Marian de Korte in radio-interview over ‘Zegezangen van Hermes’ gnosis’ door George R. S. Mead

BESTEL ZEGEZANGEN VAN HERMES’ GNOSIS

LEES OVER DE INLOOPOCHTEND OVER HERMES OP DINSDAG 26 APRIL IN HILVERSUM

Op zaterdag 9 april was Marian de Korte in de uitzending van Hello Radio Spirituality. Zij ging in op vragen over het boek Zegezangen van Hermes Gnosis door G.R.S. Mead . In zijn jonge jaren was hij persoonlijke secretaris van H.P. Blavatsky (auteur van o.a. De stem van de stilte). Samen met haar bestudeerde hij esoterische en theosofische bronnen. Tussen 1906 and 1908, gaf George Mead, een reeks van elf kleine boekjes uit onder de titel ‘Echoes from the Gnosis’. Daarmee ontsloot hij lang voordat de Nag Hammadi-geschriften gevonden werden traktaten en (gedeeltes van) boeken met gnostieke teksten uit christelijke, Romeinse en Griekse bron voor een breed publiek.

Vandaag praten we met Marian de Korte over een mooi boek van George Mead genaamd Zegezangen van Hermes’ gnosis. Waarom zij de visie van George Mead zo inspirerend vindt en wat hij op esoterisch gebied betekent heeft, hoor je hier. Buiten de kenners is George Mead niet erg bekend. Wie was deze George Mead eigenlijk? Hoe ontstond zijn connectie met theosofie bijvoorbeeld?

Voor zover ik dat in dat boek heb kunnen lezen, komt hij op mij over als een heel puur zoekend mens. Ik weet niet precies hoe hij bij de Theososofische Vereniging is gekomen want ik onthoud al die details niet. Wat ik weet is dat hij altijd zoekend was naar de kern waar het in spiritualiteit nu eigenlijk om gaat. Hij is op een gegeven  moment ook weer uit die Theosofische Vereniging gestapt omdat hij altijd heel puur het Licht, het Gnosis-licht gezocht heeft. Het is misschien ook wel wonderlijk dat hij zo onbekend is, want als ik zijn boek lees, denk ik: die man heeft zo ongelofelijk veel te vertellen.

Hij heeft natuurlijk veel betekend voor spiritualiteit in die tijd. Was heeft hij precies betekent voor de Westerse esoterie?

Hij was bij de theosofische vereniging en daar was men voornamelijk gericht op het oosterse. Mead heeft heel sterk het verlangen gehad om ook te kijken naar wat er in het Westen aan innerlijke spiritualiteit is. Toen is hij zich gaan verdiepen in gnostieke geschriften. Bij gnostieke geschriften denken wij vaak aan de eerste christenen. Dat is ook zo, maar voor het jaar nul waren er ook gnostieke geschriften en zo is hij denk ik ook bij de hermetische geschriften uitgekomen. Die is hij gaan lezen. Hij heeft ook pogingen gedaan om het oosten en het westen als het ware met elkaar te verbinden, door te laten zien dat het in de kern hetzelfde is.

Het is opvallend dat dat hij op een gegeven moment echt wel geïnteresseerd is geraakt in de gnosis  beweging. Denk je dat daar een specifieke beweegreden voor is geweest? En weet je misschien ook waar dit uiteindelijk toe leidde?

Zoals dat op mij overkomt denk ik dat het toch wel een heel sterk innerlijk verlangen is geweest, een innerlijke drang om te weten: waar gaat het nu eigenlijk om in het leven?

Daar heeft hij natuurlijk een hele tijd naar gezocht, om het maar even zo aan te geven. Is daar nog veel meer uit voortgekomen dan zijn zoektocht?

Ja, heel veel zelfs. Hij heeft zich natuurlijk in verschillende geschriften verdiept, maar hij is ze ook gaan vertalen op zijn eigen manier, en heeft daar ook weer verklaringen bij geschreven. Dat is ook waar dit boek voor het grootste gedeelte uit bestaat. Het zijn traktaten of essays waarin hij iedere keer een deel van de gnostiek geschriften die hij gevonden en gelezen heeft van commentaar, van uitleg, van zijn visie heeft voorzien. De gnostieke taal is natuurlijk mysterietaal en het is altijd een beetje een krom vehikel om over gnosis te spreken, laat staan dat het vertaald wordt door iemand die het misschien wel niet helemaal snapt of er zelf een draai aan geeft. Vanuit zijn eigen innerlijk beleven heeft hij dus naar de teksten gekeken en ze ook weer opnieuw vertaald.

Marian, kunnen we stellen dat Geor meid een zoeker was?

Absoluut! Dat is natuurlijk ook het mooie van hem. Hij is denk ik zijn hele leven blijven zoeken. Dat is wat een werkelijke zoeker ook doet, dat is nooit klaar. Het is altijd een vorsen en ook een weten dat er altijd vanuit het eigen innerlijk meer inzicht vrij kan komen. Dat kan je hele leven doorgaan.

Wat ik heel bijzonder vind is dat je hier heel duidelijk ziet dat er sprake is van een verborgen stroom van het christendom en natuurlijk begrijpen we dat gnosis daar in zekere mate ook een afgeleide van is. Wat wordt er nog meer bedoeld met die verborgen stroom?

Mead heeft niet alleen de gnostieken bestudeerd, maar heeft ook heel veel ander figuren, hun teksten en hun beweegredenen. Ik zie dat zelf zo dat er een universeel gegeven is, een universele waarheid. Die doorstraalt deze wereld en probeert ieder mens in het hart te raken omdat iets van die universele waarheid in ons hart dragen. En dat is uiteindelijk het doel van het leven van ieder mens, ook al komt hij daar in dit leven misschien niet aan toe. Het is een universeel gegeven dat we eigenlijk in ons diepste wezen goddelijk zijn en dat we dat goddelijke ook weer de ruimte moeten geven zodat het zich weer kan verbinden met die hoge vibratie. Dit universele gegeven kom je overal tegen. Alleen zijn er natuurlijk nog heel veel mensen nog heel druk bezig met deze wereld. Dat is prima want dan doe je heel veel ervaringen op. Pas wanneer die ervaringen in een mens vol zijn, dat hij gaat zoeken en zich gaat afvragen ‘wat zit daar achter?’. Dan kom je van het uiterlijk naar het innerlijke. Dat innerlijke zijn lagen in ons waarover we niet altijd geleerd hebben op school om daar naar te luisteren, maar waar we wel naar kunnen leren luisteren.

CITAAT UIT ZEGEZANGEN VAN HERMES’ GNOSIS – EEN TEKST VAN HERMES TRISMEGISTUS DIE VERTAALD IS DOOR MEAD

‘Want pas als u het niet meer kunt verwoorden, dan zult u het aanschouwen, want de gnosis van het Goede is heilige stilte en het in rust gaan van elk zintuig. Ze is het bereiken van het besef van het Al, de alomvattende intelligentie. Want hij die het waarneemt, kan noch iets anders waarnemen, noch iets anders aanschouwen, noch iets anders horen en stralen in zijn gemoed straalt de gnosis door zijn hele ziel, lost zijn hele lichaam door haar straling op en verandert hem geheel en al in ware ziel. Want het is mogelijk mijn zoon, dat een menselijke ziel die zich verdiept in de schoonheid van het Goede, zelfs als zij nog in een lichaam verblijft, gelijk wordt aan God.’

DE REACTIE VAN MEAD

‘Dit is de godswording of apotheose van een mens. Hij wordt gelijk aan God doordat hij zelf een god wordt. De schoonheid van het goede is de kosmische orde, en de wijze van overdenking is die van zelfverwerkelijking, waardoor de ziel in contact gebracht wordt met de kosmische Ziel.’

BESTEL ZEGEZANGEN VAN HERMES’ GNOSIS

LEES OVER BOEKEN OVER HERMES, HERMETISCHE TEKSTEN EN HERMETISME