beschouwing 5

Mysteriën van het Rozenkruis
Beschouwing 5: Het nieuwe bewustzijn laten groeien
hoofdstuk 5 van Mysteriën en fakkeldragers van het Rozenkruis

 

BESTEL MYSTERIËN EN FAKKELDRAGERS VAN HET ROZENKRUIS

Als je voor het eerst een teug neemt uit de Ene Bron, als je dus werkelijk innerlijk wordt aangeraakt door het Licht der Lichten, dan gaat dat gepaard met een intense gevoelswerkzaamheid. Enerzijds ervaar je een enorme vreugde omdat je dan eerstehands ervaart waarom je leeft, en beseft dat er grootse perspectieven zijn voor jezelf en voor de mensheid. Anderzijds kun je overmeesterd worden door een groot verdriet omdat je merkt dat bijna niemand weet heeft van die Ene Bron, en daar ook helemaal niet naar verlangt. Dan word je je er ook steeds meer van bewust dat er in de wereld op bijna alle terreinen grote krachten werkzaam zijn die alles doen om te voorkomen dat mensen het universele spirituele pad gaan.

BESTEL MYSTERIËN EN FAKKELDRAGERS VAN HET ROZENKRUIS

Al vanaf de oudheid wordt in de gnostiek in dit verband gesproken over onheilige krachtformaties, die archonten en eonen worden genoemd. Om zich te kunnen handhaven beroven zij de mensen van hun levensenergie door hen in hun systemen gevangen te houden. Zij moeten dat wel omdat zij niet in verbinding staan met de Ene Bron. Zij spannen zich in om het bewustzijnsniveau van de mensen laag te houden omdat zij alleen op die manier levensenergie kunnen onttrekken aan de massa. De gevangenis die zo gecreëerd wordt staat tegenwoordig ook bekend als the matrix, een web waarin mensen bewust gevangen worden gehouden in illusie en begoocheling, en zo op allerlei manieren geëxploiteerd worden zonder dat ze het door hebben.

Er zijn vele complottheorieën die haarfijn uitleggen hoe de genoemde vormen van parasitisme in de praktijk worden uitgevoerd. Vaak zijn die gebaseerd op een kern van waarheid. Toch is het niet aan te bevelen om je in die onfrisse praktijken te verdiepen, want alles wat je aandacht geeft groeit. Als mensen kunnen we de duistere machten in de wereld niet overwinnen. Daarvoor zijn ze veel te sterk. Die strijd moeten we overlaten aan de hemelse hiërarchieën. Wat we wel kunnen doen is onszelf onttrekken aan de invloed van de archonten en eonen op basis van het licht dat uitgaat van de ontwaakte geestvonk in ons hart.

Als we geen marionetten willen zijn die bespeeld worden door onzichtbare malafide poppenspelers, dienen we zelf de draadjes door te knippen waarmee we met hen verbonden zijn. Dat is een innerlijke strijd waarover de apostel Paulus schrijft: ‘Wij hebben de strijd niet te voeren tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten (Efeze (6:12)’. In feite komt die strijd neer op een innerlijk sterven waar in het Nieuwe Testament ook herhaaldelijk over wordt geschreven.

Medusa in het gelaat zien

In de Griekse mythologie is er een prachtige vrouwelijke gestalte die veranderd wordt in een monsterachtige figuur met slangen als haren: Medusa. Het doorzien van het sinistere spel dat door machthebbers in de wereld wordt gespeeld om mensen af te houden van ware menswording werd in de oudheid door de ingewijden en hun leerlingen het zien van de gruwelijke Medusa genoemd. In haar boekje Het Gouden Rozenkruis (deel 4 van de Rozenserie) licht Catharose de Petri (fakkeldrager 22) dit als volgt toe:

‘Men zei: ”Iemand die eenmaal Medusa gezien heeft, van aangezicht tot aangezicht heeft ontmoet, moet sterven.” De naaktheid van de gevallen staat, de naakte waarheid van de eonenoude dialectische cultuur in haar resultaat in de ogen staren, beduidt een absoluut sterven van het gehele wezen van de oude natuur. Een serieuze leerling, die de volkomenste werkelijkheid van de dialectische natuur schouwt en daarmee als het ware lijfelijk geconfronteerd wordt, zal als in één secondenfractie ontstijgen. Daarom is het zien van de vreselijke Medusa het blijde ontstijgen aan de gevallen wereld met haar beide sferen. De leerling die in dat sterven staat, sterft naar de natuur van de verschrikking, doch de beginselen van het nieuwe leven in zijn microkosmos worden gekoesterd door de liefde-adem van God, opdat in deze goddelijke adem de nieuwe levensboom zal groeien, het nieuwe leven gaat ontwaken, om eeuwig zeker het Ware Licht toe te behoren.’

Aan het begin van de vijfde dag van De Alchemische Bruiloft ervaart Christiaan Rozenkruis die koesterende liefde-adem van God als hij vrouwe Venus aanschouwt in het meest intrigerende deel van het bruiloftsslot: de ondergrondse koninklijke grafkamer. In heel zijn wonder naakt, is hier het goddelijke beeld ontwaakt van de alomvattende liefde die verborgen ligt in het centrum van de microkosmos, en die van een andere aard is dan de lagere Venus-liefde van het bekkenheiligdom waarover bij de ingang van de grafkamer geschreven staat dat deze ‘menig groot man beroofd heeft van geluk, eer, zegen en welvaart’.

Christiaan Rozenkruis mag als enige van de bruiloftsgasten vrouwe Venus aanschouwen omdat hij de meest liefdevolle is, zoals bleek uit zijn moreel overgewicht tijdens de weegprocedure (op de derde dag). Juist om die reden zal hij op de zevende dag een opdracht ontvangen waar hij in eerste instantie voor terugschrikt. Christiaan Rozenkruis kan zich pas ten volle bewust worden van de goddelijke liefdekracht, gesymboliseerd door vrouwe Venus, de godin van de liefde, nadat op de vierde dag zes koninklijke figuren zijn onthoofd. Zoals besproken houdt dat dieptepunt in De Alchemische Bruiloft verband met het noodzakelijke innerlijke sterven. Het is een uiteenvallen van oude vormen zodat nieuwe vormen tot ontwikkeling kunnen komen, een principe dat in de alchemie solve et coagula wordt genoemd en verwijst naar oplossen en doen neerslaan.

Waar staan de drie mannelijke en de drie vrouwelijke koninklijke figuren voor? Ze kunnen worden gezien als de drievoudige lichaamsgestalte en de drievoudige zielegestalte van de mens. In navolging van Rudolf Steiner (fakkeldrager 16) en Max Heindel (fakkeldrager 19) legt Jan van Rijckenborgh (fakkeldrager 21) in hoofdstuk 10 van zijn boek Elementaire wijsbegeerte uit dat de oorspronkelijke mens – en dus ook de nieuwe mens die in ons tot ontwikkeling dient te komen – negenvoudig is (zie afbeelding 7 in hoofdstuk 4, links). Hij schrijft:

‘Zodra de de centrale geest (of monade) als uit een ei, losbreekt, zien wij hem gebonden aan een gestalte: de geestgestalte, die drievoudig van aanzicht is. Wij zien een soort krachtlijnenstructuur. Deze geestgestalte trekt krachten aan uit de omringende oersubstantie. Dan ontwikkelt zich hitte, gloed, licht: de geestgestalte, de mens naar de idee, wordt bezield. De menselijke zielegestalte, eveneens drievoudig van aanzicht, is geboren. Met behulp van de aangetrokken krachten, de geconcentreerde oersubstantie, wordt nu tot bouw, tot verwerkelijking overgegaan. Aldus wordt de bezielde idee tot vorm, tot gedaante, die eveneens drievoudig is. De negenvoudige mens naar geest, ziel en lichaam is geopenbaard uit de Geest van God. In het lichaam spreken de ziel en de geest. In de ziel openbaren zich zowel het lichaam als de geest. In de geest bewijzen zich de ziel en het lichaam.’

BESTEL MYSTERIËN EN FAKKELDRAGERS VAN HET ROZENKRUIS

IJlere lichamen

De mens zoals wij die kennen is niet meer de oorspronkelijke negenvoudige mens. Hij bevindt zich niet meer in het paradijs, maar is afgedaald tot in de fysieke wereld en leeft daar in ‘rokken van vellen’, symbool voor een fysiek lichaam, waar hij zich sterk mee identificeert (Genesis 3). De ijlere voertuigen van de lichaamsgestalte – dat zijn het etherlichaam, het astrale lichaam en het mentale lichaam – zijn evenals de drievoudige zielegestalte helemaal afgestemd op het leven in de materiële werkelijkheid.

De drievoudige geestgestalte is in potentie aanwezig, maar kan zich als gevolg van de toestand van bewustzijnsvernauwing in de microkosmos niet manifesteren. Juist dankzij ons stoffelijke lichaam kunnen wij een weg van regeneratie gaan, een alchemische transformatie bewerkstelligen zodra de slapende geestvonk in het midden van de microkosmos ontwaakt. Het sterven van de oude mens, waar in heilige teksten uit allerlei culturen over wordt gesproken, heeft dus beslist geen betrekking op het liquideren van het stoffelijke lichaam. De begrafenis van de onthoofde koninklijke figuren op de ochtend van de vijfde dag is dan ook een schijnvertoning die Christiaan Rozenkruis doorziet.

Het biologische organisme van de mens wordt op het gnostieke pad op een natuurlijke wijze zo lang mogelijk in stand gehouden, ook wanneer de transfiguratie heeft plaatsgevonden, want het is een prachtig instrument om in de fysieke werkelijkheid te kunnen bijdragen aan het grote werk van algehele heelwording. Het doden van de koninklijke figuren verwijst naar het afnemen van de natuurlijke levenskrachten omdat de kandidaat meer en meer gaat leven uit energieën met een hogere vibratie die voortkomen uit de Ene Bron.

In onze huidige zijnstoestand is het etherlichaam – ook wel levenslichaam of etherisch dubbel genoemd – een persoonlijk energielichaam dat het stoffelijke lichaam doordringt en er enkele centimeters buiten steekt. Sommige helderzienden kunnen waarnemen dat het een krachtlijnenstructuur heeft die lijkt op afbeeldingen van het menselijke lichaam met meridianen zoals die worden gebruikt in Chinese geneeswijzen. Dankzij levensenergie of chi in het etherlichaam kunnen de noodzakelijke biologische processen plaatsvinden, zoals ademhaling, stofwisseling, beweging, zintuiglijke waarneming en voortplanting. In De Alchemische Bruiloft kunnen we het etherlichaam en het daarmee verbonden stoffelijke lichaam herkennen in de oude koning (lichaam 1 in afbeeldingen 7 en 8).

Het astrale lichaam van de mens maakt begeren en verlangen mogelijk. Het is ook een energielichaam, maar ijler en ruimer dan het etherlichaam waarmee het in verbinding staat via energie-transformatoren die chakra’s en plexicirkels worden genoemd. Sommige helderzienden kunnen het astrale lichaam waarnemen als een eivormige aura waarvan de kleurschakeringen worden bepaald door onder andere de gemoedstoestand van de betrokkene. In de evolutie van de mensheid is er minder lang gewerkt aan de ontwikkeling van het astrale lichaam dan aan de ontwikkeling van het etherlichaam. Aangezien de begeerten en verlangens van de natuurlijke mens gericht zijn op de aarde, worden zij in De Alchemische Bruiloft voorgesteld als een zwarte koning van middelbare leeftijd (lichaam 2 in afbeelding 7 en 8).

Het mentale lichaam of denklichaam van de huidige mens is nog maar beperkt ontwikkeld omdat er tijdens de evolutie niet zo lang aan is gewerkt als aan het etherlichaam en het astrale lichaam. Helderzienden kunnen dit energieveld, dat nog ijler is dan het astrale lichaam, soms waarnemen als een diffuus stralingsveld rondom het hoofd. In De Alchemische Bruiloft wordt het voorgesteld door de jonge man die niet gekroond, maar wel gelauwerd is (lichaam 3 in afbeelding 7 en 8).

Innerlijk leven

Gezien vanuit de biologie, is de mens een zoogdier omdat de biologische processen die in hem plaatsvinden vergelijkbaar zijn met die in zoogdieren. Gezien vanuit de psychologie is de mens ook een ziel, een psyche, omdat hij een innerlijk leven heeft, een binnenwereld: hij kan denken, voelen en willen, kan zich daar bewust van zijn en er eventueeel ook sturing aan geven. Dat zieleleven manifesteerde zich relatief laat in de menselijke evolutie. De mens heeft maar één ziel of bewustzijn, maar daarin kunnen wel meerdere aspecten worden onderscheiden. Rudolf Steiner onderscheidt drie ziele-aspecten die na elkaar tot ontwikkeling zijn gekomen: de gewaarwordingsziel, de verstands- en gemoedsziel en de bewustzijnsziel.

In de Egyptisch-Babylonische cultuurperiode, die plaatsvond van ongeveer 2900 tot 750 voor Christus, ontwaakte de mens voor de zintuiglijke wereld die ook steeds meer deel uit ging maken van zijn binnenwereld. De gewaarwordingsziel kwam tot ontwikkeling, ook in andere culturen in diezelfde tijdspanne. Het is niet zo dat de mens voor die tijd uitsluitend animaal was, want hij was doordrongen van hogere wezens die hem voorbereidden op het ontwikkelen van de binnenwereld. In de gewaarwordingsziel werken elementaire gevoelens van lust en onlust, vreugde en smart, driften, begeerten en hartstochten. Zij maakt het mogelijk herinneringen hierover op te roepen en te combineren. In De Alchemische Bruiloft is de gewaarwordingsziel te herkennen in de jonge koningin (ziel 1 in afbeelding 7 en 8).

De verstands- en gemoedsziel kwam volgens Steiner tot ontwikkeling in de Grieks-Romeinse  cultuurperiode, die duurde van ongeveer 750 voor Christus tot 1400 na Christus. Deze heeft te maken met het doordenken en doorvoelen van waarnemingen en gewaarwordingen. De verstandsziel kwam sterk tot uitdrukking in de Griekse filosofie en de wijsbegeerte van de middeleeuwen, de scholastiek. De gemoedsziel manifesteerde zich prominent in bijvoorbeeld de middeleeuwse mystiek. De gedachten en gevoelens die door de verstands- en gemoedsziel mogelijk zijn, zijn nooit de werkelijkheid, maar altijd een interpretatie daarvan die veelal persoonlijk gekleurd is, en daarom vroeg of laat plaats moet maken voor een andere representatie. Daarom wordt de verstands- en gemoedsziel voorgesteld als een oude en gesluierde vrouw (ziel 2 in afbeelding 7 en 8).

Het hoogste aanzicht van de menselijke psyche is de bewustzijnsziel. Die heeft te maken met het bewust zijn van de gewaarwordingen, gevoelens, gedachten en wilswerkingen en het vormgeven en besturen daarvan. De ontwikkeling van de bewustzijnsziel voor de mensheid als geheel staat centraal in Germaans-Angelsaksische cultuurperiode die omstreeks 1400 begon en nog zal duren tot ongeveer het jaar 3600. In de afgelopen decennia is de bewustzijnsziel in de samenleving een steeds grotere rol gaan spelen. Jongeren zijn tegenwoordig aanzienlijk bewuster van zichzelf dan voorheen. De grote huidige belangstelling voor bijvoorbeeld mindfulness, heartfulness en meditatie zijn daar tekenen van. Er zijn nog grote ontwikkelingsmogelijkheden voor de bewustzijnsziel en daarom wordt zij in De Alchemische Bruiloft voorgesteld als een jonge vrouw met een lauwerkrans op haar hoofd (ziel 3 in afbeelding 8).

Natuurziel of persoonlijkheidziel

Het is belangrijk te beseffen dat de genoemde drie aspecten van de psyche – dus de gewaarwordingsziel, de verstands- en gemoedsziel en de bewustzijnsziel – op zich niet spiritueel hoeven te zijn, want ook zonder directe aanraking door de geest kunnen ze prima functioneren. Ze maken deel uit van de persoonlijkheid, die evenals het stoffelijke lichaam na de dood desintegreert. Ze zijn onderdeel van de natuur en worden daarom tezamen ook wel aangeduid als de natuurziel of de persoonlijkheidsziel. Een mens doet tijdens zijn leven vele ervaringen op en vormt aan de hand daarvan, en hoogstwaarschijnlijk ook aan de hand van ervaringen die in vorige incarnaties zijn opgedaan, een bepaald mensbeeld, wereldbeeld en misschien ook wel godsbeeld.

BESTEL MYSTERIËN EN FAKKELDRAGERS VAN HET ROZENKRUIS

Zodra de geestvonk ontwaakt en de mens geleidelijk inzicht krijgt in de gnostieke weg die hij kan gaan, zal hem vroeger of later duidelijk worden dat zijn innerlijke wereld en daarom ook zijn uiterlijke leven daar niet mee in overeenstemming is. Er dient een nieuw bewustzijn tot stand te komen dat voortvloeit uit een begrip van en een binding met de geest. En daar om worden de zes koninklijke figuren onthoofd, zodat uit hun essenties in een alchemisch proces een nieuw vorstenpaar tot ontwikkeling kan worden gebracht op de zesde dag in de toren van Olympus op het vierkante eiland met een ommuring van 260 schreden breed (zie afbeelding 9).

Die alchemische transformatie gaat uiteraard veel verder dan alleen het aannemen van een ander mens- en wereldbeeld. In het hele menselijke stelsel gaan andere energieën met een hogere vibratie circuleren waardoor de nieuwe ziel geboren en werkzaam wordt, en de hele voertuiglijkheid tot op celniveau verandert. In het hoofdstuk ‘De opstanding uit het graf’ van zijn boek De Gnosis in actuele openbaring beschrijft J. van Rijckenborgh het vernieuwingsproces als volgt:

‘Assimilatie van de nieuwe ethers brengt onder andere noodzakelijk ook met zich een proces van afbraak van het oude etherlichaam, en dus ook van het oude stoflichaam. Zodra dan ook de nieuwe ziel geboren is, zet zich een procesmatige afbraak van de oude persoonlijkheid in. Onze persoonlijke existentie is een sterfelijke lichaam en vervalt dus. Door ziekte of andere oorzaken van verval gaan ons gewone stoffelijke voertuig en ons gewone ethervoertuig verloren. Er is in het proces dat wij u trachten te beschrijven alleen sprake van een andere doodsoorzaak, doch nu een dood ten leven!
Wanneer wij in de nieuwe zielegeboorte staan, zullen wij tot de ontdekking komen dat ons stoflichaam (en dus ook het etherisch dubbel) langzaam aan subtieler gaat worden. De robuustheid van onze gezondheid neemt af, hetgeen niet wil zeggen dat zich organische gebreken of ziekten zouden gaan vertonen, maar de hele toestand wordt puurder, serener. Wij hebben voortaan rekening te houden met een ijlere, en daardoor tot op zekere hoogte zwakkere constitutie, doch die tot het einde toe in een volledige harmonie kan worden gehandhaafd! […]
Er gaat van de nieuwe ziel een zeer krachtig licht uit, een zeer stralend vuur, dat u zou kunnen vergelijken met de vurige staart van een komeet. In die vuurstraal (denk maar aan de slangenvuurkolom, aan de vurige slang van de vernieuwing) kunt u duidelijk zeven aanzichten, de zeven beginselen vaststellen: het zijn de zeven nieuwe chakra’s
van het nieuwe levenslichaam. De nieuwe ziel is dus volkomen toegerust voor een zelf-scheppende, uit-zichzelf openbarende existentie. Ze is volledig in staat zelfscheppend werkzaam te zijn; en ze verbijzondert nu uit zichzelf een krachtlijnenstructuur, waarin de vuurkolom met de zeven aanzichten centraal staat.
Zo zien we hoe uit de nieuwe ziel een nieuw levenslichaam oprijst, hetgeen met zich moet brengen de openbaring van een stoffelijk voertuig, niet-uit-de-natuur geboren. Er komt dus voor de nieuw-geboren ziel niet alleen een passend levenslichaam tot aanzijn, niet alleen wat wel eens genoemd wordt een nieuw voertuig van de ziel, maar tegelijkertijd ontwikkelt zich daardoor een nieuw stoffelijk voertuig, zeer ijl van constructie, in zeer veredelde vorm.’

Van Rijckenborgh noemt de nieuwe ziel dus zelfscheppend. Dat betekent dat zij autonoom nieuwe vormen tot ontwikkeling kan brengen die in overeenstemming zijn met de geest, met het godsplan. En dat houdt ook in dat zij in zichzelf zowel mannelijk als vrouwelijk is: hermafrodiet. Het woord hermafrodiet is samengesteld uit twee godennamen: Hermes en Aphrodite. In De Alchemische Bruiloft is er op de vierde dag een bezoek aan de bron van Hermes, de boodschapper van de goden, en op de vijfde dag een schouwen van de bron van Venus, de Romeinse versie van Aphrodite, de Griekse godin van de liefde.

De koninklijke grafkamer van Venus die Christiaan Rozenkruis aan het begin van de vijfde dag bezoekt is een symbolische voorstelling van de werkzaamheid van de krachten die het alchemische vernieuwingsproces in de mysterieleerling voltrekken. We zien een bekken met daarin een engel die een onbekende boom in de armen houdt. Van deze boom druppelt voortdurend water in het bekken, en wanneer er een vrucht in het bekken valt,  verandert deze ook in water.

Het bekken wordt door drie dieren gedragen: een adelaar, een os en een leeuw. Hier zijn de vier mythische dieren te herkennen zoals die beschreven staan in Ezechiël 1 en in de Openbaring van Johannes. Tezamen geven ze een idee van de mens die moet kunnen leven en werken in de vier werelden van de kabbalah: de zintuiglijke wereld (Assiah, stier), de astrale wereld (Yetzirah, leeuw), de wereld van de ziel (Briah, engel) en de wereld van de geest (Atziluth, adelaar).

Het geschetste beeld toont hoe de mens de liefdekrachten van de geest dient te gebruiken om het alchemische werk van regeneratie te verrichten. Hij heeft de opdracht om de ontvangen energieën om te zetten en verder te laten stromen, zonder ze vast te willen houden en zonder de eruit voortkomende vruchten – dat zijn de resultaten van zijn werk – te willen behouden. Op een plaat achter het bed van Venus staat geschreven: ‘Als de vruchten van mijn boom volledig versmolten zijn, zal ik ontwaken en moeder van een koning zijn’.

Wanneer de mens (de levensboom) tot een zuivere werkzaamheid komt en niets meer voor zichzelf wil behouden maar alleen nog bewust bemiddelaar is, ontvangend en prijsgevend, dan zullen de liefdekrachten van de geest volledig in hem bewust worden. Hij is dan een koning die regeert op aarde vanuit zijn verbinding met de alomvattende liefde. Wat houdt dat in? Hoe krijgt dat vorm in het dagelijkse leven? Omraam Mikhaël Aïvanhov schrijft daarover:

‘Wat betekent met liefde leven? Wel, heel eenvoudig: ademen, eten, lopen, kijken en luisteren met liefde. Je denkt dat je dat allemaal wel weet… Nee, je weet het niet. Wanneer je echt, met heel je wezen, begint te begrijpen wat het is om met liefde te leven, zal je hele bestaan getransformeerd worden. De liefde zal onophoudelijk in je opwellen, van de ochtend tot de avond en zelfs terwijl je slaapt. Met liefde leven, is leven in een bewustzijnstoestand die alle handelingen van het leven harmoniseert, die de mens in een volmaakt evenwicht houdt… een bewustzijnstoestand die een bron van vreugde, kracht en gezondheid is, niet alleen voor jezelf maar voor allen die je ontmoet.’

Christaan Rozenkruis en zijn makkers worden zich op de vijfde dag van De Alchemische Bruiloft, dus na de doding van het ego-bewustzijn, bewust van de alomvattende liefde als zij zich bevinden op schepen op zee, op weg naar de toren van Olympus op het vierkante eiland. De zee is hier een symbool voor de reine astrale wereld, voor de wereldmoeder door wie alles en iedereen verbonden is. Aphrodite werd geboren uit de zee. De Florentijnse kunstschilder Sandro Boticelli verbeeldde dat in ongeveer 1483 op onnavolgbare wijze in zijn beroemde schilderij ‘De geboorte van Venus’. Maria, de moeder van Jezus, is ook een symbool voor de wereldmoeder. Haar naam wordt wel geduid als door God bemind, schoon, welgevormd, verhevene en ster van de zee.

Op zee ontmoeten de bruilofsgasten groepen wezens die over allerlei facetten van de liefde zingen en haar verheerlijken (zie lofzang 11 in Mysteriën en lofzangen van God, kosmos, mens). Goethe (fakkeldrager 11) was zo onder de indruk van het liefdelied van de nimfen uit De Alchemische Bruiloft, dat hij het als volgt inkortte tot zijn essentie en het opdroeg aan zijn vriendin Charlotte von Stein, die een grote invloed had op zijn werk:

Waaruit zijn wij geboren?
Uit liefde.
Hoe waren wij verloren?
Zonder liefde.
Wat helpt ons overwinnen?
De liefde.
Kan men ook liefde vinden?
Door liefde.
Wat zal je niet vervelen?
De liefde.
Wat zal ons steeds verenigen?
De liefde.

In dit gedicht zijn meerdere vormen van liefde te herkennen. De Griekse taal heeft daar specifieke benamingen voor, en die kunnen als volgt worden gerelateerd aan de zeven chakra’s:

7. kruinchakra – agape – universele, allesomvattende liefde
6. voorhoofdschakra – philautia – zelfcompassie
5. keelchakra – pragma – duurzame vriendschap gebaseerd op intensieve en diepgaande communicatie
4. hartchakra – philia – vriendschap
3. miltchakra – storge – genegenheid
2. heiligbeenchakra – ludus – erotisch liefdesspel
1. stuitchakra – eros – seksuele liefde

De Amerikaanse psychiater David R. Hawkins (1927-2012) ontwikkelde een bewustzijnsschaal aan de hand van het chakrastelsel van de mens (zie afbeelding 10). De uitgangspunten en de praktische toepassingen daarvan beschrijft hij uitgebreid in zijn boek ‘Power vs. force – The Hidden Determents of Human Behaviour’. Uit zijn onderzoeken blijkt dat het mogelijk is om het bewustzijnsniveau van iets of iemand te meten aan de hand van kinesiologie. Hij deed duizenden kinesiologische testen om de bewustzijnsschaal te ijken en te valideren.

Het is zeer de vraag of het zinvol of ethisch verantwoord is om het bewustzijnsniveau van mensen op deze wijze vast te stellen, maar het idee dat het niveau van het bewustzijn samenhangt met bepaalde kenmerken en dat het kan toenemen door daar begrip voor te ontwikkelen is natuurlijk wel waardevol. De bewustzijnsschaal van Hawkins loopt van 0 tot 1000. In de bewustzijnsniveaus van 0 tot 100 is er geen drang om te leven. Gevoelens van schaamte, schuld, apathie en verdriet gaan samen met een negatieve passiviteit. De niveaus van 100 tot 200 zijn vooral gericht op zelfhandhaving en worden gekenmerkt door een hyperactiviteit die voortvloeit uit angst, begeerte, boosheid en trots.

De niveaus beneden 200 worden gerekend tot een vernauwd bewustzijn dat gericht is op forceren en daarom destructief is voor het leven. Mensen met een bewustzijn dat kalibreert beneden 200 kunnen alleen groeien in bewustzijn als gevolg van pijn en lijden, waardoor er een groot verlangen ontstaat om daarvan te worden bevrijd. Hawkins komt tot de schokkende conclusie dat maar liefst 85 procent van de mensheid een bewustzijnsniveau heeft van minder dan 200. Tegelijkertijd is hij hoopvol omdat het algemene niveau van de mensheid in de afgelopen decennia is gestegen van iets minder dan 200 naar iets meer dan 200. Dat komt volgens hem omdat een beperkte groep hogere bewustzijnsniveaus heeft bereikt waar een sterke opwaartse werking vanuit gaat voor het geheel.

Aangezien de bewustzijnsschaal van Hawkins een logaritmisch karakter heeft, gaat er van een kleine verhoging van een bewustzijnsniveau een onevenredig grote invloed uit. Zo kan een individu met een niveau van 300 de negativiteit compenseren van 90.000 individuen met een niveau beneden 200. En een individu met een niveau van 700 compenseert de negativiteit van maar liefst 70 miljoen individuen met een niveau beneden 200. Individuen en groepen kunnen de mensheid het beste van dienst zijn door het eigen bewustzijn te verruimen!

Mensen met bewustzijnsniveaus boven 200 zijn min of meer harmonieuze persoonlijkheden met een positieve kijk op het leven. Vanaf het niveau van 400 speelt het verstand een dominante rol. Veel beroemde wetenschappers en uitvinders functioneren op het niveau tussen 400 en 500. Een duidelijk omslagpunt ligt bij het niveau van 500, dat wordt gekenmerkt door onvoorwaardelijke liefde voor alles en allen die mogelijk is dankzij een geopend hartchakra. Vanaf het niveau van 700 is er sprake van verlicht bewustzijn.

Het werk van Hawkins maakt duidelijk dat er hoop is voor de geschonden mensheid en toont aan dat er algemene onvergankelijke principes zijn waarvan we gebruik kunnen maken op de lange weg naar algehele heelwording. Rudolf Steiner verwoordt dat mooi in het volgende gedicht:

De ziel vindt haar woning in de sfeer van de Geest
en de mens kan daar komen,
als hij de weg van het ware denken gaat,
als hij de liefdekrachten van het hart
tot zijn richtsnoer kiest
en het innerlijk zintuig van de ziel
openstelt voor het schrift
dat zich overal in het wereldzijn openbaart,
dat hij steeds kan vinden
als verkondiging van de geest
in alles wat leeft en levend werkzaam is,
in alle dingen ook
die levenloos in de ruimte bestaan,
in alles wat geschiedt
in de wordingsstroom van de tijd.

BESTEL MYSTERIËN EN FAKKELDRAGERS VAN HET ROZENKRUIS

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.