Inleiding bij het evangelie van Filippus, onderdeel van de Nag Hammadi geschriften gevonden in 1945


BESTEL DE NAG HAMMADI GESCHRIFTEN

Het Evangelie volgens Filippus is een van de belangrijkste teksten uit de kruik van Nag Hammadi. Binnen deze verzameling van 100 strofen bevindt zich een aantal wijsheidsspreuken die een equivalent kennen in de antieke wereldliteratuur, zoals in de aloude Indische geschriften, en de koans in de Zen-traditie. 

Het evangelie van Filippus is een christelijk geschrift dat ons op sommige plaatsen mededelingen doet over Jezus en enkele keren ook een uitspraak van hem weergeeft. de meeste strofen geven blijk van een uitermate esoterische opvatting van het (toen nog jonge) christendom. Ook in die zin zijn zij, buiten zeldzaam mooi, heel interessant, omdat zij laten zien welke niet-dogmatische stromingen er in het christendom van de tweede eeuw , de vermoedelijke fase van de eindredactie van dit geschrift, nog konden bloeien. 

Bij intensieve doorlezing blijkt duidelijk dat dit evangelie net van één auteur afkomstig kan zijn; daarvoor is de strijd en samenstelling te divers. Waarschijnlijk bestaat de oudste vorm uit een (zeer beperkte) overlevering van Jezus-woorden (zeventien stuks), zoals we die ook (in veel ruimere mate) aantreffen in het Evangelievan thomas en het ‘Gesprek met de Verlosser’. Deze is successievelijk aangevuld met ander, allengs ook jonger materiaal. Een deel daarvan is duidelijk Valentiniaans van karakter; wellicht zijn sommige stromingen van Valentinus zelf, zoals Bentley Layton oppert. Andere hebben een Syrisch-christelijke achtergrond. 

Opvallend is het herhaaldelijk genoemde sacrament van het bruidsvertrek, het symbool voor de bruiloft tussen de ziel en haar engel. Naar deze ultieme vereniging wordt in veel Nog Hammadi-geschriften verwezen als ‘poort tot het Koninkrijk’. Het symboliseert de verlossing in het hier en nu. Deze verlossing vindt plaats als de mens tijdens zijn leven wedergeboren wordt: ‘want als men zich niet tijdens dit leven de opstanding verwerft, zal men zich ook niet verwerven als men sterft’, zegt de schrijver van dit evangelie.

Die opstanding of wedergeboorte tijdens het leven houdt in dat de mens door het contact met de geest wordt vernieuwd en daardoor het leven op een heel andere manier gaat beleven. De ‘zichtbare wereld’ , de materie, blijkt betrekkelijk. Als de mens gevangen blijft in zijn emotionele banden met en de gehechtheid aan de materie zal hij ‘slaaf’ blijven. Maar ‘een bruidsvertrek is er niet voor slaven …; het is voor vrije mannen en maagden.’ Met maagden worden hier geestelijk reine mensen bedoeld, zij die hun leven uitgezuiverd hebben; niet de maagden naar het lichaam. Filippus staat juist zeer positief tegenover de seksualiteit als aardse ‘afbeelding’ van de hemelse eenwording, het bruidsvertrek. Het is een mysterie. 

Overigens is er bij Filippus meerdere malen sprake van mysteries (Latijn: sacramentum). In paragraaf 56 worden er vijf genoemd: doopsel, zalving, eucharistie, verlossing en bruidsvertrek. De doop werd gezien als de reiniging met water en de zalving als de doop met vuur (oftewel: de geest), die de weg kon vrijmaken voor de verlossing en de mystieke eenwording (het bruidsvertrek). Iemand die deze weg had gevolgd was niet langer meer een christen, maar een Christus, want het Christus-schap is voor iedereen mogelijk die tot de geestelijke werkelijkheid is doorgedrongen. 

Bron:  De Nag Hammadi Geschriften, vertaald en becommentarieerd door Jacob Slavenburg en Willem Glaudemans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *