Hymne van Pronoia uit de langere versie van Het geheime boek van Johannes

Ik nu, de volmaakte Pronoia (voorzienigheid) van het Al,
veranderde mijzelf in mijn zaad.
Want ik was er sedert het oerbegin
en heb alle wegen in de ruimte bewandeld.
Ik ben de rijkdom van het licht.
Ik ben de herinnering aan het Pleroma.
Ik ben het rijk der duisternis binnengegaan en heb dat doorstaan,
totdat ik het centrum van de gevangenis bereikte.
De Chaos schudde op zijn grondvesten,
maar ik verborg mij voor hen wegens hun slechtheid,
en zij herkenden mij niet.

Ten tweeden male trad ik te voorschijn
uit de ruimten van het licht
— ik, de herinnering aan de Pronoia —
en ging tot het centrum van de duisternis en tot
het binnenste van de onderwereld en nam mijn taak op mij.
De Chaos schudde op zijn grondvesten,
opdat deze zouden neerstorten
op hen die zich in de Chaos bevonden
en hen te gronde zouden richten.
Maar ik wendde mij nogmaals omhoog, tot mijn wortel van licht,
opdat zij [de mensen] niet voortijdig
te gronde gericht zouden worden.

Ten derden male ging ik
— ik, het licht dat in het licht is
— ik, de herinnering aan de Pronoia —
tot in het centrum van de duisternis
en tot het binnenste van de onderwereld.
Uit mijn ogen straalde het licht
van de voleinding van de eoon, de onsterfelijke,
en ik ging binnen tot in het centrum
van hun gevangenis — de gevangenis van het lichaam —
en sprak: «Wie hoort, sta op uit zijn diepe slaap.»
En hij [de mens] weende en vergoot bittere tranen.
Hij wiste ze van zijn aangezicht en sprak:
‘Wie is het die mij bij name noemt?
En vanwaar komt er hoop tot mij,
terwijl ik in de kluisters van de gevangenis lig?’

Ik sprak: ‘Ik ben de Pronoia van het zuivere licht.
Ik ben het denken van de maagdelijke geest,
die u opheft tot het vereerde gebied.
Maak u gereed en denk na,
want ge hebt mij gehoord.
Volg uw wortel — ik ben het, de barmhartige —
en hoed u voor de engelen der armoede,
voor de demonen van de Chaos,
en voor al degenen die zich aan u vastklampen.
Hoed u voor de diepe slaap
en voor het binnenste van de onderwereld,
dat u vermorzelt.’

En ik heb hem gewekt
en hem in het lichtende water
verzegeld met vijf zegels,
opdat de dood van nu af aan
geen vat meer op hem zou hebben.

Bron: Over de terugkeer tot de Oorsprong, Crystalserie 4

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *