beschouwing 3

Mysteriën van de ziel, week 3

De drie graden van de ziel verbinden, beschouwing bij spirituele tekst 3

 

3 kaarsvlam

BESCHOUWING GEBASEERD OP SPIRITUELE TEKST 3

Als je op basis van grenzeloos gewaarzijn beseft dat de ziel vormloos en tijdloos is, en ervaart dat je bewustzijn een onthulling is van een grandioze werkelijkheid – aldoordringend en volmaakt – ontspruit daaruit nieuwe wording. Als ziel ben je geroepen om een schakel te zijn tussen de eenheid en de veelheid, een levende verbinding tussen hemel en aarde. Je bent geboren om de slavernij te verlaten en terug te keren tot de stam waaruit je gegroeid bent. Je bent geroepen om vrij te worden van ellende, vernedering en dwaling in het land van het vreemdelingschap. Je bent uitgenodigd te wonen in de wereld van de ziel, van gewaarzijnsrust, ontoegankelijk voor angst, getuigende van hoge waardigheid en blijdschap.

Hoe kun je dit alles weten? Vanuit de levende ervaring van de toestand van gewaarzijn. En ook uit heilige geschriften van de mensheid, die je kunt zien als landkaarten van de wereld van de ziel. Aan de hand van die kaarten, je innerlijke kompas van gewaarzijn en hulp van hogerhand kun je de symbolische thuisreis beginnen, voortzetten en voltooien.

Vele problemen waar de mensheid mee heeft te kampen vloeien direct voort uit het feit dat de mensen niet of nauwelijks leven uit de wereld van de ziel – het reine astrale ervaringsgebied van de concrete oertypen, het veld van eenheid, vrijheid en liefde – en zich helemaal vereenzelvigen met hun persoonlijkheid. Zij zoeken oplossingen in de dimensie van de zintuiglijk waarneembare wereld en de dimensie van de psychisch ervaarbare wereld, maar die gaan meestal meer over symptoombestrijding dan over het wegnemen van de oorzaken. Duurzame oplossingen voor problemen zijn doorgaans niet te vinden in de dimensies waar zij zijn ontstaan. In het licht van een hogere dimensie, de zielewereld, verdwijnen moeilijkheden als sneeuw voor de zon en is er stralende vreugde.

Hoe kun je toegang krijgen tot en leven uit die mysterieuze wereld van de ziel? Door zelfkennis! Boven de ingang van de tempel van Apollo in Delphi stond niet voor niets ‘gnothi seauton’ ofwel ‘ken jezelf’.

Hoe kom je tot zelfkennis? Door psychologie te studeren misschien? Psychologie is de wetenschap van de psyche, en psyche is het Griekse woord voor ziel. Psychologie houdt zich echter niet bezig met dat wat esoterische tradities verstaan onder de ziel, maar met de aardse persoonlijkheidsziel. Om in de materiële werkelijkheid goed te functioneren is het belangrijk om te beschikken over een stabiele persoonlijkheid.

Als een persoonlijkheid instabiel is en last heeft van bepaalde stoornissen, kunnen psychologische of psychiatrische interventies uitkomst bieden, maar die leiden niet tot de wereld van de ziel. Je kunt talloze psychologisch getinte testen doen om bijvoorbeeld vast te stellen wat voor type mens je bent, wat je sterke eigenschappen zijn, waar je misschien nog aan kunt werken en wat bij je past. Dat kan natuurlijk heel zinvol zijn om een bestaan op te bouwen dat aansluit op wie jij bent. Maar vertellen die interessante testuitslagen werkelijk wie jij bent? Zij zijn allemaal vormen, etiketten die op zichzelf staan en niet samenhangen met de essentie.

Ashtavakra raadt je aan om jezelf niet te vereenzelvigen met vormen. Hij zingt:  ‘Jij bent niet aarde, niet water, lucht, vuur, of ether. Weet dat jij het Zelf bent, getuige van dit alles en in niets eraan verwant. Dat is de weg naar vrijheid. Vereenzelvig niets met vorm, en vestig jouw gewaarzijnsrust. Je zult je innerlijk verheugen, blijvend vredig, van waan bevrijd.

Wees onophoudelijk bewust van het onveranderlijk gewaarzijn, het zelf van niet-twee. Zoek binnen noch buiten naar samenhang in Zelf en niet-Zelf, en vergeet je persoonlijkheid. Begrenzing van het lichaam heeft je lang genoeg beklemd. Verbreek die ban met het zwaard van gewaarzijn, en geluk zal heersen.’

De advaita vedanta traditie, een filosofisch-religieuze stroming binnen het hindoeïsme, benadrukt dat de mens tot werkelijke zelfkennis kan komen door gewaarzijn. Van oudsher staat die beoefening bekend als raja yoga, waarvan Patanjali als de grondlegger wordt beschouwd vanwege zijn standaardwerk met de naam ‘Yoga Sutra’s’. Die vorm van yoga heeft niet zoveel te maken met wat men daar in het westen gewoonlijk onder verstaat en hatha yoga wordt genoemd.

Bij raja yoga gaat het niet primair om lichamelijke oefeningen. Yoga betekent eenwording en verwijst als zodanig naar eenwording tussen het lagere en het hogere, tussen het aardse en het hemelse. Die spirituele eenwording vinden we ook terug in de kabbalah, een mystieke traditie binnen het jodendom. De kabbalah hecht waarde aan de studie van de drie graden van de ziel. In het belangrijkste boek van de kabbalah, de Zohar, lezen we: ‘De studie van de drie graden van de ziel schenkt enig inzicht in de hogere wijsheid; en op deze manier kan alleen de wijsheid een aantal mysteriën met elkaar verbinden.’

Studie maken van de ziel is niet in tegenspraak met gewaarzijn. Zij kunnen elkaar zelfs versterken. Zo kan studie richting geven aan belevingen, onderscheidingsvermogen bevorderen en mentale energieën assimileren en dynamiseren. Omgekeerd kunnen belevingen uitnodigen tot studie van de ziel om deze te verdiepen en een plek te geven. Tot zelfkennis komen door studie en overdenking van wat de levende ervaring en de spirituele traditie onthullen is een praktijk die vanuit India bekend is geworden als jnana yoga.

Deze filosofische vorm van yoga is nauw verwant aan wat in het westen wordt aangeduid met gnosis, innerlijke kennis, de kennis van het hart. Roelof van den Broek formuleert de belangrijkste kenmerken van gnosis als:

  •  De overtuiging dat de wezenlijke kern van de mens uit een goddelijke wereld van licht en vrede afkomstig is en daarnaar moet terugkeren, maar op allerlei manieren wordt vastgehouden in de materiële wereld waarin hij verstrikt is geraakt;
  • dit inzicht in de herkomst, huidige situatie en bestemming van de mens betekent tegelijk zijn bevrijding uit de omklemming van het materiële bestaan en zijn terugkeer naar de goddelijke wereld;
  • zelfkennis en godskennis zijn dan ook twee kanten van dezelfde zaak;
  • deze kennis is echter niet het gevolg van een rationele redenering, maar van een innerlijke verlichting, die berust op een openbaring vanuit de goddelijke wereld;
  • dit geestelijke inzicht, de gnosis, is niet voor iedereen toegankelijk, maar alleen voor hen die het waardig zijn, en daarom dient in ieder geval de kern ervan geheim gehouden te worden.

Als je iets wilt realiseren, is het noodzakelijk om daar eerst een denkbeeld bij te hebben. Dat denkbeeld gaat geleidelijk steeds meer leven en krijgt scherpere contouren, het richt je gedachten, gevoelens en gedragingen en gaat zich op een gegeven moment concreet manifesteren in de vorm van gevolgen. Daarom zingt Ashtavakra: ‘Wie zich los acht, raakt bevrijd. Wie zich vast acht, blijft gebonden. Men wordt wat men denkt.’

Wat zijn de drie graden van de ziel? In het Hebreeuws worden ze nefesh, ruach en neshama genoemd en ze verwijzen alle drie naar het begrip ‘adem’. Helena Blavatsky, grondlegster van de moderne theosofie, duidde de drie graden van de ziel wel aan als zelf (met kleine letters), Zelf (met een hoofdletter) en ZELF (met hoofdletters).

We zouden ook kunnen spreken over ik, niet-ik en IK BEN. In dit programma gebruiken we de termen persoonlijkheidsziel, ziel en geestziel. Ze lopen parallel met wat in het christendom bekend staat als lichaam, ziel en geest.  De persoonlijkheidsziel is te ervaren als een lichtkleed of aura om en in het fysieke lichaam en drukt zich daarin uit in met name het bloed, het zenuwfluïde, het hormoonfluïde, het ruggenmerg en het brein. Ook het stelsel van de zeven grote chakra’s maakt deel uit van de persoonlijkheidsziel.

Het begrip geest in de triade lichaam-ziel-geest heeft weinig te maken met ons gewone denkvermogen – dat is de denkgeest of de mind die onderdeel is van de aardse persoonlijkheidsziel – maar stijgt daar ver bovenuit en behoort tot een andere dimensie. De geest of geestziel heeft onder andere betrekking op het vermogen om te scheppen in overeenstemming met het goddelijke plan.

Het is goed om je steeds te realiseren dat er niet drie zielen zijn. Er is maar één ziel, en daarin kunnen in principe door ieder mens drie dimensies worden ervaren met een duidelijke hiërarchie en grote verschillen in actieradius. De aardse persoonlijkheidsziel is veel machtiger dan het stoffelijke lichaam en omvat het. De ziel is in potentie veel machtiger dan de persoonlijkheidsziel en omvat haar.

Zo is ook de geestziel potentieel tot veel meer in staat dan de ziel en houdt haar en de persoonlijkheidsziel omvat. In de Zohar lezen we:

Aan de persoonlijkheidsziel, de laagste manifestatie, is het lichaam gehecht; net als in een kaarsvlam omgeeft het donkere licht de pit (het lichaam), zonder welke het niet kan bestaan. Wanneer het volledig brandt, wordt het een troon voor het witte licht erboven (de ziel), en wanneer deze twee hun volle schittering bereiken, wordt het witte licht een troon voor een licht dat niet geheel zichtbaar is (de geestziel), een onkenbare essentie, die op het witte licht rust, en zo ontstaat in alle een volmaakt licht.

De vergelijking met een kaarsvlam is heel treffend want de ziel wordt veelal ervaren als een licht of een lichtkleed. In ieder mens is de basisstructuur van de drievoudige ziel aanwezig binnen de menselijke microkosmos. Deze is nog maar beperkt belevendigd: de aardse persoonlijkheidsziel is in ieder geval actief, en soms zijn er ook invloeden vanuit de ziel die bijvoorbeeld tot uitdrukking komen in bepaalde deugden zoals barmhartigheid, liefde, harmonie in woord en daad, mild geduld en gelijkmoedigheid.

Het bewustzijn, de ziel, is beslist niet de geestziel. De geestziel staat buiten de ziel en omvat haar. De geestziel wordt wel voorgesteld als een geestveld dat zijn invloeden uitzendt tot de persoonlijkheidsziel. Het bewustzijn, de ziel dus, reageert daarop en voert eventuele suggesties van de geestziel uit.

De geestziel is vooralsnog bij zeer weinig mensen werkzaam. Dat is niet verrassend als we weten dat de zohar meedeelt dat de geestziel actief is in de mens die zich heeft vervolmaakt en ‘heilig’ wordt genoemd, dus werkelijk is ‘geheeld’: persoonlijkheidsziel, ziel en geestziel tot een harmonische en dynamische eenheid heeft gesmeed. Dat wordt mogelijk als er een tweevoudig, persoonlijk, lichtend zielekleed is geweven: het lichtende gewaad (de ziel) en de gouden mantel (de geestziel). Wanneer in een mens de geestziel actief is geworden, is hij een levende verbinding tussen hemel en aarde. De sterfelijke aardse persoonlijkheidsziel wordt dan getransfigureerd tot een onsterfelijke hemelse persoonlijkheidsziel. Dat betekent niet dat er een einde is gekomen aan zijn groei, want ontwikkeling gaat altijd door, ook buiten ruimte en tijd, van kracht tot kracht en van heerlijkheid tot heerlijkheid.

De drievoudige ziel komt tot aanzijn om te kunnen meewerken aan het goddelijke scheppingsplan. Het is de taak van de geestziel om de goddelijke idee te baren, om de juiste richting te concipiëren. De ziel heeft de opdracht om vol liefde te werken met de goddelijke idee, om de energie te verschaffen waarmee in de gekozen richting kan worden gegaan. En het is aan de persoonlijkheidsziel om de goddelijke idee te verwerkelijken, om de gewenste vormen concreet te realiseren.

Werkelijke spiritualiteit is erop gericht om de geestziel werkzaam te laten worden in de persoonlijkheidsziel. Dat gaat echter niet zomaar, want de persoonlijkheidsziel kan de hoge energie van de geestziel niet rechtstreeks verdragen. Daarom dient de spiritueel strevende mens eerst de ziel te wekken en tot volwassenheid te brengen. Als die middelaar tot stand gekomen is, kan de geestziel worden ontvangen. Pas dan worden de ziel en de persoonlijkheidsziel fundamenteel vernieuwd en samen met de geestziel tot een dynamische drie-eenheid gesynthetiseerd. Dat proces wordt transfiguratie genoemd.

Als we kijken naar wat er tegenwoordig allemaal wordt aangeboden onder de noemer van spiritualiteit, moeten we vaststellen dat het gros daarvan betrekking heeft op de persoonlijkheidsziel, en niet op de ziel of de geestziel. Dat hoeft op zich niet ernstig te zijn. Als bijvoorbeeld iemand sterk uit balans is en bepaalde interventies die medisch wetenschappelijk niet als zodanig zijn erkend ervoor zorgen dat deze persoon weer in balans komt, is dat natuurlijk een mooi resultaat.

Anders is het wanneer er systematisch wordt gewerkt aan de ontwikkeling van zogeheten ‘spirituele vermogens’, die voortkomen uit de persoonlijkheidsziel. Zo kan in principe iedereen bijvoorbeeld leren om aura’s te zien, helderziend te worden, vorige incarnaties te herinneren of medium te worden.

Authentieke spirituele tradities raden het bewust ontwikkelen van paranormale vermogens sterk af. Waarom? Omdat de mens zich dan – net als de archetypische tovenaarsleerling – verbindt met sferen, invloeden en krachten die veelal onaangenaam zijn, en die hij niet kan beheersen. Omraam Mikhaël Aïvanhov schrijft daarover het volgende in zijn boek ‘De mysteriën van Yesod’.

Stel je voor dat je erin geslaagd bent helderziendheid te ontwikkelen alvorens in jezelf liefde, geduld, goedheid, verdraagzaamheid, vergevingsgezindheid en zelfbeheersing te hebben ontwikkeld, dan weet je warempel niet wat je te wachten staat. Wanneer je de verborgen ondeugden en misdaden zou zien en ook de wezens die je vrienden vergezellen, allerlei monsters, wangedrochten, enzovoort … je zou dag en nacht huilen van ontzetting en de Heer smeken je van je helderziendheid te verlossen. Je zult moeten toegeven dat je je voordien veel lekkerder voelde en dat dit duizend maal beter was, zelfs al leefde je in illusies.  

Als je daarentegen veel zwakheden in jezelf hebt overwonnen, als je voorbereid en gezuiverd bent, als je jezelf kunt beheersen en veel liefde voelt voor de mensen, dan zul je deze verschrikkingen niet meer zien, dan zul je dingen zien die met je wezen overeen stemmen, je zult de toekomst van de mensen zien en het geluk dat hen te wachten staat. En zelfs al bemerk je iets dat niet goed is, dan zul je dankzij je liefde, je moed en je zelfbeheersing niet beangstigd of ontmoedigd zijn, maar je zult hen steunen met je gedachten.

Bij paranormale ontwikkeling vanuit het ik komen er vermogens tot stand die zeer gemakkelijk kunnen worden misbruikt door de mens in wie de ziel nog niet leidinggevend is geworden. Ook bestaat het gevaar dat de persoonlijkheid zich gaat vereenzelvigen met haar paranormale kunstjes en zich daardoor enorm belangrijk gaat voelen en trots wordt. Het zijn verleidingen van demonische geesten.

Er is een lange periode geweest in de ontwikkeling van de mensheid waarin de mens beschikte over een natuurlijke en onbewuste helderziendheid, zoals dat tegenwoordig bij veel diersoorten nog steeds het geval is. Bij de meeste mensen is die gevoeligheid vrijwel geheel verdwenen, en dat was ook de bedoeling omdat een doorleefd ervaringsbewustzijn van de materiële werkelijkheid tot ontwikkeling moest komen.

Bewust helderziendheid ontwikkelen is dus meestal geen stap vooruit zetten in de mensheidsontwikkeling, maar juist stappen terug gaan en de ontwikkeling van de mensheid vertragen. Op de gnostieke spirituele weg komen op volkomen natuurlijke wijze volstrekt nieuwe geestelijke vermogens tot ontwikkeling, genadegaven die we bespreken in de negende en laatste beschouwing.

Paranormale vermogens (ook wel iddhi of siddhi genoemd) zijn dus geen graadmeter voor spirituele ontwikkeling en vereenzelvigingen vormen grote belemmeringen voor de ziel. Op het spirituele pad moeten die allemaal worden losgelaten zodat er een volstrekt nieuwe mens met geheel nieuwe gaven tot ontwikkeling kan komen, een door de geest bezielde persoon. Daarom begint het boekje ‘De stem van de stilte’ met de waarschuwing: ‘Deze voorschriften zijn voor hen aan wie de gevaren van de lagere iddhi vreemd zijn.’

Vereenzelvigingen of identificaties worden op het gnostieke spirituele pad losgelaten als de aardse persoonlijkheidsziel in symbolische zin sterft. Dat stervensproces is noodzakelijk om tot vernieuwing te komen. Het is een volkomen overgave aan het goddelijke. De mythische vuurvogel phoenix moet eerst verbranden voordat hij in volle glorie vernieuwd uit zijn as kan herrijzen. Daarom zegt Hermes Trismegistus in ‘Vermaning van de ziel’: ‘Door te sterven, herwint hij het ware leven en blijven gevangenschap, vernedering en ontwaarding verre van hem.’

Dat Hermes dit gerealiseerd heeft blijkt uit de naam Trismegistus, die letterlijk ‘de driemaal grote’ betekent. Hij is in geestelijke zin geboren, gestorven en herrezen. Hermes heeft persoonlijkheidsziel, ziel en geestziel met elkaar verbonden zodat hij een levende verbinding is tussen aarde en hemel. In de Griekse mythologie is Hermes de boodschapper van de goden. De naam Hermes Trismegistus is dus, net als bijvoorbeeld Christiaan Rozenkruis, een mysterienaam waarin de essentie van de spirituele weg tot uitdrukking komt.

De Zohar beschrijft de spirituele weg waarop de drie aanzichten van de menselijke ziel geleidelijk tot ontwikkeling komen beknopt aan de hand van het leven van aartsvader Abram. Abram ging ons voor en jij kunt hem desgewenst volgen. Net als Abram is je innerlijkste wezen geroepen om trouw te blijven aan God en de rechterhand van de wereld te worden en te zijn.

Toen Abram het land binnenging, verscheen God voor hem en Abram ontving de persoonlijkheidsziel en richtte daar toen een altaar op voor dezelfde graad (van goddelijkheid). Toen reisde hij naar het zuiden en ontving de ziel. Tenslotte bereikte hij het hoogste vertrouwen in God door de geestziel, en bouwde “daarop een altaar voor de Heer”, waarmee de onuitsprekelijke graad die de geestziel is, wordt bedoeld.  

Omdat hij toen zag dat hij zichzelf op de proef moest stellen, en de graden moest doorlopen, reisde hij naar Egypte. Daar weerstond hij de verleiding van demonische geesten, en toen hij zichzelf had bewezen, keerde hij naar zijn woonplaats terug; en in feite “toog hij op uit Egypte.” Zijn geloof had zijn vroegere kracht hervonden, en hij bereikte de hoogste graad van geloof. Van die tijd af kende Abram de hogere wijsheid, bleef hij trouw aan God en werd hij de rechterhand van de wereld.

Een gedachte over “beschouwing 3

  1. Jes Jespers

    André,

    Een lichaam of dat nu bestaat in de 1e, 2e of 3e dimensie en dat bewustzijn heeft, zal de naast hogere dimensie in zijn bewustzijn ervaren als een bestaan in ruimte en tijd. Dat geldt voor een punt op een lijn, een lijn in een vlak, een vlak als doorsnijding van een 3 dimensionaal lichaam op reis door dat lichaam, alsook voor ons mensenlijf in relatie met de 4e dimensie.

    Het hier en NU is het snijvlak van ons 3-dimensionale lijf met zijn verblijf in de 4e-dimensie, de geest.

    Het NU behoort niet tot het verleden of de toekomst, het NU behoort niet tot de tijd maar tot de Eeuwigheid en via het NU zijn we dus rechtstreeks verbonden met de Eeuwigheid. De geest met zijn ruimte en tijd lijkt daarmee op een oersoep van bewustzijn dat in potentie nog elke vorm kan aannemen. Met zijn veranderlijke aard moet je wel de conclusie trekken dat Geest ‘bewustzijn in beweging’ is, in potentie kan de geest nog alle vormen zonder eigen bewustzijn realiseren.

    Alleen in het Nu aanwezig zijn maakt je Waarnemer (gewaar zijn lijkt me een flauw aftreksel), en zonder waarnemer is er geen kenner van het kennen en daarmee geen bewust zijn, slechts leven zonder meer. Onze weg naar de nondualiteit met het ZELF, onze oorsprong loopt dus via bewust in het NU zijn. Dat doe je in feite door alle beweging in de geest te staken en daarmee de tijd stil te zetten. Door het denken en daarmee het actualiseren van vormen stop te zetten, geraken we voorbij het denken en daarmee voorbij waar je allemaal ‘aandacht’. Door ´aandacht´ te oefenen, aandachtiger en niet langer dagdromerig te zijn, groeit de staat waarin we vaker en langer, ook in meer uitdagende situaties, ‘aandachtig’ in het NU kunnen zijn.

    Aandacht zelf is vormeloos bewustzijn, en het bewustzijn dat je met je aandacht schenkt verlicht en geest voedsel aan waar je je aandacht op richt. Aandacht maakt van horen luisteren en van kijken zien. In de aandachtige heldere bewustzijnsstaat zonder denken ben je arm van geest. In deze staat kun je de kwaliteit van je bewustzijn waarnemen en leren telkens weer naar de heldere ofwel sattvische bewustzijnsstaat terug te keren (vanuit Radjas of Tamas). De Goddelijke kwaliteiten van het Absolute, Kennis (shit), Bewustzijn (sat) en Geluk (ananda) kunnen je via de brug van het NU, ongehinderd als inzichten bereiken door je aandacht te richten op je ZELF.

    Meister Eckhart schreef: ‘Een bewust mens is hij die in stilte verblijft’. Christus zei: ‘Zalig zijn de armen van geest, zij zullen het koninkrijk der hemelen beërven’, en vanuit het Vedanta gezichtspunt gaat het om letterlijk te begrijpen en toe te passen van wat hij zei.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *