Het begin van een inleiding bij het Evangelie naar Maria door Konrad Dietzfelbinger – Over de kennis die verlicht

BESTEL ‘OVER DE KENNIS DIE VERLICHT’

Een ziel die het pad naar verlossing-door-kennis bewandelt, gaat door vele onvermijdelijke ervaringen heen. Het zijn deze ervaringen van de zoekende en strevende ziel, die het evangelie naar Maria ons schetst.

Daartoe worden twee vormen van beschrijving gebezigd. Ten eerste worden ons gesprekssituaties getoond met verscheidene deelnemers, waarbij vragen worden beantwoord binnen een verhalend kader, zoals wij dat ook aantreffen in andere evangeliën uit Nag Hammadi. 

Ten tweede is er een beschrijvende ik-vorm, waarbij de wetmatigheden waarmee de ziel tijdens haar ontwikkelingsgang wordt geconfronteerd , de lezer zeer nabij gebracht worden. 

Helaas is dit evangelie ons slechts in fragmenten bewaard gebleven, maar de opzet is toch enigszins te herkennen. Enige discipelen van Jezus zitten met hem bijeen, misschien wel op de Olijfberg – het oord van de Geest. Zij stellen hem vragen die door hem worden beantwoord en worden vervolgens door hem verlaten , met de opdracht dat wat zij van hem hebben geleerd, aan de wereld te verkondigen. Jezus is reeds uit de dood opgestaan, maar is nog niet naar de hemel gevaren. Dat wil zeggen dat hij zijn goddelijke opdracht – namelijk door de krachten van de Geest het vergankelijke te overwonnenen het onvergankelijke weer tot leven te wekken, teneinde voor anderen hetzelfde proces mogelijk te maken – reeds vervuld heeft, maar in zijn nieuwe gedaante heeft hij nog contact met zijn discipelen, zodat hij hun vanuit zijn nieuwe staat kennis en kracht kan overdragen. 

Hoofdfiguur is Maria Magdalena, de ‘gezellin’ van Jezus, dat is: de nieuw geworden ziel, die, bevrijd van de invloeden van de vergankelijkheid en gericht op de krachten van de onvergankelijkheid, in innige eenheid leeft met de bruidegom, met de Geest, hier door Jezus belichaamd. Daardoor is zij in staat de leringen en impulsen van de Geest te ontvangen en door te geven. 

Telkens wanneer Jezus uit hun midden verdwijnt, is zij degene inde kring van discipelen die, krachtens haar staat-van-zijn, de verbinding met de Geest in stand houdt. De andere discipelen zijn tegenover haar deels sceptisch, ja zelfs agressief, deels erkennen zij toch haar voorrangspositie. Hoe valt dat te rijmen? Is het niet merkwaardig dat discipelen van Jezus nog vervuld lijken te zijn van strijd, rivaliteit, chauvinisme? Wie het er op naleest, komt iets dergelijks ook in het Thomas Evangelie tegen. 

Discipelschap, leerlingschap betekent openheid tegenover de leraar, een zich hem toekeren. Zulk een toekering kan zowel door het nieuwe bewustzijn – Maria – worden volvoerd, als door de vermogens van het oude bewustzijn, die immers aan het proces van verlossing moeten meewerken: de wil, het verstand en het gevoel. Ook de wil, het verstand en het gevoel moeten bewust de wording van de nieuwe ziel steunen en mogen niet tegenwerken, wil het werk slagen. Niettemin zijn zij, als bestanddeel van het oude, in beelden gevangen bewustzijn, alleen maar in staat de afbeeldingen van de waarheid: symbolen en zinnebeelden op te nemen en er op te reageren, maar niet de waarheid zelf. Dat is slechts het nieuwe bewustzijn voorbehouden. In de kring van discipelen van de waarheid kunnen er dus zijn die weliswaar naguit het oude bewustzijn leven , maar daarmee toch de waarheid toegekeerd zijn, en ook zullen er zijn die met het nieuwe bewustzijn de waarheid zelf ontvangen. Van de zijde van de vertegenwoordigers van het oude bewustzijn zullen steeds weer misverstanden tegenover het nieuwe bewustzijn optreden, en er zullen dan reacties voorkomen in overeenstemming met de oude zielestaat. 

Het is ook mogelijk de verschillende oude en nieuwe bewustzijnsvermogens te zien als vermogens die in één en dezelfde mens aanwezig zijn. In zo iemand voltrekt zich dan een gecompliceerd spel, een ‘gesprek’ van verschillende stemmen uit de oude en de nieuwe bewustzijnsstaat. In het evangelie naar Maria zouden die verschillende inwendige stemmen belichaamd zijn: de nieuwe ziel als Maria Magdalena, bereid mee te werken, de nog aan de vergankelijke wereld toebehorende wil in Petrus, het verstand in Andreas en het gevoel in Levi.

Bron: Over de kennis die verlicht – Het Evangelie der Waarheid en Het Evangelie naar Maria met een inleiding door Konrad Dietzfelbinger, Crystalserie 3

 

 

1 thought on “Het begin van een inleiding bij het Evangelie naar Maria door Konrad Dietzfelbinger – Over de kennis die verlicht

  1. Josefien Mathijssen

    Wordt deze lezing ook eens gegeven in de buurt van Roosendaal Bergen op Zoom
    Met de trein naar Hilversum is voor mij momenteel even te ver

    Warme groet Josefien

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *