Lara en de witte draken – verhaal uit het actieboek ‘De taal der klokken’ van het jeugdwerk van het Rozenkruis

 

BESTEL DE TAAL DER KLOKKEN VAN € 14,50 VOOR € 8,00 (TOT 1 JULI 2020)

Hieronder volgt de tekst van het symbolische verhaal ‘Lara en de witte draken’ zoals dat is gepubliceerd in het verhalenboek De taal der klokken en beluisterd kan worden via de bovenstaande speler. Het genoemde jeugdboek wordt uitgegeven door Rozekruis Pers en kan van 1 april tot en met 1 juli 2020 met korting worden aangeschaft: van € 14,50 voor € 8,00 . Dit boek is één van de zes uitgaven van het jeugdwerk van de School van het Rozenkruis, waarvan de verhalen vooral verteld zijn op het conferentiecentrum Noverosa in Doornspijk. 

LEES DE INHOUDSOPGAVE EN EEN ANDER VERHAAL UIT DE TAAL DER KLOKKEN

Soms gebeuren er wonderlijke dingen! Zoals in dit verhaal. Luister maar. Hoe kan dat nu? Wat is er gebeurd? Verbaasd en verschrikt slaat Lara de bladen van het boek om en om. Ja, heus het is écht waar. Overal waar de vorige keer nog een plaat van de draak stond, is nu een lege, witte ruimte op de bladzijde. 

‘De draak is eruit verdwenen!’ fluistert ze; en met een diepe frons in haar voorhoofd begint ze na te denken. Een draak, die uit een boek wegloopt? Kan dat wel? Draken bestaan niet! … en toch … als het boek de waarheid vertelt, dan is er iets heel wonderlijks met die wezens. Lara kijkt nog eens in het begin van het boek op de eerste bladzijde. 

O ja, kijk, daar zijn de witte draken! De platen van de witte draken, die zijn er nog wel. Maar achterin het boek zijn alle platen weg… Ze snapt er niets van. Aandachtig kijkt Lara naar de eerste tekeningen in het boek en omdat ze het verhaal zo mooi vindt, begint ze het nog eens te lezen. Misschien brengt dat een oplossing voor het raadsel. 

En ze leest: Eens, lang geleden, toen de aarde nog een kind was, lag er in de onmetelijke, blauwe oceaan een eiland. Er leefden schitterende wezens. Hun lichamen waren zo gemaakt, dat ze in het water, op het eiland en in de lucht konden leven. Hun kleur was stralend wit, maar hun lijf bestond uit duizenden glinsterende schubben, zodat er een prachtige regenboogkleurige schijn overheen gleed bij iedere beweging. Hun ogen waren zacht en vriendelijk en hun harten waren net als alles wat hen aan licht en schoonheid omringde. Zij werden de witte draken genoemd. 

In het midden van het witte-drakeneiland stond een boom waaraan prachtige juwelen groeiden. Beschouwden de draken die als hun bezit? Waren ze er trots op? Nee, hun grootste vreugde was het om af en toe een juweel te nemen en haar op de golven van de oceaan te leggen. Dan stonden de witte draken aan het strand en verheugden zich erover als het juweel al glinsterend en schitterend aan de horizon verdween, op reis naar de ongekende gebieden der aarde. 

Op een keer werd één van hen nieuwsgierig. Waar zou toch het juweel, dat hij naar de oceaan droeg, terechtkomen? Hij wilde het weten! Hij zwom mee, ver, ver weg van het eiland. Nooit verloor hij het juweel uit het oog  het was nu immers zijn juweel geworden! Verder en verder wiegde de oceaan het juweel. En de witte draak volgde, soms vliegend, soms zwemmend.Wat was die oceaan groot! Toen hij al veel te ver was om zijn eiland terug te vinden, werd de oceaan grijzer en grote stormen joegen over het oppervlak. Bang om het juweel te verliezen, drukte de witte draak het angstig tegen zijn borst, terwijl hij worstelde met het woeste water en de brullende wind. 

Hoe lang de reis duurde, weet niemand, maar eindelijk spoelde de witte draak, helemaal uitgeput, aan op een rotsig strand. In die grote, onmetelijke oceaan was opnieuw een eiland ontstaan, zo groot als een heel werelddeel … En hier kwam de witte draak terecht en hij leefde in een watergrot onder de rotsen. Hoe anders was het hier! Waar was het juweel gebleven in de grote storm? De witte draak wist het niet meer. Waar kwam hij vandaan? Ook dat was hij vergeten … 

Maar er was wel iets veranderd met de draak. Iets wat hij wel zag, en voelde, maar waar hij niets tegen kon doen: in zijn grote drakenborst werd het koud en zijn witte lichaam verloor alle glans. Het duurde jaren en jaren en toen was de draak groen en grijs geworden. Groen als de golven van de woedende oceaan. Grijs als de zware luchten, die zo vaak boven de oceaan hingen. Intussen groeide de aarde en vele andere schepselen kwamen erop wonen. Wat was de draak daar blij om! Eindelijk speelkameraden, want eeuwen en eeuwen had de draak niets te doen gehad. Hij begon zich met die andere schepselen te bemoeien. 

Eerst werd hij ondeugend, en lachte hij hen uit, als hij ze een poets had gebakken. Maar het duurde niet lang, of hij ontdekte dat het spannend was om geniepig en gemeen te zijn. En nog later kon hij niet anders meer. Maar ook dat was nog niet genoeg, daarna werd hij zelfs boosaardig! Zo boosaardig, dat hij het boze vuur uit zijn open bek stootte, als hij zich tekort gedaan of beledigd voelde. En dat was bijna altijd, als hij iemand tegenkwam. Alle andere schepselen werden heel bang voor hem en hij dacht, dat iedereen een vijand was. En toch … als het vuur uit zijn bek kwam van woede of afgunst, dan klonk er uit zijn koude borst een klacht van iets, dat hij sinds lang vergeten was … 

De mensen die de aarde bewoonden hoorden van de groene draak en velen vonden zijn streken leuk. Zij leerden van hem, hoe ze anderen bang konden maken, hoe hun mond onzichtbaar boos vuur kon spuwen om anderen te verwonden, hoe ze met hun handen wapens konden maken om hun vijanden te lijf te gaan. Overal stak de draak in de mensen zijn kop op. 

Was er dan niemand die de draak herinnerde aan zijn afkomst? Nee, integendeel, de mensen hadden zoveel van de draak geleerd en overgenomen, dat ze hem niet langer nodig hadden. En weet je wat ze deden? Overal vertelden ze dat draken niet bestaan! En ze maakten een dik boek vol drakenverhalen en ze zeiden: 

‘Ziezo, die zijn we kwijt, we hebben hem in de verhalen verstopt en nu kunnen we onszelf wel verder redden.’Vanaf dat moment vulde het leven van de mensen zich met veel pijn en verdriet. Want de draak leefde voort in henzelf! En iedereen dacht dat het zo hoorde!’ 

Lara zucht. Daar zit ze nu met het boek vol drakenverhalen en met het grote raadsel, dat de groene draak uit al die verhalen verdwenen is. Precies hier stond die tekening van de draak, groen, boos en vuurspuwend. En nu zijn er alleen nog woorden en daartussen grote lege plekken. Nergens meer een spoor van de draak te bekennen. 

O, het boek staat nog vol met allerlei drakenverhalen, over juwelen, die in een nest bewaakt worden door een draak; over een prins, die de draak moet verslaan, omdat de prinses geroofd is; over een draak, die met zijn vuur een heel dorp verbrandt en over een draak in zee, die de vissers plaagt, door hun schepen heen en weer te laten slingeren. Altijd als draak verschijnt, verdwijnt de vreugde en komt er verdriet, denkt Lara. Waarom is de draak dan uit het boek verdwenen? 

Maar, Lara, herinner je je nog, de laatste keer, toen je het boek in de hand had? Je broertje zat naast je en je las hem een verhaal voor over het juwelennest van de draak. En toen zei je broertje plotseling: die draak is niet alleen in het boek verstopt, maar ook in onszelf. Weet je wel, als ik je plaag of als ik woedend of jaloers ben. Dan voel ik het vuur in me! Eigenlijk, Lara, zijn we dan een betoverd kind. Eigenlijk moet die draak uit het boek en uit ons bevrijd worden. Misschien kan de draak dan teruggaan naar het witte drakeneiland. 

Op dat moment bewoog er iets in het koude hart van de draak. Hij voelde een zacht heimwee daarbinnen. Jullie keken naar hem in het boek en je merkte het niet. Maar ’s nachts heeft de draak een besluit genomen en nu is hij als groene draak uit het boek verdwenen, waar hij lange tijd in gevangen was. 

Het leven is er niet erg gemakkelijk op geworden voor hem, want o, hij zou best nog eens zijn vuur kunnen spugen, als hij dingen zag of hoorde waar hij boos van werd. Hij zou nog best aan de mensen en kinderen op de wereld kunnen leren, hoe ze een vijand moeten maken. Hij is wel oud, maar zeker nog sterk genoeg om te laten zien wie hij is. Maar … hij wil het niet meer. 

Telkens als het drakenvuur in hem wil ontvlammen, herinnert hij zich dat Lara’s broertje zei: ‘Ik ben ook wel eens een draak’ en dan krijgt hij medelijden met de mensen en kinderen, die zo zeer op hem zijn gaan lijken. Nee, denkt hij dan, ik wil niet langer verdriet brengen. 

En hij weet het héél zeker, als hij teruggaat naar het drakeneiland, zal er ook weer vreugde komen in de mensen. Veel meer dan nu. Duizend dagen en maanden zal het nog duren, zijn terugtocht over de oceaan en of hij ooit zal aankomen? Maar: hij is op weg gegaan en dat is voor een draak een moedige daad. 

Het verhalenboek van Lara is heel lang vol witte plekken geweest, alsof dat haar wil zeggen: denk erover na, wat het is, als je een draak wordt genoemd. Een draak kan moedig zijn! Je hoeft geen vuur te spuwen, je hoeft niet sterk te zijn om moedig te zijn. Moed hebben is: uit het verhaal durven stappen waar je in gevangen bent en op weg gaan naar je oorsprong. 

Veel later slaat Lara het boek nog eens open. En dan moet ze lachen van vreugde. ‘Het is een wonderboek,’ fluistert ze. Op elke lege plaats, waar vroeger de groene draak stond afgebeeld, blinkt een parel! En Lara begrijpt de boodschap heel goed: er is een witte draak aangekomen in zijn ware thuis. 

Bron: De taal der klokken

BESTEL DE TAAL DER KLOKKEN VAN € 14,50 VOOR € 8,00 (TOT 1 JULI 2020)

1 thought on “Lara en de witte draken – verhaal uit het actieboek ‘De taal der klokken’ van het jeugdwerk van het Rozenkruis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *