29-12 Beschouwing 8

Spirituele Kerst 8: Je opdracht in het leven

Beschouwing voor 29 december (ochtend)

BESCHOUWING BIJ spirituele tekst 7

De mens is tweevoudig: hij is sterfelijk naar deze aardse natuur en onsterfelijk naar de oorspronkelijke, goddelijke natuur. Het Aquarius Evangelie laat niet na te wijzen op deze tweevoudigheid, zoals in de lessen van de wijzen in Zoan waar zij spreken over de twee ego’s.

Er is in het leven van een mens altijd sprake van een uiterlijke opdracht en een innerlijke opdracht. Een uiterlijke opdracht, gericht aan de sterfelijke mens, kan men aannemen of weigeren. Een innerlijke opdracht, gericht aan het onsterfelijke, het goddelijke in de mens, is echter deel van het Scheppingsplan. Wanneer wij de innerlijke opdracht aannemen en de bereidheid daartoe tonen dan ligt daarin de sleutel tot de vervulling besloten.

Zoals elk Evangelie verhaalt het Aquarius Evangelie van die innerlijke opdracht, van de innerlijke ontwikkeling van de mens. De gezondenen, wijsheidsleraren zoals Elihu en Salomé, hebben de taak de mensheid te blijven herinneren aan die innerlijke opdracht, aan de hoge afkomst en aan de mogelijkheid tot terugkeer naar de oorspronkelijke natuur en daarnaar te leven.

Openbaarders van het Licht

Het Aquarius Evangelie vertelt, na de geboorten van Johannes en van Jezus, over de opdracht die Elisabeth en Maria ontvangen. Zij worden dan onderwezen in de grotten van Zoan (in Egypte), dat wil zeggen in de mysterieschool van Elihu en Salomé. Elisabeth en Maria worden de  ‘uitverkoren moeders’ genoemd van de lang beloofde zonen, de Openbaarders van het Licht.

Elisabeth en Maria krijgen de taak om hun zonen te onderwijzen, om een stevige eerste steen te leggen waarop de Tempel van de Nieuwe, Oorspronkelijke Mens (her)gebouwd moet worden. Zij moeten hun zonen bezielen, in vlam zetten met liefde en gerechtigheid, gericht op het heilige doel van hun opdracht zodat zij te zijner tijd de machtige arbeid die hen wacht, kunnen uitvoeren.

God en de mens waren één. Door gedachten, woorden en daden verbonden met de wereld van ruimte en tijd heeft de mens zich van de oorspronkelijke, goddelijke wereld losgemaakt en zichzelf verlaagd.

God laat echter de wereld, de mens, niet los en zoekt wat verloren is gegaan. Hij wil de oorspronkelijke verbinding tussen God, Kosmos en Mens weer herstellen door de Liefde.
Daarvoor zendt Hij zijn zonen de wereld in om daar het Licht, de Liefde, te openbaren en daardoor de mogelijkheid van terugkeer naar de eenheid bekend te maken.

Johannes krijgt de opdracht om het welslagen van deze opdracht door voortdurende reiniging voor te bereiden. Alleen Reinheid maakt de weg vrij, ruimt blokkades op en maakt de paden recht zodat Jezus de Liefde aan de mensen kan brengen.

Liefde en reinheid

Wat is de kern van deze boodschap? Uitgangspunt is dat geen mens uitsluitend leeft voor zichzelf; ieder levend wezen is door koorden aan ieder ander levend wezen gebonden.

Ieder mens heeft een tweevoudige innerlijke opdracht: een individuele opdracht om het leven te leven in de situatie waarin hij of zij zich bevindt, om van daaruit via levenservaring tot bewustzijn en tot vernieuwing komen. En voorts om zijn innerlijk werk te verrichten en zo mee te helpen aan een verdere spirituele ontwikkeling van wereld en mensheid.

Elke mens heeft zijn idealen en streeft altijd naar de realisatie daarvan. Drie gebieden van menselijk streven tonen dit het duidelijkst: de wetenschap, de kunst en de religie. Elk van deze aandachtsgebieden heeft zijn eigen ideaal: in de wetenschap streeft de mens naar waarheid, in de kunst streeft de mens naar schoonheid, in de religie streeft de mens naar goedheid.

Het ware, het schone en het goede

De gebieden van het ware, het schone en het goede corresponderen met denken, voelen en handelen. Zij worden werkelijkheid met behulp van drie attributen: het hoofd, het hart en de handen.

Maar wanneer we nuchter nagaan wat de mensheid heeft weten te realiseren met zijn streven naar idealen is het opmerkelijk dat de mens er niet aan toekomt om blijvende resultaten te boeken, hooguit voor een moment. Daardoor is onze wereld een wereld van waan gebleken.

Hoe komt  dat, waarom is alles maar tijdelijk, slaat alles om in zijn tegendeel, loopt de mens vast? Omdat onze wereld niet de oorspronkelijke wereld is. Omdat onze strevingen gebaseerd zijn op het lagere ego, zelfs als we menen dat het anders is.

Gaan we te rade bij het Aquarius Evangelie. Hij die zichzelf kent, kent de waan van de wereld; kent de dingen die voorbij gaan; hij die God kent, kent alles wat niet voorbijgaat.

De wijzen van Zoan leren ons daarom: als de mens bevrijd wil worden van de waan van deze wereld, moet hij zijn blik naar binnen richten. Daarom maakt de leraar Elihu een scherp onderscheid tussen de twee ego’s.

Twee ego’s

De zelf geschapen goden en demonen, die geen oren hebben om te horen, noch ogen om te zien, nog een hart voor medegevoel, noch macht om te redden, en die gemaakt zijn van lucht en gekleed met schaduwen en gedachten, wonen in het lagere ego, dat wij kennen als onze ik-gerichte persoonlijkheid.

Elihu roept ons op om dit ik-gerichte ego te leren kennen en te doorgronden en, ons daarvan bewust geworden, onze gedachten, gevoelens en handelingsleven te zuiveren, te reinigen. Wanneer een reine levenshouding door ons wordt nagestreefd zullen zij kunnen verdwijnen door de macht van de liefde.

Johannes is de voorloper. Zijn moeder, Elizabeth, heeft weet van de waan van deze wereld, waarvan zij niets meer verwacht. Haar bewustzijn is gekomen op het punt waarop zij de reiniging daadwerkelijk wil aanvangen, omdat er geen andere uitkomst meer is.

Aan Johannes is de taak opgelegd om deze reiniging daadwerkelijk aan te pakken, te realiseren tot nieuwe levenshouding en aldus de paden recht makend voor wie na hem komt. Wat na de reiniging komt is de liefdekracht van Jezus, geboren uit het meest zuivere dat wij ons maar kunnen voorstellen, Maria.

Zo zien we dat Johannes en Jezus geen figuren zijn buiten onszelf maar aspecten van de innerlijke opdracht die wij allen hebben ontvangen. Wijzelf hebben de opdracht ontvangen openbaarders te worden en te zijn van het Licht. Wanneer dan het Licht van de Jezusfiguur in ons is gerealiseerd, is de weg open naar het ware, het schone en het goede dat geen tegendeel kent en waarlijk goddelijk is.

BOEK SPIRITUELE KERST

EBOOK SPIRITUELE KERST

7 thoughts on “29-12 Beschouwing 8

  1. jes Jespers

    In deze heldere beschouwing staat in feite geformuleerd wat de taakstelling van elke esoterische/mysterie-school zou moeten zijn. Mensen zijn tweevoudige wezens, die naast een tijdelijk `ik´ dat zijn thuis heeft in de dimensie van ruimte en tijd hier op aarde, ook een eeuwig ofwel het `tijdloze` Goddelijk `IK´ in zich dragen waarvan zij zich bewust kunnen worden. Een esoterische/mysterie-school dient een gidsrol te vervullen om de leerlingen, de verloren zonen die naar huis, naar hun oorsprong, terug willen, daarin bij te staan.

    Op de reis naar zijn goddelijke eeuwige `tijd- en ruimteloze- oorsprong´ , het NU, kan de mens geen bewustzijnsvormen uit de wereld van ruimte en tijd meenemen, hij moet daarvoor `weer arm van geest (maagdelijk) worden´, weer `als de kinderen´ worden, zoals Jezus in de Bergrede zijn apostelen voorhield, om `het koninkrijk Gods te kunnen beërven´. Hiervoor hoeft de mens echt niet eerst dood te gaan, hij moet gewoon leren stoppen al malende en al dagdromend voor God en zijn naasten in gesprek en dus niet bereikbaar te zijn.

    Er bestaat niets buiten het AL, God en de mens waren één, en zijn nog steeds één, doch de mens is in slaap gesukkeld en kan zich die EENHEID met God niet langer herinneren, hij heeft zich een droomwereld en nieuwe niet Goddelijke identiteiten aangemeten en is daardoor niet langer EEN met het goddelijke. De geest van de mens wordt bezet gehouden door valse identiteiten die zich voor het geheel van hem kunnen uitgeven, hem letterlijk kunnen laten reageren als een bezetene. Een mens kan slechts iets bezitten als hij ook toestaat er door bezeten te kunnen worden, dat is de prijs die hij voor het onttrekken aan de EENHEID van het Goddelijke bezit, zijn toegang tot het paradijs blokkeert hij er mee.

    Voor de mens er aan toe is zich zijn Goddelijke oorsprong te kunnen gaan herinneren (Jezus in je) zal de Johannes in je je geest daarvoor ontvankelijk moeten maken. Deze taak is volgens mij tweeledig:
    1. De mens moet uit de droom geholpen worden
    2. De mens moet gaan inzien wie hij niet is.

    Als na een nachtrust het bewustzijn komt, staat een mens op en begint deze veelal op de automatische piloot aan zijn dagelijkse routine, een routine die hij al dromend kan afwerken. Zelfs autorijden kan hij dromend, soms schrikt hij even een beetje wakker als er iets onverwachts gebeurt. Zeg niet tegen zo iemand dat hij loopt te slapen, hij zou zich beledigd voelen, nee, het gangbare eufemisme voor die dagdromerij-staat is dat men `in gedachten is´! Jezus zei over de dagdromende mens: `Horende horen ze niet en ziende zijn ze blind´. De wetenschappelijke naam voor deze ´bewustzijnsstaat´ wordt `dagbewustzijn ´of `wakende slaap´ genoemd.

    Wakker worden is dus wat anders dan `ontwaken´, ontwaken doe je uit die dagdromende `wakende slaap´. Pas als je ontwaakt bent, ben je bij zinnen, je bent je daarin bewust waar je met je aandacht bent, dus je weet dat je kijkt, je weet dat je hoort, proeft, ruikt of voelt. Aandacht maakt van `horen´ `luisteren´ en van `kijken´ `zien´, maakt dat je weet dat je proeft, ruikt of voelt. Aandacht kan je schenken, maar kan je ook boeien als je deze niet tijdig los weet te rukken, aandacht die je niet beheerst, kan maken dat je depressief wordt of obsessief, kan van een idee in je hoofd uitgroeien tot een angst of een obsessie en van een mug een olifant maken. Het woord `aandacht´ zegt letterlijk dat je `niet langer aan het denken bent´, dat je niet in je hoofd zit maar je aandacht bewust ergens op gericht hebt.

    Aandacht maakt dat je niet in je hoofd aan het dwalen bent maar dat je hier en nu vrij van denken tegenwoordig bent, deze staat wordt wel een staat van meditatie genoemd. Als je in gebed bent met al je aandacht, of Tai-chi oefeningen doet, of je aandacht bij een mantra houdt, of bij het zingen van een lied, of bij het schrijven van een tekst, bij alles wat je met aandacht doet, zijn dat allen vormen van een meditatieve staat. Al doende oefen je daarmee je aandacht te leren beheersen en blokkeer je het ego zich met je doen en laten te gaan bemoeien.

    Aandacht aan iets onthouden is stoppen met voedsel te schenken en wat niet langer gevoed wordt sterft. Aandacht is het doorgeven van het Licht van Bewustzijn, als je aandacht aan iets schenkt, ben je die aandacht, aandacht is Bewust Zijn. In de beschouwing wordt gesproken over OPENBAARDERS van het Licht, wel, als je bewust je aandacht schenkt, geef jij daarmee het Licht van Bewustzijn door en ben je zo´n Openbaarder van het licht, laat je zien wat aandacht vermag. Dat kan zich gaan uitstrekken van een perfect geschilde aardappel tot het grootste kunstwerk, de Volmaaktheid aan het werk.

    Reageren
  2. Carmen

    @Jes Jespers Ik vind dat u een boeiend betoog heeft gehouden. Ik ken de Christelijke leer niet zo goed (en wat ik er van weet vind ik vooral verwarrend) maar ik herken zeker de tweeledige taak die u beschrijft. Vooral het leren wat de mens niet is (geen lichaam, geen gedachten, geen geheugen etc) is een bekend fenomeen dat ‘neti-neti’ heet in de Advainta Vedanta traditie en wat staat voor: niet dit, niet dit. Uiteindelijk blijft dan alleen het goddelijk bewustzijn over, het Al, de Tao.

    Wat ik echter niet herken (of misschien niet erken) is dat het ego geblokkeerd zou moeten worden. In het Al is volgens mij ook ruimte voor het ego. Anders zou het niet het Al zijn. “Doe niets, laat niets ongedaan”, is een gezegde uit de Tao tse ching. Dit gaat over het ‘Wu wei’ principe, het meegaan met de natuurlijke stroom, geen tegenstand bieden en daardoor moeiteloos opgaan in de Tao, het Al. Ik denk dat dit overeen komt met de meditatieve staat die u beschrijft. Echter, deze staat kan niet bereikt worden door bewust iets te blokkeren, te beheersen of buiten te sluiten, want deze acties zijn namelijk van het ego.

    Ik ben benieuwd wat uw mening hierover is.

    Reageren
    1. André de Boer

      Carmen, ik ben Jes niet, maar zou wel graag iets willen opmerken vanuit de visie van het Gouden Rozenkruis, van waaruit het online-programma Spirituele Kerst is ontwikkeld. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen de persoonlijkheid en het ego. De persoonlijkheid is het instrument waarin wel worden onderscheiden: stoffelijk lichaam, etherlichaam, astraal lichaam en mentaal lichaam. Ego heeft te maken met identificaties.

      Om in deze wereld te functioneren is het noodzakelijk dat er een persoonlijkheid en een ego worden opgebouwd. Bij het gaan van het pad lost het ego heel geleidelijk op als gevolg van een groei in bewustzijn en assimilatie van het geestelijke licht. Niet alleen het bewustzijn transformeert, maar ook de persoonlijkheid. De persoonlijkheid lost dus niet op, maar wordt getransformeerd tot iets wat wel het opstandingslichaam of gouden bruiloftskleed wordt genoemd. Het stoffelijke lichaam sterft uiteraard naar verloop van tijd, maar de hogere aspecten van de getransfigureerde mens blijven intact. Dit wordt beschreven in onder andere het online programma Spirituele Pasen en de beschouwing Het opstandingslichaam verwerven.

      Het ego wordt op het gnostieke pad niet geblokkeerd. Dat zou forceren zijn en onherroepelijk schade veroorzaken. Het ego dient vooral herkend te worden. Er treedt een zelf-ontmaskering op omdat het innerlijke licht sterker gaat schijnen. Dat is bepaald geen prettige ervaring en misschien het begin van een lange innerlijke worsteling.

      Ontkennen of buitensluiten was voorheen misschien een strategie om te overleven of de pijn niet te hoeven voelen, maar kan op het spirituele pad niet volgehouden worden. De donkere aspecten in onszelf dienen te worden herkend, erkend, gevoeld en losgelaten. Alleen op basis van die bewustwording en reiniging kan er duurzame vernieuwing binnen het menselijke stelsel optreden.

      De genoemde bewustwording en reiniging dienen niet alleen op individueel niveau plaats te vinden, maar ook op collectief niveau. En dat is de opdracht waar bijna de hele mensheid op dit moment mee te maken heeft.

      Reageren
    2. Jes Jespers

      Carmen,

      Wat je bestrijdt versterk je, om iets te bestrijden schenk je het aandacht en met die aandacht voed je juist dat waar je van af wil. Je moet echter juist ‘doen wat er gedaan moet worden, de geest blijft toch aandacht vragen voor alles wat je nog af moet maken en om de geest het zwijgen op te leggen moet je echt doen wat er gedaan moet worden.

      Kinderen zijn nog spontaan en reageren niet vanachter een denkmuur. Op weg naar volwassenheid van het mensdier, dat we ook zijn, zullen we tot weerbare mensdieren moeten uitgroeien en dat betekent dat je als egogericht mens via de ervaringen die je opdoet (ook aangedaan worden) jezelf leert kennen. Ervaringen en pijn zijn er om van te leren: ‘wat u niet wil dat u geschiedt……’.

      Je zal het best jezelf leren kennen door je te laten kennen, is dat als je jong bent nog via je daden, als je ouder wordt en je meer zelfvertrouwen hebt, durf je je meer en meer kwetsbaar op te stellen en wordt je langzaam wat wijzer. Als je zover komt dat je je niet langer meer identificeert en voor je eigen meningen geen halve cent geeft, is je ego al knap op weg naar de uitgang, ‘ben’ je niet meer de rollen die van je verwacht worden, maar ga je die rollen spelen, blijft je persoonlijkheid over. Nog verder komend ga je beseffen dat het slechts een illusie was dat jij het deed wat er gedaan werd en dat er geen ‘ik’ is die doet. Zoals wu wei met het ‘niet doen’ inhoudt je ego er niet langer mee te laten bemoeien, maar spontaan als de kinderen van je spel te gaan genieten. Of zoals Christus aan het kruis dat zei:”Heer niet mijn wil, doch Uw wil geschiedde’. Ik doe is zoals je stelt het ‘ego’ dat blokkeert dat iets vanZelf gaat.

      Reageren
  3. Jerry Zecha

    Reactie op 29-12 Beschouwing 8

    De mens is van nature enkelvoudig: ‘Ik ben, dat ik ben’.
    Dit Bewustzijn, het Ik ben, is de eerste en bijgevolg de enige oorzaak. Alles is derhalve Bewustzijn, Onveranderlijk, Allesdoordringend, Eeuwig.
    Uit het Ene Bewustzijn verschijnt onder de versluierende invloed van Maya (onwetendheid) de droom van het Vele. Alleen het Ene is werkelijk, Zijn droom van het Vele is onwerkelijk, tijdelijk. De empirische wereld is bedoeld om karma te verrekenen. Het wordt als werkelijk ervaren, maar is evenals de droom een verschijnsel.

    Zo verschijnt het Ego, het Ik (zuiver Bewustzijn) in Zijn droom als individu (het ego, het ik plus het geest-lichaam complex) geconditioneerd Bewustzijn. Het Ik (het zuiver Bewustzijn) is werkelijk, het individu (geconditioneerd Bewustzijn) is onwerkelijk.

    Zelfontmaskering is het ontdoen van onwetendheid, het scheuren van de voorhang van Maya, dan wel tot het Bewustzijn komen, dat ‘ik’ altijd al het ‘Ik ben’ geweest ben; en dat het Individu en het Vele louter verschijnselen zijn van het Ene. Dat is de grootste inwijding en blijvende ervaring, Bevrijding! Het einde van saṁsāra. ‘Ik ben, dat ik ben!’

    Dat zegt het hart voortdurend, luister maar: Doek, doek – Doek, doek …… Hiermee ga ik op reis!

    Reageren

Laat een reactie achter aan André de Boer Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *