Königskinder bij de Nederlandse Opera – een hartverscheurend sprookje uit de vergetelheid gehaald

Zijn sprookjes hartverscheurend?

In de maand oktober 2022 zet De Nationale Opera de opera Königskinder van Engelbert Humperdinck (1854-1921) in Amsterdam op het podium. Volgens deze grote cultuurinstelling is in het verhaal Königskinder, niet de heks het kwaad, maar de mensheid zelf. Daarom is het een sprookje voor volwassenen. De ganzenhoedster en de koningszoon komen er in de opera achter wat er echt toe doet: de manier waarop je de jezelf, je medemensen en de wereld behandelt.  Maar is dit verhaal wel echt een sprookje? ‘De ganzenhoedster en de koningszoon komen in de opera erachter wat er echt toe doet, vanbinnen schuilt, in de manier waarop je de wereld en de medemensen behandelt.’ Maar is dit verhaal wel echt een sprookje?

Wat zijn sprookjes?

Met de uitdrukking: ‘Vertel mij geen sprookjes’ veronderstelt men dat je niet de waarheid spreekt, maar hele mooie verhalen vertelt die onmogelijk zijn. Je zou dus niet de waarheid spreken. Bij werkelijke sprookjes geldt het omgekeerde: daaraan liggen zuivere waarheden ten grondslag. Ware sprookjes gaan over het leven, over de taak die wij in deze wereld hebben. Zij bevatten of verbergen dat in diepe symboliek.

Kinderen voelen dat als geen ander aan. Ondanks alle games, social media en het ‘ontlezen’, blijven sprookjes bij kinderen zeer populair. Wie vaak sprookjes heeft voorgelezen kan herkennen, dat kinderen deze verhalen helemaal niet als treurig en spannend beleven.

Het is de volwassen mens die de symbolische waarde van sprookjes (bijna) niet meer kent of ervaart en bij het voorlezen hiervan de eigen angst overbrengt op het kind. Maar bij kinderen kan de ziel makkelijker worden aangesproken. Daardoor herkennen zij de treurige en spannende elementen als de strijd in zichzelf. Waardoor zij de sprookjes niet als zielig en of griezelig ervaren. Mellie Uyldert zegt schrijft. hierover:

‘….een kind houdt het sprookje heilig: men mag het vandaag niet anders vertellen dan gisteren!……. Zij voelen het als heiligschennis, wanneer men een persoonlijke opvatting of gril in het sprookje zou verwerken, dat zou immers de zuivere symboliek kunnen aantasten.
Aan deze eerbiedige houding is het te danken, dat de oeroude sprookjes niet geheel verhapstukt zijn overgekomen of ten gronde zijn gegaan door verlies aan innerlijke waarde…………Het sprookje is voor hen dus niet alleen een beschrijving van hún werkelijkheid, maar tevens hun taal, de uitdrukking van hun zieleleven.’

Dit kritisch luisterend oor heeft er voor gezorgd dat de symboolwaarde van sprookjes door de eeuwen heen hetzelfde is gebleven. Mellie Uyldert schrijft verder:

‘Daardoor blijft het sprookje fris en springlevend, al is het oeroud. De beelden van het sprookje liggen als uitdrukkingsvorm van oerwezenlijkheden of archetypen (Jung) of ideeën (Plato) in het collectieve onbewuste zielsgebied van alle mensen over de gehele aarde in alle tijden.[…]
Wat het proces van het sprookje scheen, bleek het proces van het menselijk bewustzijn te wezen. De neergang en opgang wordt door sprookjes zelf uitgebeeld,…… Het afgesneden worden van de geestelijke wereld, deze verbanning uit het hemels tehuis, waaruit de ziel in de wereld der stoffelijke verschijnselen afdaalt, het door alle bijstand verlaten worden, het betoverd worden door schijn der dingen, dit harde lot der mensheid wordt in het sprookje voorzegd.’

(uit: Verborgen Wijsheid van het sprookje door Mellie Uyldert)

Sprookjes op schrift

In het midden van de 19de eeuw heeft de mensheid zijn dieptepunt aan gebondenheid in de stof bereikt. Door de industrialisatie bereikt de materialisatie zijn hoogtepunt. Door de wetenschap, het eenzijdig intellectueel denken, verdwijnt het denken in symbolen. Dit is ook de tijd waarin, de door alle eeuwen heen mondeling doorgegeven sprookjes, op schrift worden gesteld (meer in de stof vastgelegd / gematerialiseerd) door onder andere de gebroeders Grimm en Hans Christian Andersen. En zo met hun symboliek voor de mensheid bewaard zijn gebleven.

H.P. Blavatsky

In de tweede helft van de 19de eeuw schrijft H.P. Blavatsky (1831-1891) haar Isis ontsluierd (1877) en De Geheime Leer (1888).

In Geroepen door het Wereldhart van Peter Huijs staat over haar geschreven’: ‘Er wordt altijd, en met recht, beweerd dat Helena Petrovna Blavatsky, of Mme Blavatsky, en de door haar opgerichte Theosophical Society een belangrijke rol hebben gespeeld bij het doorbreken van het web van materialisme, dat sinds de aanvang van de zeventiende eeuw, bij de opkomst van de natuurwetenschappen en de westerse intellectuele wereld overheerst.[…]

Helena Petrovna Blavatsky wijst in de twee delen van De Geheime Leer op de oorsprong en de bedoeling van de goddelijke creatie ‘mens´: de manas , de denker. Zij legt uit dat deze ‘schepping” zich op een lange, lange evolutieweg bevindt, een in volmaakt geestelijk-goddelijk bewustzijn één was met wat zij God of Brahman noemt, en dat eenmaal weer zal zijn. Zij schets de ontwikkeling van de kosmos in zeven grote periodes en legt alle stadia van deze ontwikkelingsgang uit. Hiermee draagt zij een wereld- en mensbeeld over dat een indrukwekkend aantal denkers, dichters en kunstenaars aan het einde van de negentiende eeuw ten diepste beïnvloed.’

Deze beïnvloeding is heel duidelijk te zien bij de opera’s van Richard Wagner (1813-1883). Zijn werken moeten niet meer worden gezongen door ster-sopranen die sterven aan de tering (La Traviata, La Bohème) of door verraad (Carmen, Tosca), maar laat de mensheid hernieuwd kennismaken met de diepe betekenis van Europese mythen en sagen. Hij wilde de mensheid onderdompelen in een langdurig beleven daarvan.

De opera Königskinder

In deze tijd leefde en werkte ook de schrijfster Elsa Berstein-Porges (1866-1949) onder haar mannelijke pseudoniem Ernst Rosmer. Haar vader, Heinrich Porges, was een vriend van Richard Wagner, waardoor Elsa op 10 jarige leeftijd ‘Der Ring des Nibelungen’ (opera van Wagner) heeft kunnen bezoeken. Door haar huwelijk met de journalist Max Bernstein, kwam zij regelmatig in contact met grote schrijvers en componisten van die tijd. Zo ook de componist Engelbert Humperdinck (1854-1921), de schrijver en componist van de opera Hansel und Gretel. Haar vader heeft er bij Humperdinck op aangedrongen het symbolisch drama ‘Königskinder’, op muziek te zetten.

Humperdinck probeerde met zijn veel kleinere opera’s dan die van R. Wagner, deze kunstvorm te verinnerlijken, door ze de huiskamer of een kleine zaal binnen te halen. Hij zette de tekst Königskinder van Elsa Bernstein-Porges (Ernst Rosmer) om in een ‘Sprechgesang’. Onder de tekst noteerde hij de toonhoogtes en ritmes. De zangers moesten sprekend zingen, begeleid door een klein orkest. Dit was heel modern voor die tijd en de componist Arnold Schönberg heeft deze techniek in de 20ste eeuw meerdere malen toegepast. In de 21ste eeuw zou je zeggen dat het een vorm van ‘rap-muziek’ is. Een boodschap op toonhoogte en ritme.

BELUISTER DE CONCERT OUVERTURE VAN KÖNIGSKINDER

De opera Königskinder ging op 23 januari 1897 in première, maar werd geen succes.
Het ‘Sprechgesang’ sloeg niet aan, wat Humperdinck deed besluiten de opera grotendeels te herschrijven. Hiervoor gebruikte hij de door R. Wagner ontwikkelde compositie-techniek; het Leitmotiv. Dat deed Humperdinck overigens ook al in zijn eerdere Hans en Grietje, maar op veel lichtere wijze.

Het Leimotiv houdt in dat ieder persoon, bepaalde gedachten of belangrijk gebruiksvoorwerp, (als levend wezen beschouwd zoals bijvoorbeeld het zwaard) zijn eigen melodie heeft. Zodra deze in de opera voorkomen, hoort men de daarbij behorende melodie. Ze kunnen tegelijkertijd klinken, of zonder te stoppen in elkaar overgaan. En deze melodieën keren naar gelang het verhaal ook weer terug. Dit is natuurlijk een knap staaltje compositie-techniek, maar maakt het voor de toehoorder moeilijk naar te luisteren. Daarom worden deze opera’s vaak als ‘zwaar’ ervaren. Voor het gevoel komt er geen einde aan. Wagner zelf noemde dit ‘Die unendliche Melodie’. Het zou kunnen zijn dat R. Wagner hiermee ook het ‘eeuwig nu’ heeft willen uitdrukken.

Terwijl sommige delen van Humperdincks opera Hans en Grietje zich tot bekende (volks)muziek hebben ontwikkeld, is de opera Königskinder bijna in de vergetelheid geraakt. Misschien omdat het verhaal niet een zuiver sprookje is, misschien omdat de gebruikte compositie-techniek door Humperdinck op het moment van de première al ouderwets was. Want tijdens de tweede premiere op 28 december 1910 in the Metropolitain Opera van New York, waren revolutionair vernieuwende componisten als Debussy en Schönberg al lang opgestaan.

De bevrijding van de ziel

Dit alles neemt niet weg dat de muziek van de opera Königskinder zeker de moeite waard is. En dat in de opera veel thema’s uit sprookjes herkenbaar zijn. Aan het einde van de voorstelling sterven de koningskinderen. Dit is een thema dat in vele verhalen voorkomt, zoals bijvoorbeeld bij Tristan en Isolde en Romeo en Julia. Beiden ook vele malen op muziek gezet. Naar aardse maatstaven is het sterven van een man en vrouw, die onvoorwaardelijk van elkaar houden, hartverscheurend. Maar niet voor de ziel! Want enkel door juiste handeling van de mens, kan zij worden bevrijd!

In Het christelijke inwijdingsmysterie – Dei Gloria Intacta (hoofdstuk X-2 ) schrijft J. van Rijckenborgh hierover:

‘Tijdens het leven kan men door juiste, conciëntieuze, liefdevolle en gezuiverde handeling van en door de lichaamsgestalte, de schadelijke en sterfelijk geworden zielekrachten en zielensubstantie uitbannen, reinigen en vernieuwen.
Bij de dood wordt een deel van de zondige ziel tegelijk met het lichaam tot vertering gebracht: een ander deel blijft in de aardse sfeer nog een zekere functie vervullen.
De zielenversterving tijdens het leven duidt op een dagelijkse strijd, een voortdurende worsteling…… Zo blijkt dat de aanraking van de hemelse mens, geschetst in de fundamantele verandering, zowel de ziel als de lichaamsgestalte in een proces van wedergeboorte betrekt.
Door de fundamentele verandering wordt de ziel medium voor de bevrijdende impuls, die overgedragen wordt aan de lichaamsgestalte. De bevrijdende handeling die daarvan het gevolg is, reinigt de ziel en maakt haar geschikt om op haar beurt bezield te worden door de hogere ziel van de hemelse gestalte in de Uranuszevenkring.’

Voor wie het slotfragment beluistert van Humperdincks opera Königskinder, kan misschien het lichtfeest der bevrijding van de ziel horen…

BELUISTER HET SLOT VAN DE OPERA KÖNIGSKINDER