De Keltische graal en de Arthursage – hoofdstuk 5 uit ‘De graal en het Rozenkruis’, crystalserie 9

BESTEL DE GRAAL EN HET ROZENKRUIS

De Europese wortel van de graallegenden ligt bij de Kelten. Zij kenden geen vast omlijnde staatsvorm, maar vormden een maatschappij op basis van de impulsen van de druïden die via de barden in de vorm van vertellingen en zangen aan het volk doorgegeven werden. 

Carnutum, het huidige Chartres in Frankrijk, wordt beschouwd als de belangrijkste ontmoetingsplaats van de druïden. In het omringende woud bevond zich een onderaardse grot waar het beeld van de Virgo Paritura (de maagd die zal baren) werd bewaard. Daar wachtten de druïden op de geboorte van hem die in de afgrond zou afdalen en deze zou overwinnen. In Bretagne, Ierland, Wales en Schotland zijn nog vele sporen van deze religieuze cultuur aanwezig. De Keltische myhologie werd onder andere in woorden neergelegd in De vier takken van de Mabinogion. Daarin wordt eveneens geproken over een graal, zij het in een andere dan de bekende vorm. 

Hier was het een ketel die dient als inwijdingsattribuut. In feite waren er twee ketels: de ketel van wedergeboorte en de ketel van volmaaktheid. Over de eerste ketel wordt gezegd dat in een in strijd gevallen held zou herleven, nadat hij in de ketel was ondergedompeld. De andere ketel was gevuld met voedsel dat de herboren held nodig zou hebben om verder te gaan. Deze ketel was leeg voor diegenen die hem naderden zonder als held te hebben geleefd.

Ceridwen was een Keltische moedergodin. Zij bezat een ketel waarin zij de vloeistof bereidde die wedergeboorte of gedaanteverwisseling teweeg kon brengen. Een jonge knaap die één druppel van die vloeistof zou opdrinken, zou alle geheimen kennen en na een reeks gedaantewisselingen geboren worden als de grote druïde en bard Taliesin, eerst nog leerling van Merlijn genoemd. De naam Taliesin betekent ‘stralend voorhoofd’. De ketel en de kelk zijn vrouwelijke symbolen en zij verbeelden het ontvangende principe; de lans en het zwaard zijn symbolen van mannelijke kracht.

Het Keltische hoogkruis toont aspecten van de vermenging van oosters christendom en westerse druïdenwijsheid. Het is echter niet alleen een uitbeelding van het fysieke lichaam, maar ook van de ontmoeting tussen geest en materie. Dikwijls zit er een zonnewiel of een werveling in het midden van het kruis, vergezeld van in elkaar grijpende drievuldigheidstekens.

Het opgerichte kruis is ook symbool van een mens, staande met uitgespreide armen, de voeten vast op de grond. Op het snijpunt van de beide balken bevindt zich de zon die hoofd en hart omvat: een beeld van de door de Geest Gods vernieuwde Kelten ontstonden het Keltische christendom en de Tafelronde van koning Arthur.

Merlijn was de grote ingewijde in de mysteriën van de druïden. Uit dien hoofde was hij bekend met hetgeen er zou geschieden. Daar hij volgens legenden toegang had tot alle levenssferen, kon hij de voorwaarden scheppen waaronder Arthur ter wereld zou komen in Titagel, een kasteel aan de kust van Cornwall, in het Zuidwesten van Engeland.

Merlijn had met koning Uther Pendragon afgesproken dat hij de jonge prins zou meenemen en opvoeden op een veilige plaats. Toen Arthurs vader stierf, ontstond er onenigheid over zijn opvolging, daar niemand wist dat de koning een zoon had. Op kerstavond verscheen er plotseling een steen op het marktplein, met daarin gestoken een zwaard. In vlammende letters stond op dit zwaard geschreven dat diegene die het uit de steen kon trekken, koning van Engeland zou worden. Menig ridder beproefde zijn krachten en uiteindelijk was het de jonge en argeloze Arthur die het zwaard zonder enige moeite uit de steen haalde. Daarmee verried hij zijn afkomst en zijn roeping.

Merlijn, die dit volgens de legende in scene had gezet, werd adviseur van de jonge koning en samen brachten zij vrede en welvaart in het land. Toen nu de graal naar Engeland was gebracht, had Merlijn van de grote visser instructies gekregen een tafelronde te stichten. Koning Uther Pendragon had hem gevraagd deze erfenis door te geven aan zijn zoon. Arthur zou geschikt zijn om deze taak te verrichten. Hij zou een nieuwe broederschap oprichten en daarin allen bijeenbrengen die door hun woord en daad het kwaad bestreden. Merlijn verschafte Arthur het magische zwaard Excalibur om voor de goede zaak te gebruiken. De drager van dit zwaard – geschonken door de Dame van het Meer – was onoverwinnelijk.

Het volk wilde echter niet alleen een koning die overwon, maar ook een koningin aan zijn zijde. Die vrouw, koningin Guinevere, bracht ongeluk over de broederschap van edele ridders. Haar verstandhouding met Lancelot, de beste vriend van koning Arthur, bracht problemen met zich mee. Koning Arthur reageerde niet met afgunst, haat en woede, maar met begrip. Ook had hij moeilijkheden met zijn halfzuster Margane le Faye, die hem verleidde en een zoon schonk, Mordred, de grote tegenspeler van koning Arthur. Morgane la Fay trachtte de Tafelronde te breken, maar stuitte daarbij op de hoge moraal van de deelnemende ridders. Vooral Galahad liet zich niet door haar beïnvloeden.

Toen Galahad door Merlijn naar de Tafelronde werd geleid, nam hij zonder moeite plaats op de 13e zetel, die bekend stond als de ‘gevaarlijke zetel’. Op dat moment verscheen zijn naam in lichtende letters op de leuning van de stoel. Hij was de ridder waarop allen zo lang hadden gewacht. Tegelijkertijd werd ook de graal door engelen binnengedragen en iedere ridder ontving daaruit het beste voedsel. Deze gebeurtenis sprak de ridders dusdanig aan, dat zij besloten de graal te zoeken, die inmiddels weer uit het gezicht was verdwenen. Alleen koning Arthur bleef achter op Camelot. Ridder Gawain sprak als afscheidswoord: ‘U moet nu omkeren, want u bent niet iemand van ons.’ Ook Merlijn ging niet mee om de graal te zoeken. Hij had zijn taak vervuld en trok zich uit de Tafelronde terug.

Ten laatste moest koning Arthur tegen zijn eigen zoon Mordred strijden. Zijn adviseurs raadpleegden de sterren en adviseerden hem zijn tent de volgende dag niet te verlaten. Die nacht droomde de koning dat hij vastgeketend was aan het rad van het lot dat door de godin Fortuna in beweging werd gehouden. De ene keer bevond hij zich aan de top als koning, de andere keer was hij een bedelaar onderaan het rad. Nu begreep hij de onbuigzame wetmatigheid van het wiel van incarnatie. Hij overzag zijn leven en ontdekte de betrekkelijkheid van het streven naar aardse goedheid en volmaaktheid.

Met die inzichten gewapend ging hij de volgende dag het gevecht aan met zijn zoon. Zij brachten elkaar dodelijke wonden toe. Mordred stief en koning Arthur liet zich door zijn vriend Bedivere naar een meer brengen dat in de buurt lag. Daar gaven zij het zwaard Excalibur terug aan de Dame van het Meer. Een boot met negen vrouwen bracht koning Arthur naar het glazen eiland Avalon om hem daar te verplegen en hem gereed te maken voor zijn terugkeer als de tijd daartoe gekomen zou zijn. ‘Arthur, koning! Nu en in de toekomst.’

De zoektocht naar de Graal werd voortgezet. Hoewel vele ridders daarbij omkwamen of verdwaalden, werd de heilige kelk door drie ridders gevonden: Bors, Parcival en Galahad. Maar slechts één van die drie mocht de graal ook werkelijk naderen en de legende verhaalt dat ‘hij daarop verdween uit de wereld.’

Wie wordt niet geroerd door de edelmoedigheid, dapperheid en tragiek van deze wonderbaarlijke geschiedenis? ‘Kijk, dat waren nog eens helden! Arthur, Lancelot,  Parcival en Galahad. Bestonden zij nog maar! De mens is door de eeuwen opgevoed met het beeld dat de ware held buiten hem leeft. Daarom kan hij zich na zo’n prachtig verhaal rustig omdraaien en met zijn dagelijkse leven verdergaan. Het leven gaat door. Eten, drinken, slapen. En misschien in de vakantie even afsteken naar Tintagel om te kijken of je daar nog iets kunt vinden …

En de boodschap van de graal dan? Die klinkt in elk facet van deze nobele geschiedenis door. Het levensverhaal van de mens. De ingegrifte feiten van zijn zoektocht door het leven en zijn idealen, zijn moedeloosheid, zijn ontdekkingen en zijn teleurstellingen. Wat heeft hij gezocht? Wat zoekt hij nu, in deze tijd van snelle machines en kunststof? Zijn hele levensbedrijf is niet anders dan dat van de ridders op zoek naar de graal. De één gedreven door een hoog ideaal en verlangen zijn medeschepsel te dienen, de ander uit zucht naar macht over de natuur en haar bewoners. Iedereen heeft zo de vershillende aspecten van de queeste in zich. In iedereen ligt de koning Arthur verborgen. 

Een goede koning is dan ook geen tiran, maar draagt bewuste verantwoording voor al het leven dat aan zijn leiding is toevertrouwd. Hij gebruikt zijn onderdanen dan ook niet om zijn eigen doeleinden te bereiken, hij buit hen niet uit. Als een waarachtige ridder strijdt hij niet voor eigen voordeel. Bestaan zulke ridders nog?

Iedereen heeft nog wel iets van die innerlijke stem – zijn geweten – die hem aanspoort het rechte pad te gaan. Om iets van die stem te kunnen vernemen, is innerlijke rust en stilte vereist. Luisterend naar die stem, kan de dolende ridder zijn ware levensdoel herkennen, ontdekken en bereiken.

INHOUDSOPGAVE

Inleiding: Op zoek naar de Heilige Graal?

  1. Het Mysterie van de Heilige Graal
  2. Het Koningsboek van de antieke Perzen
  3. De reis van Oost naar West
  4. Over de wortels en de betekenis van de westerse Graallegenden
  5. De Keltische Graal en de Arthursage
  6. Parcival – de weg van de zoeker
  7. De Katharen op weg naar de Heilige Graal
  8. Kitesj – symbool van een ongeschonden kosmos
  9. De hermetische inwijdingsweg van de Graal
  10. De Graal in de strijd tegen het verleden
  11. De Graal is in ieder mens

Bron: De graal en het Rozenkruis, Crystalserie 9

BESTEL DE GRAAL EN HET ROZENKRUIS

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *