Max Heindel beantwoordt 189 knagende vragen in ‘De wijsbegeerte der rozenkruisers in vragen en antwoorden’

BESTEL DE WIJSBEGEERTE DER ROZENKRUISERS IN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Na afloop van zijn lezingen ging Max Heindel (fakkeldrager van het Rozenkruis 19) vaak in gesprek met zijn toehoorders. Hij beantwoordde vele vragen, waarvan hij er 189 heeft opgenomen in zijn boek ‘De wijsbegeerte der rozenkruisers in vragen en antwoorden’. Bij de lezer wordt geen voorkennis verondersteld. Als ingewijde was Heindel in staat de geestelijke werelden niet alleen bewust helderziend waar te nemen, maar hierin ook naar wens te functioneren. In de geestelijke werelden gelden heel andere natuurwetten dan op aarde. Maar Heindel verstond de kunst om datgene wat hij waarnam in eenvoudige en begrijpelijke taal weer te geven. Hieronder volgt het gerubriceerd overzicht van de vragen die de schrijver beantwoordt. 

VRAGEN IN VERBAND MET HET LEVEN OP AARDE

1. Als wij zuiver geest en deel van de Alwetende God waren, waarom was het dan nodig, dat wij deze lange pelgrimstocht vol zonde en smart door de stof ondernamen?

2. Als ‘God de mens iets lager dan de engelen maakte’, hoe is het dan mogelijk dat de mens tenslotte hun meerdere wordt in de geestelijke wereld?

3. Waarom was het noodzakelijk, dat wij dit stoffelijk bestaan aanvaardden? Hadden wij dezelfde lessen niet kunnen leren, zonder opgesloten en beperkt te zijn door de grof-materiële omstandigheden van deze stoffelijke wereld?

4. Als dit leven op aarde zo belangrijk is en werkelijk de basis van al onze ziele-groei vormt, zodat deze voortvloeit uit de ervaringen, die wij hier opdoen, waarom is ons leven op aarde dan zo kort in vergelijking met het leven in de innerlijke werelden, dat tussen twee aarde-levens in ongeveer duizend jaar beslaat?

5. Hoe lang zal het duren, vóór wij deze stoffelijke lichamen missen kunnen, en vóór wij wederom in de geestelijke werelden geheel kunnen functioneren?

6. Treedt de geest het lichaam binnen op het ogenblik van de conceptie of bij de geboorte?

7. Wat was de bedoeling van de verdeling in geslachten?

8. Is de ziel van een vrouw mannelijk en die van een man vrouwelijk?

9. Behouden wij gedurende al onze levens dezelfde aard?

10. Is het begeertelichaam aan ziekte onderhevig, en heeft het voeding en aanvulling nodig?

11. Hoe komt het, dat men in het vagevuur voor alle zonden boet, en dan bij de wedergeboorte door de wet van oorzaak en gevolg opnieuw voor de zonden uit een vroeger leven moet lijden?

12. Is geweten de stem van God of van onze beschermengel?

13. Wat is genie?

14. Blijft een ziel, die als vrouw geborten wordt, in haar volgende levens altijd een vrouw, en kan zij nooit een man worden? En hoe lang verloopt er tussen twee incarnaties?

15. Wanneer iemand zijn schulden betaalt, goed voor zijn gezin zorgt en hier op aarde zedelijk goed leeft, zal hij dan in hiernamaals niet goed af zijn?

16. Soms wordt beweerd, dat men het recht heeft te denken wat men wil, en niet verantwoordelijk is voor zijn gedachten. Is dat van occult standpunt uit waar?

17. Wanneer iemand voortdurend door kwade gedachten gekweld wordt, die in zijn brein blijven opkomen, ook al is hij steeds bezig ze te bestrijden, is er dan enige manier, waarop hij zijn denkvermogen kan zuiveren, zodat hij alleen maar reine en goede gedachten denken kan?

18. Als de vrouw, volgens het rib-verhaal een emanatie is van de man, zal zij dan tenslotte bij de terugkeer tot eenheid, weer opgelost worden, aldus haar individualiteit verliezend in mannelijke goddelijkheid?

19. Waarom heeft de vrouw vanaf het begin van menselijk bestaan op dit gebied de vloek van de ongelijkheid gedragen, en zijn minderwaardigheid en onrechtvaardigheid haar deel geworden?

20. Waarom was het lijden van Margaretha zo hevig en buiten verhouding met dat van Faust – zelfs tot opsluiting en doodstraf toe – terwijl zijn leven, zijn vrijheid en jacht naar geluk ongestoord bleef?

HUWELIJK

21. Is er enige passage in het Oude of in het Nieuwe Testament te vinden, waarin men de mensen leert te trouwen, om verder te allen tijde en onder alle omstandigheden als broeder en zuster te leven? En als dat niet in de Bijbel staat, waarom leert u dat dan?

22. Heeft iedere ziel een tweeling-ziel, die tot in eeuwigheid bij haar hoort? En als dat zo is, zou het dan niet beter zijn om liever duizend jaar ongetrouwd te blijven, dan om de verkeerde maat te trouwen?

23, Is het verkeerd voor familieleden in de eerste, tweede of derde graad te trouwen, en zo ja, waarom?

24. Is het verstandig dat twee mensen van gelijke aard trouwen, als zij onder hetzelfde teken van de dierenriem, bijvoorbeeld in augustus, geboren zijn?

25. Wat is het oordeel van de occultist over blanke rassen, die met mongolen en negers trouwen, ook in verband met hun nakomelingen?

26. Waarom zegt men gewoonlijk, dat de neger met de vloek van Kaïn gebrandmerkt is? Als hij volgens Bijbelse ethnologie de afstammeling is van Cham, hoe kan dat ras dan ouder zijn dan de zonen van Sem of Jafet. Is niet het joods ras, als zijnde het meest intellectuele, het voorspoedigste en het lijdzaamste uit de hele geschiedenis, juist dat ras, dat het meest gevrijwaard heeft tegen vermenging?

KINDEREN

27. Geeft de wijsbegeerte der rozenkruisers enige speciale lering betreffende kinderopvoeding?

28. Waarom worden kinderen in een gezin geboren, waar zij niet welkom zijn?

29. Wanneer er geen kinderen geboren worden bij een man en vrouw, die er vurig naar verlangen, is er dan geen middel, om een of andere ziel in de ongeziene wereld ertoe te brengen, hun verzoek om te reïncarneren aan te nemen? Waar bijvoorbeeld de huiselijke omstandigheden buitengewoon gunstig zijn, zou men denken, dat er onder vele zielen, die op incarnatie wachten, wel één zou zijn, die de voorwaarden geschikt vond.

30. Hoe verklaart u het feit, dat een kind zo vaak de verkeerde eigenaardigheden van de ouders erft?

31. Erft het kind bloed en zenuwstelsel niet van zijn ouders. Als dit zo is, zal het daardoor niet ook ziekte en zenuwstoringen erven?

SLAAP EN DROMEN

32 Kan iemand gedurende de natuurlijke slaap beïnvloed worden, zoals dit in de hypnotische slaap mogelijk is, of is er enig verschil?

33. Wat zijn dromen. Hebben zij allemaal betekenis, en hoe kunnen wij ze tot ons roepen of opwekken?

34. Wat is slaap en wat is de oorzaak, dat het lichaam in slaap valt. 

GEZONDHEID EN ZIEKTE

35. Geloven de rozenkruisers in geneesmiddelen, of volgen zij de geneesmethode van Christus?

36. Aangezien lijden het gevolg is van onze eigen daden, vindt u het dan verkeerd, om geneesmiddelen te nemen tegen pijn, indien iemand niet hopeloos ziek of stervende is?

37. Welke vorm van genezing raadt u aan, dokters of genezers volgens het Christian Science geloof?

38. Wat is uw mening over vasten als middel tot genezing van ziekten?

39. Acht u het verkeerd om te trachten een slechte gewoonte, bijvoorbeeld dronkenschap, door hypnose te genezen?

40. Bestaat er een methode om de kalkstof, die door een verkeerd dieet in onze lichamen komt, te verwijderen?

41. Is de natuur niet de schuld van herhaaldelijk voorkomende fysieke misvormingen in de planten en dierenwereld, zowel als in het menselijk ras, en kan er sprake zijn van een volmaakt gezonde, evenwichtige geest met een krachtige wil in een ziekelijk of misvormd lichaam?

42. Wat is van occult oogpunt uit beschouwd de uitwerking van inenting?

43. Als, zoals u beweert, het ego in het bloed woont, is dan de methode van bloed-transfusie van een gezond op een ziel mens niet gevaarlijk? Heeft dit in enig opzicht invloed op de ego’s, en zo ja, op welke wijze?

44. Wat zijn de oorzaken van krankzinnigheid?

45. Wanneer een krankzinnige sterft, zal hij dan in de begeertewereld nog krankzinnig zijn?

VRAGEN IN VERBAND MET HET LEVEN NA DE DOOD

46. Wat voor nut heeft het, iets af te weten van de toestand na de dood, van hetgeen er in de onzichtbare wereld gebeurt en wat dies meer zij? Is het niet veel beter zich met één wereld tegelijk te bemoeien? Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. Waarom nieuwe zorgen te scheppen?

47. Wordt er voor de geboorte enige tijdsgrens gesteld ten opzichte van het komende aardleven?

48. Is het mogelijk de tijd tussen de dood en een nieuwe geboorte te verkorten, teneinde iemands evolutie te versnellen, en zo ja, op welke wijze?

49. Bestaat er in de andere wereld zoiets als jaargetijden, tijdkringen of andere tijdsindelingen?

50. Wordt iemand, die levend begraven is, zich van die toestand bewust? En hoe kan de geest tot het lichaam teruggaan, wanneer dit in het graf ligt?

51. Waarom sterven kinderen?

52. Wat is de oorzaak van het grote aantal sterfgevallen gedurende prille jeugd en kinderjaren?

53. Doet crematie van het stoffelijk lichaam na de dood in enigerlei wijze de geest aan?

54. Indien iemand door een zenuwschok of door koorts zijn geheugen verloren heeft, doet dat dan ook zijn levenslichaam aan, zodat het hem belet het bedoelde overzicht van zijn leven gedurende de drie dagen na de dood te krijgen?

55. Als een ontlichaamde geest door een muur kan gaan, kan hij dan ook door een berg of door de aarde heengaan, en kan hij zien, wat zich er binnenin bevindt?

56. Zullen wij onze geliefden na de dood ontmoeten, ook als hun geloof van het onze verschilde?

57. Herkennen wij onze geliefden, die door de poort van de dood gegaan zijn?

58. Blijft de mens, die zelfmoord pleegt, langer in het vagevuur dan zij die een natuurlijke dood sterven?

59. Moet een goed mens door het vagevuur heengaan, bewust van al het kwaad daar, voordat hij de eerste, tweede en derde hemel kan bereiken? En zo ja, is dat dan geen onverdiende straf voor hem?

60. In welke toestand bevindt zich het slachtoffer van een moord en het slachtoffer van een noodlottig toeval onmiddellijk na de dood?

61. Waar is de hemel?

62. Men zegt, dat er geen verdriet in de hemel is, maar als wij onze geliefden daar ontmoeten en zij gaan dan verder, sluit dan die scheiding niet minstens een gevoel van onvoldaanheid in?

63. Hoe moet men concentreren, teneinde de zielen in de andere wereld te helpen? Bedoelt u stil zitten en liefdevolle, helpende gedachten naar hen uit te zenden?

64. Houden zij, die het aards bestaan vaarwel gezegd hebben, nog de wacht over de achtergeblevenen; zorgen moeders bijvoorbeeld nog voor haar kleine kinderen, of zelfs voor de grotere?

VRAGEN IN VERBAND MET WEDERGEBOORTE

65. Waarom worden wij, op een paar uitzonderingen na, gereïncarneerd, zonder dat wij enige notie hebben van enig voorafgaand bestaan, om in dit leven hulpeloos rondtastend te lijden voor overtredingen in een vorig leven begaan, waarvan wij nu absoluut niets afweten? Zouden wij geestelijk niet beter en vlugger vooruit kunnen komen, als wij wisten, waarin wij tevoren gedwaald hadden en welke daden wij moeten herzien, voordat vooruitgang mogelijk is?

66. Zijn als de menselijke wezens, die op het ogenblik de aarde bevolken, zielen die al vroeger een leven op aarde doorgemaakt hebben, of worden steeds nieuwe zielen geschapen?

67. Hoe weet men buiten alle twijfel, dat wedergeboorte een feit is? Is het niet mogelijk, dat zij die dat verkondigen, aan zinsbedrog ten prooi zijn?

68 Komen de zielen, die in het vagevuur geweest zijn en door de eerste, tweede en derde hemel heen zijn gegaan, hier terug om op deze aarde te reïncarneren of gaan zij naar andere sferen?

69. Komen wij met onze vrienden uit het ene leven in aanraking, wanneer wij opnieuw op aarde geboren worden?

70. Wordt een ondervinding, in iedere incarnatie opgedaan, afzonderlijk opgetekend en bij de vorige gevoegd, zodat de geest aan het eind volmaakt bewust zal zijn van de volledige som van zijn ondervindingen, of wordt de ervaring van één leven meer of minder onbewust door de daarop volgende incarnatie geabsorbeerd, zodat alleen  een algemeen resultaat verkregen wordt?

71. Wanneer de geest bij zijn neerdaling tot wedergeboorte zijn denkstof tot zich heeft getrokken en in de begeertewereld verzinkt, is hij dan niet opnieuw in het vagevuur?

72. Hoe kunt u in de theorie van de reïncarnatie geloven, en dat wij hier terugkeren in het lichaam van een dier? Is het niet veel mooier met de christelijke leer te geloven, dat wij in de hemel komen bij God en de engelen?

VRAGEN IN VERBAND MET BIJBELSE LERINGEN

73. Hoe komt het dat iedere sekte de Bijbel anders uitleg, en dat iedereen ogenschijnlijk een echtvaardiging voor zijn denkbeelden uit dat boek haalt?

74. Wat verstaat men onder het tweede aanzicht van de drieënige God?  

75. Zijn de optekenende engelen of heren van het lot individuele wezens?

76. Waken de engelen en aartsengelen individueel, zowel als collectief over ons en weten zij precies wat ons leven is?

77. Hebben de engelen vleugels, zoals men op schilderijen afgebeeld ziet?

78. Aanvaarden de rozenkruisers de Bijbel van het begin tot het eind als ‘Gods Woord’?

79. Wat is het standpunt van de rozenkruisers betreffende de schepping van de wereld in zeven dagen?

80. de Bijbel leert op gezag de onsterfelijkheid van de ziel. De wijsbegeerte der rozenkruisers verkondigt openlijk hetzelfde door een beroep te doen op de rede. Zijn er geen positieve bewijzen voor onsterfelijkheid?

81. Is er enige gezaghebbende uitspraak in de Bijbel aangaande de leer van de wedergeboorte?

82. Volgens de Bijbel kreeg alleen de mens een ziel. Waarom zet u dan dat dieren een groeps-geest hebben?

83. Is het waar, dat Eva uit Adams’s zijde genomen werd?

84. Als God de mens naar zijn beeld en gelijkenis maakte – laten wij aannemen volmaakt – waarom waren dan de verschillende tijdvakken voorafgaande aan de zondeval van Adam en Eva nodig?

85. Wat was de zondeval in de Hof van Eden?

86. Is de boom des levens, waarvan in de Bijbel gesproken wordt, hetzelfde als de steen der wijzen van de alchemist?

87. De Heer zag Abel en zijn bloedig offer aan, maar Kaïn en zijn lieflijk, rein offer zag hij niet aan. Waarom niet?

88. Wat is de esoterische betekenis van de ark van het verbond?

89. Ligt er enige occulte betekenis in de verschillende christelijke feesten van het jaar?

90. Ik heb begrepen, dat u gezegd hebt, dat de Christus slechts éénmaal geïncarneerd is geweest in Jezus; was hij daarvoor niet geïncarneerd in Gautama Boeddha en nog vroeger in Krishna?

91. Er is gezegd: ‘Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat hij zijn eniggeboren zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in hem gelooft niet zal sterven, maar eeuwig leven zal hebben’. Hoe kan men dat denkbeeld rijmen met de woorden van Christus: ‘Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard?’ 

92. Wat wordt bedoeld met eeuwige zaligheid en eeuwige verdoemenis?

93. Wat leert de wijsbegeerte der rozenkruisers omtrent de onbevlekte ontvangenis?

94. Was de ster van Bethlehem geen komeet?

95. Welke waren de geschenken van de drie wijzen uit het Oosten?

96. Was Jezus geen jood? En zo ja, wat bedoelde hij dan met het gezegde: ‘Eer Abraham was, ben Ik’? Want zelfs al reïncarneerde hij, toch was Abraham de vader van het joodse ras. 

97. Jezus werd op dertigjarige leeftijd gedoopt en ontving de ‘Christusgeest.’ Gelieve een verklaring te geven van deze doop. 

98. Uit uw leer blijkt, dat men enige tijd – gemiddeld een derde van het leven op aarde – in het vagevuur doorbrengt, teneinde, alvorens naar de hemelwereld te gaan, de begane zonden te boeten. Hoe rijmt die leer met de woorden van de Christus tot de stervende boosdoener: ‘Voorwaar zeg ik u: Heden zult u met mij in het paradijs zijn’?

99. Wat is de esoterische betekenis van de twee boosdoeners en het kruis?

100. Wat is de betekenis van het kruis? Is het louter een folterwerktuig, zoals gewoonlijk in het orthodoxe geloof geleerd wordt?

101. Kon de zending van Christus niet volbracht zijn geworden zonder zulk een drastisch middel als de kruisiging?

102. Wanneer zal, volgens de leer van de rozenkruisers, Christus terugkomen?

103. Wat betekent het gezegde, dat Christus op bevel van Melchizedek tot ‘hogepriester in der eeuwigheid’ verheven werd?

104. Wat bedoelde Christus met te zeggen: ‘Allen die vóór mij gekomen zijn, waren dieven en moordenaars?’

105. Wat bedoelde Christus toen hij zei: ‘Wie het koninkrijk Gods niet zal ontvangen als een kind, zal het geenszins binnengaan?’ 

106. Jezus at toch vis? Waarom zijn de rozenkruisers dan vegetariërs?

107. Als Christus de menigte met vis voedde, waarom is het dan voor ons verkeerd vis, of zelfs vlees, als voedsel te gebruiken?

108. Gelieve te verklaren, waarom het gemeste kalf niet voor de rechtvaadige zoon geslacht werd, in plaats van voor de verloren zoon. Was dat niet het kwaad belonen?

109. Waarom prees de heer de onrechtvaardige rentmeester, zoals in het zestiende hoofdstuk van Lukas verteld wordt?

110. Gelieve te verklaren, wat bedoeld wordt met zondigen tegen de Heilige Geest?

111. Is de christelijke geloofsbelijdenis op goddelijk gezag gebaseerd?

112. Hoe rijmt u de wet van oorzaak en gevolg met de leerstelling van de vergeving van zonden. 

113. Door wat voor kracht wekte Petrus Dorcas uit de dood op?

114. Gelooft u in bekering?

115. Ligt er enige waarde in biecht en absolutie?

116. Ligt er enige waarde in het Latijnse rituaal bij de katholieke kerk in gebruik? Zou het niet beter zijn, als het vertaald werd, zodat iedereen het begrijpen kon? En zijn de geïmproviseerde preken en gebeden, in de protestantse kerken in gebruik, niet verre te verkiezen boven de rituele, vaste missen van de katholieken?

117. Wat is de wezenlijk verdienste van martelaarschap? Werden de martelaren werkelijk heiligen?

118. In een van uw lezingen hebt u gezegd, dat het verkeerd was om zendelingen naar vreemde landen te zenden; dat de godsdiensten door de zogenaamde heidenen beleden, op dit ogenblik de juiste voor hen zijn, maar dat de zendelingen tot nu toe weinig kwaad gedaan hebben. Hoe verklaart u dan het zendingsbevel van Christus aan zijn discipelen: ‘Gaat uit in de gehele wereld en predikt het evangelie aan alle creaturen?’

VRAGEN IN VERBAND MET SPIRITISTISCHE VERSCHIJNSELEN

119. Is mediumschap schadelijk voor de gezondheid?

120. Wanneer medium zogenaamde ziele-reizen maken, wat verlaat dan het stoffelijk lichaam, en kan dit ook in de waaktoestand uittreden om gegevens te verzamelen?

121. Ik heb vele ziele-vluchten gedaan, en op een van die reizen bracht mijn gids mij door verschillende poorten in een kristallen stad en verder naar een tempel, vol etherische wezens, die uitriepen: ‘Dit is Gods heilige stad.’ Wilt u zo goed zijn mij te zeggen, waar die is, waarom er poorten en muren om die stad zijn en waarom alles er als kristal uitziet?

122. Kan het zijn, dat de begeertelichamen, die door ego’s op hun doorreis achtergelaten worden, door elementalen gebruikt worden om vrienden en verwanten van de afgestorvene te misleiden? Hoe kunnen zij ontdekt en herkend worden?

123. Kunnen elementalen de gestalte van dieren of reptielen aannemen, en wat kan men daartegen doen?

124. Hoe kan men bezetenheid voorkomen?

125. Wat is psychometrie?

126. Is het waar, dat op spiritistische séances mensen soms met lichaam en al door onzichtbare handen van de ene plaats naar de andere overgebracht worden; dat bloemen in de kamer komen door dichte ramen en deuren, en als dat zo is, hoe kan dat dan gebeuren?

127. Gelieve het gebruik van de planchette te verklaren. En ook, of het raadzaam is te trachten dergelijke verschijnselen onder dilettanten  teweeg te brengen?

128. Is een vampier hetzelfde als een weerwolf?

129. Wat is het verschil tussen een in trance sprekend medium, een materialiserend medium, een geoefende helderziende en een gewoon mens?

130. Als mediumschap zo gevaarlijk is, waarom laten mediums dan nog langer toe, dat zij gecontroleerd worden?

VRAGEN IN VERBAND MET HELDERZIENDHEID

131. Wat is het verschil tussen een helderziende, een ingewijde en een adept?

132, Hoe komt het dat geoefende helderzienden nooit aanbieden om zich te lenen tot een paar eenvoudige, maar afdoende proeven, door wetenschapsmannen geleid, die een ieder van het bestaan van transcendentale vermogens zouden overtuigen. 

133. Als helderziendheid zulk een nauwkeurig onderzoekingsmiddel en zulk een hoog geestelijk vermogen is, waarom treft men het dan in de regel aan bij mensen van weinig opvoeding en geringe beschaving, die blijkbaar heel weinig geestelijk zijn en dikwijls leugens vertellen?

134. Wat verstaat u onder inwijding, en waarom zijn alleen maar mannen ingewijden?

135. Is het niet de plicht van iemand, die van onderwerpen in verband met het hogere leven op de hoogte is, die kennis uit te geven en de minder goed ingelichten te helpen?

136. Welke vereisten zijn nodig om een onzichtbare helper te worden? Moet het gehele leven aan geestelijk streven gewijd worden?

137. Met welk doel verlaat iemand zijn lichaam?

138. Is het volstrekt noodzakelijk ascetisch te leven om geestelijk te worden en in het bezit te komen van psychische vermogens?

139. Zijn alle kinderen tot op een bepaalde leeftijd helderziend?

140. Wat is het verschil tussen witte en zwarte magie, en welke uitwerking heeft de uitoefening van zwarte magie op de ziel?

141. U spreekt over westerse en oosterse occulte scholen. Is de westerse niet beter, en zo ja, waarom?

142. Wat is het verschil tussen etherisch gezicht, helderziendheid en het gezicht, dat met de gedachtewereld verband houdt?

143. Is het niet gevaarlijk voor iemand, die hevig zenuwslap is, om de door de rozenkruisers gegeven occulte training te volgen? Of is het noodzakelijk, dat zo iemand eerst beter wordtKrijgt men door occulte training zijn gezondheid terug?

144. Daar een gezond lichaam noodzakelijk is voor geestelijke ontplooiing, wat kan de rozenkruisersleer bieden aaniemand, die op het ogenblik niet in de beste fysieke conditie verkeer? Zal volmaakte gezondheid één van de resultaten zijn van de bestudering van die wijsbegeerte, en al die leer in praktijk gebracht wordt, zal zij er dan toe leiden iemand in goede gezondheid te houden?

145. Op welke wijze zullen wij er in het leven na de dood nut van hebben, dat wij in het huidig leven helderziendheid aangekweekt hebben?

146. Zou contemplatie van de godheid binnenin ons, gestadig volgehouden, onze geestelijke groei kunnen bevorderen en ons tot adeptschap kunnen brengen?

147. Is het niet bekend, dat sommige mensen geestelijke vermogens, helderziendheid, zesde zintuig, of hoe men het anders wenst te noemen, ontwikkeld hebben door in harmonie met de wetten van de natuur een rein leven te leiden, en vindt men niet in de leringen van moderne occultisten met al haar technische termen een neiging om verwarring te scheppen in plaats van de gewenste resultaten teweeg te brengen?

148. Is het mogelijk helderziendheid door het gebruik van verdovende middelen, door kristalstaren of ademhalingsoefeningen aan te kweken, en brengen die methoden geen snellere resultaten teweeg dan de door u bepleite methoden. 

149. Wat is de beste tijd in de morgen voor concentratie?

150. Het valt mij moeilijk bij mijn avondoefeningen de dagelijkse gebeurtenissen in omgekeerde volgorde te overzien. Is dat absoluut noodzakelijk, en zo ja, waarom?

151. Welke waarde hebben ademhalingsoefeningen voor de ontwikkeling van lichaam en geest?

152. Is de onzichtbare wereld, waarover u spreekt, niet erg onwerkelijk en vaag in vergelijking met deze wereld, waarin wij nu leven?

153. Is het mogelijk dat astrologie en handleeskunde zoveel waarheid bevatten, dat men komend onheil zou kunnen afwenden door op dergelijke waarschuwingen af te gaan. En zou dat niet in strijd zijn met ons lot?

154. Is het verkeerd om handleeskunde, astrologie of frenologie bij wijze van broodwinning te gebruiken?

155. Zijn Mars, Jupiter en andere planeten bewoond? En zo ja, staan die mensen hoger dan de mensen op aarde? Reïncarneren de zielen van de aarde ooit op andere planeten en vice versa?

156. Geeft de nevelvlektheorie niet een veel wetenschappelijker vergelijking van het bestaan van het heelal, dan de scheppingsverhalen uit de Bijbel?

157. Wat zijn kometen?

158. Brengt de beweging van een planeet door de ruimte geluid voort?

159. Wat is de esoterische betekenis van het gebruik van de namen van de twaalf zonen van Jacob in verband met de twaalf tekens van de dierenriem; worden zij gebruikt in verband met de zodiak van de aarde of met die van de zon, of met beide?

160. Kunt u enig denkbeeld geven van het verschil tussen heliocentrische en geocentrische astrologie? Heeft de geocentrische alleen te maken met de dingen van deze aarde, met het materiële leven, en de heliocentrische met de ziel of de geestelijke zijde van de dingen? Zou de zon, in haar kwaliteit van geestelijke planeet en als heerser van ons zonnestelsel, die gevolgtrekking rechtvaardigen, aangezien men in heliocentrische astrologie van de zonnezodiak en in geocentrische van de zodiak van de aarde gebruik maakt? Kunnen voorspellingen voor dit leven ooit gebaseerd worden op de zonne-zodiak of staat die alleen maar in verband met de geestelijke kant van de aard van de mens?

161. Hoe kan iemand op goede voet komen met Saturnus. De vrager heeft zijn leven lang onder diens invloed gestaan. Ziekte, afmoede, verlies van een erfenis en ongelukken zijn al erg genoeg, maar kan Saturnus ons ook geestelijk kwaad doen; kan hij onze ontplooiing in de weg staan, wanneer onze geest om het goede worstelt?  En zijn wij bij de dood van zijn invloed verlost?

162. Hoe kunnen wij tot Saturnus bidden of hem aanroepen, wanneer hij de heersende planeet is, die ons ellende en verdriet veroorzaakt?

VRAGEN IN VERBAND MET DIEREN

163. Hoe komt het, dat de dieren, die toch tot een lagere ontwikkeling behoren, een instinct bezitten, dat zoveel betrouwbaarder lijkt dan de rede bij menselijke wezens?

164. Kunt u enig licht werpen op de vraag, hoe onze houding ten opzichte van de lagere levensvormen moet zijn? Heeft men het recht enig weerloos dier, welk ook, te doden, aangezien elk levend wezen in zekere zin onze broeder is? En wat te doen met schadelijke of vergiftige insecten en reptielen?

165. Worden vergiftige en schadelijke reptielen niet, voor zover de vorm aangaat, door de kwade gedachten van de mensen geschapen? En is het dus eigenlijk niet een daad van liefde om ze te doden en aldus de goddelijke vonk van binnen te bevrijden, zodat deze een hogere vorm kan belevendigen?

166. Wat is een groepsgeest? Waar bevindt hij zich en hoe ziet hij er uit?

167. Zijn dieren aan de wet van de causaliteit onderworpen?

168. Leven de dieren na de dood?

169. Wanneer een lievelingshond of kat sterft, sterft dan tegelijkertijd de gehele groepsgeest, waartoe het dier behoort? Wat gebeurt er met de ziel van het dier? En kan de menselijke liefde en zorg, die het genoten heeft, het op zijn opwaartse reis helpen?

170. Wat voor substantie gaat er van mens of dier uit, waardoor zij opgespoord kunnen worden, zoals bijvoorbeeld misdadigers door politiehonden?

GEMENGDE VRAGEN

171. Wat is de oorsprong van het leven?

172. Wat is stof? Is zij niet onwerkelijk?

173. U hebt vroeger in een lezing gezegd, dat de aarde het lichaam van een geest is, die zijn leven geeft voor de bewoners op de oppervlakte daarvan. Waarom brengt hij aan sommigen bloemen en vruchten en aan anderen aardbevingen en hongersnood?

174. Wat betekent de uitdrukking: ‘Mens, ken uzelf’?

175. Wat is de heilige graal?

176. Welk verband bestond er tussen de bouwers van de piramiden van Egypte en de bouwers van de piramiden in Centraal Amerika? Welke beschaving is de oudste? 

177. Wat is het essentiële verschil tussen de leringen van de rozenkruisers en de orthodoxe kerk?

178. Wat zijn de essentiële verschillen tussen de wijsbegeerte van het Rozenkruis en de theosofie?

179. Is de witte loge van de Theosofische vereniging hetzelfde als de tempel van het Rozenkruis?

180. Wat verstaat u onder het woord meester, en wordt de rozenkruisers-beweging door hen bezield?

181. Indien iemand, die in de door de rozenkruisers verkondigde leringen gelooft, in alle ernst volhoudt, dat zij waar zijn, loopt hij dan geen gevaar dogmatisch te worden en onverdraagzaam voor de meningen van anderen? En hoe moet zijn houding zijn tegenover hen, die deze leringen weigeren te aanvaarden.

182. Hoe komt het, dat niet zeer velen, die de hoogste wijsbegeerte bestuderen, zich interesseren voor de verbetering van industriële toestanden, zoals de afschaffing van de loon-slavernij, die even vernederend en wreed is als de slavernij onder de negerbevolking?

183. Kan iemand occultisme bestuderen, het hogere leven leiden en toch miljonair zijn?

184. Voelt u voor de doodstraf? Is die niet beter en genadiger dan levenslange gevangenisstraf?

185. Wat is het standpunt van de rozenkruisers ten opzichte van het vrouwenkiesrecht?

186. Als occultiusten zich onthouden van het eten van vlees, omdat er een drama aan voorafgaat, en zij geen deel willen hebben aan het ontnemen van leven – hetzij direct of indirect – beneemt men dan ook niet het leven door het eten van eieren, vruchten, groenten, enzovoort?

187. Is het verschrikkelijke wezen, dat Glyndon in bulwer Lytton’s ‘Zanoni’ zag, hetzelfde als Mr. Hyde in het verhaal van robert L. Stevenson?

188. Als men een arm amputeert, een tak van een boom afzaagt of een stuk rots doet springen, zal de onzichtbare tegenhanger van die verschillende dingen dan eveneens met geweld afgesneden worden?

189. Kent u een plaats, een huis of een toevluchtsoord, waar men dat leven van schoonheid, eenvoud en weerloosheid, dat u bepleit, kan uitleven?

Bron: De wijsbegeerte der rozenkruisers in vragen en antwoorden door Max Heindel. 

BESTEL DE WIJSBEGEERTE DER ROZENKRUISERS IN VRAGEN EN ANTWOORDEN

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *