In de adventstijd zaait de hemel sterrenkrachten in de schoot van de aarde, tekst van Emil Bock

In november beleven we nog de onrust van de ondergang. De novemberstormen ruimen op wat oud is. Met het vergeelde blad worden de laatste resten van het oude jaar door ijzige windvlagen in een werveling naar de aarde gejaagd.

Maar wanneer dan de adventstijd begint, neemt degene die dieper in de natuur kan schouwen reeds de licht vibrerende onrust van een nieuwbegin waar. Daar leeft wat in de kiem en de stille wortel van alle leven zal zijn gedurende de kringloop van het volgende jaar.

Nu en dan valt een zonnestraal door de nevelen en tovert een geur te voorschijn die ons tegemoet zweeft als iets wat van gene zijde afkomstig is. Dan voelen wij iets waarvoor de mensen in de komende tientallen jaren steeds beter ontwikkelde organen zullen krijgen: de etherische wereld, die schuilgaat achter het voorhang van de zintuiglijke wereld. Die wereld komt steeds dichterbij, druppelt binnen in de onze.

Waarom worden voor de winter komt de tuinen omgespit en de akkers geploegd? Natuurlijk ook om later de dingen die daar groeien beter te kunnen laten wortelen. Maar in de eerste plaats wordt dat gedaan om dat wat uit de hemelhoogten komt diep in de aarde te laten doordringen: het leven dat de aarde bevrucht.

De mensen lopen over de akkers en strooien het zaad uit. Onzichtbaar zaait de hemel mee. Dit begint in de adventstijd. De hemel zaait, ook wanneer hij sneeuw omlaag laat dwarrelen en koude zendt. De boer weet dat hoe beter de grond bevroren is, hoe vruchtbaarder hij volgend jaar zal zijn.

In de adventstijd moeten wij leren de ster te groeten. Wanneer de dampen van het oude jaar allemaal verwaaid zijn, is de ruimte vrij en de atmosfeer gereinigd en beginnen de sterren heel geleidelijk aan door te dringen tot in ons aardse bestaan. Met de sterrenkrachten zaait de hemel het nieuwe leven in de schoot van de aarde. Hebben de sneeuwvlokken niet ook sterrenvormen?

De adventsweken zijn de tijd waarin Moeder Aarde ontvangt. En met Kerstmis wordt de aarde tot Maria en baart haar kind. Diep in het binnenste van de aarde is door de sterren een kiem van licht gewekt. Het binnenste van de aarde wordt een kribbe waarin een kindje straalt. Het kind verheft zich om op te stijgen.

Ook de kribbe in het binnenste van de aarde is omgeven door geordende figuren, zoals in Bethlehem op zo eenvoudige wijze werd aangeduid in herders en koningen, Maria en Jozef en ten slotte ook in de os en het ezeltje, die daar ook staan om wat van het nieuwe licht te ontvangen.

Rondom wonen in opklimmende kringen als in twaalf kamers de sterren, die in dit jaargetijde op de aarde op bezoek komen. Daarom zegt de volksmond dat alle bloemen die in de lente tevoorschijn zullen komen in de kerstnacht daar binnen in de aarde al hun kopjes bewegen en hun klokjes laten luiden.

Waarom hebben zoveel bloemen een stervorm? Omdat de sterren in de winternacht intocht houden in de aarde. Daar beneden zijn de vormen van het planten- en bloemenleven bovenzinnelijk al aanwezig. In de lente worden ze ook voor onze zintuigen waarneembaar.

Belangrijk is het ogenblik waarop het kind van het nieuwe leven daar beneden geboren wordt. Het is waar de twaalf nachten die op de heilige nacht volgen een geheim in zich dragen. Het is dan alsof het kind is opgestaan uit de kribbe en begint op te stijgen; als langs een wenteltrap in een toren gaat het spiraalsgewijs omhoog en gaat langs de twaalf kamers waarin de sterrenkrachten wonen.

Zo wordt in de heilige nachten tussen Kerstmis en Driekoningenvoorbereid wat in de twaalf maanden van het nieuwe jaar tot ontplooiing kan komen. De sterren openbaren zich vanuit hemelhoogten en in de diepte van de aarde ontstaat een heilige ordening. De vrede die zij stichten komt ons steeds weer tegemoet uit de paradijselijke glans van het plantenrijk die ons altijd opnieuw verfrist.

Daaruit kunnen wij deze les leren: wanneer wij een innerlijke weg willen gaan moeten wij helemaal beneden beginnen, zoals de aarde helemaal beneden begint wanneer zij nieuw leven voortbrengt. Wanneer wij niet beneden beginnen, blijven wij ons hele leven in de lucht hangen. Diepe concentratie, rust en devotie zijn daarvoor een vereiste.

Alleen in de kribbe van zijn diepste innerlijk kan elke mens ‘Maria’ worden en het eigenlijke kerstgeschenk ontvangen. Wat de mensen elkaar gewoonlijk geven met Kerstmis kan maar al te gemakkelijk de aandacht afleiden van de eigenlijke gaven van de kerstnacht, die uit de hoorn van de overvloed van de sterren, uit de etherische wereld op ons toestromen door de bijzondere geaardheid van de winterse natuur.

Iedere nacht waarin de sterren helder fonkelen, maar ook wanneer ze schuilgaan achter de wolken, is de lucht vol openbaringen. In de nacht der nachten kunnen we onze ziel daarvoor openstellen, zoals we dat anders nooit kunnen. Dan komt de vrede in ons die ons in de kerstspreuk wordt beloofd.

Bron:  De jaarfeesten als kringloop van het jaar van Emil Bock

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *