17. Harvey Spencer Lewis

 

In een overzicht van fakkeldragers van het Rozenkruis mag dr. Harvey Spencer Lewis (1883-1939) beslist niet ontbreken. Hij wordt beschouwt als degene die degene die orde van het Rozenkruis in Amerika heeft hersteld door in 1915 in New York de rozenkruisersorganisatie AMORC op te richten. Dat is een acroniem van Ancient Mystical Order Rosae Crucis of, in het Nederlands, Aloude Mystieke Orde Rosae Crucis. Lewis slaagt erin AMORC in een relatief korte tijd te laten uitgroeien tot wereldwijd de grootste rozenkruisorganisatie. Hij maakt zichzelf en zijn niet-religieuze orde tot een levende legende. Na zijn dood in 1939 passen zijn opvolgers het één en ander aan, waardoor de orde nog steeds de grootste rozenkruisersorganisatie ter wereld is, een goede naam heeft en werkzaam is in vele landen en zo’n twintig taalgebieden. 

AMORC noemt zich een educatieve en filosofische organisatie zonder winstoogmerk. Leden bestuderen kosmische wetten waarvoor in reguliere religies en wetenschappen niet of nauwelijks aandacht is, met als doel in harmonie te leven met het innerlijke zelf en met het hogere. De werkwijze is gebaseerd op het systeem dat Lewis heeft ontworpen. Leden bestuderen thuis, op een bepaalde tijd en op een speciale plek die ze daarvoor inrichten – een sanctum – zogeheten monografiën met lessen die zij toegestuurd krijgen, per post of per e-mail. Ook doen zij in hun eigen omgeving de oefeningen die in de lessen worden beschreven. Leden die dat willen, kunnen daarnaast deelnemen aan regionale bijeenkomsten. 

Wereldwijd ontvangen leden dezelfde monografieën, rituelen en symbolen, die allemaal vertrouwelijk zijn. Wie een indruk wil vormen van het gedachtegoed zoals AMORC het sinds haar oprichting in stand heeft gehouden en doorgegeven, kan daarvan kennisnemen via het boek De rozenkruisers onthullen hun geheim dat in 2008 is uitgegeven met toestemming van De opperste raad van de rozenkruisersorde AMORC. Daarin staan onder andere geselecteerde teksten uit het onderricht, steeds één monografie van de twaalf graden die AMORC kent.

Op 22 juni 1916 houdt Spencer Lewis in New York een openlijke demonstratie waarbij hij zink transmuteert in goud. Het blad ‘The American Rosae Crucis’ schijft daarover: ‘Het was de eerste keer dat in Amerika het bewijs van de echtheid van de alchemie geleverd werd. De imperator heeft het recht eens in zijn leven zulk een openlijke proef te geven. Deze vond plaats tijdens een bijeenkomst zonder ceremonieel, in het bijzijn van een journalist van de New York World. Vijftien van de 27 leden hadden een kaart van de imperator ontvangen waarop stond welke ingrediënten en voorwerpen ze voor de operatie moesten meebrengen. Ze beloofden het opschrift van de kaarten geheim te houden, en de 15 elementen van de formule pas drie jaar na de dood van de imperator bijeen te brengen. Na het gebed en een toespraak van de imperator over de wetten van de samenstelling van stoffen, werd een stuk zink, dat de proef met salpeterzuur had doorstaan, op een porceleinen schoteltje boven een smeltkroes geplaatst. Alle 15 ingrediënten, waaronder rozebloembladeren, worden vervolgens door 15 broeders en zusters, van wie één de rol van Vestaalse maagd vervulde, aan de imperator aangereikt. Deze plaatste ze achtereenvolgens op het schoteltje. Tijdens de vereiste 16 minuten wachttijd, bracht de imperator een geweldige geestelijke kracht voort, waarna het stuk zink omgezet was in goud, wat scheikundig vastgesteld werd. Het stuk goud werd voor een bepaalde tijd voor het publiek tentoongesteld in het kantoor van de imperator. Een stukje ervan werd afgebroken en gestuurd naar de opperste raad van de orde in Frankrijk.’ 

De klassieke rozenkruisers uit de 17e eeuw waren geen voorstanders van het maken van goud. In hun Fama uit 1614 schrijven zij daarover:

‘Wat nu vooral in onze tijd het goddeloze en vervloekte goudmaken betreft, dit heeft zozeer de overhand gekregen, dat vooral vele verlopen bezetenen, die rijp zijn voor de galg, grote schelmerijen hiermee bedrijven en het aanleiding geeft de nieuwsgierigheid en lichtgelovigheid van velen te misbruiken. Ook bescheiden mensen houden het ervoor, dat de omzetting van metalen het toppunt en de bekroning der wijsbegeerte zou zijn, en dat diegene Gode bijzonder aangenaam zou zijn, die slechts grote goudmassa’s en goudklompen zou kunnen maken; terwijl zij ook met onbedachtzaam bidden en hart-ontroerend zuur-kijken de alwetende God, die de harten kent, hopen te overreden. Zo betuigen wij hiermee openlijk dat dit verkeerd is, en dat het met de ware wijsgeren zo gesteld is, dat voor hen goudmaken een kleinigheid en slechts bijzaak is; in vergelijking daarmee hebben zij nog wel enige duizenden betere zaken! Wij zeggen met onze geliefde vader C.R.C.: “Weg met alle goud, indien het niet het grenzeloze goud is!”’ 

Volgens Harvey Spencer Lewis is het helemaal verkeerd om te denken dat de orde van het Rozenkruis pas begon in de zeventiende eeuw in Duitsland. In zijn boek Rosicrucian Questions and Answers with the complete history of the Rosicrucian Order (pdf) uit 1932 beweert hij met grote stelligheid dat de Egyptische farao Thotmes III (1500-1547 v. Chr) de werkelijke stichter van de orde van de rozenkruisers is.  Onder farao Amenoteb IV, die zijn naam later veranderde in Echnaton, telde de orde volgens Lewis 300 leden, onder wie 62 zusters. Deze vorst bouwde de tempel van Karnak, in de vorm van het anasata kruis (het hengselkruis of het ankh-symbool), de verbinding van de roos met het kruis.

Zeer verrassend is dat Lewis de eerste is die in druk onthult dat de wijze Hermes Trismegistus, die door hedendaagse historici wordt beschouwd als een mysteriefiguur, geboren werd in Thebe op 9 oktober 1399 v. Chr. en op 142-jarige leeftijd stierf in 1257 v. Chr. in het rozenkruisersklooster El Amarna. Er zijn zeker goede argumenten te geven om het begin van de westerse mysterietradities te plaatsen bij farao Echnaton, maar het gaat wel erg ver om het begin van de beweging van het rozenkruis, die duidelijk christocentrisch is en waarvan de eerste sporen zich pas aftekenen in de late middeleeuwen, te plaatsen in het oude Egypte. In het genoemde boek vermeld Harvey een indukwekkende lijst van bekende geleerden uit het verleden die allemaal lid zouden zijn geweest van de geheime orde van het Rozenkruis. Uit historisch onderzoek blijkt dat dit niet juist is. 

De Franse AMORC-historicus Christian Rebisse bracht in 2005 het boek ‘Rosicrucian History and Mysteries’ uit dat in grote lijnen wel een wetenschappelijk verantwoord beeld geeft van de geschiedenis van de beweging het Rozenkruis. Een historicus is grotendeels afhankelijk van geschreven bronnen en als die bronnen niet kloppen, gaat er iets fout in de geschiedschrijving. Harvey Spencer Lewis heeft veel over zichzelf geschreven. Autobiografische gegevens zijn per definitie altijd gekleurd, maar Lewis verstrengelt feiten en fictie over zijn leven en werken wel heel sterk met elkaar om zijn orde flink te laten groeien. 

Harvey Spencer Lewis ontwikkelt zich van een commerciële illustrator voor bedrijven die geïnteresseerd is in psychologie en parapsychologie tot een marketing-genie voor de door hem opgezette orde. Inspiratie daarvoor ontleent hij aan onder andere zijn lidmaatschap van de Ordo Templo Orientis die in 1895 in Oostenrijk was opgericht, die sterk beïnvloed was door soefisme en tantrisme, en die – in tegenstelling tot vele andere soortgelijke orden – ook vrouwen toeliet. 

Ook baseert hij zich, zonder bronvermelding zoals in die tijd gebruikelijk, voor een belangrijk deel op boeken die voortkwamen uit de zogeheten New Thought-beweging die in de negentiende eeuw in de Verenigde Staten tot ontwikkeling kwam en dan met name op de vele geschriften van William Walker Atkinson, die als één van de eersten de populaire ‘wet van aantrekking’ formuleerde. 

De klassieke bestseller over beïnvloeden uit 1984 van de Amerikaanse hoogleraar Robert Cialdini met de titel Invloed; de zes geheimen van overtuigen, moest nog verschijnen, maar Harvey Spencer Lewis maakt al volop gebruik van de zes principes die Cialdini samenvat als: autoriteit, commitment en consistentie, schaarste, sociale bewijskracht, sympathie en wederkerigheid.

Dr. Harvey Spencer Lewis presenteert zich in zijn geschriften als een autoriteit. Zijn titel ‘doctor in de psychologische en hermetische wetenschappen’ heeft hij de danken aan het eredoctoraat dat hem werd verleend door zijn vriend Emile Dantine van de niet door overheden erkende Université de la Rose + Croix. Aangezien daar veel vragen over kwamen, heeft AMORC de doctorstitel zoveel mogelijk verwijderd uit publicaties waarin Lewis wordt genoemd.

Evenals Max Heindel dat had gedaan rond 1908, reist Lewis volgens eigen zeggen naar Europa, waar hij wordt ingewijd door de oudere broeders van het Rozenkruis en het mandaat krijgt om de orde van het Rozenkruis opnieuw op te richten in Noord-Amerika. Het spannende relaas over zijn avontuur in Frankrijk, met name in Toulouse en Parijs, leest als een jongensboek.

Het door Cialdini geformuleerde principe van commitment en consistentie houdt in dat iemand die een relatief klein commitment heeft gedaan, geneigd zal zijn een grotere verplichting op zich te nemen. AMORC-leden betalen een maandelijkse contributie en kunnen desgewenst op ieder moment hun lidmaatschap opzeggen. Als een nieuw AMORC-lid zichzelf thuis heeft ingewijd en zo ‘over de drempel is gegaan’, zal hij of zij geneigd zijn door te gaan omdat er hogere en diepere leringen in het verschiet liggen. 

In de monografie ‘Over wonderen’, die gepubliceerd is in ‘De rozenkruisers onthullen hun geheim’ staat dat volgende monografieën technieken zullen aanreiken om bepaalde transcendentale vermogens die ieder mens eigen zijn te ontwikkelen, zoals telekinese, radiësthesie en telepathie. Daarbij wordt vermeld dat het ontwikkelen van die vermogens niet de basis vormt van de rozenkruiserszoektocht en dus geen doel op zich is.

Het principe van schaarste houdt in dat mensen graag iets willen wat moeilijk verkrijgbaar is. Geheimen zijn voor velen sowieso aantrekkelijk, vooral als je daarmee je eigen situatie kunt verbeteren. Lewis doet er nog schepje bovenop door in ‘Rosicrucian Questions and Answers with the complete history of the Rosicrucian Order’ te beweren dat AMORC de enige echter orde van het Rozenkruis is en dat er verdere vele semi-rozenkruisorganisaties bestaan. 

Als blijkt dat veel mensen een bepaald aanbod aantrekkelijk vinden, zullen andere mensen ook graag gebruik willen maken van dat aanbod. Dit principe van sociale bewijskracht gebruikt Lewis herhaaldelijk in zijn geschriften. Zo presenteert hij een indrukwekkende, maar wel twijfelachtige, lijst van beroemde personen die allemaal lid van de orde van het Rozenkruis zouden zijn geweest. 

Vanaf haar begin draagt AMORC uit dat het belangrijk is om spiritualiteit en humanisme te bevorderen, en tegenwoordig wordt ook het belang van duurzame ontwikkeling onderstreept. De rosicrucian code of life, die in de loop van de jaren meerdere formuleringen heeft gekend, getuigen van een hoge ethische standaard en komen daarom heel sympathiek over. Volgens het principe van sympathie gaan mensen graag in zee met aanbieders die ze sympathiek vinden. 

Het principe van wederkerigheid houdt in dat mensen geneigd zijn iets terug te geven als je hen iets geeft. Harvey Spencer Lewis heeft de mensen veel geschonken in de vorm van artikelen, boeken en het rozenkruispark in San José in staat California. Dat Rosicrucian Park is een ware toeristische attractie door het daar aanwezige hoofdkantoor van AMORC, de tempel, het Egypte-museum, het planetarium en sinds kort ook alchemie-museum. 

De onderzoeker Marcel Roggemans schetst in zijn boek ‘Geschiedenis van de occulte en mystieke broederschappen’ uit 2010 een beeld van occulte en mystieke broederschappen uit de afgelopen 250 jaar. Daarin concludeert hij: ‘Het is meer dan twijfelachtig of er ooit ‘echte rozenkruisers’ hebben bestaan. De mythevorming omtrent bijvoorbeeld AMORC werd destijds zodanig perfect gespeeld dat haast iedereen geloofde dat dit nu de ‘enige en echte’ orde was. Geavanceerd onderzoek door Serge Caillet, Robert Vanloo en Clemento Redolar hebben ondertussen aangetoond dat het inderdaad slechts een ‘mythe’ was. Spencer Lewis heeft later verklaard dat heel zijn verhaal omtrent zijn inwijding in de ‘ware’ rozekruisersbroederschap in Toulouse een ‘verzinsel’ was gekoppeld aan enkele historische gebeurtenissen die niets met de zaak te maken had.’ 

Dat AMORC vandaag de dag nog steeds bestaat en op vele plaatsen boeit, is mede te danken aan het feit dat er achter deze ‘uiterlijke school’ een meer ‘innerlijke school’ staat die bekend staat als de Traditionele Martinisten Orde (TMO) die zich baseert op de joods-christelijke traditie en het gedachtegoed zoals dat is uitgedagen door met name Louis-Claude de Saint-Martin (fakkeldrager 10). 

Zeven aforismen van Harvey Spencer Lewis 

  1. Het is een fundamentele waarheid dat niet alle mensen voorbereid, gereed of gekwalificeerd zijn om in welke zin dan ook de hogere waarheden van het leven en de wonderbaarlijke kracht die van zulke kennis uitgaat te ontvangen en te begrijpen. 
  2. God zal opstaan in het menselijke bewustzijn om het tot zijn grotere glorie te verheffen en het te inspireren tot de eeuwige aanbidding van zijn Schepper.
  3. Ik ben morgen, of een andere dag in de toekomst, wat ik vandaag tot stand breng en vandaag ben ik wat ik gisteren of een andere dag in het verleden tot stand bracht.
  4. Laat het verleden en het heden los uit je overwegingen en maak een nieuw leven, een nieuwe dag, beginnende met de dag van morgen.
  5. Een onderneming, beweging of activiteit van een groep mensen kan niet groter zijn dan de denkgeest en het bewustzijn van de mensen die de ruggengraat van de beweging vormen.
  6. De mens zal zorgvuldiger, constructiever en efficiënter denken wanneer allen te weten komen dat de concentratie van het denken op één punt, op één principe, op één verlangen een kracht met een scheppend en verwerkelijkend vermogen vrij maakt.
  7. De rozenkruiser beseft dat wij op welk willekeurig moment dan ook onze gedachten naar binnen kunnen keren en onze geest direct kunnen verbinden met het goddelijk bewustzijn.

2 thoughts on “17. Harvey Spencer Lewis

  1. kristiaan maes

    Heel fijn dat de deur naar AMORC bij het Lectorium op een kier staat.

    Na 13 jaar lidmaatschap bij het Gouden Rozenkruis en vervolgens 10 jaar bij AMORC kan ik alleen maar vaststellen dat beide genootschappen of ordes elkaar kunnen aanvullen in plaats van sceptisch tegenover elkaar te staan.
    Er hoeft daarom geen huwelijk van beiden te gebeuren, maar een gezonde LAT relatie is mogelijk met uitwisseling van kennis en ervaring. De wereld zal hier zeker de vruchten van kunnen plukken.

    Ik dank Klaas Jan Bakker voor deze introductie van AMORC bij een school die me nog steeds nauw aan het hart ligt. Moge liefde en broederschap de essentie zijn voor beide scholen.

    Kristiaan Maes

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *