De wijze koning Salomo: verlichte vorst, begaafd denker en opdrachtgever voor de bouw van de eerste tempel in Jeruzalem

Hieronder volgt het beeld van koning Salomo zoals dat in de Bijbel naar voren komt. De video aan het einde maakt duidelijk dat de verhalen symbolisch kunnen  worden gelezen.  

God zelf had zoals de profeet Natan aankondigde, aan Salomo de koosnaam Jedidja, ‘Gods geliefde’, gegeven en uit het levensverhaal van Israëls derde koning blijkt dat hij inderdaad bij God zeer in de gunst stond. Ook tijdens zijn levensdagen werd Salomo internationaal geleerd als een buitgengewoon wijs en rechtvaardig koning. De veertig jaren van zijn regering gelden vandaag de dag als de gouden tijd van Israël, als een periode van weergaloze stabiliteit, welvaart en nationale eenheid. Toch bleek zijn bewind op den duur rampzalig omdat hij zijn volk onderdrukte en afgoderij tolereerde – met noodlottige gevolgen voor de eenheid van zijn land. 

Als tweede zoon van David en Batseba, en als tiende van de zeventien of negentien zonen die zijn vader had, kon Salomo alleen door hofintriges op de troon komen. Zijn moeder en de hofprofeet Natan wisten dan ook handig gebruik te maken van de dementie van de koning die op sterven na dood was. Davids oudste toen nog levende zoon Adonia gold algemeen als troonopvolger en trad ook als zodanig op, maar Natan moest niets van hem hebben. Door Natan daartoe aangezet, herinnerde Batseba haar man eraan dat hij ooit beloofde dat Salomo koning zou worden. Blijkbaar bestonden er destijds geen vaste regels voor de toonopvolging. Toen Batseba en Natan de stervende koning ook nog wijs maakten dat Adonia op het punt stond een opstand te beginnen werd Salomo door David uitgeroepen tot vorst over Israël en Juda  (1 Koningen 1:35).

Natan organiseerde nu snel een inhuldigingsplechtigheid bij de bron Gichon, een zinvolle plaats omdat daar het meeste drinkwater van Jeruzalem vandaan kwam. Onder bescherming van de paleiswacht werd Salomo daar door opperpriester Sadok gezalfd tot medekoning, samen met zijn vader dus. Een wild enthousiaste menigte juichte Salomo toe tijdens zijn intocht op het koninklijke muildier in Jeruzalem. De toeters waarop men blies maakten zo’n geraas dat ‘de aarde van hun geluid spleet (1 Koningen 1:40)

De keuze van Salomo betekende een breuk met Israëls traditie, hij was geen oorlogsheld zoals Saul of David, en evenmin een charismatische leidersfiguur. Salomo was als zoon van zijn vaders lievelingsvrouw op de troon gekomen – wat een precedent schiep, want daarna zou Juda nog wel vaker met machtige koningin-moeders te maken krijgen. Dit alles nam niet weg dat Salomo na de dood van zijn vader, omstreeks 961 voor Chr., de onbetwiste heerser werd. Hij liet de lastige Adonia terechtstellen, zogenaamd omdat deze zich koninklijke voorrechten had aangematigd. In werkelijkheid had Adonia alleen maar gevraagd om een van de mooiste meisjes uit zijn vaders harem. Ook de aanhangers van Adonia werden bij die gelegenheid gedood of uit Jeruzalem verbannen. 

De terechtstelling van één van hen, Joab, de geduchte legeraanvoerder van koning David, had overigens wel ernstige gevolgen voor Salomo’s regering. Het feit dat hij voor iemand als Joab niet  bang hoefde te zijn, gaf de Edomitische prins Hadad de moed uit zijn Egyptische ballingschap terug te gaan naar zijn land en gewapenderhand het gedeelte van Edom – en zuiden van Juda – weer in bezit te nemen dat Joab voor David had veroverd. Maar ook aan zijn noordgrens kreeg het rijk van Salomo het nodige te stellen met de strooptochten van de Syrische vrijbuiter Reaon, Opvallend is dat Salomo nooit met zijn leger tegen deze of andere tegenstanders is opgetreden, al beschikte hij over een strijdmacht van 12.000 ruiters en 14.000 strijdwagens die voor zijn tijd zeker afschrikwekkend was.  

In plaats van oorlog te voeren, besteedde Salomo alle aandacht aan zijn eigen land. Voortbouwend op de organisatie die zijn vader van de grond had gebracht, probeerde hij de staatsmacht in Jeruzalem te centraliseren. Aan eten allen al had het koninklijk paleis per dag 10 gemeste runderen en 20 weiderunderen en honderd schapen nodig en daarbij nog herten, gazellen, damherten en gemeste ganzen (1 Koningen 4:23 ). Naast de functies die zijn vader had ingesteld, creëerde Salomo aan zijn hof, dat veel grootser van opzet was, twee nieuwe functies: die van hofmaarschalk en oppergouverneur. 

Nog veel kostbaarder waren zijn ambitieuze bouwprojecten die uiteenliepen van een reeks indrukwekkende fortificaties die over het hele land waren verspreid, tot de citadel van Sion in de hoofdstad: het indrukwekkende complex van de beroemde tempel van Salomo en zijn waarlijk koninklijke paleis. Vooral de tempelbouw was een extravagante onderneming die de economie van het land zeker geen goed heeft gedaan. Salomo’s onderdanen moesten hiervoor hoge belastingen opbrengen, maar zijn bouwwerken onttrokken ook arbeiders aan werk dat veel noodzakelijker was. De Bijbel meldt dat de koning 3300 hoofdopzichters in dient had, 70.000 sjouwers en 80.000 steenhouwers. Bij de hoge belastingen kwam de toenemende ontevredenheid over de zogeheten herendiensten, de gedwongen arbeid die Salomo’s onderdanen voor dit alles moesten verrichten. Zo’n 30.000 Israëlieten waren onderworpen aan een algemene arbeidsdienstplicht. Ze moesten inploegen van 10.000 man werken en een maand bouwmaterialen uit Libanon halen, en twee maanden in eigen land werken. 

De bouw van de luisterrijke tempel in Jeruzalem begon in Salomo’s vierde regeringsjaar in het vierhondertachtigste jaar na de uittocht der Isriaelieten uit  het land Egypte (1 Koningen 6:1). Dit georiënteerde op het heilige oosten gerichte bouwwerk verrees op de plaats van een oude dorsvloer op een heuveltop waar David alleen nog maar een altaar voor God had mogen bouwen. Salomo’s tempel deed in zijn opzet denken aan de typisch Syrische heiligdommen, maar de versiering vertoonde Assyrische en Egyptische invloeden. Het ongeveer 15 m hoge bouwwerk met een rechthoekig vloeroppervlak van 30 bij 10 m omvatte drie vertrekken. 

Na een ruim voorportaal kwam de eigenlijke tempelruimte van zo’n 20 m lang, en daarachter lag het heilige der heiligen, een kubus van 10 m lang, breed en hoog die helemaal met goud was bekleed. Naar dit heilige der heiligen werd, toen de tempel na zeven jaren zwoegen was voltooid, de ark van het verbond overgebracht. In zijn nieuwe verblijfplaats werd de ark geflankeerd door twee ongeveer 3 m hoge engelen met vervaarlijke vleugels, geheel verguld en uit olijfhout gebeeldhouwd. Ook de vijfhoekige toegangsdeur tot het heilige der heiligen was van verguld en gebeeldhouwd olijfhout en gaf opnieuw engelen te zien, maar ook palmtakken en bloesems.

Een ander beroemd bouwwerk van Salomo was zijn 50 m lange koninklijk paleis dat het ‘Woud van de Libanon’ (1 Koningen 7:2) werd genoemd naar de vele cederhouten zuilen en panelen die daar te zien waren: niet alleen langs de galerijen, maar ook in de troonzaal en de gerechtszaal. Het paleis dat 45 vertrekken telde – voor die tijd veel – omvatte aparte woongedeelten voor Salomo en zijn eerste vrouw, een Egyptische prinses; door dit huwelijk had hij een verbond met Egypte bezegeld. Maar ook zijn andere buitenlandse vrouwen en concubines hadden in dit paleis hun appartementen en zelfs heiligdommen voor hun eigen goden. De bouw van het ‘Woud van de Libanon’ duurde dertien jaar. 

Om aan de vaak zeldzame en kostbare materialen voor zijn bouwwerken te komen, ontplooide Salomo zich tot een gewiekst zakenman en onderhandelaar. Zelf bezat hij koper- en ijzermijnen met de nodige hoogovens in het zuiden van Palestina, tussen de Dode zee en het huidige Akaba. Een verdrag dat hij met koning Hiram van Tyrus had gesloten zorgde ervoor dat deze Fenicische heerser hem goud en cederhout uit Libanon leverde in ruil voor graan en olie uit  Israël. In het kader van hun speciale relatie werkten de twee landen ook samen bij de handelsvaart op de Rode Zee. 

De beroemde Fenicische scheepsbouwers zullen de vaartuigen hebben geleverd die door Israël werden gefinancierd en een gemengde bemanning hadden. deze handelsschepen voeren langs de Afrikaanse kust tot aan het huidige Somalië en verhandelde hun ijzer en koper voor ivoor, edelstenen, zilver, goud, pauwen en de twee soorten apen die destijds gangbaar waren. Tot de ietwat onduidelijke transacties van Salomo behoorde de overdracht van twintig steden in Galilea aan Tyrus, waarschijnlijk ten onrechte is hieruit geconcludeerd dat zijn bouwplannen tot een faillissement hadden geleid.

Omdat hij de karavaanroutes tussen Egypte en Syrië beheerste, bezat Salomo feitelijk het monopolie van de handel in paarden uit het huidige Turkije en wagens uit Egypte. Daarbij hief hij tol op de karavanen die over de zogeheten Koningsweg ten oosten van de Jordaan trokken – de karavaanhandel was destijds modern omdat de kameel nog maar enkele eeuwen tevoren was gedomesticeerd. Alle handelaars die over zee – de Via Maris – of over land hun waren vervoerden, moesten aan de Feniciërs of aan Salomo in natura hun tol betalen: specerijen, edele metalen, paarden of kostbare weefsels. 

Een van de populairste verhalen uit het Oude Testament – over het bezoek dat de legendarische koningin van Seba Salomo bracht heeft alles te maken met zijn heerschappijen over de handel ter land en ter zee ten zuiden van Israël.  Al legt de overlevering het accent op haar nieuwsgierigheid naar de wijsheid van Salomo en op de romance die zich tussen die twee zouden hebben afgespeeld, in werkelijkheid maakte de koningin van het land aan de zuidkust van Arabië destijds een zakenreis om eens wat meer te weten te komen over haar geduchte concurrent in de specerijenhandel. Om de nodig indruk te maken kwam ze in Jeruzalem aan met een zeer groot gevolg, kamelen beladen met specerijen, zeer veel goud en edelgesteente (1 Koningen 10:2 ).

De pracht en praal die Salomo aan zijn hof tentoon spreidde had ze zeker niet verwacht. Vooral zijn wijsheid was voor haar adembenemend: ‘Gij hebt  in wijsheid  en welvaart de roep overtroffen, die ik vernomen had (1 Koningen 10:7), riep de koningin uit. Salomo kreeg van haar allerlei kostbaarheden die omgerekend misschien zo’n 3 miljoen euro waard waren. 

De twee monarchen sloten ook een voor beide partijen voordelig handelsverdrag.  Christelijke Ethiopiërs geloven dat Salomo ook bij de koningin van Seba een kind had verwekt dat later op de Ethiopische troon kwam – het huis David zou dus in Afrika voortleven. 

Dit verhaal speelt in op twee aspecten van het traditionele beeld van koning Salomo: zijn legendarische seksuele activiteit en zijn reputatie als de wijze koning van zijn tijd. Hij hield er ongetwijfeld een uitgebreide harem op na; alleen al door de toen gebruikelijke gewoonte van verdrag met een buitenlandse heerser te bezegelen door middel van een huwelijk, had Salomo Hettitische, Moabitische, Edomitische, Ammonitische en Sidonische vrouwen. 

Zijn reputatie van wijsheid is zeker gerechtvaardigd, al zal het aantal van 3000 spreuken en 3005 liederen dat 1 Koningen 4:32 hem toeschrijft aan de overdreven kant zijn. Daarbij zou hij dan nog de bijbelboeken Spreuken, Prediker en Hooglied hebben geschreven, en het apocriefe boek ‘Wijsheid van Salomo’.

Al kort na zijn troonsbestijging, hij was toen een jaar of twintig, verscheen God voor de eerste keer aan Salomo in een visioen dat hij kreeg bij het altaar van Gibeon, waar de jonge koning vaak duizend brandoffers tegelijk bracht. God zei tegen hem: ‘Vraag wat ik u zal geven’, waarop Salomo vroeg om ‘een opmerkzaam hart, opdat hij uw volk richte, door te onderscheiden tussen goed en kwaad’ (1 Koningen 3:5,9) .Dit verzoek vond God zo goed dat hij het niet alleen inwilligde, maar Salomo ook nog rijkdom en eer beloofde, waardoor hij boven alle heersers van zijn tijd uit zou stijgen.

Een staaltje van deze wijsheid staat in de Bijbel direct na het relaas over deze droom: het bekende verhaal van het ‘salomonsoordeel’ over de twee hoeren. Deze vouwen hadden ieder een kind gekregen, waarvan er een was overleden. allebei beweerden ze de moeder van het levende kind te zijn. Toen deze kwestie aan Salomo werd voorgelegd, liet hij een soldaat met een zwaard aanrukken. ‘Snijdt het levende kind in tweeën’, gebood hij, ‘en geef de helft aan de ene vrouw en de helft aan de andere’ (1 Koningen 3:25). Een van de vrouwen ging hiermee akkoord, maar de andere – de echte moeder zei  dat ze nog liever haar kindje afstond dan dat ze het wilde laten doden. 

Een ander kant van Salomo’s wijsheid was het verzinnen en toepassen van aforismen: kernachtige spreuken ontleend aan de volkswijsheid van allerlei beschavingen uit de Oudheid, zoals die van Egypte, Kanaän en Mesopotamië. Zijn scherpzinnigheid was blijkbaar overal in het Nabije Oosten beroemd: de Bijbel meldt dat de wijsheid van Salomo groter was dan die van alle uit het oosten, en dan al de wijsheid van Egypte (1 Koningen 4:30). Dit soort wijsheid ontleent zijn voorbeelden vaak aan de wereld van de natuur, volgens de Koran en oude legenden zou Salomo ook met vogels en andere dieren hebben kunnen praten. 

Salomo was bijzonder knap in het oplossen van raadsels. In deze vaardigheid was de koningin van Seba allereerst geïnteresseerd, maar later gaf ze grif toe dat zijn wijsheid veel dieper ging en hij een verstandig en rechtvaardig heerser was. Aan Salomo’s wijsheid zijn volgens de Bijbel dan ook de vrede en welvaart te danken onder zijn langdurige regering.

Vanuit politiek-historisch oogpunt is het duidelijk dat Israëls koningschap onder Salomo een andere inhoud heeft gekregen. Anders dan zijn vader, bracht hij zelf offers en zegende zijn volk – vervulde dus uitgesproken priesterlijke functies. Salomo was ook niet – zoals David, voor goddelijke boodschappen op profeten aangewezen, maar kon zelf rechtstreeks met God in contact komen. Nieuw voor het oude Nabije-Oosten was dat hij zijn tempel vlak bij zijn koninklijk paleis bouwde, waardoor de band tussen de staatsgodsdienst en het Huis van David – de eigenaar van alles – zichtbaar werd. 

Een belangrijke verandering was ook dat Salomo er bewust op uit was de oude stammensamenleving te verzwakken en een centraal gezag te vestigen. Daardoor kwam er een overheidsapparaat met soldaten en allerlei ambtenaren De steden kregen meer inwoners en ook meer en meer ambachtslieden die zich toelegden het maken van luxe-artikelen voor een stedelijke bevolking die hogere eisen ging stellen. 

Nog een ander kenmerk van Salomo’s regering was de ongekende tolerantie van heidense godsdiensten en het accepteren van buitenlandse elementen in de traditionele joodse samenleving. Kanaïtische steden gingen deel uitmaken van zijn rijk en zelfs voor het  tempelritueel werd er het een en ander aan het buitenland ontleend. Door de internationale handel trouwden nu ook gewone mensen met buitenlanders – iets waartegen men zich vroeger fel tegen verzette. Toch wekten al die veranderingen ook destijds veel weerstand. De twaalf stammen konden niet vergeten dat ze vanouds zelfbestuur hadden gekend. En de gewone man die hoge belastingen moest zien op te brengen, viel het schrijnende verschil op tussen zijn eigen manier van leven en de weelde waarin alleen al Salomo’s gevolg zich kon baden. 

Het uiteenvallen van Salomo’s rijk, onmiddellijk na zijn dood, is volgens sommige geleerden dan ook te wijten aan de binnenlandse problemen die er tijdens zijn leven al waren, en vooral aan zijn tolerantie voor andere godsdiensten waartoe hij vaak werd aangespoord door zijn buitenlandse vrouwen. ‘het geschiedde namelijk, toen Salomo oud geworden was, dat zijn vrouwen zijn hart meevoerden achter andere goden, zodat zijn hart de Heer, zijn God, niet volkomen was toegewijd’ (1 Koningen 11:4).

Na de inwijding van de tempel, toen God voor de tweede keer aan Salomo verscheen, was hij al gewaarschuwd dat wanneer hij zijn nakomelingen andere goden zouden vereren, Israël tot een spreekwoord en een spotrede onder alle volken zou worden (1 Koningen 9:7). Zo erg was het nog niet toen na Salomo’s dood de troon overging op zijn zoon Rechabeam, maar de eenheid van koning Davids rijk viel destijds al niet meer te handhaven. En op den duur vielen ook de twee koninkrijken die toen ontstonden, het noordelijk Israël en het zuidelijke Juda allebei in handen van buitenlandse veroveraars. 

De blijvende nalatenschap van koning Salomo bestaat ook niet in een strak georganiseerde welvarende nationale staat met schitterende bouwwerken, maar uit de wijsheid waarmee hij zij  onderdanen recht heeft gedaan. Of hij nu wel of niet de schrijver is van Spreuken, Prediker en het Hooglied, zijn invloed als verlichte vorst en begaafd denker is zowel de joden als de christenen ten goede gekomen. 

Bron: Alle Bijbelse personen, Readers Digest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *