Lofzang 18

Psalmen
(Bijbel)

1

Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen,
die niet staat op de weg van de zondaars,
die niet zit op de zetel van de spotters,
maar die zijn vreugde vindt in de wet van de Heer
en zijn wet dag en nacht overdenkt.
Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken,
die zijn vrucht geeft op zijn tijd, waarvan het blad niet afvalt;
al wat hij doet, zal goed gelukken.
Maar zo zijn de goddelozen niet:
die zijn juist als het kaf, dat de wind wegblaast.
Daarom blijven de goddelozen niet staande in het gericht,
de zondaars niet in de gemeenschap van de rechtvaardigen.
Want de Heer kent de weg van de rechtvaardigen,
maar de weg van de goddelozen zal vergaan.

121

Ik sla mijn ogen op naar de bergen,
vanwaar mijn hulp komen zal.
Mijn hulp is van de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.
Hij zal uw voet niet laten wankelen,
uw bewaarder zal niet sluimeren.
Zie, de bewaarder van Israël.
zal niet sluimeren of slapen.
De Heer is uw bewaarder,
de Heer is uw schaduw aan uw rechterhand.
De zon zal u overdag niet steken,
de maan niet in de nacht.
De Heer zal u bewaren voor alle kwaad,
uw ziel zal hij bewaren.
De Heer zal uw uitgaan en uw ingaan bewaren,
van nu aan tot in eeuwigheid.

150

Halleluja! Loof God in zijn heiligdom,
loof hem in zijn machtig hemelgewelf.
Loof hem om zijn machtige daden,
loof hem om zijn geweldige grootheid.
Loof hem met geschal van de bazuin,
loof hem met luit en harp.
Loof hem met tamboerijn en reidans,
loof hem met snarenspel en fluit.
Loof hem met helder klinkende cimbalen,
loof hem met luid klinkende cimbalen.
Laat alles wat adem heeft de Heer loven.
Halleluja!

1 thought on “Lofzang 18

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *