De goddelijke alchemie en de mens – hoofdstuk 9 uit ‘De komende nieuwe mens’ van Jan van Rijckenborgh

BESTEL DE KOMENDE NIEUWE MENS

Hieronder volgt het negende hoofdstuk uit De komende nieuwe mens, een magistraal geschrift waarin Jan van Rijckenborgh (fakkeldrager van het Rozenkruis 21) de weg van transfiguratie uitgebreid toelicht.  Dit boek is heel veel gebruikt tijdens kleine bijeenkomsten om beginnende leerlingen vertrouwd te maken met de wijsbegeerte van het moderne Rozenkruis.

Het is niet onmogelijk dat wij bij onze inleidende beschouwingen over de komende nieuwe mens voor velen nog te weinig concrete richtlijnen hebben getrokken. Immers, beschouwingen over aardkringen, oerbeelden, natuurkrachten en magnetische werkingen liggen niet direct in het gebied van het overzichtelijke. Daarom hopen wij dat het onderwerp van dit hoofdstuk u, naar uw diepste gevoelen, nauwer dan ooit verbinden zal met de waarden en werkelijkheden die de Broederschap tot uw bewustzijn wil overdragen. De toestand-van-zijn van de dialectische menselijke levensgolf zal hier namelijk op een andere wijze worden benaderd, in de hoop dat de feiten meer dan ooit tot u zullen spreken en u tot de vereiste reactie zullen bewegen.

Aan onze wonderbaarlijke planeet, waarvan de mens maar een zeer klein en door hem disharmonisch gemaakt gedeelte kent, ligt een goddelijke alchemische formule ten grondslag, die in een voortdurende staat van uitvoering verkeert. Het is een formule, door de goddelijke geest samengesteld, met betrekking tot een openbaring in, door en met de oersubstantie.

De oersubstantie vult de grote, oneindige, interkosmische ruimte, de eeuwige zee van de goddelijke levensvolheid. Zij is de universele materia magica, met behulp waarvan iedere openbaring mogelijk wordt. Alle denkbare en ondenkbare elementen, stoffen en krachten zijn anorganisch in deze materia magica aanwezig, en in deze universele zee van de levende wateren openbaart zich nu wat men wel heeft aangeduid als de Grote Adem. Het is de onkenbare geest, die deze vloed der wateren beweegt, hanteert en tot openbaring stuwt.

Wanneer de Grote Adem de wateren van de oersubstantie beroert, zien wij eerst worden wat ‘de oorspronkelijk ziel’ wordt genoemd, namelijk de formule, het alchemische plan, van openbaring. De ziel is derhalve een openbaringsbeginsel in de oersubstantie. Doch deze definitie is niet voldoende om voor ons besef haar aard enigszins te bepalen. Daarom stellen wij vast dat het zielebeginsel een vuur is, dat door de geest in de oersubstantie, in de materia magica, wordt ontstoken.

U weet dat de ziel ‘een vuur’ is. Daarom spreken wij van zielevuur, van slangenvuur, van het vurige beginsel van de ziel. Als wij dit vuurbeginsel van de ziel verder onderzoeken, komen wij tot de ontdekking, dat op ons bestaansgebied het vloeibare vuur van de ziel een zeer ijl elixer, een gas is, namelijk het welbekende waterstofgas. Waterstofgas komt voor in een oneindig aantal variaties, die echter alle dezelfde fundamentele beginselen bezitten. U zult op school geleerd hebben dat waterstof in alle samengestelde stoffen aanwezig is, dat het in zuurstof brandt, dat het de grootste verbrandingswarmte produceert van de ons bekende elementen, en tenslotte dat het in hoge mate explosief is.

Als u hieraan denkt, zult u ten volle kunnen omvatten in welk een uiterst kritieke en hyper-zwartmagische fase de mensheid verzonken is, een fase die ook de Atlantische mensheid even voor haar einde bereikt had. Zoals bekend, hebben de natuurwetenschappelijke magiërs van onze dag waterstofbommen vervaardigd. De waterstofbom of H-bom belichaamt het zielebeginsel van het verderf, van de zelfvernietigende explosie. Wie daarmee begint, tast, meer nog dan met de A-bom, de grondslagen van de oersubstantiële ruimte aan en kan het gehele universum tot ontreddering voeren. Zo iemand er nog aan mocht twijfelen dat de mensheid de periode van de laatste dagen is binnengegaan, dan zal hij nu zijn twijfel voor zekerheid kunnen verwisselen.

Wij zeiden u reeds dat waterstofgas in een oneindig aantal variaties voorkomt, al naar het aantal vibraties waarin en waarmee het zich openbaart. De schier oneindige verscheidenheid van openbaringen en manifestaties in het universum is daaruit te verklaren. U zult voorts verstaan dat een vurig zielebeginsel van aard, en dus van vibratie, kan veranderen. In dat geval zal ook het oorspronkelijke gevolg van de zielevibratie plaats maken voor een geheel ander gevolg.

Indien de oorspronkelijke ziel, de eerstgeborene, zich harmonisch blijft verhouden tot de Grote Adem, tot haar goddelijke schepper, dan zal de openbaring uitbreken in wat de universele Leer ‘manas’ noemt, het oorspronkelijke menswezen, de oorspronkelijke mensopenbaring. Maar het is overduidelijk dat de ziel van de mens geen oorspronkelijke ziel meer is. Zijn zielevuur is een waterstofbeginsel van de aardse natuur. Ware de ziel van de mens oorspronkelijk, in de volle zin van het woord, een pre-vuurbeginsel, door de Grote Adem in de materia magica ontstoken, haar openbaring zou daarvan het goddelijke bewijs leveren. De ziel van de mens is evenwel een versplitsing van de oorspronkelijke ziel, een verzonken zielebeginsel. Dit zielebeginsel is een waterstofformule die geheel op deze natuur is afgestemd en volledig daaruit is te verklaren.

Daarom wordt de mens een stofgeborene genoemd en is zijn openbaring sterfelijk. Overduidelijk is dat dit stofgeboren zielebeginsel teniet moet worden gedaan en dat er wederom een oorspronkelijke ziel uit de Grote Adem moet worden geboren, zo de mens aan dit bestaansveld ontheven wil worden en weer een nieuwe mens wil zijn, een oorspronkelijke mens.

Daarom wordt door Jezus Christus de aandacht gevestigd op de transfiguratie, de ziele-wedergeboorte, en daarom worden zij die naar het oude goddelijke vuurbeginsel herboren zijn ‘tweemaal geborenen’ genoemd. Wie deze geboorte niet kan vieren, zal het Koninkrijk Gods niet zien. ‘Wie niet herboren wordt uit water en geest, kan het Koninkrijk Gods niet ingaan’ (Johannes 3:5).

Jezus duidt hier, in zijn gesprek met Nicodemus, op de kern van alle transfiguratie. Iedere leerling in de School van het Gouden Rozenkruis, iedere kandidaat voor het pad van wedergeboorte, moet primair herboren worden naar het zielevuur. Zijn zieleradiaties moeten weer stralen en vibreren naar de oude goddelijke formule van de Grote Adem. De oersubstantiële concentratie van zijn microkosmos moet heftig bewogen worden door de geest. Deze storm van de geest, dit Pinksterfeest van goddelijk vuur, moet het aardse waterstofbeginsel wegvagen, opdat het oude openbaringsveld weer stralen moge met onuitsprekelijke luister. Wie dit niet wil, zal het Koninkrijk Gods niet zien. Wie niet wil sterven naar het ik, moet in onze School niet komen.

Iedere sterveling naar de natuur is een levende waterstofbom, die zich, al exploderend en raketterend, voortplant in een hel van verschrikking, tot het geheel, als collectief, als een vurige oven loeit en het al verteert. Doch laat ons dit onderwerp nuchter en zakelijk overwegen, opdat u de waarheid van het getuigenis van de universele wijsbegeerte dermate als benauwend feit zult ervaren, dat u aan de erkenning ervan niet meer kunt ontkomen.

Als het zielevuur in de oersubstantie is ontstoken, ontstaat er, naar een bepaalde formule, een waterstofconcentratie. Zodra deze waterstof in de oersubstantie is vrijgemaakt, wordt daardoor tegelijkertijd een tweede element aan zijn latentheid ontheven, namelijk zuurstof.

U weet dat waterstof in zuurstof brandt, tot een vuur wordt. Als de waterstofconcentratie de zuurstof ontmoet, ontstaat er dus een verbrandingsproces, zoals er in het lichaam door de ademhaling een verbrandingsproces tot stand komt ten gevolge van de ontmoeting van zuurstof uit de atmosfeer en de waterstofconcentratie van de ziel.

Nu zult u wellicht opmerken: ‘Wordt dit verbrandingsproces dan geen waterstofexplosie, en zal dit geen aanleiding geven tot grote en ontstellende ontredderingen? Bestaan er terzake wellicht natuurlijke grenzen, die dit proces binnen zekere perken, binnen een bepaald plan besloten houden?’

Inderdaad, die grenzen zijn er. De natuurlijke grenzen van het verbrandingsproces, dat uit de ontmoeting tussen waterstof en zuurstof ontstaat, worden gevormd door een derde element, namelijk het element stikstof.

U hebt misschien in uw jeugdjaren geleerd dat stikstof een verbindingsgas is, doch deze definitie geeft de werkzaamheid van dit gas niet voldoende weer. Stikstof bevat twee krachten: een vertragingskracht en een volhardingskracht. Beide krachten gaan uit van de formule die aan de openbaring ten grondslag ligt. De volhardingskracht zorgt ervoor dat het plan van de openbaring zich zonder onderbreking doorzet; de vertragingskracht maakt dat de ontwikkeling van het plan niet aan leiding ontsnapt en dat dus het verbrandingsproces geen explosief proces kan worden.

Resumerend ontwikkelt er zich dus een proces uit een verbranding, uit een vuur, door de ontmoeting tussen de elementen waterstof en zuurstof, terwijl een derde element, stikstof, het geheel planmatig doet verlopen. Dit gehele proces wordt aanleiding voor een openbaring, voor een manifestatie, waarin de eerste oorzaak, het plan zelf, zich openbaart.

Deze openbaring komt tot stand met behulp van een vierde element, dat wij kennen onder de naam koolstof. Door koolstof komen de dingen tot vorm, tot verbindingen. Koolstof is een kristallisatiekracht. Het is de grondslag van alle organische stoffen, het element met behulp waarvan men alle denkbare en ondenkbare vormen kan vervaardigen. Er is dus: ten eerste: een fundamenteel vuurelement – waterstof; ten tweede: een fundamenteel ontstekingselement – zuurstof; ten derde: een fundamenteel openbaringselement, een vormgevend element – koolstof.

Het plan dat aan deze drie samenwerkende elementen ten grondslag ligt, de aard, de kwaliteit, de eventueel goddelijke of ongoddelijke oorsprong daarvan, gaat blijken door de twee krachten van een vierde element, het beheersingselement – stikstof. De vertragings- en volhardingsfactoren van dit element bepalen tenslotte het resultaat.

Met deze vier primaire elementen wordt de goddelijke alchemie volbracht. Uit en door deze vier elementen existeert iedere kosmos en iedere microkosmos. Daar iedere oorspronkelijke ziel leefde uit de Grote Adem, uit een goddelijk plan, zult u nu wel inzien dat ieder oertype van dit plan, als een voor iedere entiteit bewaarde levende formule, verblijf houdt in de aardkring van de oertypen. Immers, wij behoren tot stelsels die leven uit het samengestelde planetaire systeem dat wij de kosmische zevenheid noemen.

Onze zevenvoudige moeder-planeet bewaart al deze goddelijke schatten in haar geboorteschoot, waaruit de mens ze opnieuw heeft op te delven. In de legendarische verhalen van de hoogste en diepste mysteriën moet daarom de kandidaat, zoals Dante in zijn Goddelijke Komedie, afdalen in de aardkringen, om daar door Beatrijs, de goddelijke, tot het universele licht te worden geleid.

Na alles wat wij hebben gepoogd u te doen verstaan, zult u eveneens kunnen begrijpen dat het hart der Aarde uit een concentratie van waterstofgas bestaat; dat de radiatie daarvan als het oude, oorspronkelijke geestvuur uit een van de polen opstijgt en zich in onze atmosfeer verspreidt; dat er daarom ‘een getuigenis in de wolken des hemels’ is, een levende Christusradiatie, die adem-technisch vanuit onze atmosfeer kan worden ingedronken; en dat dus het broederschappelijke stralingsveld niet slechts een symbool is, doch een levende werkelijkheid en een totale antithese van de gemeenschappelijk, dialectische staat van de mens.

Iedere leerling zal nu kunnen weten, waarom de mensheid de periode van het laatste der dagen is binnengegaan, en waarom de kreet ‘de tijd is daar!’ zowel een roep is als een juichkreet.

Een zeer eenvoudige overweging en de feiten zelf zullen u dat bewijzen. Viervijfde deel van de dialectische levensatmosfeer bestaat uit stikstof. Is dit stikstof in zijn oorspronkelijke toestand, het goddelijke beheersingselement? Geen sprake van! Het is het dialectische beheersingselement, dat uit en door een onheilig openbaringsproces wordt vrijgemaakt. Deze grote beheersingsmacht dwingt, dringt de mens in dood en verderf. Met een satanische volharding en een vertragingswerking als van een vertraagde film sleept deze grote macht hem mee in gestage wielwenteling. In deze gebonden toestand eten de mensen de stikstof van de dialectiek in de vorm van eiwitten en tal van andere dierlijke en plantaardige producten. En zij spreken van zuivere voeding en van zuivere lucht, doch zoals zij in dit onheilsveld leven en ademen, zo eten zij ervan, om tenslotte, in een voortdurende versterving, in de stikstof te stikken.

‘What’s in a name?’ zo vroeg een van de klassieken (William Shakespeare in Romeo and Julia). Welnu, u weet thans wat de naam stikstof te zeggen heeft en u weet nu ook hoe uitermate dringend noodzakelijk het is te gaan leven, te gaan ademen, te gaan eten in het oorspronkelijke veld van de Christushiërofanten, het veld van de vier heilige spijzen. Tot deze wonderbare spijziging wordt u geroepen.

 

Bron: De komende nieuwe mens van J. van Rijckenborgh

BESTEL DE KOMENDE NIEUWE MENS VAN € 28,50 voor € 15,00 (ACTIEBOEK)

(EN ONTVANG GRATIS HET BOEKJE MONTREALP DE SOS – DE GRAALBURCHT)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *