Het Weihnachtsoratorium en het Magnificat van Bach – hoorcollege van Govert Jan Bach op 4 CD’s

 

BESTEL GOVERT JAN BACH OVER HET WEIHNACHTSORATORIUM EN HET MAGNIFICAT

Het Weihnachtsoratorium brengt tegen kerst in menig huis vreugde en vrolijkheid. Het is een geniaal werk van de late Bach, waarin we de Passionen herkennen maar nu zonder smart en lijden. Johann Sebastian Bach haalt alles uit de kast om Kerstmis in zijn volle glorie en diepte te verklanken. Van swingende uitbundigheid tot tedere innigheid. Bach zet het oerverhaal van kerst om in een spannend totaal waarin het licht de duisternis opheft en het kwaad wordt ontmanteld. Het korte, maar overrompelende en zinderende Magnificat Zie bovenstaande uitvoering van Jordi Savall) wordt ook behandeld: het is de wegbereider van Bachs grotere vocale werken. 

In Govert Jan Bach over het Weihnachtsoratorium en het Magnificat van Johann Sebastian Bach voert Bachkenner en ver familielid Govert Jan Bach in een hoorcollege u door het complexe landschap van deze gelaagde muziek. Hij reikt opnieuw een aantal sleutels tot beter verstaan aan, gelardeerd met talloze muziekvoorbeelden van uiteenlopende uitvoeringen. Deze uitgave is zowel geschikt voor liefhebbers als voor uitvoerenden. Hieronder volgt begeleidende tekst bij het luisterboek, dat bestaat uit vier CD’s. 

1. Inleiding

Het Weihnachtsoratorium geldt als een van de beste werken van Johann Sebastian Bach (1685-1750). Het werd grotendeels in 1734 geschreven. Bach was toen bijna vijftig jaar en bevond zich, muzikaal en qua vormbeheersing, op het toppunt van zijn kunnen. In de jaren na het scheppen van zijn Weihnachtsoratorium zou hij ook de eerder geschreven Matthäus Passion zijn definitieve vorm geven.

Musicologen hebben de neiging het werk onder te waarderen, omdat Bach er deels muziek voor gebruikte die hij kort daarvoor geschreven had. Van de 64 composities zijn er echter 40 nieuw, de overige bestonden al, maar werden door hem ingrijpend bewerkt. Hij putte daarvoor uit cantates die hij schreef ter ere van Maria Josepha en keurvorst Friedrich Christian, beide leden van het Saksische Hof. Deze muziek was al van een uitzonderlijke kwaliteit en werd, bij het componeren van het Weihnachtsoratorium, nog verder verbeterd.

Bach werkte de spannende lijn van het kerstverhaal, op basis van de teksten van de evangelisten Mattheüs en Lukas, uit in een groots opgezet werk. In zijn tijd werd het in zes delen uitgevoerd, op de zes feestdagen tussen Kerstmis en Driekoningen. Tegenwoordig worden delen van het Oratorium, zoals Bach het noemde, achter elkaar gespeeld. 

Opmerkelijk is dat zowel het aantal composities als de totale tijdsduur van het stuk vrijwel overeenkomen met die van de Matthäus Passion. Verschil is er uiteraard ook: waar de Matthäus Passion handelt over lijden, dood en rouw gaat het Weihnachtsoratorium over licht, blijdschap en vitaliteit. In menig huis begint de kersttijd pas echt als de vreugdevolle beginklanken van het Weinachtsoratorium de kamer vullen. Het werk is geliefd bij koorzangers en er worden elk jaar verschillende meezingconcerten georganiseerd. In 2007 presenteerde choreograaf John Neumeier in Hamburg met groot succes zijn balletversie van het Weihnachtsoratorium.

Op de eerste twee cd’s wordt ingegaan op de omstandigheden waaronder dit meesterwerk tot stand kwam. Zoals de positie van Bach in Leipzig, de invloed van de theologie van Maarten Luther en het gezinsleven van Bach in die jaren. Op de twee volgende cd’s wordt de luisteraar stap voor stap door het Weihnachtsoratorium gegidst. In een apart filmpje worden de belangrijkste cd’s en dvd’s van het werk besproken.

CANTATE 1 VAN HET WEIHNACHTSORATORIUM

CANTATE 2 VAN HET WEIHNACHTSORATORIUM

CANTATE 3 VAN HET WEIHNACHTSORATORIUM

CANTATE 4 VAN HET WEIHNACHTSORATORIUM

CANTATE 5 VAN HET WEIHNACHTSORATORIUM

CANTATE 6 VAN HET WEIHNACHTSORATORIUM

2. Kerstfeest door de eeuwen heen

Het heeft lang geduurd voor het kerstfeest het belang kreeg dat wij er momenteel aan hechten. In de eerste eeuwen na Christus, toen het christendom vooral aanhang had in Noord-Afrika, in de landen tussen Egypte en Griekenland en in Ethiopië, werd Driekoningen (6 januari) als het eigenlijke kerstfeest gevierd. Toen in de vierde eeuw de Romeinen tot het christendom overgingen, verschoof het kerstfeest in Europa naar de datum van de Saturnaliën en van het Mithrasfeest. Dit waren belangrijke Romeinse feesten die rond de kortste dag van december werden gevierd. 

Toen vervolgens de volken in Midden- en Noord-Europa werden gekerstend, schoof de datum op naar het Midwinterfeest, een Noordse rite waarmee het langer worden van de dagen – en de overwinning op de duisternis – werd gevierd. Deze datum werd door de Romeinse keizer Constantijn bepaald op 25 december. De Russisch- en Grieks-Orthodoxe Kerk en de Ethiopische Kerk houden voor de kerstviering nog altijd Driekoningen aan.

In de Middeleeuwen ontstond de volkse traditie van het kerstspel, waarin het geboorteverhaal werd nagespeeld. Als Bach in 1723 in Leipzig zijn aanstelling krijgt is deze traditie nog heel populair. In de Lutherse traditie behoorden kerstspelen tot de vaste rituelen, soms compleet met levende dieren en kindje wiegen. Zelf hield Maarten Luther veel van zulke spelen, waarvoor hij het lied ‘Vom Himmel hoch da komm ich her’ schreef. In dit geliefde lied komt Luthers’ theologie van de menswording van God in Jezus duidelijk tot uiting. Overigens werd er in de tijd waarin Bach leefde door alle componisten veel kerstmuziek geschreven. Naast de stukken voor zijn Weihnachtsoratorium schreef Bach meer dan 20 andere kerstcantates.

3. Bach en Luther

Johann Sebastian Bach werd in 1685 geboren in het Duitse stadje Eisenach. In dit stadje staat de Wartburg, het kasteel waar de Duitse kerkhervormer Maarten Luther in 1521 onderdook nadat hij door de paus in de ban was gedaan en vogelvrij werd verklaard. In de Wartburg vertaalde Luther het Nieuwe Testament in het Duits, waarbij hij gebruik maakte van een kritische tekst van Erasmus. Luther had een koppig karakter en was vastberaden in de verdediging van zijn zaak, maar hij was ook een rebel, een kerkhervormer met extreme standpunten. Zijn haat tegen de paus, de katholieke geestelijkheid en – vooral – de joden was berucht. 

Met zijn Bijbelvertaling wilde Luther het Nieuwe Testament voor iedere gelovige leesbaar maken. Zijn grote theologische ingrepen waren de afschaffing van het celibaat en de opheffing van de macht van de paus, maar verder liet Luther veel onveranderd. Een liturgische vernieuwing was zijn introductie van het kerklied, de zogenaamde ‘koraal’. Luther stond voor een kerkelijke gemeente van autonome gelovigen, die niet afhankelijk waren van een priester en actief deelnamen aan de liturgie. Luther schreef de eerste kerkliederen, vaak op basis van al bekende en goed meezingbare melodieën, waarop hij religieuze teksten dichtte. In de 16e en 17e eeuw werden honderden koralen gedicht en op muziek gezet.

Het samen zingen van koraalteksten werd een kernpunt in het Luthers geloof, waarin het woord een allesoverheersende rol speelt. Voor Luther was het woord meer dan het begrip dat het vertegenwoordigde. Het was voor hem een werkend, bijna levend medium met een enorme, stuwende kracht. Het Bijbelse woord werd zijn speerpunt, alleen door geloof in dat woord en de aanvaarding daarvan kon de mens aan zijn ellendig en zondig bestaan ontkomen en zicht krijgen op verlossing in het hemels hiernamaals. Het kernbegrip hierin was voor Luther de incarnatie, de menswording van God, die tot stand kwam bij de geboorte van Jezus. Daar God ook het woord is (In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.) was de formule: het woord is vlees geworden (Johannes 1).

Door deze stap van God naar de mensen worden wij (volgens Luther) bevrijd van onze zonden, op voorwaarde van ons geloof in het Woord. In economische termen komt dit neer op een ruil, die door Luther ‘de vrolijke ruil’ werd genoemd. Het is immers een ruil die bevrijdt en die oproept tot grote vreugde. In het kerstverhaal komt dit optimaal naar voren in de scène waarin de engelen aan de herders hun blijde boodschap brengen: de Heiland is geboren in een armoedige stal, en ligt in doeken gewikkeld in een kribbe. 

Anders gezegd: het Opperwezen, de Heer der Heerscharen, tooit zich met de armoede van de mens. Het is goed te begrijpen waarom het kerstverhaal bij Luther zoveel enthousiasme teweeg bracht. Het is voor hem geen romantisch sprookje met engeltjes en herdertjes, maar een realistisch verhaal dat tot grote vreugde stemt. Het Weihnachtsoratorium ademt deze sfeer en onderstreept Luthers erkenning van muziek als het perfecte medium voor deze boodschap. Luther zelf was overigens zeer muzikaal. Enkele van de door hem geschreven koralen komen voor in het Weihnachtsoratorium.

4. Luther en het Magnificat

Het Magnificat is het gebed van Maria, die God looft om wat Hij voor haar betekent. Het lied was al in de vijfde eeuw een veel gezongen tekst in de christelijke erediensten. Later kreeg het een vaste plaats in de vespers, in kerken en kloosters tijdens de voorlaatste eredienst van de dag. Het lied werd dus elke namiddag door monniken, priesters en de aanwezige gelovigen gezongen. Na de scheuring met de Roomse kerk behield het Magnificat zijn plaats in de liturgie van Luther.

Zowel bij Luther als bij Bach (zie bovenstaande uitvoering onder leiding van Jordi Savall) speelt het Magnificat een grote rol. Hoewel Luther de aanbidding van Maria afwees, bleef zij een belangrijke rol in zijn theologie vervullen. Een van zijn vroege grote theologische geschriften was gewijd aan Maria en kreeg van hem de titel ‘Het Magnificat’. Luther vond de woorden van Maria belangrijker dan de aanbidding die haar ten deel viel als Madonna, moeder van Jezus.

Luther, de opstandige, voelde zich door de revolutionaire uitspraken van Maria in het Magnificat zeer aangesproken. Die uitspraken ademen een omkering van waarden: hogen zullen verlaagd worden en nederigen zullen worden verheven. God zal machtigen van de troon stoten, hongerigen voeden en welgestelden leeg naar huis sturen. Het fysieke bewijs van Gods liefde voor de mens is zijn uitverkiezing van de eenvoudige Maria als moeder van God. Opnieuw een sprekend voorbeeld van de ‘vrolijke ruil’, want alles wat Maria daarvoor hoefde doen ligt in de zinsnede ‘mij geschiede naar uw woord’.

Bach schreef veel muziek voor de Mariafeesten, zoals die werden gevierd op Maria Geboorte (8 september, geboortedag Maria), de Annunciatie (25 maart, Maria krijgt bezoek van een engel die haar vertelt dat zij zwanger zal worden van Gods zoon) en Maria Hemelvaart (15 augustus, Maria wordt ten hemel opgenomen). Het Magnificat zette hij maar liefst driemaal op muziek. In 1723, kort na zijn aantreden in Leipzig, schreef hij het Magnificat in Es. 

In de jaren tussen 1732 en 1735, toen hij aan de Hohe Messe en het Weihnachtsoratorium werkte, schreef hij het om naar D-groot, voor veelvuldiger gebruik. Verder schreef Bach nog een Duits Magnificat op basis van de tekst Meine Seele erhebt den Herrn (BWV 10). De drie Magnificats ademen een strijdvaardige en heftige sfeer, afgewisseld met momenten van grote innigheid. In het Weihnachtsoratorium verschijnt Maria in drie hoedanigheden, respectievelijk als bruid van Christus, als zijn jonge moeder en als de wijze, overdenkende moeder. In deze benadering ervaren we de denkbeelden van Luther, die Maria zag als voorbeeld voor alle gelovigen.

BESTEL GOVERT JAN BACH OVER HET WEIHNACHTSORATORIUM EN HET MAGNIFICAT

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *