2. John Dee


De nieuwe wijsbegeerte waarover in bedekte termen wordt geschreven in de manifesten van de klassieke rozenkruisers is niet alleen ontleend aan Paracelsus, maar vooral ook aan een andere invloedrijke vertegenwoordiger van de noordelijke renaissance: John Dee (1527-1608). Voor deze begaafde, diep-religieuze en bevlogen Engelse homo universalis vormen religie, wetenschap en spiritualiteit nog een volkomen eenheid. Hij maakt zich bijna alle beschikbare en relevante kennis eigen en combineert vanuit een christelijke levensvisie kabbalah, magie en alchemie, die zijn terug te voeren tot het gedachtegoed van met name Pythagoras, Plato en Hermes Trismegistus. John Dee kunnen we beschouwen als een wegbereider voor de rozenkruisersmanifesten.

John Dee reist veel en zet zich met steun van onder andere koningin Elizabeth I van Engeland en keizer Rudolf II van het Habsburgse rijk met succes in voor de vernieuwing van de wetenschappen en de kunsten in Europa. Jarenlang werkt hij als persoonlijk adviseur en astroloog van de koningin. Voor haar voert hij als geheim agent missies uit op het vasteland van Europa, met name om de mogelijkheden voor bondgenootschappen met West-Europese landen te onderzoeken zodat de noodzakelijke algehele wereldhervorming in een stroomversnelling kan komen.

Dee ontwikkelt verschillende geheimschriften om geheime informatie veilig in geschreven vorm te kunnen overbrengen. Zijn brieven waarin hij rapporteert aan de vorstin begint hij met ‘for your eyes only’ en hij ondertekent ze steevast met de codenaam 007. De twee nullen met puntjes erin staan voor de twee ogen van de koningin en het getal 7 verwijst naar de volheid en naar spirituele gerichtheid.

De Britse schrijver Ian Fleming (1908-1964) neemt de codenaam 007 over in zijn boekenserie over geheim agent James Bond die in de twintigste eeuw werkt in opdracht van koningin Elizabeth II. De figuur van James Bond is dus deels ontleend aan John Dee. Toch zijn er grote verschillen tussen beide personages. Dee zet zich onzelfzuchtig in om onwetendheid weg te nemen en de mensheid op een hoger plan te brengen: zowel materieel als spiritueel. Dee streeft naar een herenigd christelijk Europa waar iedereen kan bloeien. Daarom schrijft hij zijn wetenschappelijke verhandelingen niet in het Latijn, zoals tot dan toe gebruikelijk, maar in het Engels.

Bij James Bond heeft de spirituele magie plaats gemaakt voor de magie van de techniek. Met veel flair beweegt deze masculiene en kosmopolitische hoofdpersoon zich in de wereld van het grote geld om de strijd aan te gaan tegen krachten die een bedreiging vormen voor de welvaart. Waar het wenkende perspectief bij John Dee nog bestaat uit geestelijke bewustwording en vernieuwing voor de gehele mensheid, gaat het bij James Bond vooral om roem, genot en extreme materiële luxe.

James Bond is te zien als de personificatie van een tijdgeest waarin er onevenredig veel waarde wordt gehecht aan het materiële en het individuele, waardoor er veel te weinig aandacht is voor het geestelijke en het collectieve. De grote problemen waar we als mensheid nu mee te kampen hebben zijn veelal een gevolg van die eenzijdigheid. Daarom is het belangrijk dat we terugkeren naar het midden om zo de balans te herstellen.

Hiermee is zeker niet gezegd dat John Dee in alle opzichten navolging verdient. Hij laat zich namelijk beetnemen door een zekere Edward Kelly, die hij in 1582 ontmoet en met wie hij zes jaar samenwerkt. Kelly is een slimme en gewetenloze charlatan wiens oren wegens valsemunterij waren afgesneden, en die er daarna in geslaagd is om een reputatie op te bouwen als alchemist en medium, terwijl hij zijn verminking verbergt onder een zwarte kap. Door dit ‘verbond met de duivel’ heeft Dee in de publieke opinie een slechte naam verkregen, terwijl zijn grote prestaties en verrichtingen worden genegeerd.

De Oostenrijkse schrijver Gustav Meyrink beschrijft in zijn roman met de titel De engel van het westelijk venster hoe John Dee zijn krachten verspilt aan spiritistische seances en steeds door zijn medium Edward Kelly wordt bedrogen. De roman bevat autobiografische elementen, want Meyrink heeft op zijn zoektocht naar waarheid persoonlijk ervaren hoe misleidend en destructief het is om geesten op te roepen.

John Dee ontwikkelt zich ook als navigatie-expert en als architect van het Britse imperium, maar de door hem voorgestelde kolonisatie maakt hij niet meer mee. Zijn plannen daarvoor worden in eerste instantie goedgekeurd, maar uiteindelijk afgeblazen. Meyrink schrijft daarover:

‘Toen John Dee zag dat zijn eerzuchtige plan schipbreuk had geleden, besloot hij een ander land dan het aardse “Groenland” te veroveren, een land welks exploitatie tegenwoordig slechts door zeer weinig mensen wordt ondernomen; een “ander” land – over welks bestaan in onze tijd even hard gelachen wordt als destijds over het “Amerika” waarvan Columbus droomde. Naar dat “andere” land ging John Dee op weg, vastberaden, evenals destijds Columbus, zonder zich van zijn doel te laten afhouden. Zijn reis was afmattender, huiveringwekkender en slopender dan die van Columbus. Maar zijn reis ging ook verder, veel verder dan die van Columbus. Wat wij uit de ons overgeleverde feiten van Dee’s avonturen weten is al aangrijpend genoeg – hoe schokkend zullen dan zijn belevenissen geweest zijn waarvan wij niets weten! Leibniz heeft hem terloops genoemd, maar de geschiedschrijvers hebben er de voorkeur aan gegeven geen gewag meer van hem te maken. Wat men niet begrijpen kan, wordt gemakkelijk afgedaan als “dwaas”. Ik echter ben zo vrij te geloven dat John Dee verre van dwaas was. Vast staat dat John Dee één van de grootste geleerden van zijn tijd was. Geen vorst in Europa die hem niet gevraagd heeft aan zijn hof te komen. Keizer Rudolf liet hem naar Praag komen. Daar maakte hij, zo luidt het verhaal, goud uit lood. Zijn vurigste streven was echter niet gericht op de transformatie van metalen, maar op een heel andere soort transformatie.’

Het voor John Dee noodlottige partnerschap met het medium Edward Kelly lijkt veel op het pact tussen Faust en Mefistofeles uit de oude Duitse Faust-legende die de Engelse schrijver Christopher Marlowe omstreeks 1590 verwerkt in zijn toneelstuk ‘The Tragical History of Life and Death of Doctor Faustus’. Zo’n tweehonderd jaar later wordt Goethe (fakkeldrager 11) door dat verhaal geïnspireerd om zijn eigen Duitse versie van Faust te schrijven.

Marlowe maakte deel uit van de schrijversgroep rond Fancis Bacon (fakkeldrager 4) die in opdracht van Bacon literaire werken schreef waarin de verhalen zich afspelen in diverse Europese landen. Misschien heeft Bacon aan Marlowe de opdracht gegeven om een toneelstuk te schrijven over het Faust-thema omdat hij dat verhaal waardevol vond. Bacon, die door sommige onderzoekers wordt beschouwd als de grootmeester van de rozenkruisers in de 17e eeuw, kende Dee persoonlijk en het is zeer waarschijnlijk dat hij een leerling van hem was. In een dagboek van Dee staat namelijk bij 11 augustus 1582 dat hij op die dag Francis Bacon zou ontmoeten in Mortlake, waar zijn bibliotheek was gevestigd.

Dee is een grote liefhebber van boeken en legt daarom een enorme bibliotheek aan in Mortlake aan de Theems, die uiteindelijk zal uitgroeien tot de grootste van Engeland. De kern van de collectie bestaat uit werken over poëzie, toneel, architectuur en wiskunde. Ook bijzonder belangrijk voor Dee zijn geschiften uit de oudheid van Hermes Trismegistus, Zoroaster, Orpheus, Pythagoras, Plato en andere Griekse filosofen.

De essentie van wat Dee heeft gelezen en innerlijk verwerkt legt hij vast in zijn bekendste geschrift: de ‘Monas Hieroglyphica’. Dat is een niet gemakkelijk te begrijpen verhandeling over een door Dee samengesteld abstract symbool dat hij het monade hiëroglief noemt. Het is te zien als een samenvatting van het heelal, de macrokosmos. Volgens het hermetische principe ‘zo boven, zo beneden’ is het tegelijkertijd een symbolische weergave van de volledige mens, van de microkosmos.

Het monade-hiëroglief is opgebouwd uit vier abstracte symbolen die verticaal met elkaar verbonden zijn (zie afbeelding 2). Het onderste symbool is het astronomische teken voor het sterrenbeeld Ram (Aries, symbool voor onder andere vuur). In het punt waar de twee halve cirkelbogen van het Aries-teken elkaar raken, staat de voet van een vier-armig kruis (symbool voor de vier elementen). De bovenste punt van het kruis raakt een cirkel met een punt in het midden (symbool voor de zon) en door het bovenste gedeelte van de cirkel is een liggende maan gehaakt.

Het Ram-teken verwijst naar onder meer vuur, levenskracht, Christus, nieuw begin, lente en paasfeest. De daaropvolgende drie symbolen van kruis, zon en maan vormen tezamen het symbool van Mercurius of Hermes, de bode van de goden, die een verbinding onderhoudt tussen hemel en aarde. Ieder mens is geroepen zo’n levende verbinding te worden, waarbij de viervoudige persoonlijkheid (het kruis) via de nieuwe ziel (de cirkel met de punt) verbonden is met de geest (de liggende maan, een graalsymbool). Dat kan alleen maar op basis van het vuur van de Heilige Geest, gesymboliseerd door Aries, het lam Gods.

De essentie van de wijsbegeerte van de rozenkruisers is vervat in het monade-hiëroglief. Daarom is het begrijpelijk dat het is opgenomen in de uitnodigingsbrief die Christiaan Rozenkruis ontvangt op de eerste dag van De Alchemische Bruiloft, het derde manifest van de klassieke rozenkruisers dat geschreven is door Johann Valentin Andreae (fakkeldrager 8) in Tübingen. Het tweede manifest van de klassieke rozenkruisers – de Confessio Fraternitatis R.C. – bevat aan het begin een tekst die letterlijk overeenstemt met een gedeelte uit de Monas Hieroglyphica. Dat betekent dat leden van de kring van Tübingen bekend waren met het genoemde geschrift van Dee. Het is zelfs niet uit te sluiten dat sommigen van hen Dee persoonlijk hebben ontmoet, omdat de Engelse geleerde veel door Europa heeft gereisd.

John Dee wordt in 1529 in Londen geboren. Zijn vader werkt als koopman in textiel en bezoekt geregeld het hof van Hendrik VIII, koning van Engeland, die de gestyleerde zogeheten tudor- roos als embleem gaat gebruiken (zie afbeelding 4). Op vijftienjarige leeftijd gaat John studeren aan de universiteit van Cambridge. Na zijn studie vertrekt hij in 1547 naar de Nederlanden en komt daar in contact met onder meer de bekende cartograaf, instrumentenmaker en graveur Gerardus Mercator. Hij bezoekt de universiteiten van onder andere Leuven, Brussel, Reims en Parijs en ontwikkelt zich als humanist, filosoof, wiskundige, geograaf en astroloog.

Dee verdient zijn geld met het geven van adviezen en het verzorgen van lezingen en onderwijs. Als koningin Elizabeth I in1558 de troon bestijgt, neemt zij Dee in dienst als persoonlijk adviseur. Dee trouwt drie keer en krijgt acht kinderen. Als hij zich in toenemende mate gaat richten op alchemie en occultisme, daalt zijn populariteit en krijgt hij het financieel steeds moeilijker. Uiteindelijk sterft hij in armoede in 1608 in Mortlake.

In het diepzinnige toneelstuk The Tempest (De Storm) van Shakespeare – een pseudoniem van onder andere Francis Bacon (fakkeldrager 4) – is de magiër Prospero gemodelleerd naar John Dee. Aanvankelijk zet Prospero magische kunsten in, maar als hij er na een proces met vele ervaringen uiteindelijk in slaagt de universele liefde in zijn handelen te bewijzen, is die vorm van magie niet meer nodig. De naam Prospero is te interpreteren als ‘het laten toenemen van de cirkel’. Als Prospero na een lange inwijdingsweg staat in het lichtveld van de universele liefde, tekent hij in de laatste scene van The Tempest een cirkel op het podium en nodigt alle spelers uit daarin te stappen en op basis van verzoening zich innerlijk te verheffen.

Zeven aforismen van John Dee

  1. Hoewel in de monade-hiëroglief de halve cirkel van de maan geplaatst is boven de cirkel van de zon, weten we toch dat de zon heerser en koning is.
  2. O almachtige goddelijke Majesteit, hoe genoodzaakt zijn wij stervelingen om te erkennen welke grote wijsheid en welke onuitsprekelijke geheimenissen besloten liggen in de wet die U hebt gemaakt!
  3. Wie niet begrijpt dient te leren of zich stil te houden.
  4. Perspectief is een wiskundige kunst die laat zien hoe alle stralingen worden gericht, gebroken en gereflecteerd.
  5. De boodschap is dat alle dingen verbonden zijn: we hebben dierlijke aspecten, antropologische aspecten en plantaardig-dierlijke aspecten.
  6. Degene die zich toewijdt aan de mysteriën zal duidelijk inzien dat er niets kan bestaan zonder de deugd van ons monade-hiëroglief.
  7. Ik ben alleen maar de pen van God, wiens geest deze dingen snel door mij heen schrijft.

Bron: Mysteriën en fakkeldragers van het Rozenkruis