Symboliek in het sprookje van Pinokkio, esoterische leringen in de vorm van een verhaal van Carlo Collodi

Carlo Collodi, de schrijver van het boek Pinokkio, was vrijmetselaar. Vanuit die achtergrond had hij bepaalde esoterische kennis die te herkennen is in de symboliek in het sprookje van Pinokkio. Symbolen zijn altijd op meerdere manieren te duiden. Dat houdt in dat er natuurlijk meer interpretaties zijn dan in dit artikel worden beschreven. En al die invullingen kunnen naast elkaar bestaan. Het verhaal van Pinokkio doet sterk denken aan de gelijkenis van de verloren zoon zoals deze is beschreven in het vijftiende hoofdstuk van het Evangelie van Lucas en aan het Lied van de parel. In beide verhalen verlaat een zoon heel bewust zijn vader. Hij doet vele bittere ervaringen op in de wereld, krijgt vervolgens heimwee en keert uiteindelijk met doorleefde kennis terug naar zijn vader, die hem liefdevol ontvangt.

De avonturen van Pinokkio zijn te zien als de weg die we als mens gaan door deze wereld. Ons diepste zelf, dat stamt uit de goddelijke wereld, heeft zich verbonden met de stoffelijke wereld om doorleefde kennis op te doen, en daarmee verrijkt terug te keren naar de Oorsprong. Bij die terugkeer worden we werkelijk mens: de pop Pinokkio wordt een jongen. Het verhaal eindigt dan, maar de ontwikkeling gaat verder, want het is de bedoeling dat het mensenkind ook in geestelijke zin volwassen wordt.

De Italiaanse naam Pinocchio is samengesteld uit ‘Pin’ en ‘occhio’. Pin komt van denneboom (pijnboom) en occhio betekent oog of gezicht. De pop Pinokkio is gemaakt van hout van een pijnboom, een boom die altijd groen blijft en net als de kerstboom symbool staat voor eeuwig leven.! Dat kan erop duiden dat de essentie van de mens eeuwigdurend is, en dat deze essentie altijd wordt beschermd door zijn schepper (de grote Bouwmeester of het Alziend oog van de vrijmetselaars).

In sprookjes maar ook in bijvoorbeeld de evangeliën van het Nieuwe Testament, kunnen de personages worden gezien als aspecten in onszelf. Gepetto, de man die de pop Pinokkio maakte, kan worden beschouwd als een personificatie van de Schepper. Dat is niet de hoogste godheid, maar een creator die in het Hebreeuws de Elohim (een meervoudsvorm) en in de Griekse filosofie de Demiurg wordt genoemd.

De naam Gepetto is afgeleid van Giuseppe. Dat is de Italiaanse naam voor Jozef, die letterlijk staat voor ‘God zal toenemen’. Jozef doet natuurlijk denken aan de man van Maria, de moeder van Jezus, en verwijst naar de vrije bouwer (timmerman).

Meteen als Pinokkio gemaakt is, is hij al ongehoorzaam aan zijn vader. Dat doet me denken aan het verhaal van de zondeval in het derde hoofdstuk van het bijbelboek Genesis. Pinokkio is een mens in wording die door schade en schande wijs moet worden. Hij is zich bewust van zichzelf en toont initiatief. Hij is een persoonlijkheid. Daarom is hij verder ontwikkeld dan de poppen in het marionettentheater. Pinokkio verneemt ook steeds zijn innerlijke stem, de stem van zijn geweten die gesymboliseerd wordt door de krekel, maar vaak negeert hij de waarschuwingen.

Gepetto brengt een offer om Pinokkio te kunnen laten leren. Het is koud, maar toch verkoopt hij zijn jas om een leesboekje te kunnen kopen voor Pinokkio. Zijn zoon is vol goede bedoelingen, maar valt voor allerlei verleidingen. Zo kiest hij voor plezier in plaats van voor leren, want hij verkoopt zijn leesboek om een kaartje voor een marionettenvoorstelling te kopen. Eerzucht komt bij hem op, want hij wil als pop beroemd worden.

De poppen van het poppentheater nemen niet zelfstandig beslissingen. Zij staan symbool voor de onbewuste mens die geheel handelt in overeenstemming met de impulsen die uitgaan van zijn aurische zelf. Die krachten worden in het verhaal voorgesteld door de poppenbaas Mangiafuoco, wiens naam letterlijk ‘Vuureter’ betekent.

Pinokkio is van goede wil. Hij is zelfs bereid om zich te laten verbranden in het fornuis voor de bereiding van de maaltijd van Mangiofuoco, mits de harlekijn maar niet wordt verbrand. Mangiofuoco waardeert die zelfopofferende houding, ziet af van zijn plan en geeft Pinokkio vijf gouden munten mee. Met dat geschenk kan hij zijn pad van zelfverwerkelijking gaan. Vijf is het symbool van de ziel (denk aan het pentagram, de vijfpuntige ster) en goud is het symbool van de geest.

Onderweg ontmoet Pinokkio een halfblinde kat en een kreupele vos die proberen om hem zijn geld onrechtmatig afhandig te maken. Die dieren zijn te zien als een gedegenereerde menselijke toestand die wordt gekenmerkt door hebzucht als gevolg van een verduisterde blik en een onjuiste levenswandel. De mens kan in zo”n toestand verstrikt raken: de kat en de vos hangen Pinokkio op in een boom. Bevrijding uit zo”n benarde situatie is alleen mogelijk met onaardse helpende krachten: een fee zorgt ervoor dat Pinokkio vrij komt.

De fee vraagt Pinokkio hoe dit alles zo gekomen is. Pinokkio liegt en daardoor gaar zijn neus groeien. Leugens worden steeds sneller herkend, ze zijn van het gezicht af te lezen. De fee vergeeft Pinokkio zijn leugen en roept hulptroepen in (spechten) om de neus weer op normale lengte te brengen.

Pinokkio gaat verder en laat zich verleiden door gewin, gemak en genot. Hij begraaft de gouden munten in de zogeheten toverwei omdat de kat en de vos hebben gezegd dat er dan een boom met veel meer munten uit komt groeien. Uiteraard raakt Pinokkio de munten zo kwijt.
De luie klasgenoot Carlo nodigt Pinokkio uit om mee te gaan naar Speelgoedland waar je de hele dag kunt spelen en nooit iets hoeft te leren. Ze gaan daar heen met een koets die getrokken wordt door ezels. In speelgoedland hebben ze even heel veel plezier, maar ze moeten er wel een hoge prijs voor betalen. Eerst krijgen ze ezelsoren en daarna veranderen ze allebei helemaal in eenezel.

Als de behoefte om te leren en te groeien verdwijnt, gaat de mens zich steeds meer identificeren met zijn lichaam. Dat doet denken aan een metafoor voor de mens: een ezel met een koets, een koetsier en een passagier. De passagier (symbool voor de ziel) zou moeten bepalen waar de reis naartoe gaat. De koetsier (symbool voor de persoonlijkheid) zorgt ervoor steeds de juiste richting wordt gekozen. De ezel met koets (symbool voor het lichaam) zorgt voor de vitaliteit en de kracht die nodig is om de bestemming te bereiken.

Pinokkio wordt als ezel verkocht aan een circus en krijgt daar een hard bestaan. Hij is enorm beperkt in zijn bewegingsvrijheid en wordt kreupel. De ezel wordt voor drie stuivers verkocht aan een man die zijn huid wil hebben. Die man gooit de ezel in zee om hem te verdrinken. In die benarde situatie roept Pinokkio onaardse hulp in, en ontvangt die ook. De fee zorgt ervoor dat vissen al het ezelsvlees wegeten en dat alleen de houten pop overblijft. Hier is sprake van een grote reiniging die niet prettig, maar wel noodzakelijk is: dierlijke gehechtheden worden opgeheven.

Pinokkio wordt verzwolgen door een haai en verkeert, net als de joods profeet Jona, enige tijd in de vis. Dit is een symbool voor inwijding. Gepetto blijkt ook in de aanwezig vis te zijn. Ze slagen erin om uit de bek van de haai te ontsnappen en naar het land te zwemmen. Pinokkio zorgt voor het levensonderhoud van Gepetto en na vele omzwervingen komen ze thuis. Daar leidt Pinokkio een dienend leven. De fee schenkt hem daarvoor een beloning: Pinokkio wordt werkelijk mens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *