Begin van ‘Het Evangelie der Waarheid’ van Valentinus, gnostiek-christelijke evangelie dat gevonden is in Nag Hammadi

 

 

Het Evangelie der Waarheid citaat spirituele teksten vergetelheid Vader 570

Het Evangelie van de Waarheid, toegeschreven aan Valentinus, vormt een van de topstukken uit de gnostieke bibliotheek die in 1945 bij Nag Hammadi werd gevonden. Het schildert in poëtische bewoordingen de afkomst van de mens, zijn plaats in de schepping en zijn uiteindelijke bestemming. Hieronder volgt het begin van het Evangelie der Waarheid.

Het Evangelie der Waarheid is een vreugd
voor wie van de Vader der Waarheid
de genade ontvangen hebben
om Hem te kennen
door de macht van het Woord,
dat uit het pleroma is voortgekomen,
dat immanent is in het bewustzijn
en de gedachten van de Vader,
en dat is hij die genoemd wordt de Verlosser,
naar het werk dat hij verrichten moet
voor de verlossing van hen
die onwetend geworden zijn omtrent de Vader;
terwijl de naam van het evangelie
de hoop verkondigt
en de ontdekking vormt
voor hen die Hem zoeken.

Het Al was inderdaad op zoek naar Hem
uit wie het is voortgekomen,
ofschoon het Al woonde in Hem,
de onvoorstelbare, onbevattelijke,
Hij die alle denken te boven gaat.
Deze onwetendheid omtrent de Vader
bracht angst en vrees teweeg
en de angst verdichtte zich tot een mist,
zodat niemand kon zien.
Hierdoor werd de dwaling eigenmachtig,
zij bracht in leegte haar materie tot stand,
zonder kennis van de waarheid,
zij maakte een schepping
die in kracht en schoonheid
de waarheid moest vervangen.

Dit was echter geen krenking van Hem,
de onvoorstelbare, onbevattelijke,
want de angst, de vergetelheid
en de schepping der leugen,
waren niets,
terwijl de vaststaande waarheid
onveranderlijk, onverstoorbaar
en niet te verfraaien is.

Veracht daarom de dwaling
die aldus geen wortel heeft;
want zij was in een mist gehuld
ten opzichte van de Vader,
toen zij bezig was
gewrochten en vergetelheden
en angsten te bereiden,
opdat zij hiermee
de mensen van het midden
zou verleiden
en tot haar gevangenen maken.

De vergetelheid die eigen is aan de dwaling
is niet door de Vader gemanifesteerd,
zij is niet een licht van de Vader.
Vergetelheid is niet bij de Vader ontstaan,
maar zij ontstond wel vanwege Hem.
Wat echter in Hem bestaat,
is de kennis die verschijnt
opdat de vergetelheid teniet wordt gedaan
en de Vader wordt gekend.
Aangezien vergetelheid is ontstaan
doordat de Vader niet gekend werd,
zal die vergetelheid terstond verdwijnen
zodra de Vader wordt gekend.

En dit is de blijde boodschap
van Hem die zij zoeken,
die vanwege de barmhartigheid van de Vader
aan de volmaakten werd geopenbaard
het verborgen mysterie:
Jezus de Christus,
door wie Hij zijn licht uitgestort heeft
over hen die vanwege de vergetelheid
in duisternis verkeerden.
Hij verlichtte hen
en toonde hun een weg,
en die weg nu is de waarheid,
die hij hun leerde.

Hierom ontstak de dwaling in toorn
over hem, achtervolgde hem,
maar raakte door hem in het nauw
en werd teruggebracht tot niets.
Men nagelde hem aan het hout
en hij werd een vrucht voor
de kennis van de Vader.
Deze vrucht richtte niet te gronde
wanneer ze werd gegeten,
maar gaf hun die haar aten
reden tot blijdschap
over deze ontdekking:
Hij vond hén in zichzelf
en zij vonden Hém in zichzelf.

Bron: De Nag Hammadi Geschriften, Jacob Slavenburg en Willem Glaudemans

BESTEL DIT BOEK VAN GILLES QUISPEL

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *