Het levende evangelie der vrijheid – hoofdstuk 14 uit ‘De komende nieuwe mens’ van Jan van Rijckenborgh

BESTEL DE KOMENDE NIEUWE MENS

Hieronder volgt het veertiende hoofdstuk uit De komende nieuwe mens, een magistraal geschrift waarin Jan van Rijckenborgh (fakkeldrager van het Rozenkruis 21) de weg van transfiguratie uitgebreid toelicht.  Dit boek is heel veel gebruikt tijdens kleine bijeenkomsten om beginnende leerlingen vertrouwd te maken met de wijsbegeerte van het moderne Rozenkruis.

Zoals wij reeds opmerkten zijn er in deze wereld miljoenen geestvonkatoom-entiteiten. Dwars door deze massa van door het kosmische licht aangeraakten loopt een scheidingslijn.
Beneden deze scheidingslijn bevinden zich de talloze groepen zoekers, die, hoewel zij een geestvonkatoom bezitten en dientengevolge geen innerlijke rust vinden, zich door onkunde, gebrek aan voldoende voorlichting, opzettelijke misleiding, of eigen aardse gerichtheid toch nog geheel aan dialectische waarden vastklampen.

Boven de scheidingslijn bevinden zich die geestvonkatoom-entiteiten, die door zielenood, inzicht en eigen besluit reageren op het roepende licht van de Universele Broederschap. Deze zich boven de scheidingslijn bevindende geestvonkatoom-entiteiten kunnen verdeeld worden in drie groepen, in drie toestanden-van-zijn. De Bijbel duidt ze aan als de gelovigen, de geroepenen en de uitverkorenen, en onderscheidt hun staat in:

    1. ten eerste de geboorte van Johannes: de eerste binding met het bevrijdende licht, de voorsmaak van de vrijheid;
    2. ten tweede het profeetschap van Johannes: het in dienst treden van de vrijheid;
    3. ten derde het doperschap van Johannes: het elementair één worden met de vrijheid.

Wie het bevrijdende geloof in de universele mysteriën in zijn hart weet vrij te maken, bestijgt dus de eerste trede der vrijmaking-in-Christus en voegt zich daardoor bij hen die zich boven de scheidingslijn bevinden. Dit bevrijdende geloof heeft dan niets te maken met het zich bukken voor intellectueel gezag, met het meegesleurd worden door mystieke emoties, of met de ikdrang van de zelfhandhaving. Nee, dit eerste elementaire stadium van de vrijmaking zal zich microkosmisch, anatomisch en lijfelijk bewijzen. Daarom ook wordt er gezegd dat de waarheid, de werkelijkheid, u vrij moet maken.

Men kan zichzelf veel suggereren, men kan ook anderen langdurig in waan gewikkeld houden, doch slechts feiten kunnen de leerling van dienst zijn en hem innerlijke zekerheid verschaffen. Het gaat hier om een nieuwe anatomische toestand, die zich allereerst bewijst in het hartheiligdom en het hoofdheiligdom, en zich daarop, gedragen door het bloed, uitbreidt tot de gehele toestand-van-zijn. Door de verhoogde vibratie van het Christus-atoom wordt, via de thymus, een nieuwe bloedskracht vrijgemaakt: een nieuw hormoon.

Deze nieuwe bloedskracht stroomt eerst door ‘de Jordaan’, of kleine bloedsomloop, bereikt het hoofdheiligdom en zijn centra, en maakt de nieuwe toestand der geloofszekerheid tot een feit zodra het Luciferische of weerspiegelingsatoom in het hoofdheiligdom enig vermogen of enige neiging tot projectie vertoont en dus positief reageert op de impulsen van het Christus-atoom. Blijkt dit vermogen aanwezig te zijn, dan wordt op hetzelfde moment Jezus in de Jordaan gedoopt, hetgeen betekent dat de nieuwe bloedskracht, het nieuwe hormoon van het Christus-atoom, zijn invloeden kan doen gelden in het gehele door het dialectische ik gecontroleerde stelsel. Jezus vangt dan zijn omwandeling aan in de kleine wereld van de leerling.

Deze processen worden dus mogelijk zodra psychologisch en fysiek het dialectische ik terugtreedt voor het Christus-ik: de leerling gaat onder in Jezus de Heer, Johannes wordt gevangen genomen en onthoofd. Op deze lichamelijke basis steunt het drievoudige proces van de vrijmaking. Wie de eerste trede op dit pad bestijgt, zal onmiddellijk, spontaan, de bewijzen daarvan leveren in zijn gehele doen en laten, met zijn gehele levenshouding, zonder enige geforceerdheid, volkomen vanzelfsprekend.

Dit gehele pad wordt ons in het Evangelie minutieus beschreven. Alle verminkingen waaraan deze heilige taal onderworpen werd ten spijt, straalt de waarheid nog door alle opzettelijke sluieringen heen. Doch u kunt deze waarheid alleen lezen als het Evangelie in uw hart wordt geschreven. Dan verspilt u geen woord meer aan alle mystieke en occulte druktemakerij en hebt u daar hoogstens een glimlach voor over. Want wie de waarheid op de enig mogelijke wijze kan lezen, is steeds uw medegenoot in de christelijke mysteriën. Uw beider levenshouding is dan gelijk gericht en elk misverstand uitgesloten: er is dan eenheid, vrijheid en liefde. En wie anders is en anders doet, hetzij in intellectuele, hetzij in mystieke zin, en daarvan in zijn levenshouding getuigt, heeft Jezus de Heer nog niet aan zijn levensjordaan ontmoet. En die ontmoeting kan men niet forceren.

Wees daarom stil, verspil geen woord, straal liefde uit, en ‘wees wijs gelijk de slangen.’ De grote broederschap van de mensen behoeft niet te worden gesticht, zij bestaat in allen die zich boven de scheidingslijn bevinden. U wordt zich dat klaar bewust, zodra het Evangelie in uw hart wordt geschreven.

Als een leerling de Geestesschool nadert uit innerlijke behoefte, in de absolute overtuiging dat hij deze natuur moet verlaten om als microkosmos de andere natuur binnen te gaan en hij dit inzicht verkregen heeft op grond van de eindeloze brand van de ervaring, als zoeker en zwoeger onder de scheidingslijn, dan wordt hij als Johannes geboren. Het is de eerste bladzijde van het Evangelie.

Na enige tijd begint het Christus-atoom, via de thymus, een nieuwe bloedskracht voort te brengen. Jezus de Heer, de Zaligmaker, wordt geboren. Het is de tweede bladzijde van het Evangelie.

Johannes groeit op en Jezus groeit op. Het levende besef van het enduristische pad rijpt in Johannes en hij gaat er van getuigen. De dof beslagen spiegel van het weerspiegelingsatoom in het hoofdheiligdom wordt steeds meer gereinigd, de bedekking wordt weggevaagd van het gelaat. En de nieuw-geboren Jezus neemt toe in kracht en genade; de derde bladzijde van het Evangelie.

Op de gestelde tijd ziet Johannes Jezus komen van over de Jordaan. De nieuwe bloedskracht kan zich bevrijdend doen gelden in het hoofdheiligdom. Johannes doopt Jezus, en Johannes treedt terug. Het ik-der-natuur geeft zich gevangen aan het zelf der Christusnatuur: de vierde bladzijde van het Evangelie is in het bloed gegrift.

Johannes is gevangengenomen, doch hij is niet mystiek geëmotioneerd, noch is hij een intellectuele speculant. Hij is de objectieve schouwer, die zich van alle fictie vrijhoudt. Daarom zendt Johannes, terwijl de nieuwe bloedskracht door alle vezelen van zijn wezen bruist, en Jezus dus zijn omwandeling begonnen is en zijn discipelen heeft geroepen, tot Jezus een bode, met de klemmende vraag: ‘Zijt gij degene die komen zou, of verwachten wij een ander?’

Voelt u dat hiermee, door deze probleemstelling in het eigen zelf, steeds controle wordt uitgeoefend op eventuele inbeelding, op een greep van de spiegelsfeer? Zo leest de leerling de vijfde bladzijde van het Evangelie in het eigen stelsel.

En Jezus gaat verder met het roepen van zijn twaalf discipelen en met het eerste onderricht aan hen. Wie zijn de twaalf discipelen? Het zijn de twaalf paar hersenzenuwen, die, als takken van een boom, uit het hoofdheiligdom afdalen en het gehele stelsel controleren en besturen. Als er een nieuwe bewustzijnsstaat zal zijn, dan zal het nieuwe bewustzijn, die nieuwe ziel, ook het gehele wezen moeten kennen, leiden en stuwen. Daarom dienen de twaalf paar hersenzenuwen onder controle van de nieuwe bloedskracht te worden gesteld. Zij moeten daarop worden afgestemd, om zo tot waarachtige dienaren, tot discipelen van de Heer te worden gemaakt.

Zo worden de bladzijden van het heilige levensboek verder omgeslagen, nadat de zegelen verbroken zijn. En al die bladzijden getuigen van de kruisgang, van de ondergang van het oude ik-wezen in Jezus de Heer. Deze gehele historie wordt geboekt op de tafelen van het hart. En duidelijk ziet u hoe deze evangelische kruisgang geen intens lijden is, geen ontzettend drama met lichaamsuitmergeling en smartbeladen, vermagerde gezichten, doch een vreugdegang, een blijmare, die haar gewijde taal onuitwisbaar in het wezen van de leerling grift. Het is een gang die tot opstanding voert.

Terwijl de aardse tentwoning aldus procesmatig wordt afgebroken, groeit er een nieuw tehuis, niet met handen gemaakt, van God uit de hemelen, namelijk het beeld van de onsterfelijke mens. Als dit beeld geconcipieerd, geboren, gegroeid en volwassen geworden is, wordt tot de kandidaat gesproken: ‘Het is u nut dat ik heenga; ik zal u de trooster zenden, de Heilige Geest; die zal van mij getuigen.’ Jezus gaat heen: de nieuwe harmonische kracht, na haar werk verricht te hebben, staakt haar arbeid.

En nu wordt de laatste, de formidabelste bladzijde van het heilige Evangelie geschreven, als met bazuinstoot en stormgeweld, want de onsterfelijke, de onverderfelijke, de nieuwgeborene, gaat in in het door Jezus toebereide wezen en vervult het gehele huis. Het pinkstervuur heeft zich baan gebroken. De waarachtige Apostolische Kring is gevormd.

En zie, nu wordt de Apocalyps, het Boek van de Openbaringen, ontsloten. De Apostolische Kring cirkelt met haar blijmare over de wijde wereld. Zij schrijft haar brieven aan de zeven gemeenten van geestvonkatomici, en zij verklaart het proces, en zij roept en zij schraagt en zij redt. En zo is daar tenslotte een schare die niemand meer tellen kan, gekleed in reine witte klederen, uit het bloed van de aarde gekocht.

De gulden evangelische taal, die in de harten gegrift is, eindigt met een bede voor allen die bij de grote Broederschap van de mensen behoren, doch nog niet gekomen zijn: ‘De genade van de Heer Jezus zij met allen.’

Dit wil zeggen, broeders en zusters, die aan het begin van de Christus-heilsopenbaring staat: Moge de bloedskracht van het Christus-atoom in u u spoedig vrijmaken. Moge het Evangelie, van het begin tot het einde, tot aan de laatste letter, in uw hart geschreven worden.
Dát is de apostolische zegenbede van de Apostolische Kring, van de bewoners van de Derde Tempel. Deze zegenbede onderscheidt zich van alle andere door haar kracht. Het is hier geen vrome wens, doch deze bede zal zelfs een nagenoeg versteend en verkleumd hart vermogen te grijpen, zolang er nog een sprankje leven aanwezig is. Wie door deze hartekreet van de laatste evangeliewoorden wordt gewekt, zal gehouden zijn zelf met de eerste woorden een aanvang te maken, want alleen de waarheid, de werkelijkheid, zal hem vrij kunnen maken.

Wellicht dat u nu weet wat Evangelie lezen en Evangelie bestuderen is. Wellicht dat u nu verstaat wat Evangelie prediken is. En wellicht dat u nu kunt doorbreken tot een waarachtig besluit: het besluit defenitief achter u te laten alles wat het natuurlijke mysticisme en het occultisme in u verknoeid heeft. In uw hoofd en hart ligt dit als een ontzaglijke ballast hoog opgetast. U moet uw tempel daarvan reinigen. Dit is een bladzijde uit het Evangelie die u niet vergeten mag! Let erop dat het pad tot vrijmaking een pad is van zelfvrijmetselarij.

Naar de natuur gaat u wellicht uit van de veronderstelling dat u eventueel het voorwerp zult worden van een speciale, particuliere, hiërofantale bemoeienis, dat u op een gegeven moment rijk voorzien zult worden van meesters en adepten. Hiervan is echter geen sprake! Er is een fundamentele, universele, kosmische Christusstraling. Deze radiatie was gisteren en heden, een miljard jaren geleden en nu, precies dezelfde. Er komt daarin geen verandering. Deze universele genade is en blijft eeuwig aan zichzelf gelijk. Het is dezelfde radiatie die de geestvonkatoom-entiteit onder de scheidingslijn verontrust en in wanhoop over de wereld jaagt, en die de kandidaat-leerling het Onvergankelijke Rijk binnenvoert. Het is dezelfde kracht die de zondige zoeker doet neerstorten op zijn dwaalweg en die de Apostolische Kring tot zogenaamde wonderen drijft.

In deze universele radiatie moet en kan het gehele werk volbracht worden. Wie meer vraagt, wie meer eist, wie hartstochtelijk smeekt om uitredding, tot hem wordt gesproken: ‘Mijn genade zij u genoeg.’ Vergeet ook vooral déze bladzijde van het Evangelie niet. Want als u deze oerwet van de bevrijding vergeet, dan vergaat het u als de tallozen die nog niet wisten, of die vergeten hebben. Dan komt de spiegelsfeer u tegemoet. Dan komen bij horden de meesters en adepten, dan is er ‘voor elk wat wils.’

En dan wordt er óók een taal geschreven in uw hart, doch dat is dan de taal van het lijden. Het is de grote maskerade, de gruwelijke parodie op het Evangelie van de Vrijheid. Dan gewordt u als heilsopenbaring een via dolorosa zoals de aardse hiërarchie haar stelt. Een ieder kan zich voor deze hiërarchie, met haar talloze onderafdelingen, bekwamen, vrijheid van het wiel verkrijgen ten koste van anderen en opgaan in de hoogste regionen van de spiegelsfeer, de kern van het Luciferische veld. Het is een staat-van-zijn die steeds verdedigd moet worden. Om op te gaan in dit Devachan moet men wegen gaan die samenvallen met de onmetelijke lijdensweg van de persoonlijkheidscultuur en van de persoonlijkheidssplitsing.

Er waren er in het verleden die inzagen en leerden dat inderdaad ook dit Devachan het toppunt van de waan is, en dat de kandidaat uiteindelijk ook deze zogenaamde eeuwige hemel vrijwillig zou moeten verzaken. Doch de Geestesschool wijst u een weg die uitnemender is, een efficiënter weg, een weg van blijdschap en geluk: het universele pad. Het is het pad waarop men zich door zelfvrijmetselarij, door zelfdoding, rechtstreeks opheft in het universele buiten-kosmische stralingsveld.

Laat deze onwankelbare genade u genoeg zijn. Volg de weg van de universele Christusmysteriën en verkondig deze blijmare door het bevrijdende Evangelie in uw hart te schrijven.

Bron: De komende nieuwe mens van J. van Rijckenborgh

BESTEL DE KOMENDE NIEUWE MENS

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *