De schat van de katharen, de patriarch en de heilige graal – Catharose de Petri – 24 december 1980

BESTEL HET BOEKJE 24 DECEMBER 1980 VAN € 8,00 VOOR € 3,00

Het boekje 24 december 1980 (81 pagina’s) bevat de integrale teksten van zeven toespraken van  Catharose de Petri (1902 – 1990) voor leerlingen van de innerlijke school van het Gouden Rozenkruis. Op de genoemde datum had zij zich vijftig jaar ingezet voor het werk van de genoemde jong gnostieke broederschapHieronder volgen zeven tekstgedeelten uit de uitgave, die vanaf 1 mei 2021 blijvend in prijs is verlaagd van € 8,00 naar € 3,00.

1. De godsvrucht winnen

Wij mogen veilig vaststellen dat de immateriële schat der katharen dezelfde is als die van alle bonafide gnostieke broederschappen. Hij bestaat namelijk uit de onmetelijke rijkdom die allen gewordt, die deel krijgen aan het universele geestveld. Dit is geen mystieke uitspraak, doch deze woorden houden een intense werkelijkheid in,

In de geestesschool van het Gouden Rozenkruis werd u meermalen uiteengezet, dat wanneer een mens het gnostieke pad van inwijding gaat, hij eerst het hart moet openen voor de lichtkracht van de gnosis. Dat hij vervolgens het innerlijke kruis, dat is het Rozenkruis, op de schouders zal dienen te nemen en hij het kruis zal hebben te dragen van het hartheiligdom tot het hoofdheiligdom, anders gezegd: van Bethlehem naar Golgotha. Die kruisgang moet door de leerling ondernomen worden om de godsvrucht deelachtig te worden. Dát is de schat die niet in aarden vaten kan worden verborgen.

Die kruisgang brengt zelfversterving met zich, en dus smart, omdat twee krachtstromen – die van de natuur en die van de gnosis, niét van deze natuur – elkaar in het eigen levensstelsel ontmoeten. Daarom kan men niet volstaan met in de gnosis en in de onsterfelijke Broederschap te geloven zonder meer, doch men moet een (drievoudig) proces aanvaarden door: in de Geest Gods ontstoken te worden; in Jezus onder te gaan; om dan, op deze basis, door de Heilige Geest te worden wedergeboren. Eerst dan, beste vrienden, wint men de godsvrucht, de schat!

Uit: 24 december 1980
Hoofdstuk: II

2. Het immateriële aspect van de schat der katharen

In de geest is het volstrekte leven, de volstrekte liefde, de volstrekte intelligentie, de volstrekte harmonie, de volstrekte wijsheid, de volstrekte toewijding en de volstrekte, bevrijdende daad. U moet trachten deze zeven aanzichten niet te zien in hun gescheidenheid, doch in hun eenheid, want zij bepalen elkaar. U kent wellicht mensen die van hun leven iets wisten of weten te maken. Mensen die zéér liefdevol zijn. Anderen die intelligent zijn. Weer anderen die in hun doen en laten blijk geven van een bepaalde levenskunst, van harmonie.

U kent ongetwijfeld mensen van groot formaat, toegewijde en daadvolle mensen. Doch wie deel heeft aan de universele Zevengeest ontvangt de zevenvoudige schat, waarvan het ene aspect door de zes andere wordt bepaald. Dat wil zeggen: door de samenwerking van de zeven stralen van de Logos wordt in de bevrijde mens de eeuwigheid in de tijd geopenbaard. Voor de geest-zielemens zijn er dan geen grenzen meer van weten en kennen en beheersen en doen. Principieel zijn alle grenzen, alle belemmeringen, alle beperkingen volkomen weggevallen.

En van stonde aan ontwikkelt zich de verhouding van het kind Gods tot zijn Vader. Dat wil zeggen, terstond is er sprake van een procesmatige ontwikkeling van universele aard, van een groeien, dat principieel niet meer tegengehouden kan worden. Dus: één voortdurend ononderbroken leven en streven en werken uit de onvergankelijke schat. Dát nu is het immateriële aspect van de schat der katharen, die de schat van alle ingewijden was en is.

Uit: 24 december 1980
Hoofdstuk: II

3. Het materiële aspect van de schat der katharen

Wanneer de leiders van de katharen hun riten, hun formulieren, hun sacramenten en hun magie vervaardigden en toepasten, lag zowel aan de vervaardiging als aan de toepassing ervan eerstehands kennis ten grondslag, omgezet tot aanwending in de natuur des doods, en geheel aangepast bij de op dat moment van kracht zijnde stralingen en wetten. Dus immateriële schatten omgezet in materiële, in substantie, in zelfstandigheid.

Het kan u nu duidelijk zijn dat deze aldus in materie omgezette geestelijke schatten in handen van onbevoegden krachteloos worden, ja, zelfs schadelijk. Daarom dient de materiële schat van de katharen beschermd te worden, verborgen te worden gehouden, want komt ze in handen van onbevoegden, dan kan er van alles mee gebeuren. De historie bewijst overvloedig wat er dan mee gebeuren gaat.

De boeders van de heilige graal hebben altij gewezen op de ene weg, en op de ene methode; zij maakten daarvan geen geheim. Doch zij vonden geen geloof; hun tegenoverwegers meenden steeds dat zij veel achter de hand hielden. Want de natuurmens wil overwinnen in de materie, en daarom zoekt hij en blijft hij zoeken naar de ontbrekende schakel – die er niet is, althans: niét voor hem! Wij hebben vastgesteld dat de immateriële schat van iedere opvolgende gnostieke broederschap alleen maar gedolven kan worden uit het universele geestveld zelf, door directe gnostieke kennis. Zolang deze aldus gedolven schat uit de eeuwige bronwel aller dingen besloten blijft binnen de groep, is er geen enkel gevaar te duchten.

Uit: 24 december 1980
Hoofdstuk: III

4. Wat is een rituaal?

In het gewone religieuze leven is een rituaal niets anders dan een mystieke omlijsting, een soort van openings- en sluitingswoord. Voor hen die vanuit rooms-katholieke of dergelijke groeperingen tot onze school komen, is het rituaal feitelijk een innerlijke hinder. Zij zijn dankbaar dat ze er vrij van gekomen zijn, want zij ervoeren dat een steeds herhaald uitgesproken rituaal hen gevangen nam en gevangen hield.

Hoe het ook zij, in het kader van onze bezinning dient u te worden bekend gemaakt, dat leer en rituaal hand in hand gaan, twee-een zijn, en dus niet van elkaar te scheiden, omdat het rituaal hét magische middel is om de leer te bevestigen in de mens en in de wereld. Het magische middel bij uitnemendheid, omdat de ritus alle ikzucht neutraliseert.

Waarom gevoelt men zich gevangen en benauwd door kerkelijke riten? Omdat ze oud zijn! Omdat ze van oudere vroegere stralingsverhoudingen afkomstig zijn! De ritualen die de jong gnostieke broederschap gebruikt, de riten, waaronder de aanroepen, de gebeden, de mantrams, en de verklarende inleidende woorden van de universele leer zijn directe materialisaties uit de immateriële schat van de jong gnostieke broederschap, gegrepen dus uit de binding met de universele Zevengeest.

Uit: 24 december 1980
Hoofdstuk: III

5. De patriarch van de voorgaande broederschap

Iedere voorgaande broederschap had een bewaker, een behoeder, een patriarch, een vijwillig teruggezondene in de aardse dreven. Door monsieur Gadal zijn wij op klassieke bodem geplaatst, verbonden met de adem van de voorgaande broederschap, en, niet in het minst, met het grote onuitwisbare bloedoffer van duizenden. De bewaker, de behoeder, de patriarch was een vrijwillig teruggezondene, die het driemaal heilige werk voor de mensheid zo liefhad, dat hij als eenzame wenste te gaan in de oorden der vreemdelingschap.

Doch u weet het: wie zó eenzaam is, is met de gnosis gemeenzaam! En daarom danken wij het licht voor zijn wonderbare genade, dat ook wij de patriarch van de voorgaande broederschap, in onze broeder en vriend, de heer Gadal, hebben mogen begroeten. Dankend voor het grote voorrecht, deze onvermoeide vorser en beschermer van de heiligdommen te hebben leren kennen en liefhebben.

Monsieur Gadal was tijdens zijn leven een levende vertegenwoordiger van de brandpunten in het land van Sabartez. Velen van u hebben hem gekend. Door hem bent u verbonden met het levende getuigenis van de historie, met de adem van de voorgaande broederschappen. Tot velen van u heeft zijn woord geklonken; tot enkelen van u zeer persoonlijk en direct. Zónder boven uw krachten uitgrijpoende inspanning heeft u de kracht van de voorgaande broederschap kunnen ondergaan.

Uit: 24 december 1980
Hoofdstuk: V

6. De heilige graal

Er is een geconcentreerde lichtkracht, waaraan alle broeders en zusters die behoren tot de universele broederschapsketen deelhebben. Deze geconcentreerde lichtkracht ís de heilige graal, en met het wezen ván die heilige graal wordt u aangeraakt. De heilige graal is door de eeuwen heen geworden tot een zeer machtige concentratie van intens verlossende kracht. Het is het siderische bloed van de universele Christus. Het is een spanningsveld, zo intens, dat het met niets te vergelijken is.

De heilige graal wordt gesymboliseerd door een beker. Ook weleens door een hart, waaruit het levende bloed vloeit. Het is het kapitaal van de gnosis, door alle tijden heen verzameld. Uit deze onvergankelijke schat wordt geput, om u allen stralend gelukkig te maken. Deze concentratie van intens verlossende kracht is de schat der katharen. De schat van het Rozenkruis, van hen die door de eeuwen heen de onvergankelijke goudmakers geweest zijn. Het is de schat van de heilige graal. Het is het vermogen van de totale universele broederschapsketen.

Dit vermogen en deze concentratie van intens verlossende kracht is de schat die ook in het bezit is gesteld van de jong gnostieke broederschap, waarvan de heer Van Rijckenborgh als grootmeester én beheerder is gesteld. Deze onvergankelijke schat is in staat, zo u er zelf iets van weet vrij te maken, u stralend gelukkig te maken.

Uit: 24 december 1980
Hoofdstuk: VI

7. De periode van vervulling

Een machtige, buitengewoon belangrijke periode zijn wij binnengetreden. Een periode van vervulling. En aangezien de mensheid zich daartoe niet heeft voorbereid en slechts chaos weet te realiseren, zou het voor de hand liggen, dat men als vaststaand feit kan zeggen: de tijd van ondergang, de tijd van het oordeel is aangebroken. En alles wat is, zal in deze storm verbrijzeld worden. Deze weeën zullen inderdaad komen. Doch vrienden, wij hebben mogen inzien hoe de grote kracht van universele liefde juist nu kan ingrijpen en, mét de oordeelstroom samenwerkende, ontzaglijk veel nog ten goede kan doen keren en tallozen kan redden van een wisse ondergang.

De dag van een geheel nieuw begin is aangebroken. Een nieuwe stralingsgolf breekt zich baan in het al en stort zich uit over deze planeet. Zonder meer zou dat haar vernietiging kunnen beduiden, doch deze stralingsgolf beoogt geen vernietiging, slechts vervulling van het plan Gods, dat de liefde zelve is. Daarom roept de engel van de zevende straal: ‘Wacht, totdat wij de knechten van onze God verzegeld hebben aan hun voorhoofden.’ U kunt dit lezen in Openbaring 7.

Onze grootmeester, de heer Van Rijckenborgh, antwoordt hierop: ‘Door een juist, intelligent, begripvol reageren, kan ontzaglijk veel voor wereld en mensheid worden gedaan, door bijvoorbeeld de invloeden die direct op de mensheid instralen op te vangen. Dit is een heilzame arbeid voor een toebereide en voorbereide groep, en door een waarlijk priesterlijke schare.

Uit: 24 december 1980
Hoofdstuk: VII

BESTEL HET BOEKJE 24 DECEMBER 1980 VAN € 8,00 VOOR € 3,00

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *