatische Phrygiërs voelden zich al heel weinig tot de eredienst van Zeus aangetrokken. Zodra zij de stem van de apostel Paulus vernamen, haastten zij zich de godsdienst van de Christus te omhelzen. Paulus koos, om zich definitief te vestigen, een rots bij Smyrna, en liet deze tot een mysterieuze gesloten stad inrichten. Men verzamelde er het reinigende water, het enige dat voor de onderdompeling was toegelaten.

O, heilige doopkapel van Paulus, o, heilige bron! Moge Mattheüs, als hij door de reiniging met het symbolische water is heengegaan, waarlijk van het goddelijke vervuld zijn. Moge de vlammende vijfpuntige ster daarheen leiden!

O, Christus! Moge deze nieuwe zoon de weg der sterren bestijgen, om onze Broeders waardig te kunnen helpen bij het uitzaaien van uw goddelijke woord. Moge hij, overeenkomstig uw gebod, uit water en geest geboren worden, opdat hij zal binnengaan in het Koninkrijk Gods.’

De dienst gaat verder. Het heilige Boek handelt, op de bladzijde van die dag, over het bezoek van Nicodemus aan Jezus, en het gesprek dat daarbij plaatsvond:

‘Meester, wij weten dat gij van God gekomen zijt als leraar, want niemand kan de tekenen doen die gij doet, tenzij God met hem is.’

‘Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.’

Het laat zich denken dat bij dit thema de dienstleider overtuigend, geestdriftig, ja indrukwekkend is. Te meer daar het uitgelezen gehoor van Parfaits hem stimuleert de inhoud van deze bladzijde van de dag innerlijk te beseffen. In zijn commentaren zijn de bewijzen daarvan dan ook overvloedig:

‘Tenzij een mens uit water en geest geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Wat uit vlees geboren is, is vlees, en wat uit geest geboren is, is geest. Gij moet wederom geboren worden. Het licht is in de wereld gekomen, maar de mensen hebben de duisternis meer liefgehad dan het licht, omdat hun werken slecht waren. Wie naar de waarheid handelt, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, omdat zij uit God zijn.’

Terwijl de commentaren uitgesproken worden ontsnapt Mattheüs’ aandacht naar het etherische gebied. Hij gaat verder dan de dienstleider, want zijn gedachten, die wat overbelast zijn, worden nu gemakkelijk afgeleid. En God weet hoe lang zijn gedachtenvluchten zijn, bezaaid met nieuwe argumenten, die weer andere, schone gedachten oproepen.

Mattheüs voelt hoe hij door de Broeders wordt omringd en door vrome, bevriende handen als het ware wordt gedragen. Plotseling bevindt hij zich midden in het bekken van de Fount Santa, terwijl het water hem tot de knieën reikt. Hij hoort niets. Hij ziet niets. Hij is geheel verloren in zijn reiniging. Intussen volgen de gebeden elkaar op.

Drie Parfaits komen door het labyrint, ieder met een kelk water. De grijsaard neemt deze achtereenvolgens aan en stort hun inhoud over het hoofd van Mattheüs uit: ‘In de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.’

Het is Mattheüs alsof hij telkens met warm water wordt overgoten. Bij deze ervaring van warmte, die bij iedere besprenkeling toeneemt, voelt hij zich als in een nieuwe wereld opgeheven.

Hij knielt neer. De Parfaits, die rondom hem staan, gaan nu over tot handoplegging op zijn hoofd, terwijl de grijsaard met ten hemel geheven linker onderarm, wijsvinger en middelvinger – het gewijde rituaal der apostelen – met de liefde van een meester en vader de zoon zegent die zo juist de heilige reiniging ontvangen heeft:

‘Ontdoe u voor altijd van alles wat tot uw lagere leven behoort. Door dit water, dat God heeft verwarmd en dat Hij ons in dit heilige oord zendt, ga uw dierlijke natuur onder. Wees onze goddelijke Meester waardig. Moge de Heer u zegenen en u tot een goed einde leiden.’

Zonder precies te weten hoe, hervindt Mattheüs zich, alleen, in zijn eigen slaapvertrek. Alles komt nu in zijn herinnering terug. Hij is zich bewust de tweede graad van zijn lange inwijding te hebben verworven. Hij ziet terug op zijn binnenkomst in de Églises van Ussat, door de symbolische muur, en op de jaren die met studie, afzondering, vasten en gebeden zijn doorgebracht, en die hem slechts vreugde en geluk hebben gebracht. En hij voelt weldra gereed te zijn om door de mystieke poort heen te gaan.

Plotseling echter denkt hij aan de retraite, aan het vasten gedurende veertig dagen, en aan het graf… dat de grijsaard hem heeft opgelegd vóór Bethlehem daagde…

Bron: Op weg naar de Heilige Graal – de oude Kathaarse mysteriën door Antonin Gadal

LEES OF BELUISTER ACHTERGRONDEN EN VERKLARINGEN BIJ DIT BOEK

BESTEL OP WEG NAAR DE HEILIGE GRAAL

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *