Beschouwing 9

Mysteriën van God, kosmos, mens

Beschouwing 9: De gnosis verkondigen (hoofdstuk 9 van het bijbehorende boek)

 

Nadat Hermes Trismegistus is ingewijd door zijn inwonende geest, Pymander, krijgt hij de opdracht de gnosis te verkondigen. Dat is een hoogst klassieke opdracht die klinkt in de meeste authentieke spirituele tradities. Tot gevorderde leerlingen op het bevrijdende pad worden  bijvoorbeeld de volgende woorden gesproken.

• Gaat u, nu u alles van mij hebt ontvangen, niet tot hen die het waardig zijn, om hen als gids te dienen, opdat, dankzij uw bemiddeling, het menselijk geslacht door God gered moge worden?
(Corpus Hermeticum 1:66)

Ga heen in heel de wereld, predik het evangelie aan alle schepselen.
(Marcus 16:15 )

Wanneer ik zal zijn heengegaan en u niet langer kan toespreken en uw geest stichten met godsdienstige gesprekken, kies dan uit uw midden mannen van goede geboorte en opvoeding om de waarheid te prediken in mijn plaats.
(Het evangelie van Boeddha)

• Geef licht en bemoediging aan de zwoegende pelgrim en probeer hem te vinden die nog minder weet dan u; die in zijn ellendige eenzaamheid neerzit, hunkerend naar het brood van wijsheid en het brood dat zijn schaduw voedt; die zonder leraar, hoop of troost is en – vertel hem over de wet.
(De stem van de stilte II:57)

Doe wat Henoch deed: hij vluchtte uit deze wereld, en trad in het geheimenis van de Allerhoogste en werd een prediker van God.
(Jacob Boehme)

• Verblijd u en verheug u, want u bent gezegend boven alle mensen op aarde, omdat u het bent die de hele wereld zult redden.
(Het evangelie van de Pistis Sophia)

Sommige mensen die ervaren dat ze innerlijk zijn ontwaakt, denken dat ze hun doel hebben bereikt en zich daarom volledig kunnen richten op het leiden van een aangenaam leven. Anderen kiezen bijvoorbeeld met de beste bedoelingen het vrije beroep van spiritueel leraar en leren hun cliënten dat zij al verlicht zijn, dat ze mindful in het nu moeten leven, dat ze hun denkwijzen moeten veranderen, dat ze moeten investeren in zichzelf, dat ze hun oude paradigma’s moeten loslaten, dat ze moeten luisteren naar hun innerlijke stem, dat ze moeten gaan leven vanuit een bewustzijn van overvloed en begrip dienen te ontwikkelen van de wet van aantrekking om daar optimaal gebruik van te kunnen maken. Dan zullen hun volgelingen volgens hen ontvangen wat ze wensen en een leuk leven kunnen leiden.

Dergelijke leringen van zelfverklaarde goeroes zijn op zichzelf meestal wel juist, maar tezamen vormen ze niet zelden één grote mystificatie, omdat de dimensies niet juist worden onderscheiden en omdat dat waar het werkelijk om gaat, wordt genegeerd. De genoemde aanwijzingen zijn weliswaar afspiegelingen van een ziele-bewustzijn, maar worden veelal toegepast vanuit de intenties van een persoonlijkheidsbewustzijn. Met andere woorden: wijsheid vanuit een 5D-bewustzijn wordt misbruikt door een bewustzijn dat beperkt is tot 3D of 4D om in die dimensies succes te boeken. Om die reden zijn de resultaten niet duurzaam en zeker niet bevrijdend in gnostieke zin: het zijn stenen voor brood.

Halve waarheden

Halve waarheden zijn gevaarlijker dan volledige onwaarheden, want volledige onwaarheden worden veel sneller herkend. Jiddu Krishnamurti (1895-1986) benadrukte herhaaldelijk dat de spiritueel strevende mens de waarheid niet omlaag moet halen, maar zich dient in te spannen om tot de waarheid op te klimmen. J. van Rijckenborgh schrijft het volgende aan het einde van zijn boek De Egyptische Oergnosis, deel 4:

‘De waarheid kan en zal ook u bereiken door mensenhoofden en mensenharten en menselijk handelingsleven. Wanneer u er zich voor gereed maakt! Zoals van de hiërarchie van de leugen een straling en een arbeid tot misleiding uitgaat, zo gaat ook van de hiërarchie van de waarheid een straling uit, evenals een arbeid. Allen die zich openmaken voor de astrale volheid, zullen haar ontvangen. De waarheid komt niet uitsluitend tot u door middel van woorden en geschriften. Neen, de waarheid is reeds sedert lang een astrale waarde, door mensen geconcentreerd, en door mensen aan mensen ter beschikking gesteld. De eeuwen zijn daar om dat te bewijzen.’ 

Als een mens na vele ervaringen in de zintuiglijke wereld iets van het goddelijke in zichzelf  begint te bespeuren – of misschien zelfs een mystieke ervaring heeft gehad – en daardoor een zekere innerlijke rust en vrede ervaart, dan is dat niet het einde van een spirituele weg, maar slechts het begin. Zo iemand heeft deel gekregen aan het eerste mysterie dat onderdeel is van drie onderling samenhangende mysteriën die de klassieke rozenkruisers formuleren als: ‘Uit God geboren, in Christus sterven, door de Heilige Geest herleven.’

Hij heeft zich misschien, net als Hermes’ leerling Tat, innerlijk losgemaakt van de wereld, maar daardoor is hij nog geen nieuwe mens geworden. De ondeugden en tuchtmeesters zijn verdreven naar de periferie van de microkosmos die hij bewoont, en manifesteren zich niet meer zo snel, maar zij zijn nog niet geneutraliseerd. In die mens is de geestvonk in het hart ontwaakt en daarom kan van hem gezegd worden dat hij uit God geboren is, en dus staat in het eerste mysterie. Hij is nog niet innerlijk in Christus gestorven en heeft daarom nog geen deel  aan het tweede mysterie, hij heeft het endura nog niet doorleefd. In de taal van Hermes Trismegistus: de twaalf zodiakale tuchtigingen zijn nog niet verdreven door de tien planetaire krachten. Veel mensen die zich spiritueel noemen, zijn zich er nog niet van bewust dat die reiniging en omzetting essentiële onderdelen zijn van het vernieuwingsproces, dat die dus niet kunnen worden overgeslagen en niet zomaar onopgemerkt voorbij gaan. Hermes Trismegistus zegt daarover:

‘Verheven en gebaand is de weg naar de waarheid, maar moeilijk en zwaar te gaan voor de ziel zolang zij in het lichaam is. Want eerst moet zij strijd voeren tegen zichzelf, een grote scheiding teweegbrengen, en aan één deel de overwinning over zichzelf laten. Er ontstaat namelijk tussen één deel en de twee andere delen een conflict, dat het eerste tracht te ontvluchten, terwijl de beide andere
hem van beneden af omlaag trekken. Het gevolg is strijd en een grote krachtmeting tussen hem die wil ontvluchten, en de anderen die zich inspannen neer te houden. […] Zie, mijn zoon, dit is de gids op de weg die naar de vrijheid voert: u moet eerst het lichaam voor het sterft prijsgeven, en het leven dat in de strijd betrokken is overwinnen; en wanneer u deze overwinning hebt behaald, terugkeren naar omhoog.’
(Corpus Hermeticum 5: 9,10,14)

Transfiguratie

De essentie van alle authentieke gnostieke stromingen, dus ook die van het hermetisme en het christendom, kan worden samengevat in één woord: transfiguratie. Catharose de Petri definieert transfiguratie als: ‘een gnostieke methode tot het volvoeren van het endura, dit is het volkomen vervangen van de sterfelijke, afgescheiden, aardgebonden mens door de oorspronkelijke, onsterfelijke, goddelijke mens, de ware Geest-mens volgens het goddelijke scheppingsplan’.

Transfiguratie houdt in dat de mens wordt vergeestelijkt doordat de geest die van God uitgaat, werkzaam in hem wordt. Dit boek en de andere boeken van de Spirituele teksten bibliotheek zijn vooral bedoeld om het inzicht te vergroten in de veelomvattende en wonderbare vernieuwingsprocessen die daarmee annex zijn. En ook om het verlangen naar heelwording in de meest uitgebreide zin van het woord te versterken. Want dat inzicht en dat verlangen kunnen leiden tot een verdere bewustwording en groei van ‘de Ander in ons’, dat is de onsterfelijke microkosmische mens, die verrijkt met talloze ervaringen in zijn oorspronkelijke luister wordt hersteld, en daardoor bijdraagt aan de verlossing van wereld en mensheid.

Het Corpus Hermeticum en het geschrift Vermaning van de ziel, waaruit veel wordt geciteerd in dit boek, hebben weliswaar een sterke religieuze en spirituele inslag, maar worden wel gerekend tot de zogeheten filosofische hermetica, omdat daarin de liefde voor de wijsheid centraal staat. Van de vele andere filosofische hermetische geschriften willen we er hier één noemen, omdat die vandaag de dag nog goed wordt gelezen en door talloze auteurs wordt becommentarieerd: Kybalion – hermetische filosofie dat op naam gesteld is van ‘drie ingewijden’, een pseudoniem van William Walker Atkinson, dat in 1908 in het Engels is gepubliceerd.

In de Kybalion worden zeven universele principes of zeven wetten uit de doeken gedaan die tezamen een krachtig paradigma vormen dat aanzienlijk verschilt van de huidige paradigma’s uit de natuurwetenschappen, en praktische aanknopingspunten biedt om het leven bewust te leven en innerlijk te groeien. Ze kunnen als volgt worden gekenschetst.

1. De wet van bewustzijn
Aan alles wat bestaat, dus aan alles dat zich manifesteert, ligt bewustzijn ten grondslag. Sterker nog: al het gemanifesteerde is bewustzijn, in talloze dimensies, niveaus en schakeringen. Deze visie is totaal anders dan het materialistische uitgangspunt, dat stelt dat er eerst materie is, en dat er uit die materie eventueel bewustzijn kan ontstaan als gevolg van evolutie.

2. De wet van overeenstemming of correspondentie
Structuren en verschijnselen in verschillende dimensies en niveaus van bewustzijn corresponderen met elkaar, vertonen gelijkenis of overeenstemming. De Tabula Smaragdina formuleert dit idee krachtig als ‘Zo boven, zo beneden’. De structuren en verschijnselen binnen de macrokosmos stemmen overeen met de structuren en verschijnselen binnen de microkosmos. Als de mens de wereld kent, kent hij zichzelf. Als hij zichzelf kent, kent hij de wereld. Er zijn niveaus van bewustzijn waar de mens geen kennis van heeft, maar als hij het principe van correspondentie daarop toepast, kan hij sommige dingen begrijpen die anders onkenbaar voor hem zouden zijn.

3. De wet van ritme
Alles wat bestaat, is onderhevig aan vele verschillende cycli of kringlopen. Zo kennen we het ritme van dag en nacht, de omwenteling van de maan rond de aarde in 28 dagen en de omwenteling van de aarde rond de zon in 365 dagen. Elke cyclus die we kunnen waarnemen, kenmerkt zich door verschijnen, toenemen, een hoogtepunt bereiken, afnemen en verdwijnen, waarna de kringloop opnieuw wordt doorlopen. Ontwikkeling voltrekt zich niet altijd geleidelijk maar kent ook chaotische periodes, die omstandigheden creëren waarin ingrijpende veranderingen kunnen plaatsvinden.

4. De wet van oorzaak en gevolg
Alles wat er gebeurt, heeft bepaalde oorzaken. De mens denkt vaak dat er voor een gebeurtenis maar één oorzaak is aan te wijzen. Er zijn echter altijd meerdere factoren die er gezamenlijk voor zorgen dat een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt. Als een mens geen inzicht heeft in de verschillende factoren die ervoor zorgen dat een bepaald verschijnsel ontstaat, spreekt hij veeleer over toeval. Wat de mens toe valt, hoeft niet vanuit het onbepaalde te zijn geschied. Het principe van oorzaak en gevolg houdt in, dat gebeurtenissen zich voltrekken volgens bepaalde wetmatigheden, die deels door de mens kunnen worden gekend.

5. De wet van eenheid en verbondenheid
Alles wat bestaat, is voortgekomen uit één bron en zal daar ook weer naar terugkeren. Alles wat bestaat, is onzichtbaar met alles verbonden. Dit houdt onder andere in dat alles wat een mens waarneemt, denkt, voelt of doet, invloed heeft op het grote geheel.

6. De wet van polariteiten
Alles wat zich aan ons voordoet, heeft twee polen, dat wil zeggen een paar van tegenstellingen  waartussen een uitgebreid spectrum van mengvormen ligt. Denk aan mannelijk en vrouwelijk, scheppend en ontvangend, zon en maan, warm en koud, hoog en laag, licht en duisternis, scherp en bot, sympathie en antipathie, liefde en haat, positief en negatief, goed en kwaad. Tegenstellingen zijn een voorwaarde voor creatie en kunnen op een hoger niveau worden verzoend in de vorm van een synthese die meer is dan de som van de delen.

7. De wet van trilling
Alles vibreert, niets staat helemaal stil. Alles is in wezen trilling, energie. Er zijn verschillen in frequentie en intensiteit. Materie is in feite gestolde geest en de geest heeft een zeer hoge vibratie. Gedachten, gevoelens en uitingen van de wil zijn ook trillingen. Verschillen in bewustzijnsniveau zijn verschillen in vibratieniveau. Zuivere liefde heeft een hoge trillingsfrequentie.

Dit zijn waardevolle inzichten die, als je ze doorleeft, de manier waarop je in het leven staat, kunnen veranderen. Maar het is belangrijk om vast te stellen dat de essentie van de hermetische wijsbegeerte – transfiguratie of wedergeboorte – niet tot uitdrukking komt in deze zeven hermetische principes.

Persoonlijkheidsverwisseling

Ook in vele andere geschriften die hermetisch of christelijk worden genoemd, is er geen enkele aandacht voor transfiguratie, dat ook wel wordt aangeduid met de termen persoonlijkheids-verwisseling en wedergeboorte. Het allerbelangrijkste wordt dus lang niet overal genoemd! En als er wel over wordt geschreven of gesproken, blijkt veelal dat men de boodschap niet juist heeft begrepen. In het eerste hoofdstuk van zijn boek Het christelijke inwijdingsmysterie uit 1946 schrijft J. van Rijckenborgh dan ook zeer terecht:

Het inwijdingsstelsel van persoonlijkheidsverwisseling is voor het grote zoekende publiek geheel nieuw en moet nog verkondigd worden. Naarmate de prediking van het christelijke mysterie zich over
de hele wereld zal doorzetten, zal zij de aanvang beduiden van een wereldkerk van een reeds gevormde universele wereldbroederschap, verbonden met de christelijke mysterieschool. Overal worden de werkers uitgezonden om de arbeid te funderen, want hoewel het inwijdingsstelsel van persoonlijkheidsverwisseling altijd bestaan heeft sinds de openbaring van Jezus Christus, heeft slechts een betrekkelijk kleine exclusieve schare van kandidaten het onuitsprekelijke heil mogen smaken door dit stelsel te worden bevrijd.’

In de klassieke filosofische hermetica ligt het accent sterk op dat wat wordt aangeduid als ‘persoonlijkheidsverwisseling’, waarbij, als gevolg van het gaan van een innerlijke weg een onsterfelijke persoonlijkheid tot ontwikkeling komt die de sterfelijke aardse persoonlijkheid gaat doorstralen. Dat is in veel mindere mate of niet het geval bij geschriften die worden gerekend tot de magische, de astrologische en de alchemistische hermetica.

De meeste natuurreligies hebben een sjamanische oorsprong. Dat houdt in dat een sjamaan of medicijnman bovennatuurlijke krachten manipuleert ten dienste van de stam of gemeenschap waar hij of zij deel van uitmaakt. Het is dan ook niet vreemd dat de oudste literatuur die gesteld is op de naam van Hermes Trismegistus, nog een magisch of occult karakter heeft. Daarin staan bijvoorbeeld toverspreuken die kunnen worden aangewend in bezweringen om krachten aan te roepen die de mens bijstaan om een zo prettig mogelijk leven te leiden. Het zal duidelijk zijn dat dergelijke magische praktijken niet in overeenstemming zijn met de hermetische gnosis zoals die in dit boek wordt uitgedragen. Dat geldt grotendeels ook voor de leringen van de astrologische en de alchemistische hermetica.

Astrologische hermetische geschriften zijn gebaseerd op kennis over de bewegingen en constellaties van hemellichamen – zoals de zon, de maan, de planeten en de sterren – en de veronderstelde samenhang daarvan met het leven op aarde. De alchemistische hermetica richten zich vooral op het veredelen van de materie en de mens via processen van reiniging, omzetting en scheiding. Zowel de astrologische als de alchemistische hermetica zijn weliswaar grotendeels achterhaald, maar hebben wel een basis gelegd waardoor de moderne natuurwetenschappen zich konden ontwikkelen.

Het is belangrijk te beseffen dat leringen niet letterlijk waar hoeven te zijn om een bevrijdende invloed uit te oefenen. In hoeverre er een transformerende werkzaamheid uitgaat van bepaalde leringen, wordt niet alleen bepaald door hun inhoud, maar vooral ook door de intenties en het bewustzijnsniveau van de betrokkenen, en ook door de context waarin die leringen worden overgedragen.

In de renaissance, vanaf ongeveer het begin van de zestiende eeuw was er onder de intelligentsia van Europa een sterke opleving van het hermetische gedachtegoed. Afbeelding 17 toont portretten van beroemde filosofen die zich lieten inspireren door hermetische geschriften (uitgaven in de Symposionreeks). In de periode van de verlichting, die begon tegen het einde van de zeventiende eeuw, ebde de belangstelling voor het hermetisme snel weg omdat het door kerkelijke instanties werd veroordeeld en door wetenschappers werd afgewezen als pseudo-wetenschap. Gezien vanuit de ontwikkeling van de mensheid was dat waarschijnlijk ook de bedoeling omdat de wetenschap die zich baseert op experimenten, zich moest ontwikkelen.

Mysteriewijsheid in literaire werken

In dat proces, waarin de focus steeds meer kwam te liggen op de materiële werkelijkheid en de verstandelijke werkzaamheid, mocht de mysteriewijsheid zoals die bekend was uit bijvoorbeeld
het christendom, de kabbalah en het hermetisme, niet verloren gaan. Daarom ontstonden er overal in Europa literaire werken waarin mysteriewijsheid te herkennen is. Een schitterende synthese van enerzijds het bevorderen van verstandelijke ontwikkeling aan de hand van proefnemingen in de zintuiglijk waarneembare wereld, en anderzijds het verspreiden van mysteriewijsheid in de vorm van symbolische verhalen treffen we aan bij Francis Bacon (1561-1626). Deze Engelse staatsman is bekend geworden als pionier van de wetenschappelijke methode, als filosoof en schrijver van essays. Hij was echter veel meer dan dat. Uit historisch onderzoek komt naar voren dat Francis Bacon een grote ingewijde was die met volle overgave heeft gewerkt aan het ontwikkelen en uitvoeren van een groot plan voor de algehele hervorming van de gehele wereld door de vernieuwing van alle kunsten en wetenschappen.

Dat sluit goed aan bij de oogmerken van de klassieke rozenkruisers, die niet alleen vernieuwing
van de kunsten en wetenschappen nastreefden, maar vooral ook de vernieuwing van de mens zelf. In hun mysterieroman De alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis, die in 1616 in druk verscheen, wordt de zevenvoudige inwijdingsweg geschilderd in de vorm van een verhaal waarin de hoofdpersoon Christiaan Rozenkruis ervaringen opdoet gedurende zeven dagen.

In de nacht van de eerste op de tweede dag heeft Christiaan Rozenkruis een betekenisvolle droom. Christiaan Rozenkruis droomt dat hij samen met vele andere mensen gevangen zit in een pikdonkere gevangenistoren. Hij en zijn lotgenoten zijn dicht op elkaar gepakt, lijden daaronder en verlangen naar verlossing. Dan klinkt er plotseling muziek van trompetten en pauken. Hun ellende wordt daardoor wat verzacht en er ontstaat hoop als de deksel van de toren wordt weggeschoven en er daglicht in de toren valt. Vervolgens wordt zeven keer achter elkaar een touw neergelaten in de toren en daarna opgehaald door een gezelschap bovenaan de toren. Een aantal gevangenen wordt zo uit de toren gehesen en bevrijd. Christiaan Rozenkruis slaagt erin om het zesde koord te grijpen en komt zo vrij uit zijn gevangenschap (zie afbeelding 18). Direct na zijn bevrijding wordt hij gevraagd om het koord voor de zevende keer neer te laten en mee te helpen om het op te hijsen. Hoe kunnen we deze symbolische doom duiden?

  1. De gevangenen symboliseren mensen die lijden omdat ze beperkt zijn in hun vrijheid en ervaren dat ze in duisternis leven.
  2. De gevangenen kunnen zichzelf niet bevrijden, zij kunnen wel worden bevrijd met hulp van hogerhand.
  3. Een groep mensen met een hogere mate van vrijheid werkt gezamenlijk en systematisch aan het bevrijden van gevangenen.
  4. De gevangenen worden niet automatisch bevrijd. Wie bevrijd wil worden, dient moeite te doen om één van de koorden die worden neergelaten, te grijpen en vast te houden.
  5. Het neerlaten van het koord symboliseert de werkzaamheden die een geestesschool verricht in de samenleving teneinde in contact te komen met spirituele zoekers.
  6. Het ophalen van het koord symboliseert het werk dat een geestesschool verricht met spirituele zoekers die tot haar komen.
  7. Wie een zekere mate van vrijheid heeft verkregen, wordt uitgenodigd mee te helpen met het bevrijden van anderen.

Dienstbaarheid

Velen denken dat er geestesscholen zijn om leerlingen te leren hoe ze kunnen komen tot spirituele bewustwording en vernieuwing. Dat is juist, maar daarmee is lang niet alles gezegd. Geestesscholen zijn er ook om leerlingen mogelijkheden te bieden om te arbeiden ten dienste van het grote werk, dat gezamenlijk wordt ondernomen om bij te dragen aan de verwerkelijking van het godsplan, want vanaf een zeker moment is het alleen maar mogelijk om verdere vorderingen te maken op het gnostieke pad door dienstbaarheid. Hermes formuleert het zo:

‘Wanneer u God zoekt te vinden, zoekt u ook het schone. Want er is slechts één weg die daarheen terug leidt: een God-dienend daadleven, aan de hand van de gnosis.’
(Corpus Hermeticum 10:12)

Wie zelfstandig spiritueel leraar wordt, laadt een grote verantwoordelijkheid op zich. Elke kleine fout wreekt zich direct en gigantische weerstanden moeten worden overwonnen voordat het werk werkelijk vruchten gaat dragen. Wie daarentegen deelneemt aan het werk van een geestesschool, mag fouten maken omdat die door de groep worden opgevangen. Fouten maken is zelfs onvermijdelijk om het vak van het vissen van mensen uit de kolkende levenszee te leren. De leerling-werker dient zich echter wel corrigeerbaar op te stellen. Ook is het natuurlijk belangrijk dat hij of zij in groepseenheid intelligent te werk gaat.

Dienstbaar zijn binnen een geestesschool begint met het bewust deelnemen aan bijeenkomsten, want zo aanwezig zijn betekent mee-beleven, mee-vibreren, mee-inspireren en geïnspireerd worden. Er is ook altijd veel praktisch werk te doen waarbij enthousiaste vrijwilligers heel hard nodig zijn: van koffiezetten tot schoonmaken, van organiseren tot promoten, van lezingen houden tot klussen, en van administreren tot musiceren. Leerlingen van een geestesschool worden zo in staat gesteld om het vermogen om te doen te ontwikkelen, om van het aanpakken en het met aandacht en liefde uitvoeren van werkzaamheden een gewoonte te maken. Persoonlijke ontwikkeling en innerlijke ontwikkeling gaan op die manier hand in hand, steeds met als doel de bevrijdende gnosiskracht vrij maken en werkzaam te laten worden.

Misschien heb je wat moeite met het voorgaande. Dat is begrijpelijk omdat je het een en ander waarschijnlijk interpreteert vanuit een 3D-bewustzijn, waarin werk veelal wordt gezien als een noodzakelijk kwaad. Echter, door deel te nemen aan het uiterlijke en innerlijke werk van een geestesschool kan er blijdschap en ziele-bewustzijn of 5D-bewustzijn in je tot ontwikkeling komen, in overeenstemming met de volgende uitspraak van de Indiase dichter Rabindranath Tagore (1861-1941):

‘Ik sliep, en droomde dat het leven vreugde was; ik ontwaakte en zag dat het leven plicht was; ik werkte en zie: de plicht is vreugde!

We willen hier nog benadrukken dat iedereen die toetreedt tot een bonafide geestesschool, geruime tijd de gelegenheid krijgt zich eerst breed te oriënteren, en dat niemand op wat voor wijze dan ook wordt geforceerd. In het bevrijdende werk van een geestesschool wordt er altijd rekening gehouden met de mogelijkheden en talenten van de leerlingen, die zich door het gaan van het gnostieke pad verder kunnen ontvouwen ten dienste van de verwerkelijking van het godsplan. We besluiten de beschouwingen van het boek Mysteriën en lofzangen van God, kosmos, mens met de volgende woorden van Hermes Trismegistus.

‘Wie zoete vruchten plant, eet zoete vruchten. Wie waardeloze vruchten plant, eet waardeloze vruchten. Immers, de vruchten van goede daden komen overeen met de wortel waaruit zij gegroeid zijn en de vruchten van slechte daden komen eveneens overeen met de wortel waaruit zij groeiden. Weinig kennis die u in daden omzet, geeft meer profijt dan veel kennis die u verzuimt in daden om te zetten. Moge God hem genadig zijn die weet en doet en die anderen leert; die dit boek leest en begrijpt wat hij gelezen heeft en die anderen leert dit te verstaan; die het gestelde doel bereikt en die er anderen heenleidt en daarbij op de juiste wijze bemiddelt; die de waarheid spreekt en deel heeft aan Gods hulp.’
(Vermaning van de ziel, hoofdstuk 14)