25-12 Beschouwing 4

Spirituele Kerst 4: Het goddelijke in je geboorte geven

Beschouwing voor 25 december (ochtend)

“En toen zij bij Bethlehem kwamen was de dag gedaald en zij moesten de nacht overblijven. Maar Bethlehem was overvol met mensen die op weg waren naar Jeruzalem; de herbergen en de woningen waren vol gasten, en Jozef en zijn vrouw konden geen andere rustplaats vinden dan een grot waarin dieren gehouden werden; en hier sliepen zij.

Tegen middernacht weerklonk een kreet: er is een kind geboren in gindse grot tussen de dieren. En ziet, de beloofde mensenzoon was geboren. En vreemdelingen namen de kleine en wikkelden hem in schone kleertjes die Maria had gemaakt en legden hem in een trog waaruit de lastdieren aten.

Drie mannen in hagelwitte klederen kwamen binnen en stonden voor het kind en zeiden:
Alle kracht, alle wijsheid en alle liefde zij U, Immanuël.

Nu graasden er op de heuvelen van Bethlehem grote kudden schapen en herders bewaakten ze. De herders waren vroom, zij waren mensen van gebed en zij verwachtten de sterke bevrijder die komen zou.

En toen het kind der belofte was geboren, verscheen voor hen een man in een sneeuwwit gewaad en zij deinsden van vrees terug. De man kwam naar voren en zei: Vrees niet. Ziet ik breng u een blijde tijding. Te middernacht is in een grot in Bethlehem de profeet en koning, die reeds zo lang door u werd verwacht, geboren.

En toen waren de herders verheugd; zij voelden dat alle heuvelen vol licht-boodschappers waren.”

In een grot, tussen de dieren, is midden in de nacht een kind geboren. De Andere-in-ons is uit zijn banden gebroken en ademt…

De eerste prille en tere tekenen van een volkomen nieuw leven, diep in het menselijke hart, worden onmiddellijk omringd door ons onbekende krachten van het nieuwe leven, het leven waar de Maria-in-ons zich in haar onwrikbare zekerheid op had gericht. En het kind wordt  “gewikkeld in schone kleertjes die Maria had gemaakt”, direct omhuld door lichtkrachten die het behoeden voor invloeden die het zouden kunnen schaden.

Zorgvuldig wordt dan het jonge leven in de voederbak van de lastdieren gelegd en terstond verschijnen er drie mannen in hagelwitte klederen die het drie geschenken brengen: kracht, wijsheid en liefde. Het zijn de drie fundamentele krachten die alles mogelijk maken, die onoverwinnelijk zijn en een volkomen nieuw leven vragen. Want geen enkel mens van deze wereld zou volkomen kracht, volstrekte wijsheid en allesomvattende liefde kunnen verdragen.

Het openbreken van het nieuwe leven in de mens is dan ook als een alles omvattende verliefdheid, als een doorstraald worden van tot dan toe onbekende krachten die vanuit een onpeilbare bron in het hart opwellen…De lichtgeboorte, de geboorte van het licht-in-de-mens heeft plaatsgevonden.

Het gnostieke christendom ziet de geboorte van Jezus als de geboorte van de nieuwe ziel in de mens die tot een Johannes is geworden. Johannes is de mens die de kracht had zichzelf te zuiveren door nieuwe wegen in te slaan. De nieuwe ziel is het hogere voertuig, “de nieuwe klederen”, waarmee de mens uiteindelijk zijn oorspronkelijke wereld weer zal kunnen binnengaan.

In de paradijsmythe aan het begin van het Oude Testament, in het Bijbelboek Genesis, wordt gesproken over een man en een vrouw die hun geboorteplaats (het paradijs) verlaten en een nieuwe woonplaats (buiten het paradijs) verkrijgen: Adam en Eva.

Met de geboorte van Jezus, aan het begin van het Nieuwe Testament, vangt de weg terug weer aan. Daar lezen we over een man en een vrouw die reizen van hun woonplaats naar hun geboorteplaats: Jozef en Maria. Maria is zwanger door de Heilige Geest. Ze is in spirituele zin maagd: rein en onbesmet, volkomen gericht op het hogere.

Jozef is de vrije bouwer, de mens die zijn gedachteleven heeft gezuiverd en zijn denken richt naar de ziel. Hij symboliseert de strevende mens die, volhardend en gericht op het goddelijke, met overleg werkt en bouwt. Door die arbeid treedt er een voortgaande zuivering plaats die wordt geleid door de ziel.

Hogere octaaf

In onszelf kunnen we Jozef en Maria omschrijven als een nieuwe denkwerkzaamheid en een nieuwe gevoelswerkzaamheid, ontstaan door de aanraking uit het domein van de ziel. In die zin zijn Jozef en Maria te zien als een hogere octaaf van Zacharias en Elizabeth.

Want waar Elizabeth symbool staat voor het op het goede van de wereld gerichte verlangen, staat Maria voor de gerichtheid op het hogere leven. De twee zijn daarom familie van elkaar en brengen beiden kinderen voort met een bijzondere taak:

  • Johannes die tot taak heeft het uiterlijke leven aan te passen aan het nieuwe innerlijke leven
  • Jezus, het kind waarin zuivere Liefde, de hoogste in dit universum, een stoffelijk vorm aanneemt.

Jezus wordt geboren in het donkerste van de nacht in een grot in Bethlehem (betekenis: broodhuis) waar ook lastdieren overnachten. Onze innerlijke lastdieren hebben hun taak verricht: de volhardende, op het doel gerichte os heeft ons alsmaar doen voortgaan en de ezel heeft ons de meest onbegaanbare paden van het leven laten nemen. Zij hebben ons “thuisgebracht”, zij horen bij ons en ook zij overnachten daarom in de grot waar het zielenwezen wordt geboren.

En wat kan die grot anders zijn dan ons eigen menselijke hart. Het menselijke hart is als een grottenstelsel met één speciale geboortekamer: de rechter hartkamer. Daar bevindt zich de kribbe, waarin onze lastdieren os en ezel hun voedsel vonden waarmee we onze reis tot nu toe hebben kunnen volbrengen.

Maar na alle voorbereiding en zuivering is diezelfde voederplaats geworden tot een plaats waar een heel andere levenskracht kan neerdalen: het Licht zelf. Voedsel en kracht voor een geheel nieuwe reis waaraan de hele persoonlijkheid verheugd gaat meewerken.

In vele culturen is een grot een oersymbool van een schuilplaats, een beeld van geboorte en wedergeboorte. Rituele bijeenkomsten werden vaak gehouden in grotten. Grotten vormden ook onderkomens voor het vee en vluchtplaatsen in tijden van gevaar en bedreiging.

De os en de ezel

Waar komen dan toch die legendarische os en ezel vandaan? In het eerste hoofdstuk van het Bijbelboek Jesaja wordt in de verzen 2 en 3 als volgt namens God gesproken:

“Ik heb kinderen grootgebracht en opgevoed, maar zij zijn van Mij afvallig geworden. Een rund kent zijn eigenaar en een ezel de krib van zijn meester, maar Israël heeft geen begrip, mijn volk geen inzicht”.

Het vee weet dus door wie het gevoed wordt en waar het thuis hoort maar de mensen willen niet meer weten waar ze vandaan komen, wie hen voedt en wie hen leidt.

De os en de ezel staan in een bepaalde traditie ook wel voor ‘joden’ en ‘heidenen’. De ezel symboliseert daarin de heidenen die onder de last van zonde en afgoderij gebukt gaan. De os staat dan symbool voor de joden die leven ‘onder het juk van de wet’, net zoals een os een juk draagt tijdens het ploegen.

Het juk duidt hier op de volledige verbinding met en leiding door met het goddelijke. Het woord juk is afgeleid van het latijnse iungere, dat verbinden betekent en nog herkenbaar is in bijvoorbeeld het woord yoga.

Zo zijn de os en de ezel die samen bij de kribbe van Jezus staan, het symbool voor de idee dat de innerlijke lichtgeboorte niet voorbehouden is aan een enkel ras of land maar de roeping is voor de gehele mensheid. Ieder mens kan de innerlijke lichtgeboorte vieren op het juiste moment in zijn of haar leven, in zijn of haar eigen jaar 0.

God in de mens

Licht-boodschappers, de zichtbare en onzichtbare geestelijke leiders van de mensheid, dalen af naar de wereld van tijd en ruimte om de mensheid te steunen en te begeleiden bij elke stap op het spirituele pad.

De geboorte van het goddelijke kan niet worden geforceerd. Je kunt alleen maar de voorwaarden scheppen waardoor die geboorte eens kan plaatsvinden. Hoe weet je of de nieuwe ziel in je geboren is? De beroemde mysticus  Meister Eckhart schrijft daarover:

“Je keert nu je gezicht geheel en al naar die geboorte toe. Ja, in alles wat je ziet en hoort, wat het ook is, treedt deze geboorte je tegemoet. Precies zoals een mens die lang in de zon heeft gekeken, daarna in alles waar hij naar kijkt het beeld van de zon ziet. Zolang jij niet in ieder ding God zoekt en in het oog krijgt, heeft deze geboorte nog niet in je plaatsgevonden”.

BOEK SPIRITUELE KERST

EBOOK SPIRITUELE KERST

Een gedachte over “25-12 Beschouwing 4

  1. Remco Mettrop

    Het afvallig zijn van de mens word vaak gezien als een jammerlijke misstap van de mens maar was dit niet precies de wil van Het Al-Ene zodat wij ons konden ontwikkelen tot geesten van vrijheid en liefde.

    Wanneer Het Al-Ene tegen zijn creatie zou zeggen “ga nu en wees vrij” en wij zouden antwoorden “ja wij zullen gaan en vrij zijn” is dit geen vrijheid maar gehoorzaamheid.

    Alleen door onze oorsprong te vergeten en de mogelijkheid te krijgen om te dwalen in dualiteit kunnen wij uit eigen vrije wil de broodkruimels, die wij achter lieten, volgen terug naar huis.

    Ook al voelt het vaak zo, wij zijn nooit alleen op weg. De heuvels staan immer vol lichtboodschappers. En zelfs zij die door Het Al-Ene voortbestemd zijn om ons te verleiden van het pad te dwalen dienen slechts hun doel in een plan dat groter is dan onze sterfelijke ogen (welke slechts wikkels zijn zoals Mirdad zo prachtig verwoord) kunnen overzien.

    Dit alles te leren doorzien brengt een diepe rust en acceptatie.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *