De toekomst van de School van het Gouden Rozenkruis – gedeelten uit ‘In het teken van de driebond van het licht’

De onderstaande tekstgedeelten zijn uitgesproken in de laatste toespraak van de internationale conferentie van de School van het Rozenkruis in september 2012 in Ussat-Ornolac in Frankrijk. Ze zijn gepubliceerd in het boek In het Teken van de Driebond van het Licht.

We willen u graag verbinden met de toekomst die wij voor ons zien, inrichtende ons deel worden wanneer wij het bewustzijn verheffen tot de niveaus waar de broederschap actief is. Wij willen u graag verbinden met de toekomst die hier vandaag door ons allen geconcipieerd wordt, die hier, op oude gnostiek-magische wijze, over ons wordt opgeroepen en in haar gehele omvang met ons wordt verbonden. Want het is toch zo, dat de ware wijzen weten dat wat morgen is, nu voorbereid wordt, en werkelijkheid is in de geestelijke atmosfeer. De ware wijsheid weet dat er geen verschil is tussen hier en daar, en tussen vandaag en morgen. 

En die werkelijkheid is verblijdend, glorieus, verheven, menswaardig. Die werkelijkheid is broederschap, in de diepste zin van het woord. Die werkelijkheid omsluit alle levende wezens, doordringt alle harten, en is eenheid. En zoals vroeger in gewijde teksten wel werd aangeheven: ‘glorie, glorie, glorie’, zo getuigt de nieuwe werkelijkheid van ‘eenheid, eenheid, eenheid’.

Wij zouden hier met elkaar willen leren beseffen, dat alles één is, voortkomend uit de Schepper, de ene, de creator mundi. Dat alle mensen één zijn, één levende schepping zijn, en alles en iedereen die u om u heen ziet, dat u dat zelf bent, dat zij uw bewustzijn vormen en u het hunne. Wij zouden willen inzien dat alle voorgaande broederschappen levende werkelijkheid zijn, hier volkomen aanwezig, hier volkomen verbonden met ons, die proberen ons bewustzijn te verheffen, zodat hun stralingen, hun levende hoge energieën, onze subtielste lichamen kunnen aandoen.[…]

Wij zouden elkaar willen laten ervaren dat het leven dat u nu leeft één groot wonder is, één grote mogelijkheid, en dat de vermoeidheid, de zorgen, uw angsten wellicht volkomen reëel zijn, maar ook volkomen overstraald kunnen worden met die levende energie, als er in uw gemoed en in uw bewustzijn één straal van mededogen voor de ander door kan dringen. Want mededogen opent poorten: verbindt u met de ander, en daardoor met de Ene, de Schepper, die in u en ons is, en waarvan wij een straal zijn. Mededogen biedt u Liefde’s grootste offerande: namelijk het Leven, het zich altijd vernieuwende leven, dat in de nieuwe ziel geen dood meer kent, maar slechts wisseling, opgang.

Daarnaast vormen ook wij een broederschap, naar het voorbeeld en de blauwdruk van de aloude en lofwaardige broederschap van het rozenkruis, die het universele geneesmiddel, het genezende en regenererende vuur, het panacee aan de wereld ter beschikking stelt. Die uitgaat tot genezing van de volken. dat panacee vormt de kern van het magnetische levende lichaam van de geestesschool, het is het geestvonkatoom van ons levende lichaam, en deze bron is hier en nu in haar volheid aanwezig.[…]

Zoals wij met elkaar onderhevig zijn aan de zwaartekracht, zo zijn wij eveneens onderhevig aan het leven, dat zich myriadenvoudig uitdrukt. Wij delen in dat ene leven, niet alleen met elkaar, maar tevens met alle wezens en bewustzijnsvormen die het universum bevolken. als het u geschonken is dit in zijn glorieuze volheid te naderen, zult u het als met een duizeligmakend gevoel van geluk en zekerheid in uw innerlijk ervaren. Er is in beginsel, maar ook in potentie geen verschil tussen het leven in Mani, in Echnaton, in Boeddha, en in Christus, en in u! […]

Eén te zijn als groep, krachtig te zijn als de eik der Druïden, en de duizelingwekkende verbondenheid te ondergaan met allen die ons voorgingen: het is een heilig ervaren, het is een ingeschakeld worden in de kring van levende zielen, en het is het diepe mysterie van het offerbrood te zijn voor hen die na ons komen. 

We vinden dit volmaakt weergegeven in het Onze Vader: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’ – en we zouden dit kunnen aanvullen met: ‘zoals wij ons brood delen met ieder die het nodig heeft.’
We vinden dit volmaakt weergegeven in: ‘Geeft, en un zal gegeven worden.’
We vinden dit volmaakt weergegeven in Hermes: ‘Alles vernieuwen door alles prijs te geven, want wij ontvingen alles om niet.’

In onze Fama lezen wij: ‘De Broederschap zou honderd jaar geheim blijven.’ En ondanks al de inspanningen van allen die daarvoor alles hebben gegeven, mogen we elkaar gerust verklaren dat dat aardig is gelukt. Waren de eerste broeders met zijn vieren, waardoor het nog verklaarbaar is dat zij onopgemerkt bleven, wij slagen erin om met vijftienduizend zeer bewuste mensen een zeer besloten groep te vormen. Maar wij hoeven dat niet te blijven. Dat kan, vanaf dit moment en vanaf deze impuls, veranderen. 

Hoe? Door een programma van aanpak, met de moderne middelende de samenleving biedt. Wij zullen die, waar we kunnen, zeker inzetten. Maar onze grootste schat is ons innerlijk Licht, dat als bewustzijn, welwillendheid, liefde van ons uitgaat. Dat hulpvaardig en ondersteunend is, maar vooral gericht op – en vervuld van – het Licht van het zonne-al, van Christus. Heft u alle scheiding op, door u los te weken uit de bipolariteit. U kunt het weigeren om de stellingen van het persoonlijke te betrekken. U kunt uw bewustzijn verbinden met de ziel!

Het zal zeker ook duidelijk zijn dat het opgaan in die eenheid van leven gepaard gaat met een nieuw bewustzijn van verantwoording. Als wij de eenheid ervaren, dan weten wij tegelijkertijd dat de toestand waarin onze samenleving verkeert, in sociaal, politiek, economisch en menselijk-onmenselijk opzicht, het gevolg is van hoe wij zijn. Dat er geen enkele reden is om zich verheven te voelen, of uitgezonderd, of bevrijd, of ingewijd. […]

Wij willen hermetisch denken, wij willen bewijzen dat de kwantumsprong in bewustzijn geen science fiction is, maar een terugkeer naar de eenvoud. Voor het eenvoudige hart is immers alles mogelijk, het stelt in de eeuwigheid haar zekerheid dat alles worden zal naar het oerbeeld, dat eraan ten grondslag ligt. Het eenvoudige hart is vol liefde, want het is de schepper, de ene die haar vervult, en voor het één geworden hart is alles mogelijk, want  het is mede-schepper.

Wij willen hermetisch denken, ons vrij bewegen in de sfeer van het abstracte denken, waarin we beseffen dat ziel, en zuivere betekenis, en gedachte, en verheffing, en begrip, en werkzaamheid en samenhang, deze zeven, de mens en de geest uitmaken. Dat degeneratie en verval er slechts de schaduw van zijn, die wij een korte tijd doorrijden, om voor altijd zeker te zijn, werkend en voortschrijdend in de velden van het werkelijke, het oorspronkelijke mens-zijn. 

Wij willen hermetisch denken, omvattend, omdat de overwinning van het Licht over de stof en het sterven allang zeker is gesteld, in Christus. In hermetisch denken weten wij, dat iedere strevende beweging zijn eigen kern van Licht heeft, want God, de Ene, heeft zijn middelpunt overal, en zijn omtrek is onbegrensd. Over ons strekt zich deze lichtende nieuwe kosmos uit, en ieder hier aanwezig kan zich omhuld weten, opgenomen in een zeer bijzonder nieuw Aurora, een dageraad van het immer nieuwe begin. 

Bron: In het Teken van de Driebond van het Licht, deel III, hoofdstuk VII

BESTEL ‘IN HET TEKEN VAN DE DRIEBOND VAN HET LICHT’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *