Rosslyn Chapel en legenden over de heilige graal en de tempeliers

In zijn roman De Da Vinci Code uit 2003 gebruikte Dan Brown veel onderwerpen die voor het eerst besproken waren in Het heilige bloed en de heilige graal. Sterker nog, in 2006 vond er een lange ingewikkelde juridische strijd over het gebruik van deze informatie plaats tussen Baigent en Laigh enerzijds en Dan Brown anderzijds. Een van de opmerkelijkste locaties die in beide boeken wordt gebruikt (en ook in het boek Tijdgeest – niets is wat het lijkt van Hans Peter Roel, dat in november 2020 werd gepubliceerd), is een opvallende kapel vlak bij Edinburgh: Rosslyn Chapel, waar zich volgens sommigen de echte heilige graal bevindt. 

Rosslyn Chapel is ene klein gotisch gebouw dat volgens de familie St. Clair (afstammelingen van de oorspronkelijke eigenaren) slechts de Lady Chapel is van wat ooit bedoeld was als een veel groter bouwwerk. Er zijn inderaad fundamenten gevonden die veel groter zijn dan het bestaande gebouw. De kapel werd in de vijftiende eeuw gebouwd door de machtige St. Clairs en is een waar meesterwerk op het gebied van steenhouwkunst. Zowel van binnen als van buiten barst de kapel van alle mogelijke beelden en stenen decoraties. Veel ervan beelden verhalen uit het Oude Testament uit, andere stellen onbekende thema’s voor of gaan simpelweg over het leven in Schotland ten tijde van de bouw van de kapel. 

Omdat het een katholiek gebouw was, raakte Rosslyn Chapel in verval na de religieuze veranderingen die tijdens de Reformatie van de zestiende eeuw plaatsvinden. In het victoriaanse tijdperk was het nog maar een droevig aftreksel van wat het ooit geweest was. Omdat koningin Victoria echter een voorliefde koesterde voor het gebouw, werd het gerenoveerd en tegen weersinvloeden beschermd. 

Deze kleine kapel is zo vreemd en valt zo uit de toon dat er allerlei legenden zijn ontstaan over wat het oorspronkelijke doel kan zijn geweest. Volgens een van de oudste verhalen liggen vroegere leden van de familie St. Clair, die ooit graven van Orkney waren, in volledige wapenrusting begraven in een crypte onder de kapel, maar lokaal doen ook verhalen de ronde dat er iets immens waardevols verborgen ligt in een reeks tunnels die bij de bouw van de kapel ver onder de grond werden aangelegd. 

Schrijvers en onderzoekers hebben geopperd dat de heilige graal zelf op een geheime plek onder de kapel ligt, samen met kostbare schatten die naar verluidt door de eerste tempeliers bij de Tempel van Salomo in Jeruzalem werden opgegraven. Er zijn echter geen documenten meer waaruit deze vondsten blijken. Niettemin nemen veel onderzoekers aan dat alles wat de tempeliers vonden, inclusief (volgens legenden) de heilige graal, oorspronkelijk naar de kathedraal van Chartres werd gebracht en later verhuisde van Frankrijk naar Schotland, waar Rosslyn Chapel werd gebouwd om de voorwerpen in onder te brengen. 

Deze theorie is misschien niet zo vreemd als ze klinkt. In hun boek De sleutel van Hiram, dat in 1996 verscheen, wijzen Christopher Knight en Robert Lomas erop, met steun van bouwkundig experts, dat het nooit de bedoeling is geweest dat Rosslyn Chapel deel zou uitmaken van een veel grotere kerk, maar dat hij een model voorstelt van hoe de vijftiende-eeuwse bouwers dachten dat de Tempel van Herodes en niet de Tempel van Salomo te Jeruzalem eruitzag. Een groot deel van de iconografie aan de oostkant van de kapel staaft deze theorie. 

Volgens Knight en Lomas bevindt zich niet de heilige graal onder de kapel, maar liggen er enkele oude perkamentrollen. Ze beweerden dat de rollen deel uitmaakten van een oude schat die oorspronkelijk in de bronstijd werd begraven door de joodse patriarch Henoch en aan het begin van de taalfde eeuw werd gevonden door de tempeliers. Dergelijke documenten worden in vrijmetselaarslezingen en bij -rituelen genoemd, en volgens Knight en Lomas beschrijven ze een superbeschaving die voor de zondvloed bestond, inclusief de wetenschappelijke geheimen die minstens net zulke geavanceerdde mogelijkheden boden als die van onze tijd. 

Dit, beweerden ze, was de schat die door de tempeliers werd ontdekt en in de kathedraal van Chartres door de koning van Frankrijk en de Rooms-katholieke Kerk werden vervolgd, naar Schotland werden gebracht. 

Wat de heilige graal zelf betreft, als tastbaar voorwerp, gaat er ook een verhaal dat hij zich bevindt in een van de drie rijkelijk versierde  zuilen aan de oostkant van de kapel, vlak bij het altaar. De zuil in kwestie, zonder twijfel een van de mooiste onderdelen van het gebouw, wordt de ‘leerlingzuil’ genoemd en is nauw verbonden met de vrijmetselarij, waarvan veel mensen meenden dat die haar oorsprong vond in Rosslyn Chapel. Deze gedachte wordt gevoed door bepaalde takken van de vrijmetselarij zelf, maar vooral door het werk van moderne schrijvers zoals Baigent, Laigh en Lincoln, evenals Knight en Lomas. 

Veel hangt af van wat men denkt dat de graal voor iets is: een tastbaar voorwerp zoals Crétien hem beschreef, of een symbool of metafoor. Degenen die het laatste denken, opperen misschien dat Rosslyn Chapel zelf als de heilige graal kan worden beschouwd, aangezien de graal altijd de schat is (en is geweest) die aan het eind van een queeste gevonden wordt. 

Het geheel aan iconografische beelden in Rosslyn Chapel is zo complex dat men al tientallen jaren bezig is die te fotograferen, na te tekenen en nauwkeurig te bekijken in een poging achter de waarheid te komen die de scheppers ons duidelijk probeerden te maken. Iedereen die de kapel bezoekt, raakt onder de indruk van wat hij binnen en buiten het gebouw ziet, en wordt daar bovendien door in verwarring gebracht. 

Uit mijn eigen onderzoek, en uit dat van de plaatselijke Schotse schrijver en onderzoeker John Ritchy, blijkt dat Rosslyn Chapel veel meer is dan een huis des gebeds. Je zou hem ook kunnen beschouwen als een effectief en bewust zo ontworpen observatieplaats vanwaar je de hemel kunt bekijken, met aan de oostkant een platvorm dat speciaal voor dat doel gemaakt is. 

Stel dat we konden zeggen dat de heilige graal een bepaald soort kennis verteenwoordigt die al eeuwenlang bewaakt en beschermd wordt, dan kunnen we ons voorstellen dat Rosslyn Chapel, uitstekend geschikt was als beschermer van de heilige graal. 

De suggestie dat de graal de bloedlijn van Jezus voorstelt, is mogelijk enigszins in diskrediet geraakt doordat we niet zeker weten wie de documenten van de Priorij van Sion geschreven heeft. Niet dat dit enthousiaste lezers ervan weerhoudt om verder te graven in een mysterie dat nog springlevend is. Van boeken zoals Het heilige bloed en de heilige graal en De Da Vinci Code worden elk jaar nog vele duizenden exemplaren verkocht, terwijl de stroom bezoekers aan Rennes-le-Chateau en vooral aan Rosslyn Chapel gestaag doorgaat. Het lijkt erop dat de queeste naar de graal, wat die ook mag voorstellen, nog even populair is als altijd. 

Bron: De heilige graal, geschiedenis en geheimen door Alan Butler

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *