Esoterische visie op de opstanding en Pasen, Maria Magdalena bij het lege graf en de opgestane Heer

 

Persoonlijkheid van de ware goddelijke mens spiritueel citaat Jan van Rijckenborgh

Esoterische visie op de opstanding en Pasen, Maria Magdalena bij het lege graf en de opgestane Heer

U moet het heilige graf niet zoeken in zandheuvels of in rotsspleten, want u kunt het alleen maar aantreffen in een levende, vibrerende menselijke microkosmos, waarin het van de Godsnatuur verdorven persoonlijkheidsstelsel wordt opgebroken. Het heilige graf is daar, waar een nieuwe verheerlijkte persoonlijkheid in de met God verzoende microkosmos oprijst, op de nieuwe dag.

Het heilige graf is in de hof van Jozef van Arimathea, dat wil zeggen in de microkosmos van de meester-bouwer die door het bewandelen van de gnostieke weg tot deze overwinning is doorgebroken. Daarom dus, wanneer wij iets van het opstandings-heilsfeit willen verstaan, gaan wij de blik richten op de actuele werkelijkheid van het nu.

Zoals Christus de Volheerlijke gisteren en heden dezelfde is, zo is dat ook het geval met de opstanding. En het deel krijgen aan de opstanding Christi wil zeggen: ditzelfde heilsfeit in het eigen leven en wezen verwerkelijken!

De opstanding kan pas plaatsvinden in de mens die zich overgeeft aan goddelijke krachten. Die zelfovergave wordt het endura genoemd. De leerling die het endura verwerkelijken gaat, gaat uit van de wetenschap, dat een deel van zijn microkosmische stelsel niet in overeenstemming is met de goddelijke wetten van bouw, en dat dit gewraakte deel het overige stelsel belet aan het goddelijke leven deel te nemen, ten gevolge waarvan letterlijk de gehele microkosmos als in een doodsslaap verzonken ligt.

De leerling die tot deze ontdekking gekomen is, gaat ertoe over om het onheilige deel van zijn scheppingstotaal te denatureren, te endureren. Immers, en hoe onomstotelijk zeker klinkt dit, de opheffing van het onheilige moet het begin zijn van de weder-heiliging van het gehele stelsel. Op deze pijler van het endura rust de wederaanvang van het goddelijke leven. Op deze pijler berust de gehele transfiguratie, of evangelische wedergeboorte.

In het onheilige deel van de microkosmos is de persoonlijkheid gevestigd, het ik, het lager zelf. Nu hebben velen, in een poging om het endura toe te passen en aan het heilige doel te beantwoorden, allerlei methoden van ik-verbreking in praktijk gebracht, om dan tenslotte tot de ontdekking te komen, dat al dat goed bedoelde pogen geen enkel effect sorteerde.

Dat is volkomen logisch, want het “ik” dat zichzelf wil opheffen, houdt zichzelf in stand. Het ik dat zichzelf aan de een of andere methode onderwerpt, maakt het ik krachtiger. Daarom komt de Gnosis, het Oerpranische Licht, tot de mensheid, om desgewenst in die goddelijke kracht het onmogelijke te volbrengen. Niet het ik zal het endura moeten volvoeren, doch de Gnosis, of,  christelijk-mystiek geformuleerd “de Christus-in-mij”.

In de evangeliën wordt het proces van het endura beschreven als de kruisiging. Wanneer u de diepe zin van het epos van de kruisiging wilt vatten, dan dient u alle evangelische en culturele inzichten volkomen prijs te geven. Het epos van de kruisiging heeft niets te maken met bloed, tranen, geselingen en een aan een hout gespijkerd, stervend lichaam. Er komt geen stukje hout bij te pas. En hoewel de evangelische verslagen zeer misdadig verminkt zijn, kan men evenmin zeggen, dat het een louter symbolische handeling betreft.

In het endura wordt de persoonlijkheid van de natuur opgebroken. Daarbij verandert de aardse persoonlijkheid in wat met dialectische begrippen kan worden aangeduid als “de schijngestalte”. De kandidaat heeft een persoonlijkheid die existeert, die volkomen kan worden waargenomen, die zich volkomen natuurlijk gedraagt, doch die in diepste wezen niet meer tot deze wereld behoort.

Maak nu niet de vreselijke vergissing deze schijngestalte de hemelse mens te noemen, want zij is in wezen niets.  De schijngestalte is niet meer van de stofsfeer, niet van de spiegelsfeer, en ook niet van een ander natuurrijk. Zij behoort tot niets, zij existeert als een tijdelijk voertuig. Deze schijngestalte, die vergaat als deze verlaten wordt, bezit ook een schijnrede en een schijnbewustzijn.

Deze mystificatie duurt voort tot aan een bepaald psychologisch moment dat aanbreekt als het opstandingslichaam gereed is. U mag de persoonlijkheid van de ware, goddelijke mens in geen enkel opzicht vergelijken met die van de aardse mens. De goddelijke mens is geen spirituele Venus of Apollo. De goddelijke mens kan het beste vergeleken worden met een goddelijk, lichtend, stralend brandpunt, dat allerlei gedaanten kan aannemen en ook volkomen vormloos kan optreden.

Zodra nu de leerling het onheilige deel van de microkosmos in de genade-radiatie van de Gnosis tot niets opheft, ontvangt, in hetzelfde tempo waarin het Endura zich voltrekt, de oorspronkelijke microkosmische logos de gelegenheid zijn plaats, zijn oude troon, in de microkosmos weer in te nemen. Niets van het aardse wordt dus tot het oorspronkelijke gemaakt.

Al het aardse wordt opgeheven tot niets.En zodra dat niets is bereikt, staat de Oorspronkelijke Volheerlijk weer in het Heiligdom. En dan, dan voltrekt zich het glorieuze, heilige, goddelijke moment dat de Onzegbaar Heilige staat voor de schijngestalte. Dat is het bewijs dat de opstanding tot een feit geworden is. De heilige taal getuigt van dit moment in een ervaring van Maria Magdalena.

Maria Magdalena wordt ons voorgesteld als een “bekeerde” vrouw, dat wil zeggen een mens die in transfiguristische zin het pad van het niets is gegaan. Op die goede morgen vindt zij het graf leeg. De steen is weggewenteld. Deze “leegte” van het graf en de “weggewentelde steen” hebben ene diepe zin. In het beschreven proces komt een moment dat met letterlijk kan aanduiden als het ontledigde graf.

Maria Magdalena treedt dan, als bewoonster van de rotsen, naar buiten en wordt als het ware buiten de eigen microkosmos geplaatst. De leerling-kandidaat ervaart dan van-binnen-uit dat het graf werkelijk ledig is, dat wil zeggen dat de microkosmos volkomen ontdaan is van het onheilige. De steen die eonenlang het graf gesloten heeft gehouden, is weggewenteld.

Men kan zich voorstellen dat de eerste ervaring van deze nieuwe levenshoogte een zeer onwennige ervaring is en in de aanvang ietwat ontstellend op de kandidaat werkt. Want in de grafkuil was de schijngestalte met de Gnosis verbonden, was er een wisselwerking tussen de heilige geest en de zich endurerende persoonlijkheid. Nu echter is deze verbondenheid plotseling verbroken en we kunnen dan ook de verzuchting begrijpen die spontaan uit de ziel oprijst: Zij hebben mijn heer weggenomen.

En de Heer, die gnosisverbondenheid, komt nu op een geheel andere wijze opnieuw tot Maria. Zij wordt nu met de Gnosis, als een buiten haar staande Oorspronkelijke Mens, geconfronteerd en zij herkent Hem van binnenuit als de Volheerlijke. Tot haar klinkt de waarschuwing: Houd mij niet vast. De binding zoals zij was, kan en mag niet worden hersteld.

Alles is nu gericht op de volstrekte hemelvaart van de totale microkosmos, waartoe de opgestane is gekomen. En Maria gaat heen; de schijngestalte laat los. En de heer van de microkosmos, die zijn rijk opnieuw kan regeren, gaat over tot zijn laatste arbeid.

Bron: De Universele Gnosis van Jan van Rijckenborgh en Catharose de Petri

Een gedachte over “Esoterische visie op de opstanding en Pasen, Maria Magdalena bij het lege graf en de opgestane Heer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *