Openingswoord van Wendelijn van den Brul bij de tentoonstelling ‘De Rozenkruisers Revolutie’

BESTEL DE ROZENKRUISERS REVOLUTIE, TRADITIE EN VERNIEUWING

Onder de naam ‘Rozenkruis’ stelt zich een bepaalde geestelijke energie, een inspirerende impuls, die mensen kracht geeft als zij deze willen gebruiken. De tentoonstelling De Rozenkruisers Revolutie. Traditie en vernieuwing (in Haarlem van 4 t/m 30 september 2022) werpt licht op die impuls, die in de zeventiende eeuw begon, die in de laatste vier eeuwen, juist op intellectueel-spiritueel vlak de geesten enorm heeft beziggehouden, en die nu opnieuw hier in Amsterdam een indrukwekkend getuigenis aflegt.

In 1998 gaf de tentoonstelling De Roep van het Rozenkruis. Vier eeuwen levende traditie in de Koninklijk Bibliotheek in Den Haag voor het eerst een uitgebreid overzicht van de doorwerking van deze impuls tot in onze tijd, met medewerking van eigentijdse spirituele stromingen die met hun leden in deze traditie staan. Dit initiatief vernieuwt zich vandaag met de opening van de tentoonstelling De Rozenkruisers Revolutie.

Traditie en vernieuwing in het Huis met de Hoofden, met bijdragen van mensen en groeperingen die zich door de rozenkruisersmanifesten geïnspireerd voelen om de daarin gestelde reformatie naar geest, ziel en menszijn te doorgronden. Als we naar deze bijdragen kijken, dan blijkt wel dat zij – met betrekking tot Christiaan Rozenkruis – één ding gemeen hebben: een groot vertrouwen in de mysteriën van het geestelijke leven, een vertrouwen, niet alleen jegens een vermeende persoon of individualiteit, maar ten aanzien van de grote geheimen van het spirituele leven.

In de School van het Gouden Rozenkruis, het Lectorium Rosicrucianum, denken we niet in de eerste plaats aan een persoon als we het over Christiaan Rozenkruis hebben. We zien deze naam eerder als een symbolische aanduiding voor een bepaald type mens, een abstracte entiteit van hoge energie, of een energetisch veld. Het kruis, ja, dat verwijst in de symbolische taal vaak naar de persoon, de mens.

De roos, lieflijk en teer als ze is, zien we als een centraal onsterfelijk beginsel, dat als een potentiële bron voor iedereen bereikbaar ligt. Ieder mens kan die in de eigen gevoelslagen, of beter gezegd bóven de gevoelslagen van zijn hart vinden. En Christiaan is dan een verwijzing naar die grote universele kracht van regeneratie en liefde, die de Christus is, en die de potentiële bron ontsluit. Tezamen vormen ze dat bijzondere menstype waarvan Luther al zei dat ‘het christenhart over rozen gaat, als het midden onder het Kruis staat’. En op de veelgestelde vraag ‘Wie is dan Christus?’ klinkt vaak de gevleugelde uitspraak: Christus is liefde, wijsheid, kracht. Christus is die bron, die het gevoelige hart zegent.

Zo begrepen, koppelen we de naam van Christiaan Rozenkruis los van al-te-menselijke beperkingen van familie of relaties. Het gaat om geestelijke krachten, die kunnen doorwerken in een mens in onze wereld, maar die tegelijkertijd werkzaam zijn in de geestelijke wereld als zij niet met een fysiek lichaam verbonden zijn. Maar zowel hier als daar werken zij vóór alles door middel van hogere energieën, die bij de Christus passen en daarvan uitgaan. In de mens hebben zij een geestelijke invloed.

De mens kan deze invloed als een dubbele werkzaamheid leren kennen. Als het verlangen naar een hoge norm van menszijn én als een spiritueel ideaal om in jezelf nieuwe krachten aan te boren, die een geestelijk leven ontsluiten. Dat ideaal wordt in de vrijmetselaarsbewegingen, de theosofische bewegingen, de antroposofische beweging en de rozenkruisersbewegingen bewaard, en ook beschermd, als hun innerlijk werk, of hun graden en mysteriën. Daar wordt het geheim van het menszijn toevertrouwd aan ieder die zich, al naargelang zijn mogelijkheden en zijn individuele vibratie, tot inwijding verheft.

Jan van Rijckenborgh, een van de stichters van het Lectorium Rosicrucianum, heeft dit in zijn School op veel manieren uiteengezet. Bijzonder daarbij is dat hij steeds de bronnen van de wijsheidstaal van alle eeuwen en de gedachten der tijden als vertrekpunt nam. Hij zocht een Pad voor de mens van onze tijd aan de hand van:

Transfiguratie was voor hem het sleutelwoord, dat begint met het ontsluiten van de geheimen van dat latente beginsel, de roos, diep in het hart.

Gedachten der tijden rijgen zich aaneen, een onzichtbare draad vormend. Gedachtenpatronen komen in een continu proces tot uitdrukking in woord en beeld. Soms worden het werelden, geestelijke realiteiten, die als volkomen werkelijk kunnen worden ervaren. Zo was de rozenkruisgedachte, vastgelegd in de Chymische Hochzeit of Alchemistische Bruiloft van Christiaan Rozenkruis, het begin van de School van het Gouden Rozenkruis, want letterlijk met dit boek in de handen, dat zij in 1935 aantroffen in de British Library, vonden de oprichters de onzichtbare draad die hen verbond met het denken der eeuwen waarnaar zij op zoek waren. Nog in 1937 publiceerden zij Het geestelik testament der Orde van het Rozekruis.

Gedachten die zich aaneensluiten tot een draad weven de patronen, vertellen de idee. Een woord om de draad waarmee de rozenkruisers weven aan te duiden is: Gnosis, of Licht. Het is de stroom van gedachten die begint en weer uitkomt bij de Ene mens, het aan God gelijke mensbeeld, de mens naar Gods beeld en gelijkenis. Deze draad waarmee de Broederschap van het Rozenkruis haar patroon, haar tekens, haar deel van het verhaal in de kleuren en tonen van de tijd weeft is het, die tot op deze dag niet is losgelaten. Het is het kennislicht, dat wetend bewustzijn betekent, dat ons verheft uit een tijd-ruimtelijk denken in een universeel geest-ziele-denken.

Vraagt u: wat is dan uw beweging? Wat is de school van het moderne Rozenkruis? – We kunnen het niet in woorden uitleggen, u zou het als informatie kunnen aannemen, maar de toestand, het wezenlijke zou u ontgaan, net zoals het is met de vraag: wat is het leven? Het boek M, het liber mundi of het boek des levens, is de natuur waarin God zijn tekens schrijft. Zie hoe Hij schrijft in dit boek; denk dan aan hoe licht zichtbaar wordt. Bijvoorbeeld op water, maar ook op de bladeren van bomen. Kleine bewegende spiegelende vlakjes weerkaatsen wit of goud blinkend licht. In een baan op zee valt het licht van de zon, een vurige bol, vlak boven de horizon en er ontstaat even een blinkend pad.

Als u mij vraagt: wat is uw beweging? – Het is een werkelijkheid als zó een schitterend, levend, vibrerend gouden pad, gevormd door een groep mensenzielen die zich verheffen in het licht van de zon, de Gnosis of de Christus van alle tijden. Het is een bewustzijnsveld gevormd door een groep mensen waarin het hermetische axioma zo boven, zo beneden tot uitdrukking wordt gebracht. Een veld van waarneming en van overdracht, waaruit de synthese door ieder opgenomen en geleefd wordt en weer toegevoegd aan de Wereldether.

Als mensen, zeggen velen, dienen we ons op te heffen in de bewustzijnsziel, die waarneemt dat alle leven één is. Dat ene leven, alles en iedereen deelt het, maar ieder is op een eigen weg. En toch, ieder zal het beamen, is de mens in wezen één.

Er is één mens, de mens van de heerlijkheid, een soort matrix, en uit die vorm zijn we allemaal gegoten. Dit is waar al de ingewijden het over eens zijn. Daarom is het een feest dat we nu hier bijeen zijn, om de inspiratie te erkennen die we allen vinden, zo prachtig geformuleerd in de rozenkruisersmanifesten.

Wij mensen worden omringd door ideeën, beelden, schoonheid uit de geestelijke wereld die ons op onze planeet van alle kanten omringt. Sommigen hebben het vermogen daarmee te werken, ze samen te brengen en op te slaan. In de Bibliotheca Philosophica Hermetica worden we er op geconcentreerde wijze, als in een compendium, mee geconfronteerd.

In de verenigingen die door hun geschriften in de centrale opstelling van de tentoonstelling vertegenwoordigd zijn worden die ideeën gebundeld tot een plan, en tot een vuur, een licht en een werkzame energie, voor het geluk van velen. Want dat is wat wij mensen kunnen doen, ons samenvoegen tot iets lichters dan de zwaarte van een wereld die in principe niet verandert. Want wat opgaat, gaat ook weer onder, maar zij blijft hetzelfde.

De zin die in het leven zit, de spirituele ontwikkeling die mogelijk is, die ontgaat velen, terwijl juist dat de diepste bevrediging van een leven kan zijn! Daarop te wijzen is de kwaliteit van de verenigingen die hier bijeen zijn. Want is het doel van spirituele ontwikkeling niet dat daaruit iets ontstaat dat boven dit leven uitgaat, en ons, in een bewustzijnsverheffing, verbindt met de geestelijke wereld? Die geestelijke wereld die Johann Valentin Andreae het domus sancti spiritus noemde, en die ook wel bekend staat als het Vaderhuis.

Dat vereist de ontwikkeling van de uiterst gevoelige intelligentie van het hart, een scholing waar ieder van ons in onderwijst en mee bezig is. De groei van een hart, dat beseft dat het uiteindelijk alleen liefde is die tot een menswaardig bestaan voert, voorbij de grens van het materiële, voor allen. Als we van daaruit werken, mogen we met vertrouwen uitzien naar het komende millennium.

Wendelijn van den Brul
Lectorium Rosicrucianum

BESTEL DE ROZENKRUISERS REVOLUTIE, TRADITIE EN VERNIEUWING

LEES OVER DE BOVENSTAANDE BOEKEN OVER DE GESCHIEDENIS VAN DE ROZENKRUISERS